Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.

Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.

Auteur
:   L. Stigter
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4432-2
Pagina's
:   100
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oud-Rotterdam en de R.E.T.M.'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Dud-Rotterdam en de R.E.T.M.

door

L. Stigter

oud-hoofdconstructeur Rollend Materieel Werkspoor Utrecht N.V.

Europese Bibliotheek - Zaltbommel MCMLXXI

WWOEN

BOEKJE

ISBNlO: 90 288 4432 5 ISBN13: 978 90 28844322

© 1971 Europese Bib1iotheek-Zaltbomme1

© 2010 Heruitgave van de oorspronkelijke druk uit 1971

Niets uit deze uitgave mag worden vervee1voudigd en/of openbaar gemaakt door midde1 van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schrifte1ijke toe stemming van de uitgever.

Europese Bib1iotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbomme1 te1efoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.n1

IN LEIDING

Ongetwijfeld zullen vele Rotterdammers nog vaak terugdenken aan het Rotterdam uit het eerste kwart van deze eeuw en dan komen dikwijls weer herinneringen boven aan de stad, zoals die toen was. Echter, veel herinneringen vervagen op den duur.

Bepaald mooi was Rotterdam eigenlijk niet. Wellicht was er te weinig beplanting. Maar de sfeer was er altijd goed.

Het leek daarom aardig door middel van een serie pentekeningen diverse bekende stadsbeelden vast te leggen om te trachten die sfeer van toen tot uitdrukking te brengen.

In dit boekje vindt U een reeks tekeningen van diverse markante plaatsen in de stad. Als motief bij deze serie werd de tram gekozen, omdat deze op al die bekende plaatsen in de stad kwam.

De jaren 1922-1927 zijn gekozen omdat dit de

laatste vijf jaren waren, dat het openbaar personenvervoer in Rotterdam verzorgd werd door de R.E.T.M.. de Rotterdamsche Electrische Tramweg Mij, voordat het bedrijf overging naar de gemeente Rotterdam.

Tevens werd hierdoor bereikt, dat van elke elektrische tramlijn, die de R.E.T.M. heeft gehad, een of meer trams op de tekeningen voorkomen en ook dat aIle rijtuigtypes konden worden afgebeeld.

Om de tramroutes uit die jaren weer in herinnering te brengen, is een lijstje toegevoegd van de lijnen uit die tijd. Tenslotte volgt dan een afzonderlijke pentekening van elk rijtuigtype.

De samensteller van dit boekje hoopt dat voor vele oudere Rotterdammers bij het lezen van de teksten en het zien van de tekeningen aangename herinneringen weer helder voor de geest komen

en voor de jongere Rotterdammers dat zij een beeld krijgen van hoe het was.

Op de technische gegevens van de tram is hier maar oppervlakkig ingegaan. Wie meer wil weten betreffende de gehele geschiedenis van de Rotterdamse tram en aIle technische gegevens van de eerste paardetram tot en met de Metro, wordt verwezen naar het door de N.V.B.S. (Nederlandsche Vereeniging van Belangstellenden in het Spoor- en tramwegwezen) uitgegeven boek:

"Trammend naar de Metro".

Wij stellen U voor in gedachten een wandeling door die stad van toen te maken en beginnen bij de Maasbrug. Wij wandelen dan de Boompjes af, langs de Maas, bij de Leuvehaven gaan wij de brug over, vervolgen onze wandeling over het Willemsplein en de Westerstraat naar het Westplein. Verder langs de Veerhaven en Westerkade

naar de Westerlaan.

Vervolgens via Parklaan en Scheepstimmermanslaan naar Eendrachtsweg.

Van de Eendrachtsweg linksaf de N ieuwe Binnenweg tot het Heemraadsplein, aldaar rechtsaf tot de Mathenesserlaan en vervolgens via Heemraadssingel en Middellandstraat naar de Kruiskade.

Van de Kruiskade via Kruisstraat naar het Stationsplein, Stationsweg en Slagveld naar het Hofplein.

Van het Hofplein keren wij terug over Coolsingel, Van Hogendorpsplein, Zeevismarkt, Noord Blaak naar het Beursplein en wij eindigen op het West N ieuwland.

Wij wensen U een prettige wandeling.

L~N LUNKLEUR

1 GROEN

2 ROO D

TEKST OP DE ROUTE BORDEN HONINGERD~K - BEURSPLEIN - PARK

CENTRAAL STATION· BEURSPlEIN-FE~ENOORD (PRINSENHOOFD;

(VOOR DE DOORTREK KI NG) CENTRAAL STATION ? FE~ENOORD -MAASHAVEN - CHARLOIS

(NA DE DOORTREKKING)

3 SLAUW BERGWEG - BEURSPLEIN - BOOMPJES

4 GEEL OUDEHOOFDPLEIN- CENTRAAL STATION - WILLEMSPLEIN

5 WIT OUDE D~K - BEURSPLEIN - MIDDELLANDSTRAAT

6 BLAUW-WIT BERGWEG - BEURSPLEIN - FE~ENOORD (KONINGINNEBRUG)

1 ROOD - WIT M AASSTATION - BEURSPLEIN - DELFSHAVEN

8 ROOD - GROE~ BEURSPLEIN - DELFSHAVEN - SCHIE DAM

8A ROOD-BLAUW BEURSPLEIN - HAVENSPOOR

9 ROOD WILHELMINAKADE - VLASKADE

10 GROEN-WIT OOSTERKADE - ZWAANSHALS - RUIGEPLAATBRUG

11 GEEL-WIT LISCHPLEIN - COOLSINGEL .? MATHENESSERt.AAN

12 GEEL -BLAUW CENTRAAL STATION" FE~ENOORD - GROE NE ZOOM

12A GEEL-ROOD CENTRAAL STATION - FE:lENOORD - GROENE HllLED'JK

13 GROEN WILHELMINAtKADE - GROENE HILLED'JK

14 GROEN-BLAUW CENTRAAL STATION - NOOROSINGEL - HILLEGERSBERG 15 GROEN-GEEL CROOSW~K - HOFPLEIN - SPANGEN

2. Trams van de lijnen 2 en 6 op de Willemsbrug,

De uit 1878 daterende Willemsbrug was tot de opening van de Maastunnel in 1940 de enige vaste verbinding tussen de rechter en linker Maasoever. Tot 1 september 1926 werd deze bereden door de lijnen 2 en 6, die voor een groot deel dienden voor het vervoer van scheepvaartmensen van de Prins Hendrikkade, de Maaskade en van de Boompjes naar de Beurs en naar het station. De bewoners van het Noordereiland en van de stegen rondom het Witte Huis waren te arm om van de tram gebruik te maken. Zij liepen over de Willemsbrug, want de tram was in die dagen een rijkeluis vervoermiddel. Sleperswagens waren toen een veelvuldig voorkomend verschijnsel, een verrukkelijk gratis vervoermiddel voor jeugdige Rotterdammers. Zelf heb ik eens achter op zo'n sleperswagen mee gereden in een wit matrozenpakje. Toen ik thuis kwam was het donker wit. De woorden van mijn moeder op dat moment ben ik vergeten. Maar in de spitsuren heeft ook menige arbeider zich, gezeten op de zijbalken van een sleperswagen, in de richting van zijn huis laten vervoeren. Op de afbeelding ziet U een wagen van lijn 2, op weg van het Prinsenhoofd naar het Centraal Station, en een wagen van lijn 6 op weg van de Bergweg naar de Koninginnebrug. V 66r de verlenging van lijn 2 naar Charlois eind 1926 behoorde deze lijn niet tot de drukste lijnen van het net. Op lijn 2 zowel als op lijn 6 reden motorwagens van de serie 21-70, op lijn 2 zonder volgwagens, op lijn 6 om de andere met kleine volgwagen ('s zomers een zomerwagen, algemeen bekend als "open tram"). Tot 1926 reden op lijn 2 ook de motorwagens 15-20 van de serie 1-20.

TRAMS VAN DE L~NEN 2 EN 6 OP DE WILLEMSBRUG.

3. Trams van de lijnen 12,2,6 en 12A bij de Willemsbrug.

De Willemsbrug, algemeen bekend als de "Maasbrug" heeft altijd een druk verkeer gekend, zowel erop als eronder op de krachtig stromende Nieuwe Maas. Geen wonder dat er een lied be staat waarin een regel voorkomt: .Kcningin van de Maas waar het lev en zo krachtig in bruist". De Nieuwe Maas zelf is al krachtig bruisend. Op de tekening zien wij een beurtschipper, zojuist onder de eerste overspanning vandaan komend. Onder de tweede overspanning vaart een van de vele aken, die werden gekenmerkt door hun enorme lengte. In die tijd bezat de rederij Muller, toen alom bekend, de grootste aak. Deze had een lengte van maar liefst 121 meter. Naast de aak op de tekening zien wij nog een van de vele pittige sleepbootjes. Om het openen van de Koninginnebrug te beperken is in april 1927 de Willemsbrug 2,10 meter omhoog gebracht, waardoor minder schepen gedwongen waren door de Koningshaven te varen. Vanzelfsprekend moesten toen de opritten aan de Boompjes en in de Van der Takstraat ook omhoog, een flink karwei voor de "spitters". Op de achtergrond torent de 60 meter hoze hefbrug in de spoorlijn over de Koningshaven. Na de indienststelling van de lijnen 12 en 12A op 1 september 1926 en de verlenging van 1ijn 2 naar Charlois op 23 oktober 1926 bleek al spoedig dat het vervoer een zodanige omvang aannam, dat ander materieel op deze lijnen gewenst was. Op de tekening zien wij een wagen van de serie 152-176 met volgwagen op lijn 2, opweg naar Charlois, een wagen van de serie 177-201 met volgwagen op lijn 12 op weg naar het Centraal Station, een wagen van lijn 6 op weg naar de Bergweg en Iijn 12A opweg naar de Groene Hilledijk, beide laatste met een wagen van de serie 21-70.

4. Trams van de lijnen 4 en 3 bij de Leuvehaven.

Een bekende haven met drukke binnenvaart was de Leuvehaven. Waar scheepvaart was, waren ook sleperswagens en vrachtauto's, zodat ook hier altijd het beeld van een levende stad zichtbaar was. Op de voorgrond van de tekening zien wij enige van de meer dan 100 sleepboten, die Rotterdam rijk was. Weet U nog, dat op de hoek van de Leuvehaven en de Leuvebrugsteeg de bakkerij van Ulrich was gevestigd, die bekend was om zijn lekkere broodjes? In de verte op de tekening is de smalle Leuvebrug te zien met daarachter de zeevismarkt. Bij stormvloed was het er minder aangenaam, want dan stond het water op de kaden tot halverwege de Leuvebrugsteeg. De erachter gelegen Schiedamsedijk, deel van de waterkering, was hoog genoeg om het water te bel etten verder de stad in te stromen. Op de voorgrond zien wij 2 wagens van de serie 1-20 op lijn 4 aan het eindpunt Willemsplein. Rechts van de trams is het dak van een loods, daarachter lag een houten plankier naar de aanlegsteiger van het "veerbootje van de Leuvehaven" dat vandaar de Nieuwe Maas overstak naar het Prinsenhoofd (eindpunt lijn 6, vroeger lijn 2) en vandaar naar de Wilhelminakade bij de Holland-Amerika-lijn, waar altijd een van de prachtige zeekastelen van die lijn lag met gele schoorsteen en daarin een groen-wit-groene band. Daar was dan het begin (of eind) punt van de lijnen 9 en 13, die "de overkant" bedienden. Verder riidt aan de overzijde van de Leuvehaven een wagen van de serie 21-70, op lijn 3, die juist de keerlus aan de Boompjes berijdt. Ja, de Boompjes, die ook bij stormvloed onder water stond, maar waar eens de grote zeeschepen van de Batavierlijn zomaar aan de drukke verkeersweg (tegenover de Rederijstraat) gemeerd lagen. Die Batavierschepen waren ook van Muller. Bij veel rederijen was het gebruikelijk hun embleem in de schoorsteen van de schepen te voeren. Zo hadden de schepen van de Batavierlijn een rode band met aan de boven- en onderzijde een smalle witte rand en daartussen op de zijkanten een grote witte "M".

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek