Nuth in oude ansichten

Nuth in oude ansichten

Auteur
:   Cor Bertrand
Gemeente
:   Nuth
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0377-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Nuth in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De Zuidlimburgse gemeente Nuth kan in ouderdom wedijveren met voormalige Romeinse nederzettingen als het nabije Coriovallum (Heerlen) en het iets verder gelegen Mosae Trajectum (Maastricht). Op en in de naaste omgeving van haar territoir zijn immers tal van interessante vondsten uit de tijd van de Romeinen in de bodem aangetroffen. Restanten van maar liefst drie zogeheten villa's. Duidelijk tonen zij aan, dat dit gebied reeds minstens tweeduizend jaar geleden bewoond moet zijn geweest. Sommige historici houden het er bovendien op, dat de roemruchte veldheer Julius Caesar met zijn soldaten hier een tentenkamp heeft opgeslagen, toen hij ten strijde trok tegen Germaanse stammen. Naar hun oordeel heeft de Wijenweg of Wieëweg een schakel gevormd in de Romeinse heerbaan van Maastricht naar Brunssum, die aldaar aansloot op de voorname verbinding van Xanten naar Heerlen.

Hoe dit ook zij, de centrale ligging van Nuth heeft in het verleden meerdere keren een rol van betekenis gespeeld. Vroeger vooral in strategisch opzicht. Hertog Karel de Stoute benutte in 1474 de route Hunnecum-Nuth-Vaesrade om op te rukken naar de Rijn, toen hij de in zijn ogen onwillige Duitse keizer Frederik III een nederlaag wilde toebrengen. Een avontuur, dat voor de overmoedige hertog fataal afliep. De vestingstad Neuss kon hij niet innemen.

Ten tijde van Karel de Stoute was Nuth nog geen

zelfstandige heerlijkheid. Het maakte toen deel uit van de hoofdbank Klimmen. Pas in 1626 kreeg het een grote mate van onafhankelijkheid. In dat jaar werd Nuth verpand aan Steven van Eynatten, heer van slot Reijmersbeek. Zijn bestuursmacht over de toenmalige bewoners van Nuth werd op 26 december 1626 plechtig bekendgemaakt door de luitenantdrossaard van Valkenburg, Frederik van Randenraeth. Bijna vier eeuwen voor dit historische feit, in 1262, kwam de naam Nuth voor het eerst in een officieel document voor. Blijkens dit stuk zou Adam ridder van Nutta toen als scheidsrechter hebben gefungeerd bij een conflict over het eigendomsrecht van het landgoed Raar. Die ruzies waren eertijds in het huidige zuid-Limburg schering en inslag, omdat deze streek uiteenviel in een enorm aantal mini-staatjes, waarvan de heren elkaar elke vierkante meter grond betwistten.

Zoals gezegd, de situering van Nuth was en is erg goed. Mede dank zij dit feit heeft deze gemeente, vooral na de Tweede Wereldoorlog, een opmerkelijke groei doorgemaakt. Schommelde het aantal inwoners van 1830 tot 1910 rond de veertienhonderd, in 1916, stellig onder invloed van de opkomst van de mijnindustrie, kon de tweeduizendste inwoner worden ingeschreven. Vijf jaar later reeds de drie duizendste en kort daarop, in 1927, de vierduizendste.

Wie dacht, dat het inwonertal van Nuth na de sluiting

van de mijnen zou teruglopen, is bedrogen uitgekomen. Het tegendeel is het geval. Het bevolkingscijfer van 1927 is inmiddels namelijk meer dan verdubbeld. Stellig omdat Nuth een aantrekkelijke vestigingsplaats is voor handel en industrie. Diverse bedrijven en groothandels zijn er om dit te bewijzen. Gelukkig is het groeiproces niet al te onstuimig verlopen, zodat deze gemeente tevens een fijne plaats is om te wonen. Deze combinatie van woonoord én centrum van commercie, gelegen aan een knooppunt van wegen en aan een spoorlijn, verklaart waarom het Nuth uit grootmoeders tijd danig van aanzien is veranderd.

Toen had men weinig of geen zorgen om uitbreidingsplannen en kende men geen milieuproblemen en woningbouwperikelen. Kort voor en na de eeuwwisseling was Nuth een landelijk dorp, waarvan de ingezetenen meeleefden met het wel en wee van de schutterij en de harmonie. Voornaamste onderwerp van gesprek vormden de typisch Limburgse "vreigelarijtjes" binnen bepaalde verenigingen of plaatselijke ruzies, naar het voorbeeld van de bijna zestigjarige strijd tussen het gemeente- en het parochiebestuur over het bezit van de kosterswoning annex kapelanie. Veel van het antieke Nuth is opgeofferd moeten worden aan de eisen van de hedendaagse tijd, soms zonder absolute noodzaak. Verdwenen zijn heerlijk romantische weggetjes, fijne vakwerkhuisjes en monu-

mentale panden, maar daarmee is niet gezegd, dat het gemeentebestuur in de naoorlogse periode geen gevoel heeft gehad voor het verleden. Diverse historische bouwwerken als kastelen, landhuizen en boerderijen zijn bewaard gebleven en het werk van verdienstelijke inwoners als de medicus-botanicus A. de Wever of de musicus H. Hermans is piëteitvol herdacht in straatnamen en eretekens.

Voor wie wil weten hoe Nuth er een halve eeuw of langer geleden uitzag, is dit fotoalbum bedoeld. Het kwam tot stand dank zij de medewerking van tal van bejaarde inwoners van Nuth, die oude foto's afstonden aan fotograaf Jacques Vinken of die waardevolle informaties verschaften over vroegere toestanden. Dank zij hun bereidwillige hulp kon de heer Vinken een aardige verzameling oude ansichten aanleggen. Zonder zijn enthousiaste medewerking en die van zijn huisgenoten zouden wij nooit in staat zijn geweest om dit boekje samen te stellen. Wij zijn Jacques Vinken en zijn huisgenoten erg erkentelijk voor hun geweldige assistentie.

Aan onze goede vrienden, drs. H. Schmedding, oudburgemeester van Nuth, en journalist Jan-Willem van Besouw dragen we dit fotoboekje op, aangezien wij door beider toedoen een grote sympathie hebben opgevat voor Nuth. Vroeger én nu een fijne heerlijkheid!

1. Vóór 1922 moest Nuth het met dit kleine, maar alleszins schilderachtige kerkje doen. Het was niet het eerste godshuis ter plaatse. Reeds in 1690 stond hier een kerk, waaraan voortdurend herstelwerkzaamheden moesten worden uitgevoerd, die behoorden te worden bekostigd door de heffer van de tienden, het kapittel van Aken. Dat voelde daar weinig voor, maar het werd uiteindelijk verplicht om in 1763 te zorgen voor de bouw van deze kerk. Diverse parochianen verrichtten hand- en spandiensten à raison van vijf gulden voor drie uur hard zwoegen.

2. Het uit 1763 stammende kerkje van Nuth bleek in 1921 veel te klein. Het moest hoognodig worden verbouwd. Pastoor C.I. Ritzen, die in 1921 naar Nuth kwam en aldaar tot 1942 werkzaam was, pakte het werk aan. Het oude middenschip werd met zijbeuken en een nieuw priesterkoor uitgebreid. Architect was N. Ramakers uit Sittard, aannemers waren de gebroeders August en Hub Geraerds uit Nuth. Kort voor het gereedkomen van de bouw (Pasen 1923) werd deze foto gemaakt van pastoor Ritzen, kapelaan Riga, burgemeester H. Beekers en alle werkers, onder wie, op het dak, Hub Kusters en timmerman Holtus.

3. Kort na de ingebruikneming van de sterk vergrote St.-Bavokerk werd deze interieurfoto gemaakt. Zij dateert van 1923. Door toedoen van architect Ramakers werd het priesterkoor gemarkeerd met een laat-gotisch, monumentaal kruis, dat vroeger in een achteraf-nis stond opgesteld. De uiteinden van de kruisbalken bevatten de symbolen van de vier evangelisten.

4. Op grootse wijze heeft Nuth in 1923 het gereedkomen van de verbouwing van de St.-Bavokerk gevierd. Een van de hoogtepunten was een optocht van alle plaatselijke verenigingen, waarin maquettes werden meegevoerd van de kerk vóór en na de verbouwing. De stoet werd geformeerd bij het niet meer bestaande station van Nuth aan de in 1896 aangelegde spoorlijn Heerlen-Sittard. De maquettes waren vervaardigd door ir. Karel Herbers, een van de voormalige bewoners van huize "De Dael".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek