Nieuwerkerk aan den IJssel een beeld van een plaats in oude ansichten

Nieuwerkerk aan den IJssel een beeld van een plaats in oude ansichten

Auteur
:   A.M. den Boer
Gemeente
:   Nieuwerkerk aan den IJssel
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6153-4
Pagina's
:   104
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nieuwerkerk aan den IJssel een beeld van een plaats in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Inleiding

Nieuwerkerk aan den I}ssel staat bekend om de goede water-, spoor- en wegverbindingen. Tot in de literatuur toe is dat het geval. Laat Herman de Man niet in zijn boek "Scheepswerf De Kroonprinces" juffrouw Cato daar in de trein een sergeant een arm om haar schouder slaan? "Dat kon hij doen, want bij Nieuwerkerk was de enige passagier die er nog was, uit hun coupe gestapt," aldus de roman uit 1936. Godfried Bomans laat de hoofdpersoon in zijn .Pieter Bas" (ook uit 1936) het dorp verder relativeren. In zijn verhaal ergert Gouda's nieuwe burgemeester zich "op den weg van Rotterdam naar Gouda, ongeveer ter hoogte van Nieuwerkerk" aan een tabakspuwende man die hem allerlei grofs toevoegt. Hoe zat het werkelijk? Daarop wil dit boek een antwoord geven.

In 1995 hield een professor een inleiding over het verdwijnen van de gemeente als leefwereld en de opkomst van de gemeente als woondomein. Die trend geldt zeker Nieuwerkerk aan den I}ssel in de laatste eeuw.

In de beschreven periode 1880-1940 groeit het dorp van een 2300 naar bijna 4000 inwoners. Een score die bij het verschi]nen van dit boek door de opkomst van het woonforensisme inmiddels een 19.000 is. (Een tussenstand in 1960 was nog 5535 zielen.)

De uitgeverij Europese Bibliotheek wil met de serie "Een beeld van een plaats" voor Nederland gefaseerd de periode 1880-

1940 vastleggen. Men acht dat tijdvak herkenbaar afgebakend. Wat het startjaar betreft geldt dat zeker voor Nieuwerkerk aan den I]ssel. De Prins Alexanderpolder is net droog en ingericht. Het agrarische grondgebruik is maximaal. Boeren, tuinders en hun cooperaties vormen een £link deel van de stof Dat anderzijds met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een eindgrens werd bereikt is algemeen. De bewuste zestig jaren vormen een tijd van "ons-kent-ons". Is het tekenend dat net in mei

1939 de gemeenteraad besluit am de wegen van straatnaarnborden te voorzien?

Dit boek gaat over een dorp dat niet meer bestaat. Des te groter is de uitdaging tot reconstructie. Dank aan allen die daaraan meewerkten. Veel gegevens en foro's zijn nag niet eerder in boekvorm gepubliceerd. Archieven die nu berusten bij de Streekarchiefdienst Hollands Midden te Gouda vormen een belangrijke bron voor de tekst. [uist sinds het eind van de vorige eeuw geven regionale dagbladen een schat aan informatie. De Goudsche Courant werd ook bij de genoemde archiefdienst geraadpleegd. Voor de Schoonhovensche Courant - voor de bewuste periode het regionaal nieuwsblad - kon gebruik worden gemaakt van het Streekarchief voor de Krimpenerwaard te Schoonhoven.

Adri den Boer

1 Wat vooraf ging

Nieuwerkerks oudste vermelding dateert van 1282. De grand ligt dan nog boven de zeespiegel en wordt in cultuur gebracht door het graven van sloten loodrecht op de I]ssel. Er ontstaat "land in lapjes'' .. In het Hitlandgebied zuIlen die kavels 700 jaar later nog aanwezig zijn. Verder gaat Nieuwerkerk herhaaldelijk op de schop. Van klei uit de rivier maakt men stenen en van veen uit het land turf.

I]sselstenen

In de 14de eeuw zijn er reeds tal van "tichelwerken" langs de slibrijke I]ssel. Een steenplaats op Kortenoord krijgt in 1487 van Schieland een vergunning om een "stoep" in de dijk te maken, In 1556 reizen Rotterdammers de steenbakkerijen langs de Ijssel af am bakstenen te kopen voor het eerste plein daar, de Grotemarkt. Niet minder dan 900.000 stenen worden er gekocht, voornamelijk in Nieuwerkerk en Ouderkerk. Anno 1627 zijn er ter plaatse drie steenfabrieken met samen vier ovens. De groei gaat door. De manier waarop de ijsselsteenfabrikanten aan hun klei komen is uniek. Er is geen sprake van graven maar van baggeren uit de getijderivier. Aangelegde rietkragen loodrecht op de oever werken daarbij als een zeef. In het bakseizoen gaat de klei via houten steenvormen in de [uiste porties naar zogenaamde zetvelden. Daar zorgt de zan voor het eerste drogen. (En als het regent moet het volk de stenen-in-wording snel afdekken met rietmattenf) Dan worden de open veldovens volgestapeld. Dat duurt weken. Oak het stoken van de ovens duurt een week

of vier, vijf Nieuwerkerk weet dan wat "roken als een steenoven" is. Stokers werken continu en smakken turven in bij het stapelen uitgespaarde gangen. Vijf tot zes weken zijn er oak weer nodig om de stenen te laten afkoelen. Het werk in de steenbakkerij is slecht werk en kinderarbeid komt zeker in de 19de eeuw voor. De kinderrijke gezinnen wonen in huisjes van de "heer" bij de steenplaatsen. Gigantische hoeveelheden ijsselstenen worden er gebakken. Hitland is de naam van diverse steenplaatsen. De namen Groot-, Klein- en Ver-Hitland worden door de jaren heen verwarrend gebruikt. De steenplaats, die later Klein-Hitland heet, komt al voor op een kaart uit 1684. Rijk ("steenrijk") worden steenbakkersfamilies als Mijnlieff, Hoogendijk en Van Lange. Het zijn door de jaren heen dezelfde verwante families en de "heren" van het dorp. Naast steenbakker zijn ze aannemer en landeigenaar.

VClYening

Zo tegen 1500 begint het weggraven en wegbaggeren van land voor turf. Het doel is duidelijk voor wie weet hoe de droge broodjes veen - turven dus - als brandstof nodig zijn. Dat gaat maar door want de steden houden energiehonger. Er komt een Zuidplas ter plekke van de vruchtbare polder Kortland. Er komen heel wat plannen am daar weer land van te maken. Vele gaan niet door tot onder koningWillem I het rijk de droogmakerij ter hand neemt. Financiering vindt plaats uit koloniale baten, die zo dienstbaar worden gemaakt aan de econornische opbouw van het moederland. Rond 1840 valt de Zuidplas droog. Het is de diepste polder van Nederland! Enkele tientallen [aren

later worden onder dezelfde waterstaatsingenieur Jan Anne Beijerinek oak de veenplassen aan de andere kant van de Kerklaan drooggelegd. Daarbij verdwijnt het vogeloord Schollevaarseiland. In 1874 krijgt deze droogmakerij de naam Prins Alexanderpolder. Driekwart van Nieuwerkerk is dan "nieuw land" . dat meer dan zes meter onder (Normaal) Amsterdams Peilligt. Aan vroeger blijven het oude dorp, de 's-Gravenweg en de I]sseldijk met steenovens herinneren. Die dijk wordt trouwens steeds hager. Rampzalige doorbraken zijn er niet geweest, maar het spande er herhaaldelijk am. Kleine binnendijkse meertjes, zogenaamde wielen, herinneren als littekens aan doorbraken. lets beoosten Kortenoord liggen er twee uit januari 1682. Met twee kleischepen werden de gaten daarbij gedicht.

H uizen - en inwonertal

Het aantal huizen en inwoners golft mee met de veranderingen in het landschap. Rand 1500 zijn er 60 huizen, in 1632 161 woningen en in 1732 zijn er wel 300 .Jiaardsceden", zoals men waning en alternatief noemt. (De korenmolen wordt apart geteld.)

In 1504 zeggen Nieuwerkerkers op een bijeenkomst in Gouda dat hun pastoor ziek is en ze daarom het aantal eommunicanten niet weten, maar hun "dunet datter mach wesen 250". (Rand 1575 gaat Nieuwerkerk trouwens over naar de Hervorming en verdwijnt voorlopig de laatste pastoor.) Voor de bevolkingsstatistiek blijven aantallen weerbare mannen van 18-60 jaar bewaard. In 1 552 geeft Nieuwerkerk het ronde aantal van 100 man op. In 1747 zijn er 383 weerbare mannen (die zelf al in

het bezit zijn van 68 "snaphanen". geweren waarbij een haan op een vuursteen wordt overgehaald). In 1785 zijn er maar 260 weerbaren over. Vreemd? De oorzaak van de terugloop is het weggraven van land voor turf. Rand 1760 schrijft een Rotterdammer over een oude weg "en langs de Kortlandsche weg vindt men de Nieuwerkerksche Buurt daer zeer veel huizen staen doeh zedert het Land hier meest weggeveent is begint deze Buurt vrij wat in aenzien te verminderen". Eenzelfde geluid komt in 1766 naar voren in verb and met het nodige aantal ehirurgijns, dorpsdokters. Een argument am voortaan met een heelmeester te kunnen volstaan is dar Nieuwerkerk door de veenderij "dagelijks meer en meer in verminderinge toeneernt" ... De aantallen weerbare mannen zouden aan inwoners. dus inclusief vrouwen, kinderen en bejaarden, het vier- tot zesvoudige betekenen: Nieuwerkerk heeft zo ten tijde van Karel V een 500 zielen en in de Pruikentijd eerst een 2000 en later een 1300. Een volkstelling uit 1795 geeft een precies inwonertal van 1 327. Bij een verbouwing in 1810 wordt de dorpskerk zelfs ingekort.

De vervening zorgt eerst voor werk, dan voor terugloop en na drooglegging van de plassen weer voor groei. Als na de Franse tijd de plassen worden drooggelegd groeit de gemeente in de 19deeeuwvan 1378 (1829) via 1700 (1846) en 2331 (1880) naar 2440 (1897) zielen.

1 Steenplaats van de familie Van Lange op Ver-Hitland, gezien vanaf de I]ssel (schilderij midden 19de eeuw).

2 Her naruurgebied ,,5chollevaarseiland" in de veenplassen bewesten her dorp (tekening circa 1770).

-.

-,

, .'

,,0·, .. - ~-.,. ..

- .?? _ .?. -",,,.. .

..?. - ...? - ,..

4 ????. "_

.

3 De oude korenmolen "Windlust" van wethouder Van Waasbergen op Kortenoord rand 1 935. Cor van Gelderen is een van de meisjes op de dijk.

4 In 1 81 0 werd de dorpskerk ingekort. De gevel van de daarbi] nieuwgebouwde koorafsluiting wijkt af van die van het schip van de kerk. Gemist worden daar de witte

( spekstenen) lagen en ook de korte steunberen zijn minder imposant. Deze foto is van voor de restauratie van 1928.

2 Het dorpsbeeld

De gemeente biedt in deze [aren, ondanks het overwegend open grasland. een gevarieerd aanzien. Dat komt vooral door boeiende hoogteverschillen en waterstaatkundige voorzieningen als molens en gemalen. Met name de schepradstoomgemalen op Kortenoord zijn interessant om te zien.

Droogmakerijen

De twee draogmakerijen zijn duidelijk gescheiden door de oude Kerklaan en Bostelweg, die bij het wegvenen zijn gespaard en dus inmiddels hoog liggen. Het lijken wel opgeworpen dijken! Zowel in de Zuidplas- als de Prins Alexanderpolder valt de strakke geometrische verkaveling van de 19de-eeuwse Waterstaat op. In de Zuidplaspolder werden alle tochten, sloten, wegen en dus ook boerderijen, huizen, kamers en meubels georienteerd aan de lijn tussen de kerktorens van Moordrecht en Moerkapelle. Slechts de lineaal kwam er aan te pas. De tochten en tochtwegen drag en ook nummers, geen namen. Tochten liggen op 800 meter afstand en sloten tussen percelen liggen 40 meter uit elkaar. Het systeem beviel kennelijk goed. In de latere Prins Alexanderpolder werd de Hoofdweg de basis.

Dezelfde hoge ligging van Kerklaan en Bostelweg geldt voor het oude dorp, dat als veeneiland met bebouwing en al boven de polders ging oprijzen. De aanleg van de rijksweg op het Hoofdweg-trace met de hooggelegen omleiding om het dorp zal rand 1930 het zieht op dorp en kerk vanaf de Bostelweg verslechteren.

's-Gravenweg

Op weer dezelfde oorspronkelijke hoogte ligt het 's-Gravenweggebied met de Rijnspoorweg anna 1855. Een railverbinding, die - dat terzijde - het nationaal verkeer aan koetsen en wag ens verstomde. Over deze weg schreef een Rotterdammer al rand 1760: "Langs 's Gravenweg vind men onder Nieuwerkerk zeer aenzienlijke Heereplaetzen en fraeye Boerewooningen." Met de opkomst van het autoverkeer wordt de 's-Gravenweg weer drukker.

Boerderijen aan deze weg kennen hekpalen met namen ensorns - spreuken. Bij de boerderij 's-Gravenweg 88 van rand 1850 zal de spreuk het langst bewaard blijven: "AI wat men op aarde ziet, volmaaktheid vindt men niet." Sommigen streven er materieel wel naar en kunnen dat ook doen. Tegen 1900 bouwt Nieuwerkerks bovenlaag aan die weg de prachtigste panden. De herenboerderij "Beukenhof" met kroonlijst, schuifvensters en louvre-luiken is er een voorbeeld van. De eerste steen werd in 1883 gelegd door de dertienjarige Bertus van Lange. (Bouwheer Pieter van Lange had acht koeien, gemolken door een "bedrtjfsboer".) "Bene Situs" van dezelfde familie Van Lange uit dezelfde tijd heeft overeenkomstige kenmerken. Ook daar prijkt de naam op een typisch 1 9de-eeuwse kroonlijst. Ook luxe lijkt het landhuis "Buitenlust" met de fraaie serre-uitbouw en balkon. Bovenaan pronkt een zware houten overstek met gesneden daklijst. In 1884laat burgemeester J. E. van Voorthuysen - net getrauwd met de zus van dorpsgeneesheer Holstein - de villa bouwen. In 1904 verrijst tegenover het doktershuis de villa .Landztcht". Die naam staat in een kleurig tegeltableau. Een

grijze eerste steen gelegd door de zesjarige Elisabeth Maria Moons verklapt het bouwjaar 1904. BurgemeesterVan der Meulen en na hem dierenartsen bewoonden dit pand.

Natuurlijk telt de 's-Gravenweg naast oude boerderijen en rijke villa's ook arbeiderswoningen, soms in buurtjes. Ook die geven met muren van verweerde ijsselsteen een karakteristieke indruk. De Rotterdamse architect J Verheul schrijft in 1932 een boekje over de 's-Gravenweg. Hij besluit "dat tot den plicht van de Gemeentebesturen van Capelle en Nieuwerkerk zeker behoort, angstvallig toe te zien, dat de oude nu reeds vrij dicht bevolkte 's-Gravenweg niet verder geschaad wordt, dan nu op enkele plaatsen reeds geconstateerd kan worden".

Rondje Kortenoord

Het Kinderdijkachtige molenlandschap in de Boezem mag tegen 1880 zijn verdwenen: op Kortenoord prijkt hoog de korenmolen "Windlust" en tot 1925 wrgen verderop twee watermolens ook nog voor de bemaling van de polder Esse, Gans- en Blaardorp. Op Kortenoord is het gemalencomplex van de Zuidplaspolder boeiend. Bekend is een wandeling waarbij vanaf de 1eTochtweg eerst het benedengemaal Francois wordt bekeken, vervolgens met het ijzeren voetpontje van de polder de ringvaart wordt overgevaren en men langs boezemwater en huisjes naar boven gaat. Daar bereik je tussen de bovengemalen door langs de spuikom de dijk met uitwateringssluis.

De Hollandsche I]ssel en de steeds hoger wordende dijk zijn een duidelijke begrenzing van de gemeente. Vanaf de dijk is het zicht op de rivier met schepen levendig. Aan het eind van de be-

schreven periode is het rijk bezig met de normalisatie van de I]ssel. Buitendijks worden gronden vergraven en opgehoogd tot industrieterrein. Mooier wordt het er niet op, maar tot in het vignet van het rode Plan van de Arbeid (circa 1935) "moet de schoorsteen roken".

5 Deze verticale luchtfoto uit 1933 toont Nieuwerkerk aan den Ijssel als een agrarische gemeente. Herkenbaar zijn de twee kernen: het Oude Dorp met kombebouwing en het Nieuwe Dorp ('s-Gravenweg/Kerklaan) met lintbebouwing (foto KLM voor de Topografische Dienst).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek