Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten deel 2

Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   R.J. van Ooijen
Gemeente
:   Neerijnen
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2456-0
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Sinds in 1979 het eerste boekje "Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten" verscheen, is er in Ophemert en Zennewijnen niet veel veranderd. WeI zijn enkele bedrijven die een begrip in Ophemert waren, verdwenen. We noemen hier de meubelfabriek van Van Vliet en de meelfabriek van Van Versendaal, voorheen Walko.

In 1982 is er een belangrijke opgraving geweest in Ophemert. In de tuin van Gerrit Verbeek aan de Waalbandijk zijn de resten gevonden van een oude kerk. Uit oude geschriften bleek dat dit de vroegere dorpskerk, gewijd aan Sint-Lambertus, was. Ook het R.O.B. uit Amersfoort heeft hier nog even wat onderzoekingen gedaan. Uit de gevonden tufsteenresten en funderingen van kloostermoppen en van veldkeien, conc1udeerde het R.O.B. dat deze kerk uit de periode 850-900 stamde. De kerk heeft bestaan tot 1680 en was ooit de parochiekerk/kerspelkerk van Ophemert. In deze kerk zijn de eerste Van Haaftens begraven, gezien de mededelingen in de archieven.

In 1982 overleed de heer E.R. Westerbeek van Eerten, die met de heer R.J. van Ooijen het eerste deel van "Ophemert en Zennewijnen in oude ansichten" had samengesteld. Zijn plaats als auteur werd overgenomen door de heren G.S. van Lenning en J.H.F. Gelens die nu samen met de heer R.J. van Ooijen dit boekwerkje vorm hebben gegeven.

Evenals in het eerste deel maken we weer een wan deling door Ophemert en Zennewijnen. Op onze tocht brengen we onder andere een bezoek aan het kasteel Ophemert; zien we het bezoek van koningin Sophie,

echtgenote van koning Willem III, aan Ophemert en bezichtigen we diverse boerderijen van de heerlijkheid Ophemert en Zennewijen. We maken de opbouw van de steenfabriek in Zennewijnen mee; bekijken van diverse jaren schoolfoto's en maken nog eens de installatie van mr. F.J. de Bruyn Tengbergen als burgemeester mee.

Wij hopen dat u als lezer net zoveel plezier aan deze wandeling door de historie van Ophemert en Zennewijnen zult hebben als wij dit hadden.

Wij meenden iets meer van de historie van ons dorp te moeten vertellen. Er was naar aanleiding van het eerste deeltje veel vraag naar onze dorpsgeschiedenis. Onze speurtocht in Hemerts en Zendes verleden leverde zo veel feiten op, dat we slechts een greep uit het vele hebben kunnen doen. Misschien dat er in de toekomst nog een boekje over de rijke historie van Ophemert en Zennewijnen uitgegeven kan worden.

De historische gegevens kregen wij uit de Rijksarchieven te 's-Gravenhage, Arnhem en Utrecht; Streekarchief Tiel-Buren-Culernborg, archief voormalige gemeente Ophemert en uit de notulen en doop-, trouw-, en overlijdensboeken van de Nederlands Hervormde Kerk te Ophemert.

Wij hebben bij diverse foto's getracht zoveel mogelijk namen van personen op te sporen, maar kunnen helaas niet op volledigheid bogen. Rest ons nog veel dank te brengen aan hen die ons een of meer afbeeldingen ter plaatsing afstonden en ons de nodige toelichting daarop verschaften.

1. Wanneer we de Dreef inlopen, die in de vorige eeuw ook weI Allee werd genoemd, zien we tussen de bomen het kasteel Ophemert. Op de foto van 1912, van links naar rechts: Huib de Kruiff Dzn., Lenus Valkis, Piet Weerwag en vader Gilles Weerwag.

Een stukje geschiedenis: In zijn oudste gedaante dateert het kasteel van 1300; omstreeks 1700 heeft het deze vorm gekregen. Alle grond was in het begin van de hertog van Gelre, die zijn trouwe helpers ten tijde van oorlog beloonde in de vorm van het in leen geven van een bepaaid gebied, waar zij dan het gezag van de hertog vertegenwoordigden. In 1403 werd ridder Sweder van Weerdenborch met zo'n gebied beleend. (Hij was dus eigenlijk geen eigenaar; als hij stierf kon de hertog naar eigen goeddunken een ander daar benoemen. Dit verwaterde, zodat zo'n ridder er zich steeds meer eigen baas ging voelen.)

In de beleningsakte staat dat hij ontvangt: een huis tot Hemert met de bongerd, 5~ morgen land naast het huis, 4 morgen en 2 hont land gelegen in de Pippart en het maalrecht in het gericht (dorp) Hemert, met de dwang dat als iemand zich daar niet aan zou houden, hij een boete van een oude schilt (twee muntstukken) zou moeten betalen. Op 17 juli 1552 gaat dit alles op Frederick van Haeften Alertsoon over. In 1676 werd dit leen groter gemaakt, doordat er twintig morgen land bij kwam, alles gelegen in de Uileke. In 1707 krijgen de Van Haeftens ook nog eens het veerrecht bij hun bezit. Ze verkrijgen het uit de failliete boedel van de heer van Varik. Op een rijtje gezet betekende dit dat de heer van Ophemert en Zennewijnen de volgende rechten bezat: het benoemen van de schout in Ophemert, de schout in Zennewijnen, de dominee, de schoolmeester, tegelijkertijd koster en luider van de klokken, en een gerechtsnabuur (wethouder) van de twee die er waren. Verder verpachtte hij het veer van de Rode Molen naar Dreumel, evenals zijn landbouwgronden en verder was hij huiseigenaar met vele huurders en kreeg ook nog de tiend (het tiende deel) van de veldopbrengsten.

Midden vorige eeuw wordt aan die .Jreerlijke rechten" getomd. Het een na het ander moet worden afgestaan aan de staat en aan de gemeenschap. Het wordt wat democratischer. Op 11 februari 1853 bijvoorbeeld werd voorgelezen de akte van afstand der collatie (recht van benoeming) door baron Mackay van Ophemert en Zennewijnen; de keuze wordt nu voortaan overgelaten aan de kerkeraad.

In 1844 was het geslacht Van Haeften uitgestorven. Een neef van de laatste bezitster erfde alles en zo kwarn het geslacht Mackay, ooit afkomstig uit Schotland, in het bezit van het huis Ophemert, met alles erop en eraan.

2. Tussen de beide 1eeuwen door zien we op de oprij1aan van het kastee1 de eerste auto van de familie Mackay staan. Achter het stuur zit Dirk van Tussenbroek, de opzichter van de heerlijkheid. Zijn twee kinderen zitten rechts bij de 1eeuwen. De andere personen zijn ons onbekend. Het is dienstpersonee1 van het kasteel.

Wanneer we nog even een blik werpen op de beide leeuwen zien we dat deze elk een wapenbord vasthouden. Het rechter is van het geslacht Van Haeften en de linker van het geslacht Mackay. Beide wapens hebben als voorbee1d voor het wapen van de voormalige gemeente Ophemert gediend. Deze foto is omstreeks 1912 genomen.

3. Ben foto van het Beukenlaantje, genomen omstreeks 1920. In de dagboeken van Aeneas Mackay staat te lezen dat de laantjes in 1795 ingepoot waren. In de beginjaren vijftig zijn de meeste beuken wegens hoge ouderdom gerooid. De voorste beuk staat er nog, met de W erin. Vroeger werd er nogal eens een hartje met wat namen erbij in een boom gekrast, zo ook in de Beukenlaan.

Niet iedereen in Ophemert en Zennewijnen zal weten dat de laantjes allemaal een naam hebben. Het Beukenlaantje loopt van het kasteel naar de Pippertsestraat; het laantje dat vanaf het kasteel naar Jan van Beesd aan de Molenstraat loopt, wordt het Cingellaantje genoemd. Het dwarslaantje is het Beuken- en Eikenlaantje. Het achterste laantje, lopend van de Molenstraat naar de Pippertsestraat, wordt het Jonkerslaantje genoemd.

Op de foto kunt u zien dat de laantjes toentertijd goed werden onderhouden; iedere zaterdagmiddag werden ze bijgeharkt.

4. Door de Dreef lopende, bewonderen wij de prachtige iepen die in dubbele rijen langs de laan staan. Eens heeft hoog bezoek door deze Dreef gelopen ... We gaan terug naar 1873. In dat jaar werd Ophemert verblijd met een bezoek van koningin Sophie, de eerste vrouw van koning Willem III. In de kronieken van de Naai- en Zondagsschool wordt hie rover het volgende vermeld: Het jaar 1873 heet te Ophemert het Koninginnejaar. De 22e juli zal voortaan met rode inkt in onzen almanak staan. Op vrijdag 18 juli verspreidde zicn een loopend vuur door het dorp dat Hare Majesteit het weeshuis te Buren en Ophemert zou bezoeken. Het hele dorp was in rep en roer am erebogen op te rich ten, vlaggen uit te hangen en jongelingen in het dorp hunnen paarden bereiden am als eerewacht dienst te doen. De 22e juli brak aan, heerlijk scheen het zonnetje op de rijke Tielerwaardschen bodem en een koeltje verfriste de hitte. Eindelijk kwam Hare Majesteit in ons lief en gelukkig Ophemert. Bij het begin van het dorp werd Hare Maiesteit.opgewacht door den Burgemeester Valkis en alle autoriteiten der gemeente. De Burgemeester sprak Hare Maiesteit in warme woorden eerbiedig toe. In de Dreef was een prachtige eereboog opgericht. De kinderen der open bare, der naai- en breischool stonden in de Dreef geschaard onder geleide van den hoofdonderwijzer Van Woerkom, de onderwiizeres Heiltje Valkis, geb. Kusters, en Johanna van Heun, de jongens met vlaggetjes, de meisjes met ruikers en oranjestrikken versierd; een der meisjes mocht een vers en ruiker overhandigen. Op aller gelaat was vreugde te lezen, en hoera, 't .Dranje boven" en het .Ieve de Koningin! " kwam ferm en frisch uit de borst. Hare Maiesteit reed door de versierde Dreef langs de naaischool over den dijk, opdat Hare Maiesteit ook onze vestingwerken tegen den wintervijand en onze mooie Waal even zien zou, langs de Pastorie naar de welgevulde Kerk, waar Hare Majesteit de goedheid had binnen te treden. Ds. Sjoers sprak een biddenden Christelijke wensch uit, het Hemertsch koor zong zeer goed een vers van een Evangeliscn gezang en daama reed Hare Majesteit, altijd door onze eerewacht vergezeld, naar het kasteel, waar een dejeuner werd gebruikt totdat de onverbiddelijke tijd en het tyrannieke spooruur Hare Majesteit tot ons aller leedwezen onder het harteliik en levendig gejuich der dankbare menigte weder deden verla ten. Vaar haar vertrek plantte Hare Majesteit een boompje, dat wordt opgekweekt om later als de Koninginneboom tot een bliivend gedenkteeken te dienen. De eerewacht verliet Hare Majesteit aan de uiterste grens der gemeente. Langs den diik van Wadenoijen naar Geldermalsen riidende, wapperde oak daar een vlag uit elk huis. Niet onopgemerkt bleef de hut waar, bii gebrek van een vlag, een roode neusdoek was uitgestokenl Een ieder, ook de arme, wilde iets doen. Te Geldermalsen nam Hare Majesteit afscheid van de verzamelde menigte en ook van de twee ruiters, de Heeren Tijdeman en Van Lith de Jeude, die van de aankomst tot het heengaan de functie van eerewacht hadden vervuld. Toen Hare Maiesteit Ophemert verlaten had, had er een lief toneel plaats. Een groot deel der inwoners bezocht in Optocht het kasteel om daardoor een bewijs van dankbaarheid te geven aan den Heer en Vrouw van Ophemert, dat zii de aanleiding waren geweest dat Hare Majesteit de gemeente met dit bezoek gelukkig had gemaakt.

De foto is rond de eeuwwisseling genomen. De kinderen werden helaas niet herkend.

5. Tegenover het kasteel zien wij het ooievaarsnest aan de Dreef. Dit nest is eind vorige eeuw geplaatst. Wanneer het geklepper in het voorjaar weerklonk, kwamen de mensen uit de buurt kijken of de ooievaars inderdaad weer op hun nest waren temggekeerd. Dat was dan uiteraard het gesprek van de dag. Het ooievaarsnest heeft jaren op die plaats gestaan. Helaas kwamen er de laatste tien jaar geen ooievaars meer. De oorzaak hiervan was onder andere het gebmik van diverse bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Het ooievaarsnest is daarom aan het eind van de jaren zestig afgebroken. Het zou prachtig zijn wanneer de ooievaars weer naar ons dorp terugkwamen en gebmik konden maken van een eventueel nieuw te bouwen nest. Als het aan bepaalde uitbreidingsplannen ligt, dan zullen ze nooit meer op die plaats kunnen terugkeren. De boomgaard en de boomranden daar ter plekke wil men nu rooien om er huizen te bouwen ...

Deze foto is omstreeks 1939 genomen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek