Overschie, Hillegersberg en Schiebroek in oude ansichten

Overschie, Hillegersberg en Schiebroek in oude ansichten

Auteur
:   M. Ramperti
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3341-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Overschie, Hillegersberg en Schiebroek in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Overschie, Hillegersberg en Schiebroek in oude ansichten

M. Ramperti

ZALTBOMMEL

W~OEN

OEKJE

ISBN10: 90 288 33412 ISBNI3: 978 90 288 33418

© 1969 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de elfde druk uit 2001

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

INLEIDING

In dit boekje zijn 150 prentbriefkaarten en foto's bijeengebraeht, gekozen uit de verzameling van de Gemeentelijke Arehiefdienst van Rotterdam. Zij bestrijken een periode van vijftig jaar - liggend tussen ongeveer 1880 en 1930 - en hebben betrekking op drie stadswijken in het noorden van Rotterdam: Oversehie, Hillegersberg en Sehiebroek. Drie voormalig zelfstandige dorpen, die in 1941 door de gemeente Rotterdam werden geannexeerd.

Overschie

De eerste bewoning in het veengebied waarin Overschie ligt, moet in het begin van de tiende eeuw zijn geweest. Het dorp dankt zijn naam aan het riviertje de Schie, dat in de Merwede (nu Nieuwe Maas) uitmondde. Op initiatief van graaf Dirk II, van wie wordt aangenomen dat hij in 939 aan het bewind kwam, werd vanuit het riviertje de Sehie een ontginning in noordoostelijke richting begonnen. Naar het riviertje werd deze ontginning de Hof te Sehie genoemd. Bij de hof ontstond op de plaats waar het riviertje in de Merwede stroomde het dorp Schie. Het bestond uit een houten kapel met eromheen wat houten woningen. De kapel te Sehie was gewijd aan St. Nicolaas; of de in de twaalfde eeuw gebouwde, eveneens

aan de heilige Nieolaas gewijde, romaanse tufstenen kerk op preeies dezelfde plaats stond als de kapel, is niet zeker.

Na de eerste bedijking van de Merwede ontstonden buitendijks door aanslib bing gorzen en slikken, die geleidelijk werden ingepolderd. Op dit bedijkte land groeide nu, aan de nieuwe mond van het riviertje de Sehie, een nieuw gehueht Sehie. De oude nederzetting Sehie werd toen Ouwersehie (later verbasterd tot Oversehie) genoemd. Het nieuwe Sehie werd later Schiedam.

Een grote verandering had plaats in 1343 door het graven van de Rotterdamse Schie. De stad Delft voelde zieh hierdoor benadeeld en wist in 1389 van hertog Albrecht toestemming te krijgen voor het graven van de Delfshavense Schie. In 1412 kreeg Rotterdam juridisehe aanspraken op de gronden aan weerszijden van zijn vaart en Delft verkreeg dezelfde rechten voor zijn Schievaart in 1425. Deze distrieten heetten de Poorterijen van Rotterdam en Delft.

De Hogenban was in oorsprong een afzonderlijke de Spangensepolder omvattende - ambachtsheerlijkheid, maar in 1605 kregen Oversehie en Hogenban een gezamenlijk bestuur en sindsdien sprak men van de ambachtsheerlijkheid Oversehie en Hogenban.

Lange tijd bestond het dorp juridisch gezien uit drie delen, waarvan het ontstaan hierboven is geschetst: de poorterijen van Rotterdam en van Delft en de ambachtsheerlijkheid van Overschie en Hogenban. Aan deze toestand kwam een eind in de Franse tijd. In 1811 werden Overschie en Hogenban en de poorterijen van Rotterdam en Delft verenigd tot een gemeente. Ook Schiebroek werd hieraan toegevoegd, maar dat werd in 1814 weer zelfstandig.

Inmiddels had den in de tweede helft van de achttiende eeuw grote veranderingen p1aatsgehad aan de oostkant van het dorp Overschie door het droogmaken van de uitgeveende polders Schieveen en Zestienhoven.

Overschie heeft lang een uitgesproken landelijk karakter behouden. In 1900 waren er 4000 inwoners. Er was toen nog petroleumverlichting. Weliswaar was er reeds in 1866 een particuliere gasfabriek, maar deze floreerde niet. De gasvoorziening hield dan ook op in 1879, nadat de gemeenteraad had geweigerd de exploitatie van de fabriek over te nemen. De petroleumverlichting werd in ere hersteld en deed dienst tot de gemeente Rotterdam in 1912 elektriciteit aan Overschie ging 1everen. In 1903 werd waterleiding aangelegd en in 1927 werd Overschie op het Rotter-

damse gasnet aangesloten. Het inwonerta1 was toen ruim 6000 en bleef langzaam oplopen, onder andere door vestiging van forensen. In 1935 waren er 9600 ingezetenen en in 1941, toen de vereniging met Rotterdam tot stand kwam, ruim 11.500. Aan de annexatie waren al enkele grenswijzigingen voorafgegaan, namelijk in 1895, 1903 en 1940.

Hillegersberg

Met foto 62 begint het aan Hillegersberg gewijde gedeelte van dit boekje met een reproduktie van het Wapendiploma. Het oude wapen, voorstellende een vrouw met een schort vol zand staand op een heuve1, herinnert aan de legende over de oorsprong van de zandheuvel waarop de kapel en het kasteel van Hillegersberg werden gebouwd. Het verhaal is bekend:

Hillegond of Hildegard, een reuzenmaagd, werd van haar huis aan Hollands duinenrand verjaagd. Zij nam haar schort vol zand mee, de schortebanden braken en het neerstortende zand vormde de "berg". Dit romantische verhaal over het ontstaan van een natuurlijke zandheuvel is waarschijnlijk het gevolg van een onjuiste verklaring van de naam Hildegaertsberg. Dit was vermoedelijk de "berg van Hildeger"; Hildeger is een mansnaam, wellicht die van de eerste burchtheer.

Het eerste bewijs van de aanwezigheid van een kerk op de zandheuvel te Hillegersberg dateert van 1028. In een oorkonde uit dat jaar bevestigt keizer Koenraad de giften, gedaan door de bisschoppen Ansfridus en Adelbo1d aan de abdij van St. Paulus te Utrecht, waaronder de kerk te Rotta. De oude naam Rotta, die herinnert aan het in de nabijheid stromende riviertje de Rotte, komt nog voor in de grafelijkheidsrekeningen van 1343, maar in de kerkelijke oorkonden van de twaafde eeuw wordt gesproken van Hildegersberg, Hildegardtsberg en andere variaties. De kerk Rotta werd moederkerk van Bleiswijk, Zevenhuizen, Kralingen en Rotterdam, welke parochies zich in de twaalfde en dertiende eeuw van Hillegersberg afscheidden.

Het kasteel of "Reuzenhuis" moet ongeveer twee eeuwen later dan de kerk zijn gebouwd. Het wordt voor het eerst genoemd in 1269. Graaf Floris V verklaarde toen het huis van Hildegerdberge en de Santwerf etc., waarvan heer Vranke Stoep van Hildegardberghe leenman was, in erfleen te hebben gegeven aan heer Vrankes dochter Aleyde.

In 1426, tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, werden de kerk en het slot verwoest. Van het kasteel, dat toen bewoond werd door Adriaan van Mathe-

nesse, is een klein gedeelte van de hoofdtoren blijven staan. Deze ruine is nag altijd een schilderachtig monument op de hervormde begraafplaats.

De herbouw van de kerk was vijftig jaar later al voltooid. Het koor aan de oostkant werd in het laatste kwart van de zeventiende eeuw bijgebouwd. In de jaren 1940-41 heeft het kerkgebouw een grondige restauratie ondergaan.

De Bergse Plassen, overblijfselen van de uitgestrekte veenplassen die in dit gebied hebben bestaan, hebben een stempel gedrukt op het aanzien van Hillegersberg. Immers, in dit unieke watersport- en recreatiegebied, waardoor zo vele natuurliefhebbers werden aangetrokken, bestond behoefte aan uitspanningen en theetuinen. Namen als "Freericks" en "Vrouw Romein" wekken bij talloze oudere Hillegersbergenaren en Rotterdammers de meest dierbare herinneringen. Aan deze en andere recreatieoorden, waaronder natuurlijk het onvolprezen Plaswijckpark, is dan ook de nodige aandacht besteed.

Ook is een plekje ingeruimd voor het buurtschap Terbregge (Terbrugge), dat tot Hillegersberg behoorde.

De gemeente Hillegersberg telde in 1885 ongeveer 2000 inwoners, in 1904 waren het er 6000. In dat jaar werd een gedeelte van het Hillegersbergse terri-

toir, namelijk van de Heu1brug tot de Ceintuurbaan, bij Rotterdam gevoegd, waardoor het inwonerta1 daa1de tot 2900. In 1920 was het aantal weer gestegen tot 4800, in 1930 waren er 15.000 ingezetenen en in 1941, toen de gemeente Hillegersberg door Rotterdam werd geannexeerd, ruim 25.500.

Schiebroek

De polder Schiebroek was vroeger een veenplas; deze werd in 1772 drooggemaakt. Het dorp Schiebroek besloeg alleen dat gedee1te van de polder dat nu gevormd wordt door de bebouwing tussen de Kleiweg en de overzijde van de Erasmussingel. Omtrent het ontstaan van de ambachtsheerlijkheid Schiebroek is niets bekend. In het begin van de veertiende eeuw wordt de naam Broek, waarmee Schiebroek werd bedoeld, voor het eerst genoemd.

Schiebroek telde in 1798 slechts 211 inwoners. Het had geen echte dorpskern, een kerk en openbare gebouwen waren er niet. Van 1811 tot 1814 is Schiebroek verenigd geweest met Overschie en Hogenban. Een plan uit 1852 om Schiebroek en Overschie te herenigen vond geen doorgang, evenmin als een plan uit 1854 om Schiebroek en Hillegersberg tot een gemeente te maken. In de periode 1850-1884 had den

Schiebroek en Overschie deze1fde burgemeester.

In 1920 was het aantal inwoners gegroeid tot 772. Daarna vo1gde een sterke stijging als gevolg van de vestiging van forensen: 1600 in 1926,4100 in 1932. Per 1 augustus 1941 is Schiebroek, tegelijk met Hillegersberg en Overschie, bij de gemeente Rotterdam gevoegd. Het aantal inwoners bedroeg to en 8030.

Bij het bepalen van de volgorde van de afbee1dingen is geen al te strakke lijn gevolgd. Voor Overschie werd uitgegaan van een bij de Hoge Brug beginnende wandeling langs Dorpsstraat en Delftweg, waarbij steeds zijwegen werden ingeslagen.

In Hillegersberg gold het viaduct aan het begin van de Straatweg, die vroeger Bergweg heette, als uitgangspunt, waarna de Dorpsstraat werd gevolgd om zo de oude dorpskern te bereiken. Ook op deze wandeling werd meermalen van de hoofdweg, vanouds de verbinding tussen Rotterdam en "de Berg", afgeweken.

Bij het samenstellen van dit boekje kreeg ik van verscheidene kanten hulp, hetzij in de vorm van aanvulling van het fotomateriaa1, hetzij in de vorm van waardevolle informaties. Graag wil ik een ieder die op eniger1ei wijze medewerking gaf, hartelijk danken.

1. Gezicht op het dorp Overschie vanaf de Kethelsekade bij 's-Gravenhuize, ook bekend als de Hof van Cyrenen, rond 1895. Links op de achtergrond het torentje van de roomskatholieke kerk aan de Delftweg.

2. Overschie vanuit de lucht, 1925. Rechts onder de Hoge Brug, links onder 's-Gravenhuize.

, ~~ ~~1
~- ~
~" If ~'t
'.
j;;
~
sv s. J I. ,'Ii '"(r. H ··.·r m

3. De Hoge Brug rond 1900, gezien vanaf de Delfshavensekade. De eerste brug op deze plaats dateert van 1390. In dat jaar werd "de Oude dijc doorgegraven en een brug, met goede sehotdeur, daarover gelegd". Daaraehter werd een nieuwe, elf roeden brede vaart (de Delfshavense Sehie) gegraven. In 1579 werd een nieuwe Hoge Brug gebouwd. Vernieuwing van steen had plaats in 1662 en in hetzelfde jaar vervaardigde de beeldsnijder Daniel de Swart de wapensehilden die tussen de bogen werden aangebraeht.

sc

Se

4. Ben romantiseh gezicht op de Delfshavense Sehie en de Hoge Brug, rond 1905. Rechts de meelmolen van de gebroeders Treurniet, ook genaamd "De Sehulp". Dit was oorspronkelijk de uit 1839 stammende en in 1860 verbouwde windmolen van Noorda. De molen werd later onttakeld en brandde in 1957 af.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek