't Zandt in oude ansichten deel 2

't Zandt in oude ansichten deel 2

Auteur
:   E.J. Keijer
Gemeente
:   Loppersum
Provincie
:   Groningen
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4339-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek ''t Zandt in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Het is verheugend dat de uitgever heeft besloten een tweede deeltje van ,,'t Zandt in oude ansichten" te laten verschijnen. Hierdoor is het mogelijk nogmaals in bredere kring te laten zien hoe de verschillende dorpen in de gemeente 't Zandt er rond de eeuwwisseling en kort daarna uitzagen.

Het laatst van de vorige eeuw was voor het platteland een periode van grote veranderingen. De ontsluiting was in volle gang. Zo ook in onze gemeente. Hier was ze in 1854 begonnen met de aan1eg van de provinciale grindweg over de dijk langs de oude Fivelboezem, waarbij een toen gevestigde tol halverwege ZeerijpSchatsborg moest helpen de kosten te bestrijden. De grote ontsluiting van de dorpen in de gemeente volgde echter in de periode 1870-1880, to en vrijwel alle grindwegen in onze gemeente zijn aangelegd. Tot die tijd waren de wegen van klei of zand en's winters vaak vrijwel onbegaanbaar. Door het moeilijke reizen was zo, 's winters, elk dorp bijna een wereldje op zichzelf. Zo is het ook begrijpelijk welk een wereld er in die tijd voor de dorpelingen openging als er ijs in de maren lag. Tot de aanleg van de grindwegen waren de meeste klei- en zandwegen in de gemeente min of meer gelijkwaardig, Bij de aanleg van de grindwegen echter moest er een keuze worden gemaakt. Aan een eeuwenoude situatie kwam toen een einde. Plotseling lag de ene boerderij aan een verkeersweg en de andere achteraf. Ook in de dorpen hetzelfde verschijnsel. Niet alle gebruikelijke wandelpaden waren breed genoeg of anderszins geschikt om te worden verhard

voor het in de toekomst te verwachten verkeer. Zo moesten soms nieuwe weggedeelten worden aangelegd.

Tot die tijd was er niet veel veranderd in de bebouwing van de dorpen. Men brak zijn huis af en bouwde op dezelfde of vrijwel dezelfde plaats een nieuw, mede ook omdat men vaak enigszins grondgebonden was. Nu kwam hierin verandering. Achteraf won en aan laantjes en paden werd minder aantrekkelijk, Men verkoos de verharde grindweg. Zo yond in Zijldijk geleidelijk aan een verplaatsing van de woningen plaats naar de tegenwoordige Fivelweg. Zo zal dit vermoedelijk ook een rol hebben gespeeld in Oosterwijtwerd, waar momenteel aan de voorzijde van de kerk vrijwel geen woning meer staat. In Oosterwijtwerd, Eenum en Leermens heeft daarnaast vooral het afgraven van de wierden het min of meer verplaatsen van de woonkern in de hand gewerkt. Ook dit afgrayen van de wierden is begonnen in de tweede helft van de vorige eeuw. Deze wierden, in de loop der eeuwen opgebouwd uit een mengsel van klei, mest en stro, hadden door de aanleg van dijken veel van hun waarde als woonplaats verloren. De wiergrond bleek een hoge bemestingswaarde te hebben en toen er, onder invloed van een snelle ontwikkeling van de landbouwwetenschap, in het laatst van de vorige eeuw veel vraag naar kunstmest en andere meststoffen ontstond, is ook de afgraving van de wierden intensief ter hand genom en. Alleen kerk en kerkhof konden de graafwoede soms keren en zo hebben ook vele woning-

en moeten wijken. Deze zijn niet of op een andere plaats, en dan liefst langs de grote weg, weer opgebouwd.

De bouw van de drie wierdedorpen is daardoor nogal gewijzigd. Centraal op een bewoonde wierde stond vroeger een eeuwenoude kerk met pastorie en er lagen kerkpaden naar diverse kanten. En rondom de wierde was de rondweg nog voor een groot gedeelte aanwezig. Na de afgraving was er bij de kerk een laag gelegen leegte, die's winters onder water liep. Ook verschillende boomgaarden zijn aan de afgravingen ten offer gevailen.

Rond de eeuwwisseling was er in onze gemeente, vooral in en rond de wierdedorpen en ook in Zeerijp, een bloeiende fruitteelt van hoogstam bomen met onderteelt van bessen. Deze besloeg to en zeker zo'n vijfentwintig hectare. In 1902 werd te Eenum zelfs de veilingvereniging "Pomona" opgericht. De produkten werden meestal naar Groningen afgezet, doch ook verzending naar Engeland yond plaats.

De afgravingen vormden eigenlijk een afsluiting van een stukje ontluistering van het oudste gedeelte van de gemeente. Van de vele borgen die daar vroeger hebben gestaan, waren aileen wat grachten en singels over. De secretarie van de gemeente was naar het jongere 't Zandt verplaatst en aileen namen als Dieftil (de til waarlangs de veroordeelden vroeger van het rechthuis te Leermens naar het gericht te Eenum werden gebracht) herinneren eraan dat bijvoorbeeld Leermens vroeger een belangrijk dorp in Fivelingo is

geweest. Van veel van het zojuist genoemde vinden we nog iets op de foto's terug.

De foto's van rond 1900 geven een gevoel van rust en sfeer. In die tijd geen radio, televisie en telefoon, geen toeterende auto's en nauwelijks een of zelfs geen bellende fietsers. De luchtband had nog geen ingang gevon den en de wegen waren voor de toenmalige hoge fiets nauwelijks geschikt. Hoewel er bijvoorbeeld in Zeerijp reeds in 1878 een hardrijderij op velocipedes werd gehouden, duurde het nog tot omstreeks 1895 eer de eerste bewoner van dit dorp een fiets had.

Het was nog de tijd van gemeenschapszin en burenplicht. Iedere dode werd nog door zijn medekluftbewoners begraven, want de begrafenisvereniging was er nog niet. Maar het was ook de tijd dat er lange dagen moest worden gewerkt, ook 's zaterdags vaak tot zes uur. En het was ook de tijd dat de nu gezellig lijkende woninkjes soms een ongekende bewoningsdichtheid hadden; een bewoner per twee vierkante meter vloeroppervlakte was geen uitzondering. Toen ook moest er soms nog een lade van het kabinet worden uitgetrokken om ieder een slaapplaats te geven en niet alle maagjes waren altijd even goed gevuld. Veel is er veranderd, veel ook is nog gebleven. Hartelijk dank ten slotte aan allen die ansichtkaarten en foto's ter beschikking hebben gesteld. Vooral grote dank aan Klaas Dijkema en de familie Nico Wolthuis voor het verzamelen van de gegevens en het maken van de reprodukties.

EENUM

1. Naderde men rond 1900 via de Boschweg het wierdedorp Eenum en sloeg men de tegenwoordige Kerkweg in, dan zag men rechts de pastorietuin met brede gracht en links een laagte. flier lag vroeger een hoogte, "de knol" geheten. Dit gedeelte van de wierde was echter reeds voor 1900 afgegraven door veehouder Eisse Mulder, die van 1875 tot 1914 op de boerderij links op de foto woonde. Men kon bij de boerderij van Mulder rechtsaf en langs een paar huisjes, v66r het huis van Tillema (midden op de foto) langs, ornhoog naar de pastorie en kerk gaan.

2. Een foto uit omstreeks 1905. Op de voorgrond, reehts, de boomgaard van Pieter Tillema; zijn huis is reehts juist niet ziehtbaar. Dit gedeelte van de wierde, waar momentee1 de ijsbaan ligt, is afgegraven in de periode van 1915 tot 1925 door Roe1f Smedema, die op de boerderij voor de kerk woonde. Op de aehtergrond, over de wagen heen zichtbaar, ligt het voormalige borgterrein van "Het Huis te Eenum", De borg is rond 1800 afgebroken en dit gedeelte van de wierde is omstreeks 1880 afgegraven. Op de weg staat veehouder, later ook dorsmaehinehouder, Eisse Mulder.

3. Een foto uit Eenum omstreeks 1910. Links de aan het eind van de twaalfde eeuw gebouwde kerk, bekend om zijn Schnitgerorgel. De toren is veellater, in de achttiende eeuw gebouwd. De torenklok, die dateert van 1104, is vermoedelijk uit Oosternieland afkomstig. Aan de overkant van het kerkpad stond, ten westen van de kerk, de oude weem, de pastorie-boerderii rechts op de foto. De pastorie met schuur, erf, tuin, laan en gracht is in 1912 aan Roelf Harm Smedema verkocht. Deze heeft grond en geld beschikbaar moeten stellen voor het bouwen van een nieuwe pastorie. De pastorie is omstreeks 1919 gesloopt en dit gedeelte van de wierde is toen afgegraven.

4. Ben foto van rond 1900. Ten oosten van de kerk staat reeds eeuwen de kosterie. Deze is tot 1889 voor een gedeelte in gebruik geweest als school. In de kosterie woonde de schoolmeester, die tevens koster en organist van de kerk moest zijn. Toen er een nieuwe school te Eenum was gebouwd, heeft de kerk in 1897 het gebouwtje verkocht aan S. van Niejenhuis, die woonde op de boerderij waar later, vanaf 1906, Roelf Smedema woonde. In 1900 heeft hij de kosterie doorverkocht aan tuinder en smid Wiebe Polman. Vanaf 1919 woonde daar korenschipper Jan Kart.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek