Oostkapelle in oude ansichten deel 2

Oostkapelle in oude ansichten deel 2

Auteur
:   A.J. de Broekert
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1872-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oostkapelle in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Na de samenstelling van "Oostkapelle in oude ansichten", waarvan de tweede druk reeds is uitverkocht, was er nog voldoende materiaal over om een tweede deel te kunnen samenstellen. Aangezien het verrnoeden juist was dat er onder de ingezetenen ook nog interessant materiaal aanwezig was dat de moeite waard was om in dit tweede deel te worden opgenomen, werd ik spontaan geholpen aan mooie ansichten en foro's. Ook deze tweede uitgave geeft een indruk hoe Oostkapelle er vroeger uitzag, wie er toen leefde en wat er toen gebeurde. Dit deel - en ook het vorige - helpt het nageslacht aan veel herinneringen uit vroeger tijden, die een blijvend aandenken vorrnen aan het Oostkapelle uit vervlogen tijden.

Als rechtgeaard Oostkappelaar heeft men ons dorp lief. De mooie omgeving, de duinen, de zee, het strand en de bossen, we zijn er toch ailemaal trots op. Onze massieve toren, die op diverse afbeeldingen in verschillende perioden voorkomt en die vol rust aile storrnen heeft getrotseerd, de goed onderhouden molen, de huizen, de straten, dat alles was en is ons geliefd Oostkapelle!

Zeker kunnen we niet vergeten de periode van de inundatie van Walcheren. Op de avond van 18 oktober 1944 bereikte het water Oostkapelle. De bevolking zag het water onder haar huis- en schuurdeuren doorstromen en over de wegen vloeien. In die nacht kon men het klaaglijk geluid van in nood verkerend vee horen. Langs de ondergelopen wegen waadden koeien en paarden door het water. De landbouwers waren er vroeg bij om zoveel mogelijk van hun have en goed in veiligheid te brengen. Overal was water; smerig, kruipend, stinkend, woelig water, dat met eb en vloed op en neer ging. Dan weer stond het laag en dan weer springvloedhoog, zoals op 19 januari 1945, maar altijd hoog genoeg. In deze uitgave zijn ook enkele nog nimmer gepubliceerde foto's opgenomen als een herinnering aan die "watertijd", opdat men ook die tijd niet vergete ...

Daar het dorp geheel was gersoleerd, werd een bootdienst op Middelburg ingesteld. De kapitein van de boot was Pieter

Westerbeke (Pier Wes) en de aanlegplaats was gelegen aan de Noordweg, ter hoogte van de Rijnsburgseweg. Doch omdat de Noordweg diep onder water stond, werden de bootpassagiers per paard en wagen naar en van de aanlegsteiger vervoerd. Men kon instappen in de Dorpsstraat en bij wethouder F.e. de Roo kon men plaatsbespreken voor een tocht met de boot. Het was een lange reis naar Middelburg en bij slecht weer en harde wind viel het niet mee om een paar uur - de boot werd geroeid - stil aan boord te zitten. Bij stormweer werd voor de veiligheid niet gevaren. De aanlegplaats in Middelburg was gelegen bij het bolwerk nabij de Seisbrug. Op de foto's kunt u zien dat op veel plaatsen in de gemeente het water erg hoog stond.

Van 1 op 2 november 1944 kwamen er in het dorp granaten terecht, bestemd voor de Duitse stellingen in de duinen. Doch door de deining op zee kon niet zuiver worden gericht en zo kwamen de granaten in het dorp terecht, in plaats van op de stellingen, met alle noodlottige gevolgen van dien. Er waren dan ook vele slachtoffers te betreuren. In verb and met de verwoesting van Westkapelle zochten vele inwoners van dit dorp een veilig heenkomen in Oostkapelle. Bereidwillig nam de bevolking van Oostkapelle de vluchtelingen op. Een oorlogstoneel van volslagen verwoesting, waarin geen leven meer mogelijk was, hadden ze achtergelaten. Hele gezinnen werden door het water verrast. Vooral de molen was een massagraf geworden. Ook de vele omgekomenen werden uit Westkapelle overgebracht naar Oostkapelle en in een tijdelijk massagraf op de begraafplaats ter aarde besteld. Ook hier was het Rode Kruis zeer actief. Nadien werden de stoffelijke resten naar Westkapelle overgebracht om te worden herbegraven op de begraafplaats bij de vuurtoren.

Op den duur konden verschillende ingezetenen over een bootje beschikken en men kon dan de wijde om trek verkennen om te zien hoe de toestand was op verlaten boerderijen en in afgelegen huizen. Ook kwam men wel met de boot naar het dorp om boodschappen te doen. De levensmiddelen werden ook per boot aangevoerd en vervolgens ge-

distribueerd over de plaatselijke winkeliers. De boten werden in het dorp afgemeerd aan de stangen tussen de muurtjes voor de woningen aan de Domburgseweg in de buurt van het gemeentehuis. Omdat de boten wei eens dwars over de weg kwamen te liggen, werd van gemeentewege een bord geplaatst met als opschrif't: "Verboden boten op de rijweg vast te maken, dus binnen de muren". Het gebeurde namelijk wei eens dat de dukws (vaarauto's) moesten inhouden omdat er een boot "in de weg" lag. Men kon ook meevaren/meerijden met deze gcallieerde dukws, die van Dom burg naar Middelburg vice versa gingen. WeI moest men zorgen dat men niet met de kleding tegen de motor aanstond, want dan kon men weI eens schroeiplekken bespeuren! Voor een vergunning tot meevaren/meerijden kon men ten gemeentehuize terecht ยป,

En dan was er de evacuatie met de winter in zicht. Degenen die economisch geen band hadden met de gemeente, de ouden van dagen en de zieken, moesten worden afgevoerd en dit afvoeren geschiedde ook door middel van vaarauto's. Deze reden naar het strand bij Vrouwenpolder, doken daar de zee in en kwamen weer aan land in Veere om zo de geevacueerden te transporteren naar de evacuatiegemeenten, namelijk Heinkenszand, Zevenbergen en Ossendrecht. Daar de duinstrook niet onder water kwam tc staan, ging men vaak daarheen door middel van een bootdienst door de Duinweg. Deze dienst begon op de ondergelopen hofwei van het hof van H. de Kam aan de Dorpsstraat. Het eindpunt was gelegen naast het "Zonnehuis". Men kon vandaar droog de duinkant bereiken. Met de inundatie en de gevolgen daarvan had ook Oostkapelle zeer zeker zijn tol betaald, doch men was bevrijd en verlost van de druk van de bezetter.

En toen kwam het moment dat op onze toren, die ook de vijfjarige storm weer over zich heen liet gaan, op 8 november 1944 om 12.20 uur door burgemeester K. Fabius onze nationale driekleur werd geplant, waardoor de indruk van het hijsen van de smadelijke witte vlag, op 17 mei 1940, werd uitgewist. 8 november 1944 was dus de dag der bevrijding van Oostkapelle, de dag waarop de 1aatste acht Duitsers, die in de

open bare school verbleven, met een amfibievoertuig werden weggevoerd. Op 9 november 1944 (de eerste dag waarop burgemeester Fabius weer in functie was) kwam ten gemeentehuize een kleine commissie, bestaande uit de burgemeester, de wethouders Z. Maljaars en F.e. de Roo, veearts L.J.J. Geldof, J. Jobse Mzn., W.N. van Liere en A.J. de Broekert (als notulist) voor het eerst - en vervo1gens iedere dag - bijeen om te bespreken wat er op diezelfde dag moest worden verricht. Van e1ke bespreking werd een kort verslag gemaakt. Blijkens deze verslagen werd onder andere besproken en/of beslist dat: een ploeg diende te worden aangewezen om de kadavers te begraven; dat een onderzoek diende te worden ingesteld naar de toestand van de aardappelen die waren opgeslagen in de duinen; dat de duinen tot verboden gebied moesten worden verklaard; dat de aanwezige Italianen moesten worden gekleed; dat aan Abr. Roose bericht gedaan diende te worden om zijn dorsmachine bij laag water over te brengen naar de hofstede "Klein Middenhof' van J. de Kam; dat men P.J. Hillebrand moest verzoeken de spoorrails op te breken; dat er een begin diende te worden gemaakt met het weghalen van hooi uit de schuren die in het water kwamen te staan; dat een oproep diende te worden aangeplakt voor aanmelding van flinke personen voor veerdiensten.

Er werd ook een beslissing genomen om trent een verzoek van Pieter Louwerse van "Groot Middenhof' om de kalfjes te mogen behouden die hij moest leveren. "Ik ben iemand die geen kinderen heeft en wanneer mijn vrouw Jannetje de kalfjes nog mag behouden, kan zij voor haar kindertjes zorgen", werd als reden opgegeven. De veearts bracht naar voren dat die kalfjes toch zoete melk dronken, doch P. Louwerse verklaarde dat dit niet het geval was. Hij drong aan op uitstel van levering, hetwelk hem werd verleend en met een "Dank je wei, burgemeester" ging hij heen. Hij had het pleit gewonnen, zodat de kalfjes nog als kinderen door zijn vrouw konden worden vertroeteld, al was het maar een week langer!

De Dorpsstraat aileen stond droog, vanaf de dokterswoning tot bijna aan de Duinweg. Doch op 19 januari 1945 liep het water ook door de Dorpsstraat, de Brouwerijweg in. Op die datum kon het huwelijk tussen Johannes Wondergem en Catharina Schout geen doorgang vinden, omdat de vloed-door de hevige storm zo hoog was dat geen verkeer kon plaatsvinden. Omdat dus de bruiloftsgasten vanwege het hoge water het gemeentehuis niet konden bereiken, werd het huwelijk uitgesteld tot 22 januari 1945 (akte 1).

Oostkapelle was zwaar gehavend en wanneer men het huidige dorp vergelijkt met het Oostkapelle uit die bewogen tijd, dan is er veel, heel veel veranderd. Er kan worden geconstateerd dat van het oude Oostkapelle zeer weinig meer is te herkennen. Och, dat hoeft ook niet: men deed mee aan veranderingen, vernieuwingen en uitbreidingen en het gemeentebestuur van Oostkapelle en na de herindeling per 1 juli 1966 dat van Domburg - heeft in de loop der jaren niet stilgezeten,

Het is weI aardig om nog in verb and met de bouw van de dokterswoning (afbeelding 14) te vermelden, dat aan J.H. Brouwer te Middelburg bij raadsbesluit van 17 december 1913 een bedrag van vijfentwintig gulden werd toegekend "wegens blijk van waardering voor het door hem geheel belangcloos ontwerpen van den bouw der dokterswoning". Aan gemeentegeneesheer W. Bal werd bij hetzelfde raadsbesluit vijftig gulden toegekend als vergoeding in de kosten van verhuizing "als noodzakelijk gevolg van de bouw eener nieuwe dokterswoning", alsmede vijftig gulden wegens toegekende bijdrage in de kosten van tuinaanleg. Een bedrag van f 22,50 kreeg Chr. Joziasse wegens in 1913 verricht grondwerk ten behoeve van de dokterswoning. De architect was P.L. Bolier. Zijn honorarium bedroeg f 421,985, zijnde vijf procent van de aannemingssom plus verschotten.

Bij afbeelding 51 wordt gesproken over de ontvreemding van een stenen leeuw. Bij het opsporen van gegevens in het archief van de voormalige gemeente Oostkapelle ten behoeve van enkele onderschriften bij de afbeeldingen kwam ook een

door burgemeester mr. W.C.M. de Jonge van Ellemeet (IS december 1841-26 mei 1853) op 16 juni 1848 opgemaakt proces-verbaal te voorschijn, vermeldende dat een inwoner der gemeente hem verklaarde "dat in den nacht van 15 op 16 junij op zijne hofstede waren ontvreemd: een houten emmer met ijzeren beslag; twee a drie melkteilen; tien geitenkazen; twee vrouwenschorten; een schoorsteenkleed; eenige kinderluren en -doeken en twee geel en zwart gestreepte kinderdekens". Of een en ander nog kon worden achterhaald vermeldt de historie niet.

Bij de tekst onder afbeelding 60 kan nog worden vermeld dat "Overduin" gedurende de periode 1940-1941 ingericht was als kraamkliniek (plaatselijk gemerkt B 44 e) voor aanstaande moeders uit de gemeente Vlissingen. Vandaar dat er zoveel geboorteaangiften in die tijd bij de am btenaar van de burgerlijke stand, P. de Voogd, ten postkantore werden gedaan! Zuster E. Voorbergen was in "Overduin" werkzaam als verloskundige. De eerste aangiftc van geboorte geschiedde op 3 oktober 1940. Er volgden in 1940 nog vijftig aangiften. In het register van geboorten van het jaar 1941 komen tweehonderd elf aangiften voor van kinderen wier ouders in hct bevolkingsregister van Vlissingen stonden ingeschreven. De laatste akte werd ingeschreven op 14 oktober 1941.

Het was weer een vreugdevolle arbeid om uit het vele materiaal die kaarten en foto's te schiften, die het meest tot het doel, namelijk het laten herleven van het Oostkapelle van vroeger, bijdroegen. Ik hoop ook nu weer dat de lezers/ kijkers al bladerend iets van dezelfde vreugde zullen ondervinden die de samensteller tijdens het bijeenbrengen van de kaarten en foto's gevoelde. Ik hoop u op aangename wijze te laten zien hoe het vroeger in Oostkapelle is geweest. Rest mij nog diegenen die mij kaarten en foro's beschikbaar hebben gesteld zeer hartelijk te bedanken, ook voor de welkome informatie die ik mocht ontvangen ten behoeve van de samenstelling van de tekst bij de afbeeldingen. We gaan nu beginnen aan onze tocht door het Oostkapelle van vroeger.aan welke tocht u hopelijk veel genoegen zult beleven.

ERRATA bij "Oostkapelle in oude ansichten"

Voor diegenen die het eerste deeltje bezitten, worden nog correcties in enkele onderschriften doorgegeven. Bij afbeelding 6 staat geheel rechts Jan Schoe in plaats van L. Sehoe. Op afbeelding 7 loopt in het midden niet J.M. den Hollander, doch Krijn Wisse Szn. Op afbeelding 8 stapt in de Dorpsstraat Maria Cath. van Langevelde-Peper, de vrouw van Antheunis van Langevelde. Bij afbeelding 18 staat vermeld op de bovenste rij, als vierde van links, M. den Hollander in plaats van Andries (Ries}.

1. Onder deze oude kaart staat gedrukt "West-Kapelle", doch dit is een oude opname (1900) van Oostkapelle met de toren met vierkante wijzerborden. Het gemeentehuis was nog niet naast de toren gebouwd. Rechts zien we het oude doktershuis, dat in 1913 werd vervangen door het huidige. Het gemeentebestuur kwam op 30 november 1904 in het bezit van een gemeentehuis. In de vergadering van 30 augustus 1904 werd door burgemeester en wethouders besloten "aan Jasper de Kam op te dragen, zich te belasten met de aanstaande verhuizing van de aan de gemeente toebehorende roerende goederen van de gemeentekamer naar het nieuwe gemeentehuis en aan den Gemeenteraad voor te stellen, met ingang van 1 November 1904 op eene jaarwedde van f 35,- te benoemen tot concierge van het gemeentehuis de echtgenote van den gemeente-veldwachter" (Jacomina van Sluijs-Boone),

2. Een foto van de oude dokterswoning, die plaats moest maken voor de in 1913 gebouwde nieuwe dokterswoning. De oude woning stond nog meer naar voren in vergelijking met de nieuwe. Deze oude woning werd bewoond door dokter W. Bal, die in 1913 tijdelijk verhuisde naar "Ipenoord", dat toebehoorde aan mevrouw Kolff-Schultz. Toen de nieuwe woning kon worden bewoond, verhuisde hij weer terug naar het dorp. V66r dokter Bal werd de oude woning bewoond door de arts dr. J.H. Zilver Rupe. Hij begon zijn praktijk te Oostkapelle op 1 juli 1891 en per november 1905 legde hij zijn praktijk neer om naar elders te vertrekken. Rechts op de achtergrond staat de in 1910 gebouwde woning van de familie J.J. Lebbe.

3. Er bestaan niet veel oude toto's waarop bruiloftsgasten voorkomen die naar het gemeentehuis gaan. Op deze foto is er veel belangstelling van de zijde van de jeugd, Hier stapt op 8 mei 1914 het bruidspaar Krijn Coppoolse-Pieternella de Kam (dochter van smid Adriaan de Kam en Tannetje Tavenier) naar het gemeentehuis, opgewacht door gemeenteveldwachter Jan van Sluijs, die met zijn gezin in het gemeentehuis beneden woonde, evenals tot 1938 het gezin S10 Walraven. De drie vrouwen die uit de Molenweg de Dorpsstraat op lop en zijn, van links naar rechts: Jans de Visser-de Visser, de grootmoeder van de bruidegom, Elizabeth Coppoolse-de Visser, de moeder van de bruidegom en Tannetje de Kam-Tavenier, de moeder van de bruid. Krijn Coppoolse had de hofstede van W. de Kam aan de Molenweg gekocht. Nadien werd dit landbouwbedrijf "Buitenlust" genoemd. Op de hoek van de Molenweg en de Dorpsstraat ziet u de woning van Adr. Roose, met in die tijd nog een raam. Rechts de smidse met stravalje (hoefstal v66r of in de smidse).

4. Een heel oude foto van de Dorpsstraat. De fotograaf heeft kennelijk midden op de straat gestaan en had geen hinder van het verkeer! Rechts de hervormde pastorie (het oude gebouw werd in 1867 afgebroken en een nieuw gesticht door L. Francke, timmerman te Oostkapelle). Tussen de woning met het hoge raam, naast de pastorie en de timmermanswinkel, was de ingang tot de zogenoemde smouzengang, aan welke gang enkele kleine woningen stonden. Deze gang of dit slop gaf toegang tot de molen die aan de Molenweg stond en voorts tot een waterput, die door een ieder kon worden gebruikt. De gewone rijweg was des winters onbruikbaar door de zware regenval. Vandaar dat men over dit pad de Molenweg weI "droog" kon bereiken. Links ziet u een lantaarn staan die op petroleum brandde. Onder anderen Kees den Hollander moest voor de openbare verlichting zorg dragen en staande op zijn laddertje moest hij de olie bijvullen. Daarna was er straatverlichting door middel van gaskousjes.

5. Een leuke opname van de geitenkeuring op het hofvan W. de Kam aan de Molenweg, dat later werd gekocht door Krijn Coppoolse. Links vooraan staan Piet van de Woestijne en Willem Kooman. Bij hen staat Johanna Spruijt. Boven hen, met arm voor zich, staat Willem de Kam. Rechts boven De Kam zien we Piet en Lou Geldof en Marien van Sluijs. In het midden, voor de boom, staat Ko Coppoolse. Rechts voor hem staat Aarnout Willemse. Het meisje met de witte hoed is Sija Laurense, dochter van ds. Laurense, die hier predikant was van 16 mei 1909 tot 4 oktober 1914. Rechts achter staan Willem Maljaars, Pau Poppe en Mels Coppoolse te praten. De jongens reehts op de voorgrond zijn Aarnout Annot en Adriaan Geldof.

6. Tijdens de mobilisatietijd (1914-1918) was de consistorie van de hervormde kerk aan de Dorpsstraat ingericht als ziekenboeg van het Nederlandsche Roode Kruis. Bij de bedlegerige militairen poseren hier op het grasveld bij de kerk, van links naar rechts (de militairen worden niet genoemd): Adriana Geldof Gdr., Jacob Sturm, Aarnout de Voogd, Mientje van de Woestijne, Mientje Hoefkens, Cornelia Francke, Leintje Antheunisse, Zoetje Sturm, M. Francke, Jaap Francke, Piet den Hollander en Kees den Hollander.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek