Oldenzaal in oude ansichten deel 1

Oldenzaal in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.H. Molkenboer
Gemeente
:   Oldenzaal
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3301-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oldenzaal in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De opdracht luidt: .Laat eens war oude briefkaarten en toto's van Oldenzaal zien uit de periode van 1880 tot 1925 en vertel er wat bij".

Een welkome aanleiding om, naast de vele uiteenlopende artikelen, die reeds over Oldenzaal zijn gepubliceerd, nu wat in beeld te brengen. Bij veel ouderen zal het bekijken van deze afbeeldingen herinneringen aan vroeger dagen oproepen, toen iedereen elkaar bij naarn en toenaam kende. Voor jongeren kan het interessant zijn te weten, hoe de oude Boeskoolstad er zo'n honderdjaar geleden uitzag.

Een kaartje uit 1867 vertelt ons, dat op enkele uitzonderingen na, de meeste huizen nog "binnen de wallen" stonden, De vroegere vestingstad was nog lang niet volgebouwd.

Eens een landbouwplaatsje met huizen, voorzien van grote schuurdeuren en houten gevels, de straten geplaveid met grote veldkeien. In de winter, als het boerenbedrijf stil lag, werden de mesthopen netjes opgesta-

peld, zodat ze bij veel eigenaren een gedeelte van de ramen bedekten. De grootte van de mesthoop was de maatstaf van de welstand en de ijver, waarmee de bewoner zijn bedrijfuitoefende.

AIleen hoofdstraten, d.w.z. de straten, die de verbinding vormden tussen de drie stadspoorten (de Steen-, Deurninger- en Bisschopspoort), werden des avonds verlicht, De oude, grote olielantaarns, die, aan touwen van gevel tot gevel gespannen, midden boven de straat hingen, werden slechts van de kermis (eind september) tot Pasen ontstoken. De bewoners der achterstraten bleven nog tot midden vorige eeuw van aile straatverlichting verstoken.

De eerste en voornaamste bron van inkomsten was de landbouw. Daarnaast versehafte de textielnijverheid aan velen, vooral des winters, werk als handwever. In geen boerenhuis in Twente ontbrak omstreeks 1850 de weefkamer met een of meer weefstoelen.

Velen gingen met zeis en hooivork naar Holland, om

daar bij de hooioogst te helpen. Of, "wanneer de heme! blauw werd", als stratenmaker naar vele windstreken te trekken. Zo lazen we in een verslag uit 1920 van de Heer H. J. Hommels "Oldenzaal in het midden der vorige eeuw",

Het beeld van Oldenzaal is ingrijpend gewijzigd. 01denzaal herdacht in 1949 op feestelijke wijze de 700 jaar stadsrechten en 900 jaar marktrechten. Men bleef niet leven in het verleden. Al kreeg de gemeente menige tegenslag te incasseren, men pakte aan. N ieuwe industrie-terreinen bleken al spoedig te klein en werden uitgebreid. Ieder jaar neemt het aantal woningen aanzienlijk toe. De bevolking steeg van 3218 (in 1860) tot 22.400 (1969), de oppervlakte van 169 H.A. (in 1876) tot 1502 H.A. (1955).

Het open haardvuur met de .wenzoele'' heeft plaats gemaakt voor centrale verwarming. Voor de verhalen in huiselijke kring rand het walmende schaddenvuur zijn de uitzendingen van het .Jciekkaske", de T. V.,

gekomen.

In het zandstenen bordes van de koepel op de Tankenberg staat een gedicht gebeiteld, dat de Heer J. Weeling, rector van het gymnasium te Oldenzaal, de vorige eeuw maakte, en dat ook nu nog kan gelden voor vandaag en morgen. Dit gedicht begint met:

"Is 't alles wisseling, waar we ook onze oogen wenden; De tijd bouwt weder op, terwijl zijn hand verstoort, Hier golfde eens de zee, waar nu de akkers tieren, En uit vermolmd gebeent' kwam nieuwe groeikracht

voort",

De in dit boekje geplaatste afbeeldingen zijn hoofdzakelijk afkomstig uit het gemeentearchief en uit het archief van het Historisch Museum "Palthe Huis" te Oldenzaal.

Waarschijnlijk is dit de meest nauwkeurig uitgevoerde plattegrondtekening van de vroegere vestings tad, in J 626 vervaardigd door Blaeu. Aan het stratenplan is tot op heden nagenoeg niets veranderd, aileen is de Ganzenmarkt later ontstaan. De laatste overblijfselen van de grachten verdwenen omstreeks 1925.

5

1'1I0"1:>('It; On:RIJSSEI..

: 1-ZF f: If

~ t:""" t. 1/ S .

,1/-1-;".-

, ou. J.-I-I._"~_I .~"""/J.I"~J...,J"I_

~ ,,"'mi .? !',., .k, ??.? ,..-.-,. ,. A.--M-.

? A ·'M. "" r'-- _ (ft.,/.. -.J,

'-I

K"If."w,,'! /I.,L-s'll

Zo zag de plattegrond van Oldenzaal er 100 jaar gel eden uit, de meeste huizen nog binnen de vroegere stadsmuren, terwijl de grachten gedeeltelijk aanwezig zijn, Enkele textielbedrijven en de beide stadsbleken bevonden zich in de nabijheid van deze grachten. De Spoorweg-rnaatschappij Almelo-Salzbergen, in 1862 opgericht, kwam in 1865 in exploitatie. Het station Oldenzaal, dat zich in de gemeente Losser bevond, was uitsluitend voor Oldenzalers bereikbaar over de "Kunstweg naar Enschede".

De Bisschopspoort, met links de Kloosterstraat. In het torentje hangt een klok, afkomstig uit het St.-Agnes Clarissen klooster, gegoten in 1483 door Gerard van Wou. Door de poort heen ziet men de smederij Siemerink (wegens brandgevaar moesten smederijen zich buiten de poorten bevinden). De Steen- en Deurningerpoort werden in 1837 en 1863 afgebroken, de Bisschopspoort volgde in 1865. (foto van een tekening van Joost van den Bogert).

8

"Achter de muren" (later Vestingstraat), genoemd naar de vestingmuren, waartegen de "Muurhuyskes" waren gebouwd. Huizen met vakwerk, veldkeien bestrating ("kinderkopkes"). Opname van omstreeks 1898.

De Lindeboomstraat (nu Langestraat), gezien uit de Hofstraat in 1903. Viering van de gouden bruiloft van de "Duizendspier".

9

10

Overblijfsel van een vestingmuur nabij de Steenpoort in 1901. De laatste resten van deze muur, waartegen cafe de Steenpoort (Steggers N ijland) was gebouwd, verdwenen in 1966. Tijdens een onderzoek in laatstgenoemd jaar bleek een gedeelte van de fundering van de Steenpoort nog aanwezig te zijn.

Gedeelte van de vroegere stadsgracht "de Bonkenberg", die in 1906 reeds flink was dichtgegroeid, bij de Prossinkhof. De buitengrachten waren indertijd gemiddeld 18 meter breed. Geleidelijk aan zijn de grachten gedicht. Het langst bleef een gedeeIte van de Bonkenberg bestaan, die tenslotte in 1925 werd gedempt.

II

12

Winterfoto uit 1896. De weg links is de Hofrneyerstraat, het pad reehtuit loopt in de riehting van de Seholtendijk. Reehts is een deel ziehtbaar van de brug over de Bonkenberg, links bevindt zieh de bevroren Kattengraven ("Jammerdal"), nu de Bleekstraat. Het laag gelegen huisje, o.m. bewoond door Jan Damink (Pletten Jan) werd aangeduid als "Doamink in de laegte".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek