De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld

De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld

Autor
:   A.A. Weijts
Gemeinde
:  
Bundesland
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6455-9
Seiten
:   104
Preis
:   EUR 16.95 inkl. MwSt. *

Lieferzeit: 2 - 3 Wochen (unverbindlich). Der gezeigte Umschlag kann abweichen.

   


Auszüge aus dem Buch 'De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

10 Tractie op de CLS tramlijnen

De bekendste locomotieven van de CiS waren de vier machines met de nummers 9-12. Zij waren niet van het trammodel, maar vrij zware tweeassige tanklocomotieven met een dienstgewicht van 22 ton. Gebouwd door Hanomag in 1920 met fabrieksnummers 9446 tim 9449 werden zij in 1921 in bedrijf genomen.

De radstand bedroeg 2100 mm bij een wieldiameter van 85 ern, De lengte was 6,03 meter, het leeg gewicht 19 ton, de watervoorraad 1800 liter, de kolenvoorraad 500 kilo. De twee binnenliggende cilinders hadden een diameter van 340 mm bij een krukslag van 350 mm en een stoomdruk van 1 2 atmosfeer. Het aantal vlampijpen (afmeting 35 x 39 mm) bedroeg 16 stuks en het aantal vlambuizen 49 (afmeting 54 x 60 mm). De lengte van de pijpen bedroeg 2100 mm. Het verwarmd oppervlak van de vuurkist was 3,36 m en van de vlampijpen en vlambuizen 21,14 m'. De oververhitter had een v. 0. van 12 m' en het roosteroppervlak was 0,74 m'. De stoomverdeling was van het type Verhoop.

Deze machines deden dienst op de drie door de CiS aangelegde tramlijnen vanuit Roermond. In het begin had men nogal veel last van het doorbranden van de omkeereinden van de oververhitter-elementen. Deze werden in 1922 dan oak met 100 mm ingekort. Het V. 0. werd toen 1 1 ,45 m'. Oak werden in 1 922 door Hohenzollern extra aanzetinrichtingen aangebracht op de Verhoop voedingspompen. De gecompliceerde voedingsinstal-

latie werd later verwijderd. De locomotieven waren voorzien van een stoom- en een handrem. De nummers 9 en 12 werden in 1937 afgevoerd, de andere twee in 1938 vanwege het ontbreken van werk.

Voor de aanleg van tramlijnen werd een tweeassige locomotief voor 1000 mm spoor gehuurd met de naam Berlin, gebouwd door Krauss te Mimchen, In 191 7 werd een werkloc Karl gekocht voor de aanleg van de lijn Horn-Deurne (later Nr. 1).

De foto onder toont een originele koperen fabrieksplaat van de stoomlocomotief CLS nummer 11.

Hiernaast lac CiS 9 met rijtuig B5 5 op het smalspooremplacement te Roermond op 22 juli 1933.

11 Rollend materieel op de CLS tramlijnen

In 191 5 werden vijf stuks vierassige personenrijtuigen gebouwd door Allan te Rotterdam met de nummers 1-5. Deze hadden 12 zitplaatsen eerste klas (6 roken en 6 niet-roken) en 24 zitplaatsen tweede klas met twee gesloten eindbalkons voor elk 12 personen.

In de rijtuigen zijn dwarsbanken geplaatst. De lengte is 14 meter. Zij zijn voorzien van centrale buffers, centrale koppelingen met borgkettingen-systeem Vicinaux, met stoomverwarming, Knorr luchtdrukrem en handrem. De zitbanken eerste klas bestaan uit djatihouten regelwerk met losse gecapitonneerde kussens, aan de ene kant bekleed met trijp, aan de andere kant met leerdoek gevuld met paardenhaar. De rugleuningen bestaan uit paardenhaar en trijp. In de 2e klas zijn de zitbanken uit smalleAmerikaanse grenenhouten stroken op djatihouten regelwerk. De vloerbedekking bestaat uit zware kokosmarten in de 1 e klas, in de 2e klas met eikenhouten latwerk. De verlichting bestaat uit hangend gasgloeilicht (gas van de gemeentelijke gasfabriek Roermond). In 1916 volgden twee stuks vierassige personenrijtuigen 2e klasse gebouwd door Beynes met 37 zitplaatsen en genummerd 51-52. Er volgden in 1918 nag zes stuks vierassige personenrijtuigen 2e klasse met 34 zitplaatsen gebouwd door Beynes (numrners CLS 53-58) en in 1920 twee vierassige personenrijtuigen met een eerste- en tweedeklasafdeling, ook gebouwd door Beynes te Haarlem (nummers CLS 70-71).

In 1915 werden door Allan rwee vierassige post/bagagerijtui-

gen gebouwd voor 6 ton met de nummers 101-102. Deze hadden luchtdrukremmen met noodrem, stoomverwarming en gaslicht. In 191 7 volgden twee bijna identieke rijtuigen gebouwd door Beynes voor 6 ton en genummerd 151-152.

In 1915 leverde Allan twee gesloten wagons voor 10 ton met nummers 201- 2 0 2. In 191 7 bouwde Beynes een gesloten wagon voor 10 ton met hefboomrem genummerd 210. In 1921 leverde Werkspoor twee gesloten wagons voor 10 ton. Deze waren in 1919 gebouwd en kregen de nummers 220221. De Belgische fabriek Nivelles bouwde in 1921 tien gesloten wagons voor 10 ton genummerd 231-240, die waarschijnlijk direct aan de LTM werden geleverd.

In 1 9 1 5 bouwde Allan zes open wagons voor 1 0 ton genummerd 301-306. De goederenwagons hebben een hefrernboom op een van de assen. De open wagons hebben in elke zijwand openslaande deuren van 1 25 em. Bij een aantal open wagons kunnen boven de schotten afneembare hekken geplaatst worden van 70 em. Enkele andere wagons hebben inrichtingen voor draaiende schamels, losse rongen en uitneembare zij- en kopschotten van 80 em. Alle wagons zijn tweeassig.

De foto op de pagina hiernaast toont het personenrijtuig CLS 58 te Meijel in juli 1932.

12 Rollend materieel op de CLS lijnen

In 1917 werden door Beynes drie open tweeassige wagons voor 10 ton gebouwd en in 1921 geleverd met de nummers 310312. Zij hadden vaste schotten, losse hekken, deuren en een schroefrem.

In 1919 bouwde Werkspoor acht tweeassige open wagons voor 10 ton met de nummers 320-327. Deze waren qua uitvoering nagenoeg gelijk aan de bovengenoemde wagons. Zij hadden echter een bordes en waren voorzien van een schroefrem.

In 1915 bouwde Allan vier tweeassige open wagons voor 10 ton genummerd 351-354. Deze hadden of'losse schotten Of losse rongen met losse schamel en waren voorzien van schroefrem.

De Belgische firma Sambre bouwde in 1921 tien tweeassige open wagons voor 10 ton genummerd 431-440. Zij hadden vaste schotten, deuren, een schroefrem en een remmershuisje. In 1934 werden zij verkocht aan de MBS.

Ten slotte bouwde een andere Belgische firma Nivelles in 192 1 nog dertig tweeassige open wagons voor 10 ton genummerd 451-480; voorzien van vaste schotten, deuren en een schroefrem.

Op 28 februari 1919 werden bij Orenstein & Koppel twintig nieuwe tweeassige open wagons voor 10 ton met onder andere handspilrem en centrale buffers besteld. De bak had een afmeting van 530 x 219 x 90 em. De radstand was 2,40 meter bij een lengte van 6,41 meter. Deze werden vanwege de oorlog

naar Belgie en Frankrijk gezanden voor de wederopbouw.

Deze opsomming van goederenmaterieel moet met de nodige voorzichtigheid bekeken worden. Enerzijds vermeldt het LTMarchief niet alle gekochte wagens, anderzijds is er een aantal wagons op hum geweest, zoals de nummers 401-410. Deze open tweeassige wagons werden door verschillende Belgische bedrijven in de oorlogsjaren geconstrueerd. Voorts werd een aantal wagons meteen aan de LTM afgeleverd zonder CLS-nummers te hebben gehad.

Door de oorlogsjaren was de aflevering vanwege het gebrek aan materialen sterk vertraagd en werden de laatste series wagons pas in 1921 in bedrijf gesteld. Ten slotte zijn er ook wagons geweest, die hun oorspronkelijke nummers niet behielden, maar omgenummerd werden. Zo was de genoemde serie 231240 van Nivelles eerst genummerd 551-560, daarna werd het 401-410 en ten slotte kregen de wagons de nummers 231-240.

Wat er met de Orenstein & Koppel wagons is gebemd, kon niet meer achterhaald worden. Al met al is een compleet overzicht met de juiste nummering van de wagons een zeer moeilijke opgave.

Op de volgende pagina zijn op het smalspoor emplacement te Roermond de open wagon 462 en de gesloten wagon 203 te zien. De foto is rand 1934 genomen.

13 Plannen voor aanleg van tramlijnen

In 1918 werd een commissie Bongaerts ingesteld, die een net van tien tramlijnen had ontworpen. Op 25 oktober 1919 kwam deze commissie met een rapport, waarin werd aangedrongen op de oprichting van een nieuwe maatschappij voor de aanleg van nieuwe tramlijnen in Zuid-limburg en de overname van de noodlijdende lijnen. De volgende tramlijnen waren voorzien:

Lijn 1: verbinding Maastricht - Gulpen - Simpelveld (en Kerkrade) via de gemeenten Maastricht, Heer, Cadier en Keer, Margraten, Gulpen, Eys, Simpelveld, Heerlen en Kerkrade.

Lijn 2: Wijlre - Gulpen - Vaals via de gemeenten Wijlre, Gulpen, Wittem en Vaals. Aansluiting aan de spoorlijn Maastricht-Aken te Wijlre-Gulpen.

Lijn 3: de lijn Heerlen - Nuth - Schimmert - Ulestraten - Meerssen - Heer. Zij loopt via de gemeenten Heerlen, Hoensbroek, Wijnandsrade, Nuth, Hulsberg en dan Schimmert - Ulestraten Amby naar Heer.

Lijn 4: Ulestraten - Beek - Geleen door de gemeenten Oensel, Kelmout, Klein Genhout, Beek, Neerbeek en Geleen. Te Lutterade is een aansluiting geprojecteerd aan de spoorlijn Maastricht - Roermond.

Lijn 5: Nuth - Staatsmijn Emma - Staatsmijn Hendrik en Brunssum via de gemeenten Nuth, Hoensbroek, Heerlen en Brunssum. Zij is enkelsporig uitgevoerd.

Lijn 6: Roermond - Echt - Sittard-Staatsmijn Maurits - Urmond - Buchten met zijtak Roosteren-Maaseik via de gemeenten Roermond, Herten, Linne, Maasbracht, Echt, Dieteren, Susteren,

Buchten, Born, Limbricht, Sittard, Lutterade, Urmond, Berg, Obbicht en Grevenbicht. Te Echt is een emplacement met remise en station ontworpen. De spoorlijn Roermond-Maastricht wordt bij KMP 29,6 met een tunnel gekruist. De lijn Sittard-Herzogemath wordt gelijkvloers bij KMP 32 gekruist. De zijtak Roosteren-Maaseik heeft een lengte van 2,93 km.

De lijnen 1 tot en met 6 zullen geexploiteerd worden met stoomtractie. De nog te noemen lijnen 7 tot en met 10 zullen een elektrische exploitatie krijgen.

De afbeelding hiernaast toont het normaalspoor- en smalspooremplacement van de LTM te Roermond voor 1934. Geheel rechts de NS-spoorlijn Roermond-Maastricht. Op de voorgrond een gesloten goederenwagon voor normaalspoor. Op de achtergrond links en in het midden verschillende typen goederenwagonsvoorsmalspooL

14 Aanlegplannen van tramlijnen

Van de geprojeeteerde tramlijnen zullen de volgende verbindingen een elektrisehe exploitatie krijgen:

Lijn 7: De Loeht - Heerlen - Sittard. Het gehueht De Loeht is gelegen aan de Duitse grens op de weg Heerlen-Aken. De lijn loopt via de gemeenten Kerkrade, Heerlen, Hoensbroek, Amstenrade, Oirsbeek, Sehinnen en Munstergeleen naar Sittard. Bij KMP 0,6 wordt de spoorweg Maastricht-Kerkrade gehjkvloers gekruist (bij De Loeht). Te Valkenhuizen is een aansluiting op de tramlijn naar Kerkrade.

Lijn 8: Brunssum- Heerlen (reehtstreeks).

Lijn 9: Heerlen - Waubaeh - Eijgelshoven - Kerkrade via de gemeenten Heerlen - Scheijt (Schaesberg) NieuwenhagenWaubach - Eijgelshoven en Kerkrade.

Lijn 10: Kerkrade- Valkenhuizen en geeft aansluiting op de Ii]n 7 bij KMP 4,52 (gehuchtValkenhuizen).

Op 14 februari 1921 wordt de LTM opgericht. De lengte van de lijnen zoals voorgesteld bedraagt 21 ,5 km (hjn 1), 12,5 km

(lijn 2),25,5 km (lijn 3), 10,5 km (voor hjn 4), 10 km (lijn 5), 47 km (lijn 6), zijlijn Roosteren-Roosteren Maas (3 km), 22 km (lijn 7), zes km (lijn 8), 13,5 km (li]n 9) en 4,5 km (lijn 10). Van deze ambitieuze plannen kwarnen alleen de lijnen 2, 7 en 10 geheel gereed. Van de lijnen 1 en 6 werd een deel gerealiseerd. Li]n 8 werd in gebruik genomen met een geheel gewijzigde route. Alle genoemde lijnen waren in normaalspoor gebouwd. De aandeelhouders waren het Rijk (43 procent), de

Provincie (26 procent) en deVereniging van Gemeenten (31 procent), waarbij de direetieleden alleen directeuren van het Staatsspoor en de HSM mochten zijn! De Provincie Limburg en de Vereniging van Gemeenten "Gemeensehappelijk Bezit van aandelen in de LTM" (GEBALTRAM) bezaten dus gezamenlijk een meerderheid van de aandelen.

De hierna volgende lijst geeft een opsomming van de openingsen sluitingsdata van de lijnen zowel voor het personen- als voor het goederenvervoer:

Het traject Roermond - Stevensweert - Eeht - Roosteren Maas was voor personenverkeer geopend van 30 november 1922 tot 3 rnei 1937. Tot het jaar 1938 was er echter nog de wekelijkse markttram. Het goederenvervoer werd uitgevoerd van I december 1922 tot 18 december 1937.

De foto hiernaast geeft een beeld van de officiele opening van de norrnaalspoortramlijn van Roermond via Eeht naar Roosteren op 30 november 1922. Zij wordt getrokken door een stoomlocomotief de serie LTM 21-35 gebouwd door Hanomag.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Kolophon | Privacy | Haftungsausschluss | Lieferbedingungen | © 2009 - 2019 Europäische Bibliothek Verlag