Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   A.F. Neuhaus
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4549-7
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Molens in de Zaanstreek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Er is een tijd geweest dat de molens in de Zaanlanden niet aIleen een dominerende, maar ook een aIlerbelangrijkste plaats innamen. Immers, vanaf het begin van de zeventiende eeuw werden met behulp van de windmolen belangrijke industriele produkten in onze nijvere streek verwerkt. Niet zonder reden luidde een oud-Zaanse beeldspraak:

De molen maalt het meel, slaat de olie Zaagt de planken,

Men heeft er gort en rijst en mosterd

aan te danken.

Het is algemeen bekend dat op een bepaald ogenblik, in het begin van de aehttiende eeuw, niet minder dan zeshonderd molens hun kruisen in de lueht verhieven en draaiden zo lang de wind het toeliet. Vast staat dat in de loop der eeuwen ongeveer duizend molens op de Zaanse bodem gegrondvest zijn geweest. Waar ter wereld yond men eertijds zo veel wiekendragers bij elkaar als langs de Zaan? Ja, waar zijn nu al die honderden molens gebleven? Een groot aantal is bij tientallen verbrand en werd niet herbouwd. Maar een veel groter kwantum viel onder de mokerslagen van de sloper. In het midden van de aehttiende eeuw ver-

dwenen meer dan honderd houtzaagmolens, in hoofdzaak ten gevolge van een sterk verminderde binnenlandse afzet, maar vooral omdat de uitvoer naar het buitenland danig was afgenomen. Een tweede, geduehte uitdunning ondergingen de molens in de zogenaamde Franse tijd, toen door achteruitgang van handel en nijverheid tientallen molens - voomamelijk pel- en snuifmolens - voor afbraak werden verkocht. Daama volgde de intrede van de stoommaehine en hoewel deze nieuwe techniek aanvankelijk niet "met vlag en wimpel" werd binnengehaald, bleef haar invloed niet achterwege. Omstreeks 1833 kwam het eerste stoomwerktuig in werking bij de blauwselmolen te Westzaan. In 1851 werd de eerste stoomoliemolen "De Liefde" te Wormer gebouwd en verving de gelijknamige windmolen. In 1857 onderging de molen "De Witte Bijl" te Wormerveer hetzelfde lot. Op ziin plaats verrees oliefabriek "De Tijd". "De Kruiskerk", een balkenzager met zes zaagramen, werd in 1866 tot stoomzagerij vertimmerd. Nu verliep de overschakeling van wind op stoomkracht niet meteen succesvol en moesten vele teleurstellingen worden overwonnen. Zo liet firma Van Gelder Zoon in 1837

papiermolen "Het Fortuin" inrichten voor aandrijving met stoomenergie, maar ondervond zes jaar lang tegenslag en verlies. Daarna werd de molen weer door windkracht voortgedreven. Desalniettemin zette de industriele mechanisatie - mede onder druk van de buitenlandse con curren tie - zich ook in de Zaanstreek voort. Rond 1880 waren er nog bijna driehonderd molens in bedrijf. De stoomhoutzagerijen stonden toen op het punt de windmolens te gaan verdringen en te zelfder tijd beconcurreerden de stoomrijstpellerijen de rijstpelmolens. Een zelfde ontwikkeling was te zien tussen de stoomoliefabrieken en windoliemolens. Het aantal windmolens slonk zienderogen; in 1898 telde men nog honderd vierenzeventig wiekendragers.

De gestadige vooruitgang in de techniek leidde uiteindelijk tot een verder molenvervaL Nil de eeuwwisseling zou de ene molen na de andere de genadeklap krijgen. De Zaanstreek, eens het gerenommeerde land der duizend molens, dreigde ontheemd te geraken van haar karakteristieke erfgoed! Dat feit heeft menig Zaankanter destijds met schrik waargenomen en tot het inzicht gebracht, dat er iets moest worden

gedaan om to tale molenondergang te voorkomen. Gevolg hiervan is geweest dat in 1925, nadat oliemolen "De Zoeker" door een windhoos was geteisterd, de vereniging "De Zaansche Molen" tot stand kwam. Dat initiatief resulteerde reeds in 1928 tot het stich ten van een molenmuseum. In 1939 werd de tot bouwval geraakte oliemolen "Het Pink" in oude luister hersteld.

Eerst verscheidene jaren nil de Tweede Wereldoorlog drong gelukkig hoe langer hoe meer het besef door, dat molenbehoud niet alleen vanwege zijn cultuurhistorische waarde, maar ook uit oogmerk van het leefmilieu de volle aandacht verdiende. De Zaanstreek kende haar plicht en grote molenrestauraties werden volbracht.

En nog altijd geldt als een veel bezongen lied: "En we gaan nu met z'n allen naar de Zaan, waar de wieken van de molens lustig gaan". En nog altijd gelden de molens als symbool voor het Zaanse land ...

Met dankbaarheid hebben wij gebruik gemaakt van beeldmateriaal uit de archieven van de oudheidkamer en het molenmuseum.

1~6 Uitg. N. J. aeon, Amst.

1. Het vertrekpunt van onze molentocht ligt op het Eiland in de Voorzaan te Zaandam. Hier domineerde vele jaren balkenzager "De Roode Leeuw". Op 26 september 1868 komt "De Roode Leeuw" in veiling en hij wordt gekocht door Floris Gras, die toen ook vennoot was bij de "Weduwe Gerrit Gras en Zoon". Deze zaak wordt in 1891 ontbonden, waarna "De Roode Leeuw" werd ingebracht bij de firma F. & G. Gras, gehuisvest op het Eiland. De houthandel onder de naam van "Weduwe Gerrit Gras" werd voortgezet in de Oostzijde op houtwerf "De Juffer". "De Roode Leeuw" werd in 1916 gesloopt. De laatste meesterknecht was Aaldert Piet.

." , ../.'

_.... tA

>-: . ..;: ;j

2. We zetten nu onze tocht voort langs de molens aan de westkant van Zaandam, Op het Rustenburg, dicht bij de Hogedijk, troffen we "De Vergulde Zalm" aan. Deze paltrokmolen zaagde al talloze jaren voor rekening van de firma "Weduwe Comelis Corver & loon". Een zeer oude zaak, die omstreeks 1700 is begonnen te zagen met molen "De Oude Starn", Naderhand zette Cornelis Corver van Wessem de houtzaken voort onder de oude firmanaarn. "De Zalrn" werd in 1896 gesloopt. De erven en loodsen van de gesloopte molen hebben lange tijd als opslagplaats voor de Dud ijzerhandel van de firma Roos gediend.

3. Vanaf de Westzanerdijk zagen we in noordwaartse richting van links naar reehts de volgende molens. De paltrokzager "De Bijl", die in de zomer van 1894 werd afgebroken en hier nog met een houten as staat. Werf en loodsen werden daarna bij het terrein van stoomzagerij en -schaverij "De Gebroeders" getrokken. Dan voIgt de bovenkruier "De Kleine Korf", verbrand op 3 september 1890. Verder zien we paltrok "De Tarweakker" en een glimpje van de "Czaar Peter". Rechts staat bovenkruier "De Wildsehieter" .

4. Dit is de zeskante zaagmolen "De Wildschieter", staand aan de Zuidwatering in het Westzijderveld. Het toegangspad van de molen lag over het Ventje (het verlengde van de Gedempte Gracht). Op 1 april 1683 werd de windbrief uitgereikt aan Cornelis Claesz. Backer en Jan Wijnandszn. Bleeker. Zonder toestemming van de landheer, aan wie het recht van de wind toekwam, mocht niemand "der onderdanen" een windmolen bouwen. De schriftelijke toestemming werd "windbrief' genoemd en die bevatte tevens een opgave hoeveel geld men jaarlijks aan windpacht had te betalen. De datum van uitreiking van een windbrief is meestal identiek aan het stichtingsjaar van een molen. In januari 1916 werd "De Schieter" onder eigenaar Houthandel Hemsing uit Amsterdam gesloopt en tot elektrische zagerij omgebouwd.

5. De paltrokmolens waren aan de achterkant geheel open en hout zagen was daarom in de winterdag een allesbehalve benijdenswaardig baantje. Maar houtzagers waren stoere mannen, gehard door weer en wind en voor geen klein geruchtje vervaard. Ten westen van de Heerenwatering, achter het station, stond "De Roode Jager", bijgenaamd "Waipot". Hij behoorde in 1883 aan firma W. Kee en Co., terwijl korte tijd de firma Honig & Van de Stadt de eigendomspapieren bezat. "De Waipot" werd ten slotte verkocht aan firma E. van de Stadt & Zonen, die hem in 1903 liet slopen. De molenwerf maakte later deel uit van stoomzagerij "De Engel".

6. "De Tarweakker", aanvankelijk wagenschotzager en naderhand ingerieht tot balkenzager, stond aan de Zuiderwatering. Deze opname dateert van 1897 en we zien van links naar reehts de volgende personen: de kotjongen (naam onbekend), dan Klaas Kee met naast zich zijn vader Cornelis Kee. Op het balkenvlot staan Evert Siffels en Aart Velthuis. Op een zaagrnolen werkten doorgaans vier man: een meesterkneeht, een middelkneeht, een sjouwerrnan en een kot- of hutjongen, die voor thee en koffie moest zorgen en zaagsel onder de zagen moest halen. In 1883 komt de paltrok in handen van Remmert Aten, die dan voor eigen rekening zaken ging doen. Negen jaar later zegt hij de molen vaarwel en vestigt zieh op stoomzagerij "De Bark". "De Tarweakker" kwam toen in bezit van de firma Pieter de Lange en werd in 1902 gesloopt.

7. Recht tegenover de Stationstraat, over het spoor, stond bovenkruier "Het Jonge Schaap". Op 6 april 1888 laat de Amsterdamse houtkoper Abraham Hemsing zich als nieuwe eigenaar in het brandassurantie contract inschrijven. In de jaren dertig zijn intensieve pogingen gedaan om deze laatst overgebleven bovenkruier-houtzaagmolen voor het nageslacht te bewaren. Er bestond reeds een vergevorderd plan om de fraaie zeskanter naar het Zaandamse Volkspark te doen verplaatsen en daar als verkeersbureau en houtmuseum in te rich ten. De totaIe verplaatsingskosten werden begroot op tweeentwintigduizend gulden. Het uitbreken van de Tweede WereldoorIog gooide ook hier roet in het eten. Juni 1941 vroeg de eigenaresse, de N.V. E. v.d. Stadt & Zonen, die inmiddels ,,'t Schaapie" van houthandeI Hemsing had overgenomen, een sloopvergunning aan. Dat werd nog even geweigerd. Maar in mei 1942 werd zijn doodvonnis definitief voltrokken.

8. Paltrokmolen "De Pet", gelegen aan de Petsloot achter het station, heeft de ongelijke strijd tegen de gemechaniseerde houtzagerijen nog vrij lang volgehouden. Hij behoorde tot de categorie loonzagers, dat wil zeggen het zagen van hout voor handelaars, timmerlieden en wat dies meer zij. "De Pet" dateerde van 1725 en was sedert 1808 in eigendom bij de familie Plekker. In de zomer van 1937 werd de molen door eigenaar Willem Plekker ter amovering aan het slopersbedrijf De Boer te Oostzaan aangeboden. In april 1938 werd ten slotte de sloop bekrach tigd. Gedurende de laatste zeven jaar maalde "De Pet" nog maar zelden omdat de jongste eigenaar, Dirk Plekker, inmiddels een elektrische zagerij bij de molen had opgericht. Hier staat "De Pet" in .Juilakstooi": in kruis gezet, een roed met en een roed zonder zeilen, getooid met groen (takkenbos) en zaagselmanden. Fen Zaans gebruik, dat in 't bijzonder bij houtzagers in zwang was.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek