De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld

De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld

Autor
:   A.A. Weijts
Gemeinde
:  
Bundesland
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6455-9
Seiten
:   104
Preis
:   EUR 16.95 inkl. MwSt. *

Lieferzeit: 2 - 3 Arbeitstage (unverbindlich). Der gezeigte Umschlag kann abweichen.

   


Auszüge aus dem Buch 'De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

S Exploitatie bij de VMH

De foto geeft een beeld van de werken aan de tramlijn te Helden-Panningen op 1 januari 1923. Op de achtergrond staat een locomotief uit de serie VMH 1-4.

In 1912 bestond het rollend materieel uit vier tweeassige locomotieven, vier grote rijtuigen eerste en tweede klasse, twee postbagagewagens, zes gesloten wagens en tien open goederenwagons met 6 ton draagvermogen. In datzelfde jaar werd besloten tot aanschaf van drie gesloten en een open goederenwagon op draaistellen en twee grote rijtuigen tweede klasse benevens 15 open wagons met 10 ton draagvermogen. De zes gesloten en vijf open wagons kregen veren voor een belasting tot 10 ton.

De vier locomotieven waren door Hohenzollern gebouwd in 1911, hadden een dienstgewicht van 16 ton en droegen respectievelijk de namen VENLO, PANNINGEN, HELDEN en MAASBREE. In 1923 kregen zij de nummers LTM 13-16 en bij de MBS de nummers 13-16. In 1935 werden zij buiten dienst gesteld. Een vijfde nagenoeg identieke machine werd in 1914 in bedrijf genomen. In 1898 werd zij door Hohenzollern gebouwd en eerst geleverd aan de Bonner Strassenbahn (KFBE 4 "ROSWINDIS"). In 1914 ging zij naar aannemer Stuy te Nijmegen voor de aanleg van de MBS-lijn Nijmegen- Venlo. In 1915 werd zij verhuurd aan de Zeeuwsch-VlaamscheTrarnweg Maatschappij en in 1915 hersteld in de Centrale Werkplaats te HeIden.

In 1917 werd zij door Stuy aan de VMH verkocht. Vervolgens werd zij LTM 1 7 en ten slotte MBS 1 7. Gesloopt in 1937.

In 1912/1913 was aan rollend materieel aanwezig: vier vierassige rijtuigen 1 el2e klasse nummers 1-4 (Beynes 1912), later LTM 81-84. In 1913 volgden twee vierassers (2e klas) met de nummers 5 1- 52 (Beynes 1 91 2), later LTM 9 1- 92; twee vierassige postrijtuigen met de nummers 1-2 (Beynes 1912), later LTM 161-162. In 1920 volgde postrijtuig 3 (Beynes), dan LTM 171; zes tweeassige gesloten wagens met de nummers 101-106 (Beynes 1912), later LTM 251-256 (ombouw van 6 naar 10 ton); drie vierassige gesloten wagons nummers 1 5 1-1 53 met 12,5 ton capaciteit (Beynes 1913), later LTM 261- 262 (wag en 153 werd postbagagewagon); tien tweeassige open wagons genummerd 201-210 (Beynes 1912) van 6 ton, omgebouwd tot 10 ton bij de LTM (nummers LTM 501-507). DeVMH 208210 werdenVMH 107-109 (later LTM 257-259); na de ombouw tot 1000 mm spoorbreedte 15 gebruikte tweeassige open wagons (Both &Tillmann) van 10 ton (later LTM 511525); een vierassige open wagen met een draagvermogen van 12,5 ton (Beynes 1913), later LTM 53 1.

In 1917 werden drie gesloten wagens 208- 210 omgebouwd tot open wagons 107-109 (later genummerd LTM 257-259).

6 Historie van de maatschappij CLS

Deze maatsehappij werd opgerieht op 28 augustus 1912 en had tot doel de lijnen Roermond-Kessenich (Belgie) en RoermondHeinsberg (Duitsland) aan te leggen. Van Kessenich kon men dan per Vicinaux naar Maaseik en verder. In Duitsland was de plaats Wassenberg als eindpunt gekozen. Uiteindelijk werden de volgende tramlijnen met een spoorbreedte van 1000 mm aangelegd:

Roermond-Kessenich.geopend op 18 [uni 1915. Roerrnond-Sint Odilienberg, geopend op 15 augustus 1915. Sint Odilienberg- Vlodrop, geopend op 1 maart 1 916 (via Posterholt).

De aangelegde lijnen hebben steeds met verlies gewerkt. De remise was ten westen van de spoorlijn Roermond- Weert gebouwd. Het hoofdkantoor lag aan de GodsweerdersingeL Het werd later door de LTM voor hetzelfde doel gebruikt. Medio 1997 staat het gebouw er nog steeds.

Om een indruk te krijgen van de benodigde materialen volgt hier een opgave uit 1912-1914 voor wat betreft de tramlijn Roermond - Kessenich:

1015 ton spoorstaven (lengte rails 1 2 meter van 25,5 kilo per meter), 116 ton contrarails, 59 ton onderlegplaten. 62 ton vleugellasplaten inclusiefvulstukken, verder 19.500 stuks bereide grenenhouten dwarsliggers van 175 em, 6000 stuks van

2 meter, 64.000 m' bereid eikenhout voor wisselliggers, 33 tongbewegingen, 33 puntstukken met omzettoestellen, 1 Engelse wissel, 14.700 tirefonds, bijna 22.000 lasbouten, 8000 moerbouten met moeren en veerringen voor vulstukken en 112.500 stuks haaknagels. Voorts het maken van werken in gewapend bet on aan drie doorlaatbruggen in de Rijksweg Roermend-Horn en een gemeenschappelijke brug over de Panheelder beek in gewapend beton.

Tijdens de aanleg van de lijn Roermond- Vlodrop kon er door de hoge waterstand van de Maas in 1915 geen ballast worden aangevoerd. In deze lijn kwam bi] Beegden een aansluitingsspoor naar de fabriek van Simons tot stand.

In mei 1916 werd begonnen met de aanleg van de tramlijn Roermond-Deurne via Horn. In 1917 kwam het baanvak HornRoggel gereed, in 1918 gevolgd door het deel Horn-Roggelsehebrug (zie verder).

Verder bestonden er plannen voor de aanleg van de tramlijn Roermond - Herten - Linne - Maasbraeht - Stevensweert - Eeht Ohe en Laak - Roosteren - Born - Limbricht - Sittard - GeleenLutterade - Urmond - Obbicht - Papenhoven - Grevenbicht met zijtak Echt-Duitse grens bij Waldfeueht.

De foto toont CLS Nr. 2 (nog in originele toestand), een van de suceesvolle machines die op de CLS smalspoorlijnen dienst heeft gedaan.

7 Aanleg van de CLS tramlijnen

Bij de in juni 1915 in bedrijf genomen tramlijn RoermondKessenich bleek dat de taluds aan de doorlaatbruggen niet volgens bestek door de aannemer waren gemaakt en moesten worden hersteld. Bij de in augustus 1915 in bedrijf genomen verbinding Roermond naar Sint Odilienberg waren geen preblemen geconstateerd. De gehele tramlijn tot Vlodrop werd op 1 maart 1916 opengesteld.

Het deel Horn-Roggel kwam in 1917 gereed (opengesteld op 25 januari 1918), het deel Horn-Roggelschebrug werd geopend op 24 december 1918.

Bij de Roggelschebrug kwamen havensporen. Het gedeelte van de Roggelschebrug tot Meijel werd geopend op 1 augustus 1919 en het laatste stuk van Meijel tot Deurne Parallelweg (nu Fabrieksstraat) c.q. overweg werd op 12 februari 1921 in bedrijf genomen. Het stationsgebouw en het gebouw voor de watervoorziening te Deurne werden in 1920 aanbesteed. Een aansluiting aan het SS-emplacement kwam tot stand.

Op 10 april 1922 werd het deel Deurne overweg-Deurne Dorp geopend na kruising met de SS-spoorlijn. Daardoor kon het oude eindpunt met remise verdwijnen.

Interessant is het te vernemen dat het douanekamoorgebouw aan de grens te Itteren en de remiseloods te Horn in 1915 tijdelijk als wachtlokaal aan de militairen werden afgestaan.

Vanwege de slechte bezettingsgraad en de econornische malaise

werden successievelijk de trams door bussen vervangen en wel als volgt:

Roermond-Neeritter op 22 januari 1935. Roermond- Vlodrop op 1 augustus 1932. Roermond-Roggel-Meijelop 1 augustus 1933. Meijel-Deurne op 1 rnei 1931 (geheel opgeheven).

Het sporenplan in Roermond was vrij gecompliceerd. Via de remise aan de Slachthuisstraat liep de tram vanafhet beginpunt bij het hoofdkantoor aan de Godsweerdersingellangs het SSstation via de Willem II-singel en een sporendriehoek bij de Kapellerpoort in de richtingVlodrop. De trams richting Ittervoort en Deurne volgden hetzelfde traject tot aan de Kapellerpoort, maar reden daar rechtdoor om via de Minderbroedersingel en het Buitenop (Kraanpoort) de Maasbrug te passeren. Na aanleg van de Wilhelrninasingel in 1928 werden de trams richting Horn hierlangs geleid en konden de sporendriehoek en sporen vervallen. In de Mariagardestraat lag een drierailsysteem door gezamenlijk gebruik van de smalspoorlijn naarVlodrop met de normaalspoortramlijn naar Roosteren.

Hiernaast loc CLS 2 met een smalspoortram op het stationsplein te Roermond op 22 juli 1933. De diagonale standplaats was het gevolg van de bovengenoemde spoorverlegging. Links een bus lijn B van Monchen-Gladbach naar Roermond.

8 Exploitatie van de CLS tramlijnen

De dienstregeling Roermond naar Sint Odili:enberg van 15 augustus 1915 toont het volgende:

- drie treinen vanafRoermond Slachthuis (vertrek om 9.45 uur, 14.05 uur en 18.10 uur) en stoppend aan de haltes Roermond Station SS, Roermond Kapellerpoort, Roermond Kapel in 't Zand, De Turnp, Melick en Sint Odili:enberg (aankomst resp. 10.15 uur, 14.35 uur en 18.41 um).Treinnummers resp. 1113-15.

- drie treinen vanafSint Odili'enberg (vertrek om 10.20 uur, 14.47 uur en 18.50 uur) en stoppend aan dezelfde halteplaatsen. Aankomst Slachthuis 10.50 uur en 19.20 uur, De tram van 14.47 uur komt om 3.10 uur te Kapellerpoort aan en rijdt niet verder, Dit in verband met de treinenloop van Roermond naar Ittervoort.

De tarieven en voorwaarden voor het vervoer van personen zijn vastgesteld na voorafgaande goedkeming door den Raad van Commissarissen en zijn ten kantore van de Maatschappij verkrijgbaar gesteld.

In 1928 kwam na het vervallen van de driehoek aan de Kapellerpoort een sporendriehoek te liggen voor het hoofdkantoor, zodat de trams van Deurne en Ittervoort in staat waren het NSstation te bereiken. Terzijde van de remise was de aansluiting met de NS. In 1924 werd de Centrale Werkplaats van de LTM aangelegd op het terrein nabij de NS.

In 1917 bestond het personeel uit 1 administrateur, 1 boekhou-

der, 1 chef vervoer, 1 werkmeester, 3 klerken, 6 machinisten (van wie een reserve), 5 stokers, 1 nachtstoker, 1 srnid, 1 bankwerker, 5 conducteurs, 2 hulpconducteurs, 3 ploegbazen met 12 man, 2 railvegers, 1 telefoonarbeider, 1 wisselwachter, 1 poetser voor exploitatie, 1 technisch hoofdambtenaar, 1 technisch ambtenaar, 2 opzichter-tekenaars, 1 opzichter, 1 tekenaar, 1 schrijver, 1 machinist (aanleg) en 1 ploeg baas. Ten behoeve van de nieuw geprojecteerde tramlijn Maastricht - Gulpen Simpelveld - Wijlre - Gulpen - Vaals werd te Gulpen een technisch kantoor gevestigd. Bij het personeel is een opdeling gemaakt in exploitatie, aanleg (kantoor Roermond) en kantoor te Gulpen.

De lengte van de lijnen was Roermond - Vlodrop 14 km, Roermond-Kessenich 17 km, Horn-Meijel 20 km, Meijel-Deurne IS km en Venlo-Beringen 19 km.

De CLS werd op 15 februari 1921 door de LTM overgenomen.

De foto hiernaast is genomen in de Centrale Werkplaats te Roermond in augustus 1934.TrarnlocomotiefLTM 7 (ex-CLS 7) staat buiten dienst.

9 Tractie op de CLS tramlijnen

Interessant zijn het bestek en de voorwaarden voor de bestelling van stoomlocomotieven, opgesteld door de CLS-directie:

"De levering van vier stuks stoomtramlocomotieven ingericht voor oververhitten stoom met toebehooren en wisselstukken. De grondstoffen moeten van de beste soort zijn. Voor binnenvuurkist en steunbouten Heckmans' speciaal koper, voor de vlampijpen zacht staal naadloos, voor alle stoom- en waterpijpen getrokken rood koper zander naad, voor de kranen, draagmetalen, ventielen en stopbussen brons van 80% koper en 11 % tin, voor de assen en wielbanden Krupp's speciaal kroesenstaal. De machine moet in staat zijn een trein van minstens 160 ton excl. machine op den horizontalen weg met een behouden snelheid van 15 km/ uur te kunnen trekken."

De vier door Orenstein & Koppel in 1914 gebouwde locs bezaten een dienstgewicht van 19 ton en droegen de nummers 1-4. Ze voldeden zeer goed. In 191 7 werden de luchtpompen van de kopwanden verwijderd en binnen bij de staanplaats van de machinist geplaatst. De nummers bleven bij de LTM hetzelfde. Ze werden in 1936 gesloopt.

Stoomlocomotief CLS 5 werd in 1895 door Hohenzollern gebouwd en werd oorspronkelijk geleverd onder nummer 4 "Benzelrath" aan de Coln-Frechener Strassenbahn. Deze tramwegonderneming fuseerde in 1904 met de Stadtische Vorort-

bahnen Coln. In 1915 verkocht aan aannemer Te Siepe te Winterswijk voor de aanleg van de tramlijnen van de ZeeuwschVlaamscheTramweg Maatschappij. In 1916 aan de ZVTM verhumd en in 1918 verkocht aan de bruinkoolonderneming Bergerode. In 1919 kwam zij bij de CLS. Gesloopt in 1924 als LTM 5.

Stoomlocomotief CLS 6 had dezelfde lotgevallen als de CLS 5. Eerst nummer 5 "Maria", gebouwd door Hohenzollern in

1896. Via Te Siepe naar Bergerode. Bij de CLS kwam zij in 1919 in bedrijf en werd gesloopt in 1924 als LTM 6. Stoomlocomotief CLS 7 was een loc uit een serie van drie stuks voor de tramlijn Eltville-Schlangenbad van de Allgemeine Deutsche Kleinbahn Gesellschaft Berlin. Gebouwd door Henschel in 1 895. Via 0 & K gekocht van de Westdeutsche Sprengstoffwerke bij Hagen en in 1919 bij de CLS in dienst genomen. Gesloopt in 1 935 als LTM 7.

Stoomlocomotief CLS 8 werd via 0 & K in 1919 aangekocht van de Westdeutsche Sprengstoffwerke. Gebouwd door Henschel in 1915 met een gewicht van 24 ton. Gesloopt als LTM 8 in 1935.

De foto hiernaast toont het smalspooremplacement te Roermond. Links een machine uit de serie CLS 1-4, rechts een machine uit de serie CLS 9-12 (later LTM 9-12).

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Kolophon | Privacy | Haftungsausschluss | Lieferbedingungen | © 2009 - 2019 Europäische Bibliothek Verlag