Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Author
:   Hans van der Wereld
Municipality
:   Jacobswoude
Province
:   Zuid-Holland
Country
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0498-2
Pages
:   80
Price
:   EUR 16.95 Including VAT *

Delivery time: 2 - 3 weeks (subject too). The illustrated cover may differ.

   


Fragments from the book 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

31. Links: Dirk Pieter Ramp (geboren te Wassenaar op 3 mei 1827) maakte van 1874 tot 1889 deel uit van de gemeenteraad van Woubrugge. Zijn ouders waren Dirk Ramp en Immetje Verhoog. Dirk Pieter Ramp was gehuwd met Guurtje Swart, een dochter van dokter Gerbrand Swart. Op 9 maart 1874 werd hij tot raadslid-wethouder beëdigd. Een unicum, want het geschiedt praktisch nooit dat een nieuw raadslid in zijn eerste raadsvergadering direkt tot wethouder gekozen wordt, maar Ramp was er de juiste man voor. Vele malen fungeerde Ramp als loco-burgemeester. In 1883 zelfs een half jaar achtereen. Vanaf 1874 tot op de dag van zijn overlijden was Ramp heemraad en dijkgraaf van de Oudendijkse polder. In 1890, op 21 mei, bewerkte hij mede het droogmaken van de Plaspolder. Op 20 augustus 1889 nam hij afscheid van de raad en hij overleed te Woubrugge op 4 januari 1897.

Hendrik Heenk (rechts) had van 1855 tot 1879 zitting in de Wou brugse gemeenteraad. In het doopboek staat: "Hendrik, zoon van Johannes en Sara Vermaat, gedoopt te Woubrugge den eersten van Hooimaand 1809; doopgetuigen Hendrik Muilman, rustend predikant te Koedijk" (de doop geschiedde door zijn vader, dominee J. Heenk). Hendrik Heenk huwde met Margaretha Abramina Husson, dochter van een rector aan een Latijnse school. Op 1 september 1855 deed Hendrik Heenk zijn intrede in de geheel nieuwe raad van Woubrugge, nadat - Hoogmade bij Woubrugge was gevoegd. Op 3 september 1867 werd Heenk tot wethouder gekozen, maar de 28ste juni 1870 bedankte hij voor die functie. Op 31 maart 1870 werden hij en P. Overvliet afgevaardigd naar de minister van binnenlandse zaken om te spreken over de rijksbijdragen in de kosten van de aanleg van een grintweg. De uitslag was gunstig, want er werd de twee Woubrugse raadsleden een som van twaalfduizend gulden toegezegd. Meermalen heeft de heer Heenk tijdelijk als wethouder, bij afwezigheid van één dezer heren, gefungeerd. Bij de periodieke verkiezing in 1889 werd hij herkozen met bijna algemene stemmen. Op 21 april 1891 nam hij afscheid van de raad, na de belangen van Hoogmade en Woubrugge ruim zesendertig jaren te hebben behartigd. Hij vestigde zich te Leiden, maar keerde na enkele jaren terug naar Woubrugge. Hij overleed op 1 maart 1901 in de ouderdom van eenennegentig jaar.

32. Links: raadslid Hendrik Peters werd geboren te Moerkapelle op 27 april 1830, als zoon van Christiaan Peters en Adriana Rijkvaart. Aanvankelijk was Hendrik Peters gehuwd met Antje de Koning, maar hij huwde voor de tweede maal met G. de Raadt. In 1878 vestigde hij zich te Woubrugge. In 1895 werd hij gekozen tot ouderling van de gereformeerde kerk. Op 3 september 1889 deed hij zijn intrede in de gemeenteraad. In juli 1901 gaf hij te kennen, wegens ouderdom, zich niet meer herkiesbaar te stellen. Op 22 augustus daaraanvolgend nam hij afscheid van de raad, waarna zijn zoon Arie Peters op 3 september 1901 zijn plaats innam. Hendrik Peters overleed in de ouderdom van tweeëntachtig jaren op 7 mei 1912 te Woubrugge.
Van 1901 tot 1919 had Arie Peters (rechts) zitting in de gemeenteraad, in de plaats van zijn vader Hendrik Peters. Arie Peters was op 22 december 1864 geboren; hij huwde met Jacoba van Beek. Op 3 september 1901 deed hij zijn intrede in de raad. Op zijn voorstel werden sedert 2 september 1902 de raadsvergaderingen met gebed geopend. In 1910 stelde hij voor - tot verfraaiing van de gemeente - de Kerkweg met iepenbomen te beplanten. Zijn zacht, innemend karakter trok ieder aan. Ook hij vervulde in het kerkelijk leven een plaats als ouderling van de gereformeerde gemeente van Woubrugge. Jaren achtereen was hij tevens voorzitter van de christelijke school. Wegens hardhorendheid nam hij per 1 september 1919 ontslag uit de raad en hij vertrok op 28 april 1924 naar Bodegraven.

33. Het raadslid Willem van Egmond (links) werd op 24 april 1819 te Alkemade geboren. Samen met Hendrik Heenk deed hij op 1 september 1855 zijn intrede in de geheel vernieuwde raad. Deze welgestelde veehouder had een zacht karakter, maar hield in zijn mening stand als er iets ter tafel kwam dat niet met zijn overtuiging overeenkwam. Burgemeester P. van Schravendijk was sedert 16 juni 1852 ook burgemeester van Hoogmade en de heer J.B. Samson, de secretaris, was tevens secretaris van de gemeente Koudekerk aan den Rijn. De heer N. Samson, burgemeester van Koudekerk, is tot 1849 ook burgemeester van Hoogmade geweest. Op 29 augustus 1855 werd in Hoogmade de laatste raadsvergadering gehouden. Tot 1 juni 1851 werden de raadsleden nog benoemd door gedeputeerde staten, na die datum werden ze gekozen. In 1851 telde de eerste kiezerslijst te Hoogmade slechts twaalf namen. Dankzij het voorstel van Van Egmond is de brug over de Does in Hoogmade in september 1883 verwijd, zodat er nu grotere schepen konden passeren. Op 3 september 1889 werd Willem van Egmond gekozen tot wethouder en ambtenaar van de burgerlijke stand. Meermalen fungeerde hij als wethouder en in de vergaderingen als voorzitter. Op 27 oktober 1890 nam hij burgemeester Wiehers de eed af als raadslid en op 25 augustus 1892 presideerde hij voor het laatst, toen de heer Wiehers zijn jaarlijkse reis naar Zwitserland maakte. Kort daarop werd hij ziek en hij overleed op 3 november 1892. Gedurende zevenendertig jaar had Van Egmond deel uitgemaakt van de raad.

Jan van Griethuilzen (rechts) - raadslid van 1895 tot 1897 - werd op 1 juli 1837 te Woubrugge geboren. Zijn ouders waren Abraham van Griethuijzen en Louisa Huberta Cornelia Boeff. Jan van Griethuijzen was gehuwd met Aafje van Dam. Zijn grootvader vestigde zich in 1794 te Woubrugge en met hem een geslacht van alom bekende organisten. Op 21 maart 1895 deed Van Griethuijzen zijn intrede in de raad. Op 5 november 1896 volgde zijn benoeming tot ambtenaar van de burgerlijke stand. Wegens zijn vertrek naar Oudshoorn nam hij op 11 februari 1897 afscheid van de raad van Woubrugge. Hij overleed te Oudshoorn op 9 oktober 1915.

34. Links: Maarten Kroes (geboren te Woubrugge op 22 februari 1823) had van 1879 tot 1887 zitting in de gemeenteraad. Hij was gehuwd met Annigje Beer en zijn ouders waren Renier Kroes en Krijntje van Baren. Maarten Kroes was een man met een zacht karakter, die geheel opging in zijn boerderij. Op 26 maart 1879 werd hij in de raad beëdigd in de plaats van De J ongh van Arkel, Kroes had in 1880 mede zitting in de commissie voor de vergroting van de openbare school. Op 12 april 1880 werd deze aanbesteed en gegund aan W. Boot voor f 13.946,-. Van 1 juni 1884 tot 1 juni 1896 was Kroes heemraad van de Oudendijkse polder. Hij overleed in de ouderdom van zevenenzeventig jaren op 26 augustus 1900.

Van 1879 tot 1889 had Cornelis Versluis (rechts) zitting in de gemeenteraad van Woubrugge. Hij was alhier geboren op 6 januari 1842 en hij was gehuwd met Johanna Groenewegen. Na Willem van Egmond was Cornelis Versluis de tweede katholiek die na 1855 in de raad zitting nam. Versluis' zittingsperiode kenmerkte zich in het bijzonder door de op schoolgebied gevoerde strijd. Wegens zijn vertrek in mei 1889 naar Warmond eindigde zijn raadslidmaatschap per 29 mei van dat jaar. Cornelis Versluis overleed te Alphen aan den Rijn op 21 november 1913, maar werd te Warmond begraven.

35. Links: Cornelis Molenaar had van 1897 tot 1919 zitting in de raad. Hij werd op 25 februari 1851 te Woubrugge geboren en hij was gehuwd met Gerritje Kroes. Op 2 september 1897 deed hij zijn intrede in de raad en hij vestigde zich in 1903 uit de Veenderpolder in het dorp Woubrugge. Molenaar werd benoemd tot secretaris van het bestuur van de christelijke school en de A.R.-kiesvereniging. Hij was voorts dijkgraaf van de Veenderpolder en hij vervulde diverse kerkelijke ambten bij de hervormde gemeente te Woubrugge. Molenaar voerde in het bijzonder het pleit in 1900 voor een rijweg en een ophaalbrug van Rijpwetering naar Hoogmade. Hij nam na het vertrek van zijn vriend Jan van Dam diens wethoudersambt over en - hoewel geen bijzondere woordvoerder - was hij bij zijn mederaadsleden geacht om zijn oprechte karakter. Cornelis Molenaar overleed op 19 december 1921 te Woubrugge.

Abraham van der Boon (rechts) werd op 21 oktober 1853 te Woubrugge geboren als zoon van Jacob van der Boon en Ermina Spruiten burg. Hij was gehuwd met Annigje Verburg. Van der Boon was een ontwikkeld man, die de gave van het woord bezat en zijn gedachten goed kon formuleren. Juist daarom was hij zeer geschikt als wethouder. Vóór 1889 was A. van der Boon landbouwer te Koudekerk en hier had hij reeds zitting in diverse verenigingen en in de kerkenraad. Op 29 maart 1889 kocht hij de boerderij "Wilhelmina Hoeve" en vestigde hij zich in Woubrugge. Op 5 november 1896 werd hij beëdigd als lid van de raad en in 1897 werd hij benoemd tot ambtenaar van de burgerlijke stand. Van der Boon deed vele voorstellen in het belang van de gemeente. Het suppletiefonds van de christelijke school had in hem een ijverig bestuurslid. Op 26 juli 1906 bezocht hij voor het laatst de raadsvergadering. Hij was toen reeds ziek en nog voor het einde van het jaar, op 20 december, overleed hij.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colophon | Privacy | Disclaimer | Delivery terms | © 2009 - 2019 Publisher European library,