Nijmegen in oude ansichten deel 1

Nijmegen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   dr. J.M.G.M. Brinkhoff
Gemeente
:   Nijmegen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4510-7
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nijmegen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

VERANTWOORDING

Wanneer ik mijn lezers en kijkers een collectie oude ansichten van Nijmegen wil voorleggen, moet ik mij enige beperking opleggen en tevens enige uitbreiding van het toch al rekbare begrip "oud" veroorloven. In de jaren rond 1880, wanneer de stad zich opmaakt om met sadistisch genoegen wallen en vestingpoorten te slopen en met behulp van parken en singels een gordel van groen te slingeren rond de oude stadskern als een fleurige overgang naar de nieuwe buitenwijken, gaat de ansichtenindustrie een hausse tegemoet. Iedere vernieuwing en iedere verjonging vragen een gekleurde of ongekleurde kaart, die de trotse Nijmegenaren naar hun minder bedeelde kennissen en verwanten, woonachtig buiten hun woonstad, toesturen of die de bewonderende toerist in de ontmantelde en herboren stad met hartelijke groeten naar de achtergebleven huisgenoten verzendt.

Toen ik dan met het oog op de uitgave van dit album mijn eigen kaartencollectie wilde uitbreiden en hiertoe in staat werd gesteld door de dankbaar aanvaarde bijdragen van het Nijmeegs gemeentearchief, waarvoor de gemeentearchivaris, dr. J. de Jong.en zijn assistent, dr. J. Schimmel, mijn oprechte dank verdienen, en van verschillende particuliere verzamelaars als de heren J ac. Borgers, drs. G. Lemmens, Arnold Martens en H. Muis, aan wie ik gelijke dank verschuldigd ben, kwam ik tot de bevinding, dat ik uit de thans ontstane mammoetverzameling enige honderden kaarten moest afstoten, wilde ik mij beperken tot het voorgeschreven aantal.

Naast deze "embarras du choix" deed zich een tweede moeilijkheid voor. Weinig steden in Nederland hebben in zo'n kort tiidsbestek van zeventig jaren zulk een ingrijpende gedaanteverandering ondergaan als Nijmegen, dat in luttele jaren van een "benauwde veste" met ruim 20.000 inwoners uitgroeide tot een open, riante provinciestad van 80.000 zielen in het rampjaar 1944, toen een bombardement uit misverstand en de moedwillige vernieling van een verslagen bezetter de stad in een puinhoop veranderden. Tweemaal in genoemde korte periode kreeg Nijmegen een nieuw gezicht, waarbij evenwel een essentieel verschil tussen beide vernieuwingen valt op te merken. Na de ontmanteling behield de binnenstad haar grillig stratenverloop en daarmee in wezen haar mid deleeuws karakter, terwijl de renovatie zich buiten de grenzen van de oorspronkelijke omwalling voltrok. WeI werden waardevolle historische bouwwerken onnadenkend en meedogenloos gesloopt, maar daarnaast werden erkende monumenten van geschiedenis en kunst, waaraan zelfs beroepsslopers zich niet durfden vergrijpen, liefdevol gerestaureerd.

De wederopbouw na de bevrijding zette daarentegen het mes zo grondig in de geschonden huid van de binnenstad, dat deze plastische chirurgie, mede vereist door het moderne snelverkeer, de trekken van het oorspronkelijk gelaat onherkenbaar veranderde. Niet alleen werden te nauw bevonden historische hoofdaders verbreed, maar ook het grillig net van kronkelende straatjes en gassen werd uiteengerukt om plaats

te maken voor een centraal parkeerterrein en voor rechtgetrokken straten tussen flat-kubussen. Ook het heuvelachtig terrein, charme en trots van Nijmegen, wekte weerzin bij de stadsvernieuwers, die poogden met behulp van trapjes en terrasjes heuvels te slechten en dalen te vullen.

Wanneer wij dan pogen in een verzameling geselecteerde ansichten een beeld van het oude Nijmegen te bieden, zijn wij verplicht in onze afbeeldingen de historische lijn door te trekken tot 1944, want zeker voor de jongste generatie Nijmegenaren is een ansicht, waarop een poststempel van januari uit dat jaar staat afgedrukt, niet minder oud dan een vergeelde kaart, die in januari 1890 werd verzonden. Beide "aanzichten" hebben ondanks verschillen in klederdracht van de afgebeelde wandelaars, van structuur van de zich mechanisch of met dierlijke hulp voortbewegende verkeersmiddelen en van oude en vernieuwde pan den dit caracteristicum gemeen, dat zij in wezen dezelfde gelaatstrekken bezitten van het oude "stadsgezicht", dat zich weI door een moderne make-up kan verjongen, maar waarin het oude middeleeuwse gelaat herkenbaar voortleeft.

Door straten, gassen en langs pleinen van deze stad gaan wij "tussen ontmanteling en bombardement" rondzwerven met verwaarlozing van een chronologische volgorde, omdat de tijd in de omschreven periode slechts langzaam voortschreed.

VOORBERICHT BIJ DE VIERDE DRUK

De grote belangstelling voor oude ansichten van Nijmegen heeft een vierde druk van "Nijmegen in oude ansichten" noodzakelijk gemaakt. In deze druk zijn slechts enkele wijzigingen aangebracht. Enige afbeeldingen zijn door soortgelijke van betere kwaliteit vervangen; in de tekst zijn kleine correcties aangebracht en de plattegrond van de derde druk is vervangen door een andere uit 1908, die een duidelijker beeld geeft van het verloop van straten en gassen in de oude stad.

Ik ben wederom grote dank verschuldigd aan de eigenaars van de kaarten, opnieuw voor deze nieuwe uitgave bereidwillig afgestaan, die vermeld zijn in de "Verantwoording" van de eerste druk. Aan hen, die ik dank verschuldigd ben, wil ik nog toevoegen de heer Vincent Uijen, die de verlangde ansichten en kaarten weer uit de laden van het gemeentearchief wist op te diepen.

... the spirit of Piccadilly is stronger than the street itself, you can't destroy its atmosphere. You never see a top hat now, and yet it doesn't seem to make any difference.

John Galsworthy, End of the chapter.

l"ITGA't: ',.' 1lE.

MdaiWl<lPPIJ Kantoor voor Vas', Go vc crb WAlTMANN ,), Cc

Nijmegen.

1. Het centrum van Nijmegen, vanuit het vliegtuig gezien, roept in het beeld van de compacte huizenmassa, duidelijk in vier kwartieren verdeeld door de elkaar bij de Grote Markt kruisende west-cost as van Hezelstraat-Burchtstraat en de noord-zuid as van Grotestraat-Broerstraat, de herinnering op aan de oude vestingstad, waar de inwoners tussen eng omsluitende walmuren beklemd zaten en waar de stadspoorten, waarop de hoofdstraten gericht waren, de enige uitweg boden naar het vrije veld.

K. L M.- Foto, Copyright

2. Hoog boven het grillig spel van kleurige pannendaken rijst de Stevenstoren waarin nog iedere avond, ondanks verbeten aanvallen van schaarse belagers, die ten gevolge van het rustig kalmerend gebeier een ingebeelde zenuwcrisis nabij zijn, de avondklok zijn sonore stem laat horen om de ingezetenen, die buiten de wallen vertoeven, te waarschuwen, dat klokke negen de stadspoorten onherroepelijk gesloten worden. De machtige overbuur van de renaissance-torenspits is het belfort van Pierre Cuypers' Augustinuskerk en verderop priemen de ranke neogotische torens, die de westgevel van de Canisiuskerk flankeren, spichtig de lucht in.

3. Boven de Stevenstoren zweefde in langzame statige vlucht op 13 oktober 1929 de "Graf von Zeppelin". Vanaf de daken werd het 1uchtwonder bewonderend nageoogd door vele Nijmegenaren, die toen nog niet opgeschrikt werden door het gierend voorbijschieten van een straaljager. Kalm als het Waalwater, dat onder de bogen van de spoorbrug westwaarts stroomt, koerste het luchtschip 's middags om kwart voor een noordwaarts en weerspiegelde in zijn gang de middagstille rust van een provinciestad aan de voet van de wakende toren,

4. Wie met vanuit de lucht op de stad wil neerzien maar haar bij voorkeur vanaf de Betuwse oever wil beschouwen, wordt getroffen door haar frame ligging aan de brede Waal. Tegen de heuvelrug klimmen de huizen en huizendaken in boeiend perspectief op en waar het hoogste punt wordt bereikt, verheffen zich de torens van de aloude Broerskerk, van de dekanale kerk van St. Augustinus en van de Sint Steven, de middeleeuwse moederkerk, getooid met de naam van de stadspatroon.

5. Wil men te voet de stad vanuit het noorden benaderen, dan wachte men een strenge winter af zoals in de barre eerste maanden van 1919, wanneer de baanveger de veergelden van de uitgerangeerde gierpont beurt. Maar als door Nijmegen de kreet weerklinkt:

"Feruut, d'ruut, de Waol die kruut", maakt de pont weer aanstalten zijn dagelijkse onafgebroken arbeid te hervatten ...

6 .... die hem de naam "Zeldenrust" heeft bezorgd. Dan ontfermt hij zich weer over de wachtenden bij de aanlegsteigers van de Lentse en de Nijmeegse oever. Met trots kan de Nijmegenaar vertellen, dat deze oeververbinding in eerste aanleg een vernuftige uitvinding van zijn stadgenoot Hendrik Heuck is, die in 1657 de eerste pont in de vaart bracht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek