Oudenbosch in oude ansichten deel 1

Oudenbosch in oude ansichten deel 1

Auteur
:   drs. C.Th. Lohmann
Gemeente
:   Halderberge
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3151-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Oudenbosch in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In de tweede helft van de negentiende eeuw, de tijd waaruit de oudste foro's dateren, heeft Oudenbosch zich in het algemeen gunstig ontwikkeld. De oorsprong van de opleving moet echter reeds vroeger gezocht worden. Omstreeks 1825 kreeg de economische bedrijvigheid een impuls door de opkomst van de boomkwekerijen, waarvoor de gronden op de overgang van zand naar klei bijzonder geschikt bleken. In de loop van de eeuw zijn de kwekerijen uitgegroeid tot een dominerende bedrijfstak, die op het landschaps- en dorpsbeeld een duidelijk stempel drukte.

Reeds in de middeleeuwen was Oudenbosch een belangrijk verkeersknooppunt. Een veerdienst op Dordrecht onderhield de verbinding tussen Brabant en Holland. Van Oudenbosch uit leidden heirbanen naar Antwerpen en Bergen op Zoom. De naam "Wagenhoek", die in de volksmond voortleeft, bewaart de herinnering aan de drukke passage van weleer. Al verdween de veerdienst, de Oudenbossche haven bleef een verkeersader die de economische activiteit bevorderde. Aan het stratenplan en de bebouwing is nog heden duideJijk te zien dat Oudenbosch zich reeds vroeg in de richting van de haven heeft uitgebreid.

Belangrijk voor de ontsluiting in de negentiende eeuw was de aanleg van een verharde weg - de eerste buiten de bebouwde kom - van Oudenbosch over Bosschenhoofd naar de nieuwe rijksweg Breda-Roosendaal in 1841. Van niet minder betekenis was de aansluiting op het spoorwegnet. Oudenbosch kreeg in 1854 een station aan de spoorlijn Antwerpen-RoosendaalMoerdijk, die in dat jaar werd aangelegd. In de volgende jaren werden de verbindingen met de omJiggende plaatsen verbeterd door de uitbreiding van het provinciale wegennet. In 1890 opende de Zuid-Nederlandsche Stoomtramweg-Maatschappij een lijn van Breda over Etten naar Oudenbosch, die

enkele jaren later via Oud Gastel werd doorgetrokken naar Steenbergen. De gunstige Jigging ten opzichte van de orngeving kwam ook het hotel- en stalhoudersbedrijf in Oudenbosch ten goede.

De economische bedrijvigheid toonde na 1860 een stijgende lijn door de opbloei van de suikerindustrie in West-Brabant. Deze diende een agrarisch belang en schiep werkgelegenheid juist in een jaargetijde waarin de werkloosheid het grootst was. In 1862 werd in Oudenbosch, als eerste, de beetwortelsuikerfabriek "De Mark" gesticht. In 1866 volgde een tweede fabriek namelijk die van de firma Granpre Moliere, Jager en Cie. De derde suikerfabriek verrees in 1872 op de grens met Oud Gastel. De Jigging aan een vaarwater was bij deze vestigingen een belangrijke factor. Het vervoer van bieten, pulp en suiker geschiedde vooral per schip.

Van grote invloed op het imago van Oudenbosch was de sterke groei van de instellingen van onderwijs, waarvan de grondslag reeds voor het midden van de eeuw was gelegd. In 1830 werd een instituut opgericht voor middelbare en gymnasiale studien. Dit "Collegie", later klein seminarie van het bisdom Breda, bleef tot 1878 in Oudenbosch gevestigd. De gebouwen werden toen betrokken door de paters jezuieten, die er in 1890 een grote nieuwbouw aan toevoegden. In 1929 werden zij opgevolgd door de missionarissen van de H. Familie, Van nog rneer betekenis voor Oudenbosch als onderwijscentrum was de stichting van het pensionaat "Sint Anna" en van het instituut "Saint Louis", omstreeks 1840. Deze beide instellingen ontwikkelden zich tot een uitgebreid en veelsoortig complex van scholen voor interne en externe leerlingen. Het ligt voor de hand dat vooral de internaten tot de verhoging van het welvaartspeil hebben bijgedragen. Reeds

in 1864 werd het bedrag dat zij aan loon en voor leveranties uitbetaalden op honderdduizend gulden per jaar geschat.

In deze tijd begon Oudenbosch aan een groot werk waarbij de opleving op religieus en cultureel terrein zich manifesteerde: de bouw van een indrukwekkende kerk naar het voorbeeld van de Sint Pieter in Rome. Ook uit stedebouwkundig oogpunt moet dit een ingrijpend gebeuren genoemd worden. De gevelwand van de Markt werd door broken en de mogelijkheid voor een nieuw centrum in de toekomst werd gecreeerd. In de laatste decennia van de negentiende eeuw kreeg Oudenbosch, ook door andere voorzieningen, een meer stedelijk aanzien. De voornaamste straten werden voorzien van trottoirs; er kwamen steeds meer huizen met een of meer verdiepingen en de kom van de gemeente werd 's avonds met gaslantaarns verlicht.

Maar al ging het welvaartspeil omhoog, Oudenbosch bleef niet voor tegenslagen gespaard. De landbouw- en suikercrisis deed zich ook hier pijnlijk gevoelen. Ret begin van de twintigste eeuw bracht de ondergang van de suikerfabrieken die het slachtoffer werden van de centralisering in deze industrie. De boomkwekerijen, die omstreeks 1910 nog een hoge bloei beleefden, leden ernstige verliezen in de eerste wereldoorlog, toen de export naar verschillende afzetgebieden onmogelijk werd. In een tijd waarin de sociale voorzieningen nog minimaa1 waren, werd vooral de arbeidersklasse door economische depressies getroffen. De particuliere caritas moest de ergste nood lenigen. Geen wonder dat veel bejaarde Oudenbosschenaren zich hun jeugd herinneren als een tijd van soberheid en armoede, van hard werken en karig loon. Maar menigeen zal toch met genoegen terugdenken aan de gezelligheid en gemoedelijkheid van een kleine gemeenschap, aan een bloeiend

verenigingsleven, aan zanguitvoeringen en toneelspelen in kleine kring.

In 1860 telde de gemeente Oudenbosch ongeveer drieduizend inwoners, op 31 december 1922 werd het aantal van precies zesduizend bereikt. Daarna trad een stilstand in. Tot 1941 schorn mel de het zielental tussen de zevenenvijftighonderd en negenenvijftighonderd. Ret was de tijd tussen de beide wereldoorlogen toen ook Oudenbosch met de ernstige gevolgen van de algernene economische crisis werd geconfronteerd. Van groei, ook in ander opzicht was nauwelijks sprake. Toch stond de tijd niet stil. De verworvenheden van de moderne techniek vielen ook Oudenbosch ten deel. Elektriciteit en waterleiding deden hun intrede en in de kom van de gerneente werd riolering aangelegd. De krotopruiming werd aangepakt en de volksgezondheid onderging een aanmerkelijke verbetering. Zo kwam er toch nog veel goeds tot stand, waardoor Oudenbosch in de periode tussen de twee wereldoorlogen een ander aanzien kreeg en een grondslag werd gelegd voor de krachtige opleving waarin het zich in het derde kwart van de twintigste eeuw mag verheugen.

Gaarne betuig ik mijn dank aan allen die mij bij de sam enstelling van dit boekje hebben geholpen. Gegevens die aan archiefstukken zijn ontleend, konden gelukkig met de informatie van geboren en getogen Oudenbosschenaren worden aangevuld. In het bijzonder wil ik no em en de heren F.A.L. Luijkx en P.B.J. Mol. Van de hier gereproduceerde kaarten, foto's of documenten werden er zeventien beschikbaar gesteld door de heer P.B.J. Mol, een door de heer A.M.e. Dekkers, een door de handboogschutterij "Concordia Florebit" en een door het Nederlands Zouavenmuseum. De overige afbeeldingen zijn afkomstig uit het gemeentearchief.

- - :: ,
t
~ "
!- !. - - s
~ 1. De Oudenbossche koepelkerk met de halfvoltooide voorgevel tussen 1880 en 1890. Het was het ideaal van pastoor W. Hellemons (1842-1884) de bouwvallige middeleeuwse dorpskerk te vervangen door een kerk naar voorbeeld van de Romeinse Sint-Pieter. In 1865 werd met de bouw begonnen, maar het duurde vijftien jaar voor de kerk in gebruik genomen kon worden. De voorgevel werd pas in 1892 voltooid. Zij kreeg de Sint Jan van Lateranen als voorbeeld, omdat pastoor Hellemons de gevel van de Sint Pieter te paleisachtig yond vo or een kerk. Links ziet men het achterste gedeelte van de pastorietuin, waar in 1934 het "R.K. Vereenigingsgebouw Fidei et Arti" werd gebouwd.

ffiatrkt Dudenboseh.

Drukk~Tij, M. HOPSTAKF.!<, Oudcnbosch,

2. Markt op de Markt omstreeks 1900. De meeste vrouwen dragen nog kanten mutsen en schouderdoeken. Het eerste huis links (thans nummer 23) was de verfwaren-winke1 van schilder H. Sto1s en daarnaast was de timmerwinkel van A. Konings. In het vo1gende huis woonde koperslager A.J. Maree. Aan de rechterkant van de straat staan telefoonpalen. De markt werd in deze tijd slechts tweemaa1 per jaar gehouden: op de derde donderdag van de maanden april en oktober.

3. Het gemeentehuis, gebouwd in 1776, zoals het er uit zag v66r de verbouwing in 1907. Toen verdwenen de kleine ruitjes en het decoratieve bovenlicht boven de deur. Links van het raadhuis woonde de gepensioneerde hoofdonderwijzer J. Vlemmincx ("de rijke Vlemmincx"). Hier was later het kassierskantoor van A. Scheffer gevestigd. In 1935 kocht de gemeente het pand aan ten einde in de behoefte aan meer ruimte voor de gemeenteadministratie te voorzien. Op de hoek van het Marktstraatje, ook wel "stinkend straatje" genoemd, woonde kleermaker M. Korsmit, die tevens een winkel in hoeden en petten had.

DillĀ· M. Hopstaien. Oud,n~osch. He. 5420

vJ6ffltv" e;t:::::..~ fvn-. Markt. OUDENBOSCH.

4. Deze opname moet gemaakt zijn in 1903. Links ziet u een gedeelte van het huis op de hoek van het Marktstraatje. Daarvoor stond een van de vier hardstenen gemeentepompen die Oudenbosch rijk was. Het vo1gende pand is hotel "De Kroon", dat juist in 1902 was gemoderniseerd. Exploitant was A.I. Couwenbergh. In 1910 voegde hij aan zijn zaak een stalhouderij toe. Naast het hotel is de bakkerswinkel van B.P. Buijs te zien die in 1903 zou worden verbouwd. Rechts staan de panden van het instituut "Saint Louis", die in 1923 door de nieuwe voorbouw werden vervangen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek