Oisterwijk in oude ansichten

Oisterwijk in oude ansichten

Auteur
:   P.J.M. Wuisman
Gemeente
:   Oisterwijk
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1824-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oisterwijk in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

door P.].M. Wuisman

ZALTBOMMEL

W~OEN

OEKJE

ISBN1 0: 90 288 1824 3 ISBNI3: 978 90 288 1824 8

© 1970 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2009 Reproductie van de derde druk uit 1997

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

INLEIDING

Het Oisterwijk uit de tweede helft van de 19de eeuw was een stadje, dat zich langzamerhand ging onttrekken aan de funeste gevolgen van een meer dan twee eeuwen durend verval. In de late middeleeuwen immers kende Oisterwijk een grote bloeiperiode. Meer dan 500 weefgetouwen waren in het stadje het symbool van een laken- en wolnijverheid, die de belangrijkste bron van inkomsten betekende, terwijl een veertigtal brouwerijen een niet te verwaarlozen factor vormde voor de welstand van Oisterwijk en haar bewoners. Rampen in de vorm van plundering en brandschatting tijdens de Tachtigjarige Oorlog leidden de peri ode van verval in, die in 1648, nadat Brabant een Generaliteitsland werd, aanhield ten gevolge van geestelijke onvrijheid en materiele achteruitgang. Eerst in de Franse tijd kon Oisterwijk zich allengs gaan ontdoen van deze belastende en groei-beperkende factoren.

De vrijheidsboom, die men thans nog op de Lind kan zien, is daar destijds in 1795 bij de komst van de Fransen met reden geplant. Toch duurde het nog tot 1850 eer Oisterwijk het bevolkingscijfer van 2000 bereikte, het aantal dat het reeds in de 15de eeuw had gehad. Van de oude wolnijverheid bleek in dat jaar niets meer

overgebleven. Slechts een enkele brouwerij was nog in werking. Het belangrijkste middel van bestaan was de landbouw, die voornamelijk rogge, haver en boekweit opleverde. In opkomst was echter een andere tak van nijverheid, de leer- en schoenindustrie. Omstreeks 1870 waren er in Oisterwijk een dertigtal - meest kleine - leerlooierijen, die zich bijna aIle concentreerden in de omgeving van de Voorste stroom. In het water van dit riviertje werden de huiden gespoeld en er waren perioden, dat er meer dan 50.000 huiden in de stroom gespannen waren. Het eigenlijke schoenmaken was veelal thuiswerk. De schoenmakers leverden per week een bepaald aantal schoenen aan de leerfabriekjes af. Werd het kwantum niet bereikt - en soms weI om mind ere reden - dan volgde ontslag en armoede. Oat dit spanningen gaf in de kleine gemeenschap, die Oisterwijk destijds was, Iigt voor de hand. Toen omstreeks 1890 de eerste machines in de leer- en schoenindustrie in gebruik werden genornen, kon dit slechts de moeilijkheden vergroten.

Uitbarstingen, zoals in 1895 na een lotingschandaal, mogen dan ook gerekend worden tot de sociale woelingen, waaraan het einde van de vorige eeuw alom zo

rijk was.

Nadat Oisterwijk voor de buitenwereld meer ontsloten werd door de bestrating van de wegen naar Udenhout, Haaren, Moergestel en Enschot, maar vooral na de aanleg van de spoorlijn van Tilburg over Oisterwijk naar Boxtel in 1865, werd het stadje en haar omgeving meer bekend en als gevolg daarvan woonplaats voor de betergesitueerden uit Tilburg en omstreken. Langzaam steeg het bevolkingscijfer. De bebouwde kom echter had nog steeds de oude grenzen: het Lindeind, de Voorste stroom, de weg naar Moergestel en de straten langs de spoorlijn. Verder lagen verspreide boerderijen en huizen langs de uitvalswegen en in de buurtschappen Kerkhoven en Kleine Rei.

Een groeiende bevolking vraagt andere voorzieningen. In 1894 werd de oude - te klein geworden - Petruskerk afgebroken en vervangen door het bouwwerk van Cuypers, dat het silhouet van Oisterwijk nog steeds beheerst. Enige jaren later werd het oude raadhuis vervangen door het huidige. Aan de Udenhoutse weg kwam een tehuis voor bejaarden en zieken. De school en het Fratershuis aan de Kerkstraat verschenen en het pensionaat van Catharinenberg werd uitgebreid en

verbouwd. De Koninklijke Harmonie "Asterius" liet een eigen kiosk bouwen aan het Lindeind en in de Stationsstraat verrezen de gebouwen van de N.C.B. afdeling Oisterwijk en van de Oisterwijkse Kunstkring. Vooruitziende plaatsgenoten waren zich bewust van de mogelijkheden van het stadje. Frits Holleman had zich teweer gesteld tegen het rooien van de oude Lindeboom en de vrijheidseik, terwijl hij de strijd begon tegen de vervuiling van de Voorste stroom. Kapelaan N. A. J. Huybers stimuleerde de kunstzin door o.a. de oprichting van de Kunstkring en het Openluchttheater en George Perk stond in 1909 aan de wieg van de V.V.O., de Vereniging voor Vreemdelingenverkeer in Oisterwijk.

Deze laatste vereniging sloeg alarm toen in 1911 vele hectaren van de Oisterwijkse bossen dreigden te verdwijnen. Een landelijke actie, waarbij vooral de "Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland" een grote rol speelde, wist de voorgenomen verkaveling van de bossen en de verkoop als mijnhout van de bomen rond de Hondsberg en Speyk te voorkomen. Deze landelijke actie gaf de eerste stoot aan het toerisme. Velen wilden met eigen ogen zien, waarvoor

men gestreden had; ze kwamen naar Oisterwijk en ... bleven er komen. Nog groter bekendheid kreeg Oisterwijks mooie omgeving, toen militairen uit het gehele land hier werden gelegerd tijdens de mobilisatiejaren 1914-1918.

Oisterwijk werd een toeristenplaats voor velen, die hier hun zomervakanties gingen doorbrengen. Langs de bosrand en aan de Gemullehoekenweg verrezen verschillende hotels, zoals met name het riante "Bosch en Ven". En voor hen, die zich definitief in Oisterwijk wilden vestigen, ontwierp men villaparken als "Oisterwijk Hoog" aan de Heusdense baan, "Waldemar" nabij de Hondsberg en "Klompven", rond de in 1919 gegraven vijver van diezelfde naam.

Over de Voorste stroom ontstonden woonwijken als "de Boomgaard" en .Lindepark".

Het bevolkingscijfer steeg van ongeveer 3500 in 1880 tot bijna 6500 in 1930.

In vijftig jaar groeide uit het opkomende woelige industriestadje een zelfbewust toeristenoord en een veel gevraagde woonplaats.

"Oisterwijk in oude ansichten" hoopt de lezer en kijker in de volgende pagina's een beeld te geven van het

stadje tijdens de hierboven beschreven periode. De afbeeldingen zijn geplaatst in de volgorde van een wandeling, die op de Lind aanvangt, de lezer vervolgens voert door de oude kom van de plaats en hem meeneemt naar de bossen en vennen. Na een bezoek aan de nieuwe villabuurten belandt men tens lotte weer op de Lind. Dat tijdens deze wandeling een der schilderachtige boerderijen van het buurtschap Kerkhoven niet kan worden bezocht, moet men wijten aan een gebrek aan goede afbeeldingen van deze buurtschap uit de gevraagde peri ode.

Waar in de verklarende tekst huisnummers zijn opgegeven, werd de huidige nummering gebruikt. De foto op pagina 34 werd afgestaan door de heer J. A. G. Vlaminckx te Oisterwijk. De afbeeldingen op pagina 24, 28,31,32,39,41 en 70 zijn afkomstiguit de verzameling van de heer W. de Bakker te Oisterwijk, die ook verschillende hier gebruikte gegevens verstrekte. De overige ansichtkaarten en foto's berusten in de verzameling van de gemeente Oisterwijk.

1chl eeueen eude Lindenboem Ie Gislerwijk

De enige herinnering aan de vroegste tijden van Oisterwijk is de oude lindeboom achter het gemeentehuis. Hoe oud precies deze boom is, kan niemand met zekerheid vaststellen, doch reeds in 1388 werd de linde al vermeld. Bij een brand in dat jaar werd de boom gedeeltelijk aangetast door de vlammen. Ret kon echter de groei van de linde niet tegenhouden en in de l7de eeuw had de kruin zo'n omvang, dat er een heel regiment voetvolk onder kon schuilen.

De kapel van O.L. Vrouw ter Linde ontleende haar naam aan de oude boom en was in de middeleeuwen een bekend bedevaartsoord, waarin het beeld "Maria Vreugderijke" werd vereerd. De kapel brandde in 1583 af, doch werd in 1604 herbouwd. Na de vrede van Munster in 1648 werd het bedehuis gesloten voor de eredienst en gebruikt als Latijnse school en raadhuis. Het Mariabeeld werd gedurende enige eeuwen bewaard in een nabij gelegen woonhuis, vanwaar het eerst in 1910 werd overgebracht naar de Petruskerk.

9

10

Het oude raadhuis onderging in 1728 een grondige verbouwing. Ook in de 19de eeuw werden nog enige verbeteringen aangebracht. De benedenverdieping was in gebruik bij de politie en een hok onder de trap werd arrestantenlokaal. De bovenverdieping was ingericht als gemeentesecretarie en raadszaal. Voor dit raadhuis werd in 1795 bij de komst van de Fransen een vrijheidseik geplant, die er thans - als enige in ons land - nog altijd staat.

Achter het oude raadhuis werd aan het eind van de vorige eeuw het huidige Oisterwijkse gemeentehuis gebouwd. Een gedenksteen aan de voorzijde herinnert nog aan de opening in 1899 door burgemeester H. van Beckhoven. Architect was L. W. Schoonenberg, aannemer C. Mutsaerts. Het oude raadhuis werd in 1900 afgebroken.

11

Oisterwijk.

Raadhui~. .

12

Het nieuwe raadhuis in de mobilisatiejaren 1914-1918. Het 20ste regiment Infanterie van het veldleger was in deze streken gelegerd. Bij de ontploffing van een munitietrein in 1944 werd ook het gemeentehuis zwaar beschadigd. Bij de daaropvolgende restauratie in 1946 verdween het oude torentje om plaats te maken voor de spits, die we thans kennen. Op de achtergrond de oude, in 1929 afgebroken kiosk, oorspronkelijk eigendom van de Koninklijke Harmonie .Asterius", later aangekocht door de gemeente,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek