Ouddorp in oude ansichten deel 4

Ouddorp in oude ansichten deel 4

Auteur
:   Jan P.K. Grinwis Jzn.
Gemeente
:   Goedereede
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3234-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Ouddorp in oude ansichten deel 4'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het was ons al sinds langere tijd een behoefte aan de serie "Ouddorp in oude ansichten" nog een vierde deeltje toe te voegen, omdat in de vorige deeltjes toch nog enkele interessante zaken als boerderijen, gewoontes, en dergelijke onbesproken waren gebleven. We hebben opnieuw getracht een grote verscheidenheid van onderwerpen aan te voeren en we menen daarin te zijn geslaagd, zodat u via dit nieuwe deeltje weer uitvoerig kunt kennis maken met het Ouddorp uit vervlogen jaren, Men leefde er in vergelijk met onze jachtige dagen "stH en gerust", allaat een van de foto's de nachtwaker Snel zien, die zijn gummiknuppel meermalen ongenadig op dronkemansruggen neer heeft laten komen. 't Was er niet altijd pais en vree. Men leest wat voor de dorpsdokter aanleiding werd om ziin eerste auto aan te schaffen en velen zullen met een glimlach kijken naar het plaatje van de eerste rijdende winkel van de gebroeders Van der Bok, die daarmee heel wat ondernemingszin toonden.

We hebben in het nieuwe deeltje bewust weer een flink aantal schoolfoto's opgenomen, omdat het bekijken daarvan een allergenoeglijkste bezigheid is, vooral wanneer de namen van de gefotografeerden bekend zijn. Bij bijna alle schoolfoto's is dat het geval.

We wensen u weer veel kiik- en leesgenot bij het doorbladeren van dit nieuwste deeltje van Ouddorp. Het dorp dat u en ons altijd lief zal bliiven, ook al wordt het meegevoerd op de stroom van de tijd. Te meer waarderen we die plekjes en die geslachten die desalniettemin zichzelf gebleven zijn.

1. Z6 moet de kop van het eiland er in oude tijden hebben uitgezien, naar moet worden aangenomen tot circa 1600. Het was bijzonder kwetsbaar te midden van het geweld van de zee; het eilandje is dan ook talriike keren ondergelopen. Volgens de geschiedschrijving woonden er in 1732 zo'n duizend mensen en die hebben het dan toch maar klaargespeeld letterliik en figuurlijk het hoofd boven water te houden. Uit oude bescheiden blijkt dat er omstreeks het genoemde jaar zeker een keer per week, maar soms ook wel tweemaal per week, een begrafenis plaatshad van aangespoelde verdronkenen. Om een veilige plek te hebben tegen het wassende water, werden door de bewoners vluchtheuvels opgeworpen. Daarvan zijn er nog te zien in de Steenweg en bij Preekhil, in de buurt waarvan de eerste vluchthaven nog aanwezig is.

Dit kaartje maakt duidelijk dat de schepen van de Oostindische Compagnie beter zee konden kiezen vanuit het Brouwershavense Gat dan vanuit Holland; ten noorden van het eiland lag een grote zandrug. Er werd rondom met platboomde vaartuigen visserij uitgeoefend. Door middel van inpolderingen heeft de mens veel land aan zee ontworsteld. Achtereenvolgens werden ingepolderd: de Plaspolder (1546), Oude Westerlo (1591), de Nieuwe Oostdijk (1593), Nieuw Westerlo (1611), de Kleine Zuiderpolder en de Boerenpolder (1653). In 1605 is er een verbinding gekomen met Roxenisse te Melissant.

Door de geschiedenis heen zijn veel doorbraken voorgekomen. Het land waarop nu wordt gewoond en geleefd is letterliik en ten koste van veel inspanning aan de zee ontworsteld.

2. Deze biizonder fraaie schoolfoto uit Ouddorp dateert van de jaren twintig en wie de foto aandachtig bekiikt, zal zeker ontdekken hoeveel er al zijn heengegaan. De tijd gaat snel.

De namen van de afgebeelde kinderen ziin, vanaf boven en steeds van links naar rechts: D. Verhage, Kaatje Sperling, P. Breen, Cornelia Meijer Kdr., Johanna Noordijk, G. van Mierlo, Aagie van Huizen, Lien van Huizen, Anna van Floresteijn, Krientje Breen en Jansje Westhoeve.

Tweede rij van boven: Joh. Moerkerke, Krientje Westhoeve, Adriaantje Hoek Jdr., Mina Bezuijen, Maartje Westhoeve, Greet Voogd, Klaartje Boshoven, Joh. Mastenbroek, Adr. Meijer, Marie Tintel, Susse en Teuntje Hameeteman en meester Spuiibroek.

Op de derde rij: Poulus Hameeteman, Cor Tanis, Leen van Wijk, Aren en Gerard Hameeteman, onderwijzer Van der Hugt, Abraham Hoek Jaczn. en Jacob v.d. Klooster.

Vierde rij: Lena Meijer, Mienekee Hameeteman Jdr., Maatje Boshoven, Krientje en de tweeling Klaartje en Pietertje Redert.

Vijfde en onderste rij: Cor Troost, Henk van Splunder, Jan van Floresteijn, Thomas Meijer en Kees van Floresteijn.

3. Langs de zuidkant van de kop van Goeree 100pt de Grevelingen, aan welk water de haven van Ouddorp in 1860 werd aangelegd. Er zijn in vroeger jaren heel wat dijkvallen en -doorbraken geweest, waarvan er een op de kaart te zien is. In de verte is de bebouwing aan de haven te zien, reehts op de kop de loods waarin de reddingsboot was gestationeerd.

Op de voorgrond de vroegere haven (de oude val), die nu voor een groot deel is dichtgeslibd. Er bestaan eehter plannen daar een nieuwe jachthaven aan te gaan leggen.

Van hieruit werd in 1415 de haringvangst uitgeoefend; de scheepjes waren maar klein, maar men ging ook niet ver van huis. Aangezien er geen andere aanlegplaats was, lagen hier ook Belgische en Engelse sehepen. Wanneer er in verband met de weersgesteldheid niet gevist kon worden, kon men deze buitenlanders hier dus aantreffen.

In de jaren dertig werd aan deze kant ook zalmvisserij bedreven en er waren "stallen" bij de Boerenpolder, een bij de Steenweg en een in de buurt van de Val. Er werd toen nog flink gevangen, maar de stalvisserij behoort inmiddels tot het verleden. Ook werd er in die dagen veel pieterman en panharing gevangen. Nu is niet eens meer waar te nemen waar de stallen gestaan hebben. Zalmvissers waren onder anderen de Bezuijens; de laatsten die dit beroep uitoefenden waren de gebroeders Comelis en Human Mierop.

Een stal was een met houten staken afgezet stuk buitendijks slik. Bij hoog water kwam de vis daarin tereeht, maar wanneer het eb werd en het water afvloeide, bleef de vis aehter de houten staken aehter.

4. In het diikgedeelte van de Oude Val tot aan de haven zijn door de jaren heen wat doorbraken geweest, reden waarom er dan ook landinwaarts een tweede dijk is gelegd. Men noemt zo'n tweede dijk een slaperdijk. Tussen die twee diiken had je de "pitten", waarvan een stuk werd gebruikt als iisbaan. Nu zijn ijsbaan en slaperdijk vervallen en komt de dammenweg van de Haringvlietsluizen naar de Brouwersdam er voor in de plaats.

Enkele kilometers van de haven, op de hoek Slaperdiik-Kommersweg, stond de boerderij "De Horre", die al veel veranderingen heeft ondergaan. In 1900 woonde daar C. Kastelein en de boerderij werd het laatst bewoond door Jan Tanis Mzn. Bekend is nog dat er een honderd meter naar rechts twee vissersgezinnen woonden, namelijk de families C. Bakelaar en A. Bakelaar.

Ook honderd meter naar links heeft er destijds nog een woning gestaan, De woningen werden al in de jaren twintig opgeruimd. Van deze woningen liep een kerkpad naar de Oudelandseweg, dat aansluiting gaf op "de Mannepad", dat ook een kerkpad was; dat kortte de weg aanrnerkelijk,

Wat zou de naam .Jiorre" kunnen betekenen? Het "Etymologisch Woordenboek" van Frank van Wijk geeft als betekenis van dit woord: "visfuik van tenen geviogten of een soort bun, waarin vis bewaard werd". Er was daar ook een "staI" in de buurt, die uit takken was samengesteld. Er kwamen hier zelfs Engelse vissers, die daar een vIuchthaven vonden. Het ligt weI wat voor de hand dat ze er dan hun vangst losten en in afwachting van een koper de vis in een van tenen geviochten fuik of bun bewaarden.

5. Er is van deze boerderij al in 1717 een kaart getekend, waarop te zien is hoe groot het vroeger was. In de beschrijving ervan staat te lezen: Kaart van de" Gouden en Zilveren boom ", gelegen in het land van Westvoorn, toebehorende aan Mevrouw Lowina Maria Valensia, weduwe van (wijlen) broeder Gerard van Borseld, van wie de Hofstede gemeten is met de Voornse Roede, elke meet biizonder (apart) geliik men ze ploegt in de zaaitijd. Ook elke partij al die omheind in de kaart is getekend in levende erve. Men heeft voor hem nog afgestoken (gemeten}. De Grootheid van den Gouden Boom -20, en de grootheid van de Zilveren Boom -42 gemeten, die haar respectievelijk van het Noordwegetje Noordwaarts strekken en met het getal der strekkende roede aangewesen; aldus gedaan en zo doende getekend de 14de juni 1611, door Daniel van Beecke, gezworen landmeter. Deze kaart, zo vervolgt de beschrijving, is gecopieerd in de Maand Mei 1717 door mij als geadministreerd Landmeter L. Quack.

Tot hier toe wordt gesproken van de hofstede. Honderd jaar later werd de boerderij bewoond door Johan Hameeternan, overleden 4 augustus 1825, en Jacomientje Doeland, overleden 16 december 1804. In een acte van uitvoering van de nalatenschap van dit echtpaar wordt vermeld dat het deel van Teunis Hameeteman een waarde heeft van f 11.155,-, bestaande uit bouwwoning "Den Hofdijk" en landerijen, 16 maart 1826. Teunis Hameeteman is overleden op 26 november 1872. Hij had zeven kinderen: vier zonen en drie dochters. Het blijkt dat zijn zoon Comelis op de boerderij is blijven boeren. Hij werd later door zijn kinderen, die ongehuwd ziin gebleven, opgevolgd. Jac. v.d. Linde Sf. kwam later op de boerderii, hij leeft nog steeds. Jac. v.d. Linde jr. overleed op 26 december 1982 en nu wordt de boerderij beheerd door diens zoon Jan.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek