De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld

De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld

Autor
:   A.A. Weijts
Gemeinde
:  
Bundesland
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6455-9
Seiten
:   104
Preis
:   EUR 16.95 inkl. MwSt. *

Lieferzeit: 2 - 3 Wochen (unverbindlich). Der gezeigte Umschlag kann abweichen.

   


Auszüge aus dem Buch 'De Limburgsche Tramweg Maatschappij in beeld'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

20 Exploitatie van de LTM tramlijnen

In 192 6 wordt melding gemaakt van mijnschade aan de trambaan op diverse plaatsen.

De volgende hjnen zijn in exploitatie:

Roermond-Ittervoort (17,66 km) met stoomtractie op smalspoor.

Roermond-Vlodrop (14,08 km) met stoomtractie op smalspoor.

Roermond - Deurne (40,9 km) met stoomtractie op smalspoor. Tot afbuiging te Horn geexploiteerd over de hjn RoermondIttervoort over 5,8 km.

Venlo-Beringen (20,2 km) met stoomtractie op smalspoor. Roermond-Grevenbicht (33,9 km) met stoomtractie op normaalspoor.

Maastricht - Vaals (28,15 km) met stoomtractie op normaalspoor.

Sittard-Heerlen (16,3 km) met elektrische tractie op normaalspoor, waarvan 4639 meter dubbelspoor.

Emma-Brunssum (5,3 km) met elektrische tractie op norrnaalspoor, waarvan 2145 meter dubbelspoor.

Heerlen-Kerkrade (9815 meter) met elektrische tractie op normaalspoor.

Het aantal meters spoor op het remiseterrein te Heerlen, het emplacement te Roermond en de Centrale Werkplaats te Roermond zijn niet vermeld. Ook aansluitsporen (zoals de driehoek

bij de Emma), aansluitsporennaar en van de remise te Heerlen en gemeenschappehjk benutte sporen zijnniet in de lengte van de sporen weergegeven.

In 1927 wordt reeds vermelding gemaakt van de concurrentie van de autobussen langs de trajecten Heerlen-Kerkrade, SittardBrunssum en Maastricht-Vaals.

In 1928 werd begonnen met de voorbereidingen voor het leggen van tramsporen over de Kloosterweg en de noordelijke tunnehngang.Op 13 september 1928 werd de tunnel onder de miljoenenlijn in gebruik genomen. Een nieuw spoor werd gelegd te Roermond vanafhet emplacement over hetWilhelminaplein en de Wilhelminasingel naar de Maasbrug. Het oude hjngedeelte Maasbrug - Roerkade - Minderbroedersingel- Willem II-singel werd opgebroken.

Hiernaast de eerste feestelijk versierde elektrische tram ter gelegenheid van de opening van de hjn Heerlen-Kerkrade op 18 augustus 1925.

21 Exploitatie van de LTM tramlijnen

In 1929 werd de tunnel te Heerlen in gebruik genomen. Daardoor kwam het tijdrovende overbrengen van het materieel van en naar de remise te vervallen.

Voor die tijd was het tramsysteem ten noorden en ten zuiden van de spoorlijn Sittard-Herzogenrath gescheiden, zodat 's morgens vroeg en's avonds laat een aantal motorwagens met aanhangrijtuigen van de remise ten noorden van de genoemde spoorlijn via de overweg in de Willemstraat naar het station aan de zuidzijde overgebracht moest worden. Daarbij werd het materieel door een andere motorwagen over de kruising heen geduwd, aangezien er boven de NS-sporen geen bovenleiding aangebracht mocht worden. Deze procedure ging als voIgt (Inspectie Maastricht 11-8-1925):

"Tijdelijke kruising van de LTM op den overweg aan de Willemstraat te Heerlen. Op nader te bepalen dagen en tijdstippen zal tbv de LTM telkens des morgens eene tijdelijke kruising over onze sporen worden gelegd, om aan de LTM gelegenheid te geven met haar materieel van de Noordzijde van den spoorweg naar de Zuidzijde te gaan. Des nachts wordt deze kruising weder gelegd om het LTM materieel van de Zuidzijde naar de Noordzijde terug te brengen. Hiervoor is onder aan seinhuis A eene houten stelling geplaatst waarop de 6 spoorstaven in daarvoor passende inkepingen kunnen worden gelegd en dmv een ijzeren beugel met hangslot worden afgesloten, deze spoorstayen passen in de daarvoor in den overweg gemaakte sleuven. De

spoorstaven moeten normaal zijn afgesloten en de sleutel moet hangen op een daartoe bestemd bord opgehangen op een zichtbare plaats in seinhuis A. Hi] mag uitsluitend van het bord verwijderd worden tbv een tramovergang op de daarvoor vastgestelde tijdstippen en moet na elk gebruik zoodra mogelijk weder op het bord worden gehangen. De in seinhuisA dienstdoende seinhuiswachters zijn er voor verantwoordelijk dat hieraan stipt de hand wordt gehouden. Zij moeten zich bovendien bij aanvang van hun dienst overtuigen dat de spoorstaven dmv den ijzeren beugel met hangslot zijn afgesloten, dat de sleutel op het bord aanwezig is en van onregelmatigheden te dezen opzichte aan den treindienstleider kennis geven."

Hiernaast een schets van het sporenplan rond 1925. Bij de bovenste tekening ziet men, dat het eindpunt van de elektrische tram in de Willemstraat is gelegen. De kruisjes zijn halteplaatsen. De enkelsporige tramlijn gaat via de Sittarderweg, kruist de remisesporen (zie foto eerder) en loopt daarna dubbelsporig verder richting Emma. De remisesporen richting tunnel zullen na het gereedkomen van de tunnel in de Kloosterweg worden aangesloten, zodat de tramlijn in de Sittarderweg afgebroken kan worden.

Daaronder een tekening van de oude situatie voor het NS-station van de trams naar en van Kerkrade.

1~

1. Remiseterrein

2. EindpuntWillemstraat

3. Halte Meezenbroekerweg

4. Naar tunnel Kloosterweg

5. Riehting SM. Emma

6. Grasbroekerweg

Heerlen situatie LTM sporen voor 1929

1. Stationsgebouw NS

2. Opstelsporen tram

3. Omloopspoor tram naar Kerkrade

4. Teehniseh Kantoor NS

5. Tijdelijk waehtlokaal

6. Saroleastraat (richting Kr)

Heerlen situatie LTM voor 1929

22 Exploitatie van de L TM tramlijnen

"De LTM draagt zorg dat 4 man van haar personeel, waarvan een als voorman de leiding heeft, op tijd aanwezig zijn aan den overweg. Na bekomen machtiging van den treindienstleider wordt het hangslot geopend en de voorman ontsluit de 6 spoorstaven. Als de staven goed liggen en de sluitbomen van den overweg geheel geopend zijn, geeft de treindienstleider order aan de wagenvoerder van de tram over de kruising te rijden, waarbij de snelheid maximaal 5 km/uur mag zijn. Na de kruising te zijn gepasseerd, worden de losse staven uit de sleuyen genomen en wordt de procedure verder afgewerkt. Daarna overtuigt de treindienstleider zich dat de tramwissel in de Willemstraat ten zuiden van den overweg, nadat het tramwegmaterieel over dezen wissel is gereden, voor krom spoor wordt gelegd. Zoolang de spoorweg niet geheel vrij is van de tijdelijke kruising, mag geen trein vertrekken van Schaesberg ofTerwinselen naar Heerlen noch omgekeerd, terwijl ook niet in de richting van den overweg mag worden gerangeerd."

Voorts kwamen in 1929 de tramsporen over de Kloosterweg via de tunnel mar het Stationsplein gereed. Op het Stationsplein zelf en de Parallelweg werden de sporen afgebouwd. Het tijdelijk spoor in de Willemstraat werd opgebroken.

In 1930 werd de lijn Wijlre-Gulpen gesloten.

In 193 1 werkten 303 ambtenaren en beambten in vaste dienst en 79 man in losse dienst plus een bedrijfsdirecteur: Algemene Zaken (17), Vervoer (15), Weg en Werken (7), Tractie en Mate-

rieel (2), Werkplaats Heerlen (2), idem Roermond (1), treincontroleurs (3), conducteurs (76), overigen vervoer (13), ploegbazen (12), wegwerkers (63), overigen W &W (5), totaal aan machinisten (33), wagenvoerders (34), stokers (13), onderstationwachters (4), elektriciens bovenleiding (3), overigen Tractie en Materieel (8), voorlieden werkplaats Heerlen (1), personeel 1 e klas (6), idem 2e klas (14), hulpwerklieden (7), overigen (3), voorlieden werkplaats Roermond (1), werklieden l e klas (20), idem 2e klas (3), hulpwerklieden (11), overigen (5).

De Iijn Roosteren Maas - Buchten - Grevenbicht - Sittard ging op 1 5 juli 193 1 in bedrijf In mei 193 1 werd Deurne- N eerkant gesloten.

Hiernaast een tekening van de tramsporen door Heerlen na de opening van de spoortunnel in 192 9-19 30. De kruisjes zijn halteplaatsen. De tram komend van de Emma reed via de tunnel door het centrum van de stad en reed daarna weer naar Sittard of Brunssum. De tram naar Kerkrade begon bij het kopspoor en reed door de Saroleastraat naar de Akerstraat. Vanuit Kerkrade reed zij via het Emmaplein naar het station en moest bij het kopspoor omlopen om zo weer naar Kerkrade te rijden.

1. Halte Heerlen uit Sittard

2. Vertrek r. Emma, aankornst

uit Kerkrade

3. Stationsgebouw NS

4. Vertrek naar Kerkrade

5. Tunnel onder NS spoor

6. Halte ON I

7. Remiseterrein

8. Diamantstraat

9. Beersdal

10. Heerlerheide

11. Halte ON III 1 2. Ganzeweide 1 3. Ganzeweide

14. SM. Emma

15. Grasbroekerweg

14 13

12 11 10 9 8

Remisesporen & trarnlijnen LTM (1939)

3

4

23 Exploitatie van de LTM tramlijnen

In 1932 werd de lijn Roermond-Vlodrop opgeheven en door een busverbinding vervangen.

Het baanvak Sittard-Grevenbicht werd op 1 december 1933 door de Staat overgenomen in verband met de aanleg van de haven te Born (Julianakanaal). Tevens werd de tramlijn Roermond-Meijel gesloten voor alle verkeer, evenals de dienst op het gedeelte Roosteren - Grevenbicht - Sittard. Het deel RoosterenBuchten bleef voor goederenverkeer open.

Bij het NS-station werden in 1933 belangrijke wijzigingen aangebracht in de ligging van de tramsporen. De sporen op de Parallelweg werden geheel opgebroken en de ligging van de sporen bij het station geheel gewijzigd. Het vertrekpunt van de trams naar Kerkrade en De Locht werd verlegd naar de noordzijde van de tunnelweg, terwijl daar een trottoir met keermuren werd gebouwd. Voor de aankomende trams van Kerkrade en De Locht en de vertrekkende trams naar Brunssurn en Sittard werd bij het station een perron gemaakt.

In 1935 werd de lijn Roermond-Ittervoort voor personenvervoer gesloten. Begin 1935 werd het kolenvervoer op het deel Echt-Maasbracht Haven stopgezet. De lijn Roermond-Kessenich werd tot Horn zanderij opgebroken.

In 1936 werd de verbinding met station Echt opgeheven. In 1937 werd het personenverkeer op de lijn Roermond-Roosteren en op de lijn Maastricht - Vaals stilgelegd. De Centrale Werk-

plaats te Roermond werd gesloten. In 1 938 werd MaastrichtVaals voor alle verkeer gesloten evenals de dienst RoermondBuchten.

Gedurende de jaren 1940-1944 nam het reizigersvervoer per tram een geweldige vlucht. De exploitatie van tram- en buslijnen werd echter vanaf 1 7 september 1944 geleidelijk gestaakt tot maart 1945, behalve enkele mijnwerkersdiensten.

Op 1 8 maart van dat jaar werd de tramdienst hervat, behalve de lijn naar De Locht. Vanaf 1947 loopt het personenvervoer per tram sterk terug, dit vanwege een vermeende precaire situatie van de trambaan! In 1948 wordt het besluit genomen de tramdiensten te staken.

In 1949 wordt het noordelijke deel van het tramnet opgeheven, in 1950 gevolgd door het zuidelijk deel.

De hart hiernaast geeft een indruk van de problemen die men bij de aanleg van de tramlijnen door de kom van Heerlen heeft ondervonden door de zeer beperkte ruimte. De tram uit Kerkrade moest bij wissel 6 eerst een grote boog naar links maken om via het Emmaplein bij het station te komen. Terug ging de tram vanafpuntA.

De tram uit Sittard of Brunssum moest ornrijden via het Emmaplein en de Willemstraat naar het NS-station.

LTM tramemplacement Heerlen 1943

7

6

5

4 3~

11

1. Tunnel onder NS-spoor

2. Stationgebouw NS

3. Vertrek naar Kerkrade

4. Aankomst uit r. Emma

5. Saroleastraat

6. Wissel in Akerstraat

7. Halte Molenberglaan

8. Halte Emmaplein

9. Idem voor r. Sittard 10. Idem uit Kerkrade II. Halte Willemstraat

12. Aankomst uit Kerkrade

24 De stoomtractie op de LTM tramlijnen

De stoomlocomotieven van de maatschappijcn LESM, VMH en CLS werden reeds besproken. Op de volgende pagina's zuilen de LTM stoomlocomotieven worden behandeld, die alle voor normaalspoor waren gebouwd.

De grootste serie was de reeks LTM 21-35, waarvan de eerste tien stuks in 1922 en de laatste vijf stuks in 192 5 werden gebouwd door Hanomag. Deze locs werden aangeschaft voor alle soorten diensten op de normaalspoorlijnen van de LTM. Het waren de zwaarste tweeassige tramlocs die in Nederland gereden hebben. De radstand was 230 em bij een wieldiameter van 90 ern, De lengte bedroeg 6,72 meter. Het leeggewicht was 23,6 ton, het dienstgewicht beliep 28,5 ton. De machine kon 2,5 m' water en 650 kilo kolen meenemen. De twee binnenliggende cilinders hadden een diameter van 360 mm bij een gelijke krukslag. De stoomdruk was 12 atmosfeer. Er waren twaalfvlampijpen (35 x 39 mm) en 67 vlambuizen (57,S x 63,5 mm). De oververhitte machine bezat een ketel van 11 5 em doorsnede en de afstand tussen de pijpenplaten was 220 cm. Het verwarmd oppervlak van de vuurkist bedroeg 4,0 m', dat van de vlambuizen en -pijpen totaal 29,5 m'. Het roosteroppervlak was 0,81 m' en de stoomverdeling volgensVerhoop.

De locs 21-30 waren voorzien van eenVerhoop-pomp, vacuumrem, rookkastvoorwarmer, waterreinigingsinstailatie en sodapot. De gehele installatie is later vervangen door twee injecteurs.

De locs 31-35 waren zodanig gebouwd, dat de voedingsinstallatie later aangebracht kon worden. In 1935 werden de nummers 21 en 34 afgevoerd na een ernstige botsing te Gulpen. In 1938 werden onder meer de nummers 22 tot en met 32 (behalve de nummer 24) en nummer 35 aan Dotremont te Maastricht verkocht, waarvan er later een aantal verkocht werd aan onder meer de Staatsmijnen. De machines bezitten een koperen vuurkist. Zij hebben uitstekend voldaan voor het doel waarvoor zij gebouwd waren. Zij werden ook gebruikt bij de aanleg van LTM tramlijnen.

De fabrieksnummers waren 9857 -9866 voor de eerste serie en 10209-10213 voor de laatste serie.

De foro hiernaast toont stoomlocomotief nummer LTM 29 met een lage bakwagon van de NS bij het station van Echt NS in 1934.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Kolophon | Privacy | Haftungsausschluss | Lieferbedingungen | © 2009 - 2019 Europäische Bibliothek Verlag