Oosterhout in oude ansichten

Oosterhout in oude ansichten

Auteur
:   J.M.H. Broeders en G.J. Rehm
Gemeente
:   Oosterhout
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4647-0
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oosterhout in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door

IoMoHo Broeders en

o.r. Rehm

streekarchivarissen in de kring Oosterhout

Tweede druk

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXXVIII

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 4647 6 ISBN13: 978 90 288 4647 0

© 1968 Europese Bib1iotheek - Zaltbomme1

© 2009 Reproductie van de tweede druk uit 1988

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfihn of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schrifte1ijke toestemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: pub1isher@eurobib.n1

INLEIDING

In de periode 1870-1940, waarvan in dit boekje beelden worden getoond, hebben zich te Oosterhout tal van wijzigingen voorgedaan op sociaal, economisch, kerkelijk en cultureel gebied. De gemeente veranderde in die tijd grotendeels van aanzien, vooral de binnenstad kreeg meer en meer een werkelijk stedelijk karakter. De Kerkstraat, die in 1870 nog veel gesloten huizen kende, onderging een metamorfose tot winkelstraat. Aan de Heuvel maakten verschillende lage woningen plaats voor hogere panden; aan de Markt verrezen vele nieuwe pan den en ook de Arendstraat kreeg een ander uiterlijk.

Het aantal inwoners nam van 9022 in 1870 tot 16.951 in 1940 met ruim 87% toe. Onder die aantallen zijn de voornamelijk agrarisch gebleven kerkdorpen Dorst, Den Hout en Oosteind meegerekend, maar het zwaartepunt van de groei lag in Oosterhout-stad.

Onder invloed van malaise en crisis in deze eeuw, die grote werkloosheid veroorzaakten, hield de volkswoningbouw geen gelijke tred met de ontwikkeling op ander gebied. Reeds lang voor 1940 werd de kiem gelegd voor het grote naoorlogse krottenprobleem. De woningbouw door particuliere beleggers en de beide woningbouwverenigingen .Leijten'' en "Sint Jan de Doper" beperkte zich tot gemiddeld 25 huizen per jaar. Enkele straten kregen een aaneengesloten bebouwing zoals St.-Josepb-, St.-Vincentius- en St. Antoniusstraat, Middellaan, Seer. Lukwelstraat, Bakker-, Gas- en Willemstraat en ten gevolge van de aanleg van het Wilhelminakanaal de Koningsdijk. De meeste

straten waren in 1870 al voorzien van trottoirs. De verlichting geschiedde sedert 15 oktober 1860 met gaslantaams vanuit de gasfabriek van F.J. Smits. Deze fabriek werd in 1880 een gemeentelijk energiebedrijf.

Tijdens de mobilisatie van 1914-1918 is de gasverlichting door een elektrische vervangen.

Ondanks vele pogingen van het gemeentebestuur kreeg Oosterhout geen station aan de spoorlijn Breda-Tilburg, die in 1863 in gebruik genomen werd. Aanvankelijk was er wei een halte te Dorst.

Voor personenvervoer was men aangewezen op de diligences Breda-Geertruidenberg en Breda-Oosterhout, die resp. een- en tweemaal daags heen en weer reden.

Het goederenvervoer geschiedde met paard en kar door enige voerlieden. Verder was er nog een stoombootdienst op Rotterdam en via Utrecht op Amsterdam vanuit de oudehaven.

Een meer geregelde verbinding met Breda kwam op 26 september 1880 tot stand, toen de eerste stoomtram van Breda-Station naar Oosterhout reed. Deze lijn, geexploiteerd door de Zuider Stoomtramweg Mij., kreeg reeds in 1881 een verlenging tot Geertruidenberg en Dongen. In 1934 werd de tram uit de dienst genomen; sedertdien onderhouden autobussen van de BBA de verbindingen met omliggende gemeenten. Al eerder bestond er een busdienst Oosterhout-Made v.v.

In 1870 was de Grote of Sint Janskerk nog de enige parochiekerk in Oosterhout-stad, maar reeds toen maakten ve-

len gebruik van de noodkerk, die de paters Jezuieten in 1859 in de Gasthuisstraat hadden ingericht. Deze noodkerk is in 1881 door de huidige kerk vervangen. In dezelfde tijd onderging de Sint Jan een vergroting door de aanbouw van zijbeuken.

Ook in de kloosterkapel van Sint Catharinadal gingen vele omwonenden ter kerke. Deze was daarvoor eigenlijk te klein, daarom bouwde men naast het klooster een grotere kerk, die in 1903 in gebruik genomen werd.

Pas in 1906 besloot het bisdom tot oprichting van een tweede parochiekerk namelijk voor de buurtschap de Voorhei met Zandheuvel, Hoogstraat en Leijsenstraat. De inwijding van de Sint Antoniuskerk aan de Hoogstraat vond plaats op 13 mei 1908.

