Goudriaan in oude ansichten deel 1

Goudriaan in oude ansichten deel 1

Author
:   A. van der Graaf
Municipality
:   Graafstroom
Province
:   Zuid-Holland
Country
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0281-0
Pages
:   80
Price
:   EUR 16.95 Including VAT *

Delivery time: 2 - 3 working days ((subject too). The illustrated cover may differ.

   


Fragments from the book 'Goudriaan in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Oud, heel oud is het dorp Goudriaan al. In 1260 wordt het voor het eerst in een handvest genoemd. Het is Hendrik, de bisschop van Utrecht, die op 2 mei aan Willem, heer van Brederode, het recht geeft een kerk te stichten met een doopvont, het recht van begraven en, ten behoeve van de mensen die de kerk bezoeken, een priester in dienst te hebben. Voor die tijd was nooit geschiedenis geschreven en er moet dan ook worden aangenomen dat Goudriaan daarvoor, voor kortere of langere tijd, slechts door jagers en vissers werd bewoond. Van dijken en waterhuishouding was geen sprake en men moet zich het landschap waarin Goudriaan gelegen was ook niet zo voorstellen zoals het nu is. De Alblasserwaard was overdekt met bossen en struiken en op sommige plaatsen ondoordringbaar. Door de eeuwenlange vegetatie had zich een dikke veenlaag gevormd. Daar kwam dan nog bij dat, door de ligging in de delta, dit land regelmatig werd overstroomd.

Omstreeks 1200 kwam de ontginning op gang. De graven van Holland en de bisschop van Utrecht keken beiden naar de onontgonnen "landsheerlijke wildernis" en gingen beiden, ieder voor zich, aan het werk om hun gebied uit te breiden. Een van de bases waaruit men zo'n ontginning begon is het veenriviertje de Goudriaan geweest. De grafelijke of bisschoppelijke landmeter bepaalde de grootte van het terrein en hield nauwgezet rekening met de mogelijkheden om het overtollige water af te voeren. Op de kaart is het werk van die landmeters tot vandaag te zien, omdat de bochten in de Goudriaan, die als ontginningsbasis werd gebruikt, aan de achterkaden worden teruggevonden.
Heel hard moet er zijn gewerkt. Met primitieve schoppen en spaden werd de grond verzet om vervolgens met schootsvellen - de kruiwagen kende men nog niet - te worden vervoerd. Met deze simpele hulpmiddelen en met een ijzeren wil drong men, jaar na jaar, de wildernis verder terug, om na drie of vier geslachten de achterkade te bereiken.
Als plaatsbepaling schrijft men in 1830: Goudriaan, heerlijkheid in de Alblasserwaard, de gemeente Oud- en Nieuw Goudriaan uitmakende. De heerlijkheid paalt ten noorden aan de heerlijkheid Langerak bezuiden den Lek, oost aan Noordeloos, zuid aan Over- en Nederslingeland en west aan Ottoland en Ammersgraveland. Zij bevat de polders Oud- en Nieuw Goudriaan, benevens eenige verstrooid liggende huizen. Beslaat een oppervlakte van 792 bunders, 3 roeden en 71 ellen. Het ligt 2 112 uren N. W. van Gorinchem en 3 uren O. van Sliedrecht.

Het spreekt haast vanzelf dat Goudriaan altijd een agrarisch dorp is geweest. Nijverheid was er nauwelijks. Natuurlijk wel een bakker, een slager, een smid en een timmerman, maar die waren nodig om aan de behoeften van het dorp te voldoen. De hoofdmoot van de middelen van bestaan kwam voort uit de veeteelt. Weliswaar heeft in de tijd van de grote bloei van de zeilvaart ook de hennepteelt hier als belangrijke inkomstenbron gegolden, maar dat was van voorbijgaande aard. De koeien bleven.
Als we anno 1979 door ons dorp lopen, zien we welvaart. De koeien staan wetenschappelijk gevoed op de vaak kunstmatig gemeste, zeer groene weidegronden. Het water in de polders vormt door elektrische gemalen nauwelijks meer een probleem. De huizen zijn hecht en sterk en doordacht ingericht. Voor het paard is de tractor gekomen, het gras wordt gemaaid met een cyclomaaier en de machine melkt de koeien. De rust is gebleven. Daar is dan de stedeling uit de Randstad op af gekomen. Ook hij heeft een woonplaats gevonden in ons mooie dorp. Toch lijkt het niet ver meer dat het verzadigingspunt is bereikt. Blijft het een mooi dorp, "De Parel van de Alblasserwaard", zoals burgemeester M. Visser het bij voorkeur noemde, of wordt het een forensendorp, waar dan toevallig ook nog een paar veehouders wonen? De tijd zal het leren.

De ontwikkeling is de laatste jaren erg snel gegaan. Misschien daarom is er weer enig verlangen gekomen naar wat "die goeie ouwe tijd" wordt genoemd. We zien vrouwen en meisjes lopen in jurken die oma droeg in haar jonge jaren en in huis hangen we wat oude spulletjes op en noemen dat "antiek". Uit dat verlangen is eigenlijk ook dit boekje tot stand gekomen. Het neemt ons mee op een wandeling door ons dorp. We zijn met een koets, bespannen met twee paarden, uit Gorinchem gekomen en beginnen onze wandeling aan de westzijde van Goudriaan. Het is een wonderlijke ervaring, want we zien afbeeldingen tussen, pak weg, 1890 en 1930. Veel van de huizen en boerenhofsteden zijn er niet meer, maar u vindt er ook nog die gisteren lijken te zijn gefotografeerd. Bij de afgebeelde mensen is dat anders. Ook van hen zijn er velen niet meer en diegenen die indertijd zijn gekiekt zijn allen sterk veranderd. De ouderen onder ons, die zichzelf misschien wel afgebeeld vinden, zullen bij vrijwel elk plaatje zeggen: "Ja, zo was het" en ze zullen glimlachen als ze een dorpsfiguur als Neel Donk herkennen en misschien ook wat weemoedig worden als ze zien hoe mooi en landelijk alles vroeger was.
Misschien ook wordt dit boekje een aanzet om nog eens te overdenken wat door gemeenschappelijke inspanning kan worden gedaan om weer iets van het gezicht van het dorp, zoals het was, terug te brengen.

Rest mij alle mensen die mij hebben geholpen bij het beschikbaar stellen van het materiaal en het noemen van de namen van de afgebeelde mensen en situaties van harte te bedanken.

Ik wens u een prettige wandeling ...

1. De houten brug, deels onderhouden door de polders Oud en Nieuw Goudriaan en deels door de polder Langerak, geeft toegang tot het dorp. De brug ligt over de boezem van de Overwaard, die in de eerste helft van de dertiende eeuw gegraven is. Aanvankelijk heette hij Sint Maartensvliet, maar de tijd heeft er voor gezorgd dat dit uiteindelijk Smoutjesvliet is geworden.

2. De "haven" van Goudriaan. Net over de brug was gelegenheid om schuiten aan te leggen. Toen Goudriaart minder afhankelijk werd van de aan- en afvoer over het water, is de haven in de crisisjaren gedempt.
Aan de duiker die u ziet heeft Willem Boer nog onaangename herinneringen. Hij zat op het hekje, juist boven de inlaat, en viel in het water. In de Goudriaan, door de duiker dus, kwam hij weer boven. Het bleef bij een nat pak en op het hekje werd door hem geen plaats meer genomen.
De ANWB-handwijzer geeft onder andere de afstanden aan naar de plaatsen Gorinchem en Schelluinen, die toen nog via de Postkade, over het Pinkeveer, bereikbaar waren.

3. Op de brug staande kijken we even naar links. Op de stoep heeft zich een aantal kinderen opgesteld. De meisjes dragen keurige, witte schorten. We zien het huisje waarin Jan van den Hoek, de molenaar van de Voorste molen van de polder Zuidzijde, nadat die in 1931 was afgebroken, nog jaren woonde.
De achtkante molen staat trouw te wachten tot hij in het geweer moet komen om overtollig water uit de polder te malen.

4. "Koekslaan bij spuitprobering." Het proberen van de brandspuit was een jaarlijks terugkerend feest. Door de brandweerlieden werd geprobeerd zoveel mogelijk jeugd nat te spuiten, hetgeen hen niet door alle moeders in dank werd afgenomen. Als de spuitgasten daarna in de herberg hun bier dronken dat als beloning voor hun inspanningen moest gelden, kwam de jeugd in het geweer bij het koekslaan. Een koek kostte een cent en het was de bedoeling met de knuppel, in een zo klein mogelijk aantal slagen, de koek doormidden te slaan.
We herkennen hier: de tweeling Jo en Teuntje Pieterman, Jannigje den Hartog, boven hen Teunis Vonk, een onbekende, Jan Vonk van 't machien, Dirk Teeuw, zittend Arie Vonk, achter hem Aart de Vos, de lachebek is Arie Ravenstein, die lange is Adriaan de Vos, zittend Sijmen Vonk, Janus Terlouw, Jan Vonk (Jan van Jouke), Adriaan (Ot) van Houwelingen, Thomas Vonk en Arie van Vliet.

5. We zijn over de brug gelopen en kijken even om. Links zien we de beide "biggelhopen" van de polders Oud en Nieuw Goudriaan. Het grind werd gebruikt voor het onderhoud van de beide grindwegen aan weerszijden van het veenriviertje de Goudriaart. Daarachter zien we het huidige café "Het Raadhuis". Tot 1965 was de bovenverdieping van deze herberg werkelijk als raadzaal en polderkamer in gebruik. Later werd aan de noordoostelijke hoek van het gebouw een wenteltrap gemaakt omdat de gemeentewet verbiedt dat raadkamers en herbergen binnenshuis verbinding met elkaar hebben. De scheve, houten paardenstal heeft plaats moeten maken voor het parkeerterrein.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colophon | Privacy | Disclaimer | Delivery terms | © 2009 - 2018 Publisher European library,