Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Author
:   Hans van der Wereld
Municipality
:   Jacobswoude
Province
:   Zuid-Holland
Country
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0498-2
Pages
:   80
Price
:   EUR 16.95 Including VAT *

Delivery time: 2 - 3 weeks (subject too). The illustrated cover may differ.

   


Fragments from the book 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

6. Links: na pastoor Terpoorten kwam pastoor Bernardus Jacobus van Aarsen. Hij werd op 8 juli 1828 te Oud-Beijerland geboren en op 22 maart 1856 priester gewijd. Hij werd met ingang van 3 oktober 1863 vicaris te Veere, daarna op 7 december 1866 pastoor te Rhoon. Op 2 november 1872 volgde zijn benoeming te Hoogmade. Hier overleed hij op 20 augustus 1880 en werd hij de vierentwintigste augustus begraven. Tijdens het pastoraat van Bernardus van Aarsen werd in het centrum van het dorp een fraaie neogotische kerk gebouwd, naar een ontwerp van de Amsterdamse architect E. Margry. Deze kerk (die in 1929 instortte) verving de bouwvallig geworden kerk aan de tegenwoordige Oude Kerkweg in de Frederikspolder. Pastoor Van Aarsen stond bekend als een goed predikant en zelfs mensen uit Roelofarendsveen kwamen vaak naar zijn predicaties luisteren. De pastoor was het hier niet mee eens en hij vond dat de parochianen van elders maar bij de eigen pastoor moesten blijven, zodat hij - als zijn kerk te vol werd - niet preekte maar de Kruisweg deed...
Van 1884 tot 1916 was de weleerwaarde heer H.P. Smeele (rechts) pastoor van de parochie Onze Lieve Vrouw Geboorte te Hoogmade. Henricus Petrus Smeele werd op 6 mei 1833 te Maassluis geboren. Hij werd op 15 augustus 1859 tot priester gewijd. Na kapelaan geweest te zijn in Stompwijk en Amsterdam werd hij in 1869 benoemd tot pastoor te Haarlemmermeer, waarna in 1884 zijn benoeming volgde tot pastoor van Hoogmade, waar hij gedurende vierendertig jaar het herderschap op zich nam. In 1916 kreeg hij wegens zijn leeftijd ontslag; hij overleed te Hoorn op 6 maart 1919. Pastoor Smeele wist, door zijn vriendelijk optreden, in korte tijd de harten van zijn parochianen te winnen. Hij was een man van fijne beschaving, maar ook een man van de klok. Bij zijn begrafenis te Hoogmade zou de uitvaart om drie uur plaatshebben. Klokslag drie uur reed de lijkkoets voor de kerk, hetgeen één der parochianen de opmerking deed maken, dat de pastoor zelfs na zijn dood nog stipt op tijd was. Onder het pastoraat van pastoor Smeele werd, in 1900, een nieuw kerkhof aangelegd achter de kerk. Ter gelegenheid van zijn gouden priesterfeest, op 15 augustus 1909, werd pastoor Smeele benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

7. Tegen de muur van de voormalige rooms-katholieke kerk werd, omstreeks 1917, deze foto van de toenmalige pastoor C.J.A. Borsboom en zijn zes misdienaars gemaakt. Het zijn: George van Tol, Antoon Witteman, Freek Otte, George van der Voorn, Martinus Meijer en Koos Jansen. Cornelis Johannes Antonius Borsboom werd op 30 juni 1862 te 's-Gravenhage geboren. Op 15 augustus 1886 werd hij tot priester gewijd en nadat hij als kapelaan werkzaam was geweest in de parochie van de H. Petrus te Leiden, werd kapelaan Borsboom met ingang van 15 juli 1904 benoemd tot pastoor te 't Kalf (gemeente Zaandam). Vanaf 29 september 1916 tot 6 september 1935 was hij pastoor te Hoogmade. Onder grote belangstelling van zijn parochianen vierde pastoor Borsboom op 15 augustus 1926 zijn veertigjarig priesterfeest. Zijn laatste levensjaren sleet de pastoor in huize "Sint-Bavo" te Heemstede, waar hij overleed op 14 juni 1945. De voorlopige begrafenis vond plaats op 20 juni op het kerkhof van "Sint-Bavo". Op 18 juli 1946 werd zijn stoffelijk overschot te Hoogmade herbegraven. In pastoor Borsboom verloor Hoogmade een "goede herder" in de volste zin van het woord. Bijna vijftig jaar lang spaarde hij geen moeite, telde hij geen bezwaren waar het de eeuwige belangen gold van zijn parochianen, die aan zijn zorgen waren toevertrouwd. Alle aardse zaken waren bij hem letterlijk "stof" in vergelijking met de eeuwige belangen der onsterfelijke zielen. Zonder aanzien des persoons stond hij onwrikbaar in de bres voor het geloof en de zeden in zijn parochie. Voor de armen was hij, die zelf geen rijkdom kende, de leniger van alle nood en vele parochianen zullen dan ook nog lang in stille weemoed aan hun weldoende pastoor hebben teruggedacht.

8. Veel belangstelling trok een Fokker van de luchtvaartafdeling (LV A) van Soesterberg, toen die op maandagmorgen 17 augustus 1936 een noodlanding moest maken achter in de Hoogmadesche polder. Tal van kinderen uit Hoogmade. evenals een aantal ouderen, haastten zich naar de polder om het luchtvaartuig van nabij te bekijken. Zo zien we op de foto onder anderen: Chiel van Goozen, Jan van der Pouw Kraan (Ariezn.), Hein Elstgeest, Jo van der Kroft, Corry van der Ploeg, Dirk Witteman, Cors Hoogeveen, Koos van der Meer, Nora Bank, Piet Zeestraten, Piet Hoogenboom, Anton Kapteyn, Koos van der Ploeg, Flora van der Voorn, Cor Witteman, Lien Kapteyn, Jo Hoogenboom (Hzn.), Annie Witteman en Rie Hoogenboom (Hdr.). Naast de motor van het gestrande vliegtuig staat, met een sigaret in de mond, Chris van der Ploeg. De enige die direct opvalt in zijn zwarte kleding tussen alle kinderen in hun zomerkleding is de toenmalige pastoor J.F. Lips. Hij is te zien midden op de foto, links onder de monteurs, die geen aandacht voor de fotograaf hebben maar zich energiek over de open cockpit buigen.

9. In vroeger jaren was vakantie iets onbekends. Wel werd, meestal in de tweede helft van juli, een "vijfschoft" gehouden. Het woord "schoften" (schaften) betekent de maaltijd gebruiken. Als men toentertijd een goede opvoeding genoten had, prikte men tijdens de middagpauze een briefje op de deur van de werkplaats met de mededeling: "Wij zijn schoften" (Wij zijn gaan eten). Een "schoft" was de arbeidstijd tussen twee maaltijden. Een werkdag bestond uit vier schoft, dus vier werktijden. Later werd dit drie schoft daags. Als men op een bedrijf erg lang moest werken, bijvoorbeeld geen twaalf maar vijftien uur, dan zei men: "ze werken daar vijfschoft daags". Het kermisfeest, dat vijfschoft genoemd werd, omvatte een dag plus het laatste schoft van de vorige dag. Men beëindigde dus de arbeid daags voor het feest om vier uur in plaats van zeven of acht uur. Eén van de merkwaardige volksspelen was het "katkneppelen". Dit bestond uit het hanteren van een kneppel (knuppel), waarmee men een boterton, die aan een touw hing, trachtte stuk te gooien. In die ton zat - in de goede oude tijd - een levende kat. Later met het voortschrijden der beschaving, werd dit een blokje hout. Wie de ton zozeer toetakelde dat het blokje eruit viel, had de prijs. Op deze foto, uit omstreeks 1925, ziet u een overzicht van het feestterrein van de vijfschoft oftewel de kermis. Tussen de kraam en de uitspanning van café Hillebrand ziet u enkele tonnen hangen voor het spelletje "katkneppelen". Tussen de bomen links en de kerktoren is het woonhuis te zien dat tot kort na de tweede wereldoorlog op het perceel grond stond tussen de woning van scheepsbouwer A.C. Colijn en de parkeerplaats van het tegenwoordige hotel Van der Ploeg. Geheel rechts staat de "Kop van Jut".

10. Jacob van Dam (links) werd op 20 juli 1838 in Woubrugge geboren. Hij huwde met Jannetje de Lee. Hij was een man met veel talenten. Als ouderling leidde hij soms de hervormde gemeente en preekte hij bij afwezigheid van de predikant. Hij leidde daarnaast de zondagsschool en had in tal van verenigingsbesturen zitting. In 1882 studeerde hij in Utrecht af als veearts en vestigde hij zich als zodanig in zijn geboorteplaats. Op 3 september 1887 kwam hij in de raad, was enige tijd waarnemend wethouder en nam op 11 augustus 1890 afscheid wegens zijn vertrek naar Oldebroek waar hij op 10 februari 1907 overleed.
Rechts: er is géén man die zich zoveel met de historie van Hoogmade, Woubrugge en Jacobswoude heeft bezig gehouden als Otto Cornelis van Hemessen, van 1884 tot 1920 veldwachter te Woubrugge. Zijn belangstelling voor de geschiedenis werd gewekt toen hij lange wandelingen door de gemeente maakte. In 1904 verscheen van hem "Eene wandeling door Woubrugge en Hoogmade" en later "De Gereformeerde Kerk van Esselijkerwoude" (1912), "Jacobswoude en Woubrugge" (1932) en twee catalogi van historische voorwerpen in de gemeente. O.C. van Hemessen werd op 27 juli 1854 te Amsterdam geboren; hij ging in militaire dienst, verliet die in 1884 als wachtmeester bij de cavalerie en werd per 1 augustus 1884 benoemd tot gemeenteveldwachter van Woubrugge. In 1920 volgde zijn pensionering en kon hij zich ongestoord aan zijn hobby wijden. In dat jaar kreeg hij de titel van "ambtenaar belast met de zaken van het oud-archief van de gemeente Woubrugge". Op 2 februari 1898 richtte Van Hemessen de Oranje-vereniging van Woubrugge op. Na de verschijning van "Eene wandeling door Woubrugge en Hoogmade" werd Van Hemessen tot lid van de vereniging Oud-Leiden benoemd en in 1921 van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Op 31 december 1934 erkende de regering Van Hemessens verdiensten door hem de ridderorde van Oranje Nassau toe te kennen. Hij stierf op 18 juli 1937. Na zijn dood vergat de gemeente Woubrugge hem niet. Zijn naam wordt levend gehouden in de O.c. van Hemessenkade en in 1953 werd zijn verzameling oudheden permanent geëxposeerd in het Gemeentemuseum.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colophon | Privacy | Disclaimer | Delivery terms | © 2009 - 2019 Publisher European library,