De derde parochie kwam tot stand in 1920. Voor deze H. Hartparochie werd de Jezuietenkerk in de Gasthuisstraat op 16 september 1920 in gebruik genomen, nadat het bisdom deze met de andere bezittingen van de paters had gekoeht. Het van 1810 daterende kerkgebouw van de Hervormde Gemeente aan de Rulstraat heeft de groei van het aantalleden kunnen opvangen.

De Israelitische Gemeente stichtte in 1866 een synagoge in de Sint Janstraat, maar tegen de eeuwwisseling was het aantal leden dermate geslonken, dat tot verkoop van het kerkgebouw besloten moest worden. Het is daama tot winkelpand verbouwd.

In de nabijheid van het sedert 1647 alhier gevestigde Norbertinessenklooster verrezen in het begin van deze eeuw

nog twee kloosters. De zusters Benedictinessen kochten in 1901 een leegstaande kostschool aan de Zandheuvel en lieten deze tot klooster verbouwen; de paters Benedictijnen betrokken in 1907 hun nieuw gebouwd klooster aan de Hoogstraat. Zowel de Benedietinessen als de Benedictijnen vonden hier een toevlucht, nadat zij door de Franse Wet op de Vereniging van 1901 genoodzaakt waren hun abdijen te Wisques te verlaten.

Voor het lager onderwijs bestonden er in 1870 in de gehele gemeente vier openbare en vier bijzondere scholen. In 1920 voor de inwerkingtreding van de Lager Onderwijswet was het aantal bijzondere scholen tot zes toegenomen. Tien jaar later waren er een open bare en twaalf bijzondere scholen voor lager onderwijs en een jongens- en een meisjes-ulo. De bijzondere meisjesscholen in de binnenstad stonden onder leiding van de zusters uit het moederhuis te Dongen, die zich in 1856 in de Rulstraat vestigden. Het onderwijs aan de scholen van de St.-Vincentiusvereniging was opgedragen aan de broeders van Huijbergen. De tekenschool, opgericht in 1869, werd in 1883 ondergebracht in een deel van de voormalige marechausseekazerne aan de Grote Braak. Een ambachtsschool opende haar poorten in december 1919 in de oude tekenschool, maar kon reeds in april 1920 het daartoe aangekochte huis van dr. Sluijters aan de Heuvel betrekken.

Op cultureel gebied waren er verschillende verenigingen. De Harmonie zorgde voor vertier in de zomermaanden; 's winters waren het merkwaardig genoeg de handboog-

sehutterijen Willem Tell en Soranus en het oude handbooggilde St.-Sebastiaan, die met hun toneeluitvoeringen ontspanning braehten.

De Liedertafel Apollo was geen lang leven besehoren, maar haar opvolgster Aurora, opgericht in 1881, kan bogen op een roemrijk verleden. Ook de Societeit De Eendragt droeg sinds 1841 het hare bij door het regelmatig openstellen van haar praehtige tuin aehter het societeitsgebouw in de Kerkstraat voor het geven van eoneerten, waarvan vele door militaire muziekkorpsen.

Het gezelligheidsleven eoneentreerde zieh voornamelijk in de Societeit en in Hotel De Koppelpaarden. Dit hotel besehikte naast vergaderzalen over een eoneertzaal en een fraaie 1,5 ha grote tuin, waarin een muzieksehelp en een visvijver.

Andere bekende bedrijven waar regelmatig uitvoeringen en voorstellingen gegeven werden waren het Neerlandseh Koffiehuis aan de Markt, de Beurs in de Klappeijstraat en het Hof van Holland aan de Leijsenhoek.

Oosterhout was een gezellige stad, waar men op het gebied van feestvieren van wanten wist. Tal van evenementen, zoals landbouwtentoonstellingen, jubilea van verenigingen, sehietwedstrijden en Oranjefeesten trokken vaak bonderden, soms zelfs duizenden bezoekers uit de omtrek en van ver daarbuiten.

Het verenigingsleven bloeide. Vele verenigingen op allerlei gebied bestonden of bestaan nog: het zijn er te veel om op te noemen.

Hoogtepunten waren het bezoek van koning Willem III in 1870 en van koningin Wilhelmina in 1916. De Koning 10geerde aeht dagen in De Koppelpaarden. Van hieruit bezoeht hij de plaatsen waar hij gedurende de Belgisehe Opstand 1830-1839 geweest was.

Koningin Wilhelmina bracht een bezoek aan het hoofdkwartier van het veldleger, dat tijdens de Eerste Wereldoorlog te Oosterhout was gevestigd. De hier gekantonneerde militairen in de jaren 1914-1919 vormden voor de middenstand een bron van inkomsten. Vele verbouwingen en vernieuwingen van winkelpanden in die periode getuigen daarvan.

Grote industrieen bestonden er in het midden van de vorige eeuw nog niet. De leder- en sehoenindustrie kwam toen op, waarvan de laatste aileen ambachtelijk werd uitgeoefend. De eeuwenoude Oosterhoutse nijverheid, de steen- en pottenbakkerijen, raakte in verval, rond 1900 was er bijna niets meer van over. Werkgelegenheid schiepen de beide beetwortelsuikerfabrieken te Statendam en aan de Groenendijkse haven, respectievelijk gesticht in 186i en 1871. Maar meer nog de Margarinefabriek van Verschure, in 1875 aan het Waterlooplein opgericht en in 1893 overgeplaatst naar nieuwbouw in de Torenstraat.

Zij werden opgeheven in de eerste decennia van deze eeuw, evenals de bierbrouwerij aan de Bredaseweg, die in 1901 aldaar gebouwd is.

De aanleg van het Wilhelminakanaal verschafte weer velen werk. De eerste aanbesteding yond plaats in 1909; het

kanaal was in 1913 van Geertruidenberg tot Oosterhout en in 1919 tot Tilburg gereed. Het werd in 1923 in zijn geheel voor de scheepvaart opengesteld.

Langs het kanaal vestigden zich al spoedig enige bedrijven voor de bereiding van zeemleer en textiel en de betonindustrie. Oudere bedrijven in de binnenstad waren de Koekfabriek van De Hoog en de suikerwerkfabrieken van Van Gils en Aarden, lang ook kende Oosterhout enige sigarenfabrieken,

Oosterhout was de hoofdplaats van het gelijknamige kanton. Het kantongerecht was ondergebracht in het raadhuis aan de Heuvel. Het werd opgeheven om bezuinigingsredenen op 1 januari 1934. Ook op ander gebied bezat de stad een centrumfunctie: zij was onder andere de zetel van een Kamer van Koophandel en van een Gezondheidscommissie, waaronder meer gemeenten ressorteerden.

Dank zij de medewerking van de hieronder genoemde instellingen en personen werd de samenstelling van dit boekje mogelijk gemaakt. Bewust hebben wij gekozen voor zoveel mogelijk topografische afbeeldingen, die straatsgewijze zijn bijeengebracht. De beschouwer kan als het ware een rondwandeling door oud Oosterhout maken, waarbij de veranderingen in het stadsbeeld in de loop der jaren op aanschouwelijke wijze worden getoond.

Achterin zijn nog enkele foto's van gebeurtenissen uit de behandelde periode ter completering opgenomen.

Tot onze spijt moesten wij ons tot de stad beperken, omdat van de kerkdorpen Den Hout en Oosteind ondanks vele nasporingen geen oude prentbriefkaarten achterhaald konden worden.

Dank brengen wij aan ondergenoemden voor het zo bereidwillig afstaan van de ansichtkaarten, die voorkomen op de achter hun naam vermelde fotonumrners: mejuffrouw G. Dorenbosch te 's-Hertogenbosch: 12,21,30,89, 109,115 en 130.

De dames Vroemen te Oosterhout: 94 en 138. De heer Ph. de Bodt te Oosterhout: 79.

De heer dr. F.A. Brekelmans, oud-gemeentearchivaris van Breda: 110 en 127.

De heer H.M.M. Briaire te Oosterhout: 80 en 85. De heer C.A. Huijben te Oosterhout: 2 en 45.

De heer F. Kimmel, conservator van het Stedelijk Museum te Breda: 4, 7,14,32,33,35,55,62,64,65,90,102, 105,111,116,118,124,135 en 139.

De heer J. Oomes te Oosterhout: 77.

De heer H. Tielemans te Oosterhout: 76, 86, 108, 113, 114 en 132.

De overige ansichtkaarten en foto's zijn aile afkomstig uit het gemeentearchief van Oosterhout, waarvan er vele zijn verkregen door een schenking van mevrouw J. van der Vaart-van Loon te 's-Hertogenbosch.

Panorama vanaf St'Janstoren. Oosterhout.

1. Gezicht in de Leijsenhoek circa 1912. Op voorgrond links De Hoog's Koekfabriek. Op de achtergrond links het St.-Josephgesticht.

2. Gezicht in de Klappeijstraat circa 1904. Op de achtergrond rechts de Hoge Molen aan de Tilburgseweg. Ret hoge (witte) huis op de achtergrond in het midden werd voor Ant. van der Aa in 1902 gebouwd in de Kloosterstraat. Op de volgende afbeelding hierbij de drukkerij Van der Aa.

Oosierhoui - VOffelvlucht {Zuidzijde)

3. Nagenoeg hetzelfde beeld omstreeks 1925. Op de achtergrond links de St.-Antoniuskerk. Let op de verbouwde winkelhuizen aan de Markt.

Oosterhout Vogelvludlt

4. Gezicht in de Klappeijstraat en op de huizen aan de Markt tussen Klappeij- en Kerkstraat circa 1916. Op de achtergrond rechts de Villa Mathilda aan de Keiweg en daarachter het Slotje Brakestein. Het sigarenmagazijn van Neomagus op de hoek van de Klappeijstraat zou in 1921 verbouwd worden. Vergelijk met de vorige afbeelding.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek