Nederlands industrieel erfgoed in beeld

Nederlands industrieel erfgoed in beeld

Auteur
:   Marcel Overbeek
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1140-9
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlands industrieel erfgoed in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Nederlands industrieel erfgoed in beeld

door Marcel Overbeek

ZALTBOMMEL

Voor Silvia

WWóEN

BOEKJE

15BN10: 90 28811400 15BN13: 978 90 28811409

© 1998 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2010 Heruitgave van de oorspronkelijke druk uit 1998

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

Inleiding

Rokende schoorstenen, oude gasfabrieken, pakhuizen en stampende machines: symbolische beelden van het industriële verleden van ons land. Dit boekje geeft een beeld van Nederlands industrieel verleden, afgebeeld op oude ansichten en foto's. Veel van deze oude fabrieken zijn de laatste jaren verdwenen. Hierbij spelen modernisering, fusies, reorganisaties en concurrentie vanuit andere landen een rol. Met het verdwijnen van veel oude karakteristieke fabrieksgebouwen is langzamerhand ook het besef gegroeid dat deze categorie gebouwen het waard is om te behouden. Ze hebben immers aan het begin gestaan van onze moderne, geïndustrialiseerde samenleving. In het kader van het nieuwe monumentenbeleid worden steeds meer industriële objecten op de monumentenlijst geplaatst. Industriële monumenten worden tegenwoordig omschreven als 'industrieel erfgoed', een algemene benaming waar veel zaken onder kunnen vallen. Voorbeelden zijn onder meer textielfabrieken, stoomgemalen, kalkovens, steenkoolmijnen, elektrische centrales, watertorens, wasserijen en arbeiderswoningen. De belangstelling voor industrieel erfgoed in Nederland dateert van eind jaren zeventig. Verschillende regionale werkgroepen en stichtingen werden opgericht. In 1984 werd een landelijke vereniging opgericht: de Federatie Industrieel Erfgoed Nederland (FIEN) , waarbij inmiddels zo'n zestig verenigingen zijn aangesloten. De leden van deze organisaties inventariseren industriële monu-

menten, doen onderzoek naar de geschiedenis van bedrijven en voeren actie voor het behoud van met sloop bedreigd industrieel erfgoed. Ook zijn de laatste jaren verschillende musea in Nederland opgericht die zich richten op industrieel erfgoed, zoals het Mijnmuseum in Kerkrade, het Nederlands Textielmuseum in Tilburg en het Veenmuseum in Barger-Compascuum. Bij het behoud van buiten gebruik geraakte industriële monumenten is het vinden van een nieuwe bestemming belangrijk. In de meeste gevallen krijgt het gebouw een museale, culturele of woonbestemming. In dit boekje is een selectie opgenomen van oude ansichtkaarten met afbeeldingen van bedrijven en fabrieken uit de periode 1900-1980. Omdat industriële onderwerpen schaars werden afgebeeld op ansichtkaarten, is de selectie aangevuld met foto's uit de privécollectie van de auteur. Het merendeel van de afgebeelde fabrieken en bedrijven is inmiddels verdwenen. Bij het samenstellen van de selectie zijn geen afbeeldingen opgenomen van steenkoolmijnen, omdat aan deze categorie bedrijfsgebouwen al een publicatie is gewijd. Omdat het accent bij dit boekje ligt op oude fabrieksgebouwen, zijn geen waterstaatkundige en infrastructurele objecten opgenomen zoals spoorwegstations, bruggen, sluizen, vuurtorens en watertorens. De in het boekje beschreven industriële bouwwerken zijn ingedeeld in acht hoofdstukken, die elk een apart aspect van de industrialisatie van Nederland beschrijven.

Nutsbedrijven ( elektra en gas)

In Engeland werd aan het begin van de negentiende eeuw ontdekt dat door de verbranding van steenkool gas kon worden gewonnen. Een bijkomend product, de cokes, diende als brandstof voor ijzergieterijen, glasblazerijen en steenfabrieken. In Nederland werden de eerste gasfabrieken door particuliere, buitenlandse maatschappijen opgericht. In 1825 werd de eerste gasfabriek door een Engels bedrijf opgericht. Het geproduceerde gas werd hoofdzakelijk gebruikt voor particuliere verlichting en de straatverlichting.

Het gasbedrijf groeide uit tot een onmisbare voorziening, in vrijwel elke plaats van betekenis trof men wel een gasfabriek aan. Met de exploitatie van het Groninger aardgas in 1965 kwam het einde voor de traditionele gasfabricage (ook wel stadsgas genaamd). De meeste gasfabrieken werden gesloopt.

Ook de grote gashouders, bedoeld om het gas in op te slaan, verdwenen uit het stads- en dorpsbeeld. Slechts hier en daar zijn nog restanten van gasfabrieken te vinden.

De elektriciteitsproductie begint in Nederland met de bouw van de eerste particuliere elektrische centrale in 1886 in Kinderdijk. Aan het begin van de twintigste eeuw kregen de grote steden hun eigen elektrische centrales en na 1920 breidde het elektriciteitsnet zich in razend tempo uit. Van de grote stedelijke centrales is door modernisering weinig meer van de oorspronkelijke gebouwen overgebleven. Tot de oudste nog bestaande elektrische centrales uit het begintijdperk behoren die van Den Haag en Hengelo.

1 Bedum Gasfabriek

Vanaf 1900 kregen ook kleinere plaatsen een eigen gasfabriek. Een mooi voorbeeld is de gasfabriek van Bedum in Groningen. De ansichtkaart geeft een beeld van de fabriek aan het Boterdiep net na de bouw in 1910. Architect A.]. Reyers uit Kampen ontwierp de fabriek, met links het woonhuis van de directeur, in het midden de stokerij en rechts het zuiveringshuis met daarachter de gashouder.

Nadat men in 1955 overging op de productie van propaanlucht is de gasfabriek verkocht aan een concern dat chemische bouwstoffen maakt. In 1985 is het complex verkocht

aan de elektriciteitsmaatschappij EDON. Hoewel de fabrieksgebouwen nog vrijwel in de oorspronkelijke staat verkeren, wil de EDON de gasfabriek slopen.

Gasfabriek. BEDUM.

2 Kampen Gasfabriek

De eerste gemeentelijke gasfabriek van Kampen werd gesticht in 1874. In 1907 besloot de gemeente een nieuwe gasfabriek te bouwen aan het Bolwerk, aan de rand van de historische binnenstad.

Het hoofdgebouw kreeg een trots opschrift in een tegeltableau met de tekst 'Gemeente gasfabriek'. De fabriek werd in de jaren 192 3 -192 6 uitgebreid. Door de komst van het aardgas werd de gasfabriek in 1965 buiten gebruik gesteld. De nog overgebleven gebouwen op de foto werden in 1984 gesloopt, waarna de sanering van de zwaar vervuilde grond kon beginnnen.

3 Voorburg Gasfabriek

In 1866 werd door ]. Bleuland van Oordt een petroleumgasfabriek opgericht. De fabriek werd gebouwd aan de Vliet, in de tuin van het voormalige logement aan de Kerkstraat 6S. In dit particuliere nutsbedrijf werd petroleum vergast. Het geproduceerde gas werd gebruikt voor de straatverlichting in Voorburg. De gaslantarens werden tot branden gebracht door kalkcilinders, die door de gasvlam tot gloeien werden gebracht. Op de foto uit 1984 de gebouwen van de gasfabriek met hun karakteristieke rondboogramen. Na 1990 is de fabriek grotendeels gesloopt.

4 Zaltbommel Gasfabriek

De gemeentelijke gasfabriek in Zaltbommel werd in 1877 opgericht. Al voor die tijd kende Zaltbommel een kleine particuliere gasfabriek, eigendom van B.D. Philips. Rond de eeuwwisseling werd de gasfabriek verplaatst naar de De Virieusingel 36, buiten de vestinggracht. De directeursvilla links van de fabriek is gebouwd in 1900, naar een ontwerp van stadsarchitect Gulden. In 1909 werd de woning verbouwd in een chaletachtige stijl, met ]ugendstilversieringen. De gasfabriek is in de jaren zestig gesloopt, met uitzondering van de directeursvilla.

3aHbcmmel, gasfabriek

I it ' ?? 1 ?? . (;. Blokpoel. Kleureu-Licht druk ,. Tl kcr Jz. K og·ZaandiJklO"

5 Rotterdam Gasfabriek Kralingen I

Tot 1884 kende Rotterdam twee kleine particuliere gasfabrieken. In dat jaar besloot de gemeente Rotterdam de gasproductie in eigen hand te nemen. In 1887 werd een nieuwe gasfabriek aan de Oostzeedijk in de wijk Kralingen in gebruik genomen, op de plaats van de voormalige Nieuwe Rotterdamsche Gazfabriek(NRG). De ansicht geeft een beeld van de fabriek kort na de voltooiing. Rechts het zuiveringshuis met vier schoorstenen, links het portiershuis. Al spoedig kon ook deze fabriek niet meer in de toenemende behoefte aan gas voorzien, zodat in 1909 een

tweede gasfabriek werd gebouwd aan de Keilehaven op de rechter Maasoever.

De fabriek in Kralingen werd in 1926 buiten bedrijf gesteld.

6 Rotterdam Gasfabriek Kralingen 11

Het complex van de gasfabriek Kralingen strekte zich uit over een breed terrein, van de Oostzeedijk tot de Oudedijk. Een spoorviaduct over de Lusthofstraat verbond de gasfabriek met het Boerengat, waar de steenkolen voor de gasfabricage werden aangevoerd per schip. Het gas werd opgeslagen in enorme ijzeren gashouders, waarvan er op de ansicht uit 1910 drie te zien zijn.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek