Nederlandse Molens in oude ansichten deel 3

Nederlandse Molens in oude ansichten deel 3

Auteur
:   drs. H.A. Visser
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0105-9
Pagina's
:   144
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2-3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nederlandse Molens in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Er is een tijd geweest - en die ligt nog niet eens zo ver achter ons - dat ieder dorp een eigen korenmolen had, sommige zelfs meer dan één. Ook in menige buurtschap vond men een molen en in en om de grotere en de kleinere steden kon men al van verre de wieken van vele molens rond zien gaan.

Daar waar het land zo laag ligt dat polder- of boezem bemaling moet worden toegepast, en dat betreft dus het grootste deel van Noord- en Zuid-Holland, het westen van de provincie Utrecht, het Gelderse rivierengebied, Friesland en Groningen, alsmede de Kop van Overijssel, stonden overal de poldermolens gereed om het land van het overtollige water te bevrijden.

Behalve koren- en poldermolens - de meest talrijke - zag men ook nog andere typen molens staan: zaag-, olie-, tras-, verf-, pelmolens en wat niet al. Dat waren de zogenaamde fabrieks- of industriemolens en zij verrichtten hun werk verspreid door 't gehele land, het minste nog in de drie zuidelijke provincies en het meest in Noord- en Zuid-Holland. In die twee provincies kwamen ook de grootste concentraties industriemolens voor: zaagmolens te Dordrecht en te Amsterdam, maar vooral in de Zaanstreek, ons eerste belangrijke industriegebied. Hier hebben, alles bijeen, niet minder dan rond duizend industriemolens gestaan. Wat ons land als geheel betreft, kan men stellen dat er aan koren-, polder- en industriemolens in totaal een tienduizend zijn geweest.

Maar, de techniek is bij de molens, hoe volmaakt zij ten slotte ook waren, niet stil blijven staan. Eeuwenlang was de wind, naast wat waterkracht, de enige beschikbare drijfkracht van de werktuigen, die onze voorouders in hun bestaan gebruikten. De ongedurigheid van de wind, die soms wekenlang verstek liet gaan, werd evenwel als een steeds groter bezwaar ondervonden en men probeerde derhalve andere, meer betrouwbare krachtbronnen te vinden. Als eerste kwam de stoomkracht op, later de verbrandingsmotor: de zuiggas- en de dieselmotor. Daarnaast werd de elektromotor steeds verder ontwikkeld.

De grote daling van het aantal molens in de Zaanstreek werd al in 1870 ingezet en bij de papiermolens zelfs al eerder. In diezelfde tijd nam ook de bouw van stoomgemalen in de polders een aanvang. Toch is de invloed van de stoomkracht niet zo groot geweest. Veel meer molens hebben het moeten afleggen tegen de diesel- en de elektromotor. Vooral in de jaren twintig is een groot aantal poldermolens door mechanische bemaling vervangen. Zo bijvoorbeeld in de Schermer, waar in 1928 drie elektrische gemalen in de plaats kwamen van de vijftig molens die er eerst stonden. Men zal van deze molens ook in dit boekje nog een foto aantreffen.

Toen de opruiming van de windmolens onverantwoorde afmetingen begon aan te nemen, namen enkele particulieren een initiatief om te trachten aan deze achteruitgang paal en perk te stellen. Dit leidde in 1923 tot de oprichting van de vereniging "De Hollandsche Molen". Men zag echter wel in dat de molens, als zij de strijd om het bestaan zouden willen volhouden, moderner moesten worden uitgerust. Een 1924 uitgeschreven prijsvraag leidde uiteindelijk tot talrijke verbeteringen, waarvan die aan de wiekvorm wel de belangrijkste waren.

Deze verbeteringen hadden tot resultaat dat de onttakeling en afbraak in de jaren dertig wat afnam. Maar de Tweede Wereldoorlog en vooral de bevrijding van ons land eisten opnieuw een zeer zware tol van onze molens. Niet minder dan honderd eenenzestig molens werden zwaar beschadigd of vernield, ofwel elf procent van ons gehele molenbestand. In de jaren vijftig, toen de schaarste aan vaste en vloeibare brandstoffen was overwonnen, werd de afbraak weer verder voortgezet. Het behoeft dan ook niet te verwonderen dat het inzicht dat behouden moest worden wat ons nog restte, steeds meer veld ging winnen. Algemeen raakte men ervan overtuigd dat het slopen zo niet verder door mocht gaan. De nog bestaande molens werden op de Monumentenlijst geplaatst, zodat ze niet meer mochten worden afgebroken, regionale molenstichtingen werden opgericht, het "gilde van vrijwillige molenaars" en het "ambachtelijk korenmolenaarsgilde" kwamen tot stand, excursies werden georganiseerd en molendagen gehouden. Het ledental van de vereniging "De Hollandsche Molen" nam sterk toe en voor restauraties en dergelijke werd, naast die van de rijks-, de provinciale en de gemeentelijke overheid, krachtige financiële steun ondervonden van het Rabobankfonds, de ANWB, het Prins-Bernhardfonds en andere instellingen.

Per 1 mei 1978 telde ons molenbestand nog negenhonderd vijftig windmolens en vijfenzeventig waterradmolens, globaal uitmakende tien procent van wat er eens is geweest. Onder invloed van de sterk verhoogde belangstelling voor onze molens, zoals die de laatste jaren valt te constateren, is ook de literatuur over dat onderwerp belangrijk uitgebreid. Ook dit boekje wordt daar weer aan toegevoegd, maar het wil slechts aandacht vragen voor dat deel van ons molenbestand (negentig procent) dat niet meer bestaat. Daaruit in woord en beeld een bloemlezing te bieden, is het doel dat de schrijver hier voor ogen heeft gehad. Hij hoopt daar ook nu weer in geslaagd te zijn.

Geraadpleegde literatuur

1. "Langs oude Friese windmolens", door G.J. Wijnja. 1977.
2. "Molens van Friesland". Leeuwarden, 1971.
3. "Molens in Groningen in oude ansichten", door W.O. Bakker. 1977.
4. "Groninger Molens". 1958.
5. "Molens in Drenthe", door H. Blaauw en H. Visser. 1978.
6. "Gelders Molenbeek". Zutphen, 1968.
7. "Molenboek provincie Utrecht". Utrecht, 1972.
8. "Noord-Hollands Molenboek". Haarlem, 1964.
9. "De Eersteling, korenmolen in Hoofddorp". 1978.
10. "De Molens van Zeeland". Middelburg, 1964.
11. "De molens van Schouwen-Duiveland", door C.P. Pols. 1977.
12. "De Brabantse Molens". Helmond, 1974.
13. "Molens in Noord-Brabant", door ing. P.W.E.A. van Bussel. 1978.
14. "Molens in Limburg". 1957.
15. "Molens in Limburg in oude ansichten", door drs. G.C.M. Egelie. 1977.
16. Weekblad "De Molenaar".

Fotoverantwoording

Evenals in het tweede deel van "Nederlandse Molens in oude ansichten", zijn de foto's - op een enkele na - weer afkomstig uit het archief van de schrijver zelf. Die enkele werden welwillend ter beschikking gesteld door de heer !.J. de Kramer te Leidschendam, van wiens informatie de schrijver overigens ook nu weer een dankbaar gebruik heeft gemaakt.

FRIESLAND

1. Dokkum. Evenals in het tweede deel van deze serie, beginnen we een tocht langs een aantal verdwenen Nederlandse molens in de provincie Friesland en als eerste bekijken we een oude korenmolen aan het Schapendijkje onder Dokkum. Het was een molen van zeer oude datum: het bouwjaar was 1718. Hij stond bij het verlaat (een klein sluisje, scheiding tussen twee polders) voor welks bediening de molenaar enige financiële voordelen genoot. De molen moet betrekkelijk kort voor de afbraak (in 1906) nog van zelfzwichtende wieken zijn voorzien, want de eerste toepassing in Friesland van dit uit Duitsland ingevoerde systeem, had omstreeks de eeuwwisseling plaats op de molens van B. Tiemstra te St. Jacobiparochie. Na hem zijn er vele molens gevolgd, zo ook de molen van deze foto.

2. Buitenpost. Gelukkig vormen de hoge stellingmolens nog een vertrouwd beeld bij menig Fries stadje of dorp. Vooral langs de noordkust is nog een aantal fraaie exemplaren aan te treffen, maar ook wat meer zuidelijk zijn ze nog niet geheel verdwenen. De hier afgebeelde hoge korenmolen van Buitenpost, aan de spoorlijn van Leeuwarden naar Groningen en niet ver van de provinciegrens, bestaat evenwel niet meer. De fraaie molen werd gebouwd in 1755. In 1845 werd het onderstuk hoger opgetrokken en in december 1947 kwam het einde en werd de molen afgebroken. In hetzelfde dorp heeft ook nog een zaagmolen gestaan, die in 1925 werd gesloopt. Men treft er nu alleen nog een achtkant poldermolentje aan.

3. Hollum, (Ameland). Alle korenmolens die nu nog in Friesland staan, behoren tot het type achtkante stellingmolen. Met één uitzondering: de nog bestaande achtkante grondkorenmolen "De Phenix " te Nes op het eiland Ameland. Ook de hier afgebeelde, in 1841 gebouwde korenmolen "De Verwachting" te Hollum, eveneens op Ameland, behoorde tot het gebruikelijke type. Overigens heeft Hollum twee korenmolens gehad en dit was de laatste van de twee. De laatste eigenaar was Douwe de Boer, beter bekend als "Douwe de meulenaar". Deze heeft nog enige tijd met motorkracht gewerkt. De molen raakte verwaarloosd en draaide ten slotte nog met één roede. Ruim honderd jaar na de bouw, in 1949, werd hij afgebroken.

4. Wanswerd. De hoge stellingmolen te Wanswerd, aan de Streek, was aanvankelijk ook een korenmolen. Hij werd in 1826 gebouwd, in opdracht van K. Steenhuizen. In 1875 brandde deze molen af, waarna ter plaatse een nieuwe koren- en pelmolen verrees. Deze werd in 1916 uitgebreid met een volledige houtzagerij, ondergebracht in een gebouw naast de molen. De aandrijving van de zaagramen geschiedde met een horizontale as, vanuit de molen. Maar op 11 november 1972 kraaide de rode haan opnieuw en ging de molen door blikseminslag geheel verloren. "De Zwaluw" is niet meer herbouwd, al is de onderbouw nog wel aanwezig.

5. Heerenveen. Hier een foto van de zaagmolen van de firma Siebenga te Heerenveen, een plaats, die vroeger bijzonder rijk aan molens is geweest. Evenals in Sneek, draaiden hier niet minder dan veertien molens. In 1858 werd aan J. van der Sluis en C.T. Tuymelaar vergunning verleend tot het stichten van deze molen. Na 1890 kwam hij in het bezit van de firma A.H. Siebenga. Maar ook hier moest de ongedurige wind het afleggen tegen de veel bedrijfszekerder elektriciteit. In 1950 werden de roeden uitgenomen en enige tijd later is ook de kap eraf gegaan. In de nacht van 23 op 24 juni 1973 is de onttakelde romp door brand verloren gegaan. De foto toont de molen in beter dagen en nog in vol bedrijf.

6. Warga. Uit een overzicht uit de "Staat van de fabrieken en trafieken", zoals die in het jaar 1853 in Friesland aanwezig waren (een onderdeel van "Het Verslag van den toestand der provincie Friesland in 1853"), dat wordt aangehaald in het boek "Molens van Friesland", blijkt dat er in dat jaar 212 bedrijfsmolens waren. Er waren toen 46 korenmolens, 42 koren- en pelmolens, 13 pelmolens, 45 houtzaagmolens, maar ook 29 oliemolens. Die oliemolens stonden verspreid door de gehele provincie. Ze stonden bij de steden en in de dorpen. Op deze foto zien we de van 1829 daterende oliemolen van S. Hoekstra en J. Kooistra te Warga. De fraaie molen heeft de eeuw niet vol kunnen maken: hij werd in 1917 gesloopt.

7. Harlingen. In Harlingen zien we hier de cementmolen "De Standvastigheid", in 1779 als run- of schorsmolen gebouwd en in 1829 tot cementmolen verbouwd. Er werd tufsteen, looderts, marmer en krijt gemalen. Hij was een der negen cementmolens die in 1853 in Friesland stonden, waarvan vier te Leeuwarden. De molen was tot 1934 in bedrijf, waarna F. Simons hem in datzelfde jaar, wegens gebrek aan werk, liet afbreken. Het was een zeer zwaar gebouwde, geheel van baksteen opgetrokken molen, de laatste stenen molen van Friesland. Harlingen heeft nu in 't geheel geen molens meer. De foto toont de interessante molen, met de bijbehorende bedrijfsgebouwen, kort voor de afbraak.

8. Franeker. De laatste Friese zaagmolen - in 1853 waren er vijfenveertig - die we nader bezien is "De Haan" te Franeker. Deze werd hier omstreeks 1892 gebouwd en stond eerst aan de Geeuw te Sneek. Toen op 1 oktober 1891 te Franeker de zaagmolen "De Eendracht" door brand verloren ging, kwam "De Haan" in zijn plaats. Al in 1912 werd de fraaie molen van zijn wieken, staart en stelling ontdaan en zo stond deze romp er nog, toen op 26 september 1975 ook die is afgebrand. Jammer, want nu de zo lang vervallen gestaan hebbende zaagmolen "De Rat" te IJlst zo keurig is gerestaureerd, zou wellicht van "De Haan" ook nog wel wat te maken zijn geweest. Onderhandelingen daarover met de eigenaar F. Schotanus waren reeds gaande.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek