Aardenburg in oude ansichten deel 2

Aardenburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   G.A.C. van Vooren
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4017-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Aardenburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Dit is het Burger Weeshuis rond 1900. Het was in 1674 gesticht uit de middelen van de vroegere katholieke kerkelijke goederen die in 1604, na de verovering van Aardenburg door prins Maurits, waren geconfisqueerd. Een binnenvader en een binnenmoeder zorgden voor de opvoeding van de weeskinderen, die aparte k1eding moestcn dragen en onderdanig dienden te zijn. In 1919 waren er nog vijf wezen, in 1924 nog drie en in 1927 kon de enige wees die nog door het Burger Weeshuis werd verzorgd, op eigen benen staan. Bij de verdeling van de eigendommen werd het gebouw toebedeeld aan de hervormden, die er hun pastorie en consistoriekamer in vestigden.

40. Zo zag de Westmolen er omstreeks 1900 uit. Sinds het begin van de zeventiende eeuw waren er in Aardenburg twee molens, die beide op de noordelijke stadswallen stonden: een in het westen en een in het oosten. Zij kregen dan ook al gauw de namen van Westmolen en Oostmolen. De Westmolen was een open standaardmolcn, die enkele jaren na de Oostmolen werd gebouwd. In 1760 werd hij gehuurd door Michiel de Koene. Van 1868 tot 1908 was Francies Buijsse cigcnaar en na hem Camiel B1ondeel, die de molen in 1912 liet afbreken. Naar deze molen is de Westmolenstraat genocmd, die vanaf de Kaaipoort naar dit bouwselliep.

41. En dit is dan de Oostmolen omstreeks de eeuwwisseling. De Oostmolen was oorspronkelijk de stadsmolen. Hij werd in 1608 door het stadsbestuur voor f 1525,- aangekocht te Middelburg op Walcheren en hij werd op twee schepen naar Aardenburg vervoerd. De molen werd door het stadsbestuur aanvanke1ijk jaarlijks en vanaf 1640 voor perioden van drie jaar verpacht, totdat hij in 1759 voor 500 pond Vlaams werd verkocht aan Jacobus Mulier. Tot 1880 behoorde hij aan Le Grand en De Jonge, na die tijd aan lzaak de Bruijne. Deze heeft de molen, die zeer bouwvallig was geworden, in het voorjaar van 1926 doen afbreken. In deze molen stonden verschillende jaartallen waarvan 1614 het oudste was. Op de foto staat, boven op de trap, molenaar Izaak de Bruijne en onder hem Charles Verstringe. Onder de molen staan de kinderen van molenaar De Bruijne en Gusta Verstringe.

42. De zeven bakkers van Aardenburg die u hier ziet en die zich omstreeks 1920 voor het nageslacht lieten vereeuwigen, oefenden vele jaren achtereen hun beroep uit. Zij had den gemiddeld een paar honderd mensen te bedienen. Vroeger bakten bijna alle boeren zelf. Nagenoeg op iedere boerderij was een bakkeet. We herkennen, van links naar rechts, zittend: Victor van Leeuwe (1877-1951), Johannes Henry (1877-1963) en Pieter de Bert (1873-1956). Staande: Adriaan van der Linde (1884-1965), Alphons Wijffels (1879-1948), Cornelis Evers (1882-1942) en Willem Lucieer (1877-1944). De Bert, Wijffels en Henry hadden hun bakkerij met winkel in de Weststraat, Van Leeuwe en Evers in de Marktstraat en Van der Linde en Lucieer in de Oude Kerkstraat.

43. Grote gezinnen waren indertijd geen zeldzaamheid. Op een boerderij waren de kinderen bovendien nuttige arbeidskraehten. Het grootste gezin was dat van landbouwer Pieter Lannoye (1866-1931) en Georgia Wijffels (1872-1955), hier bijeen in 1925. Het gezin telde zeventien kinderen. Hun namen zijn, van links naar rechts, met achter de naam het geboortejaar, zittend: Thea (1913), Albert (1916), vader en moeder Lannoye, Celina (1914) en Hypoliet (1912). Links staan Gerard (1909) en Camiel (1910) en op de achterste rij: Emma (1906), Gustaaf (1905), Nathalie (1898), Louis (1904), Margriet (1903), Richard (1896), Marie (1895), Lucien (1901), Eugenie (1899), Emerence (1897) en Alphons (1907).

44. Een span paarden van de familie Lannoye staat klaar voor de keuring. Het werk op het land geschiedde met paarden. Op de grote hoeven waren daarvoor speciale paardeknechten in dienst. De behoefte aan paarden leidde ertoe dat bepaalde grote boeren zich behalve op hun landbouwbedrijf ook gingen toeleggen op de paardenfokkerij, zowel van hengsten als van rnerries. Hieruit vloeide weer een internationale handel voort met Belgic, Frankrijk en Duitsland. Een van de bedrijven waarop de paardenfokkerij werd bcoefend en dat vooral bekend was door de goede dekhengsten was de hoeve .Buitenlust" aan de Herenweg in de Izabellapolder, eigendom van Pieter Lannoye.

45. De vele wegbermen en dijken in het vlakke land vormden een prachtig terrein am schapen te laten grazen. Tot de tweede wereldoorlog kon men dan ook regelmatig de kudden langs de polderwegen tcgenkomen, Door de toename van het gemotoriseerd verkeer kwam hieraan een einde. Een van de kudden was die van de familie Maenhout uit Heille, die men hier rand 1900 ziet op de weg rand de Elderschans. De schaper is Desiderius Rijckaert of, in de volksmond, Deer Rijckaert.

46. De arbeiders van de "N.V. Vlasfabriek Aardenburg", gevestigd bij Kees Cysouw te Srnedekensbrugge, werden omstreeks 1926 gekiekt. Vooraan zitten van links naar reehts: Daniel Ekkebus, Eugene Snoeek en Jan Jansen. In het midden staat, met York, Levinus Vermeulen. Vijfde, vier de en tweede van reehts zijn respeetievelijk Clement Frans (uit Eede), Pieter Hal en Adriaan Provoost. De overige arb eiders waren afkomstig uit Eede of uit Belgie. Op de wagen poseert Kees Ekkebus met zijn york. Vooral tijdens en na de eerste wereldoorlog was de vlasindustrie in opkomst. Het op de velden verbouwde vIas werd in de vlasserijen van het zaad ontdaan en de bast werd bewerkt, zodat aileen de vlasvezel overbleef. In andere fabrieken, die elders waren gevestigd, werd van het zaad Iijnzaadolie en van het vlaslint Iinnen gemaakt.

47. Toen in de jaren tachtig van de vorige eeuw concessie was verkregen om ecn tramlijn aan te lcggen tussen Breskens en Maldegem met een vertakking van Draaibrug naar Sluis, werden in Draaibrug, een wijk van Aardenburg, gronden aangekocht om daarop de werkplaatsen van de tram te vestigen. Hier hebben we een bee1d van het werk in de remise in 1901. We zien, van links naar rechts: kolenman Pieter Vrielynck, de bankwerkers Jacobus en Pieter van de Sande, machinist Petrus Moens, bankwerker Jannis van den Broecke, Theodoor van der Stadt (afkomstig uit Oosterhout, werkmeester van 1886-1909) en op de machine leerling-bankwerker Alfons Nagel uit Eede. Petrus Moens en Alfons Nagel zijn later naar Amerika geemigreerd,

48. Dit is de tramremise te Draaibrug tien jaar later, in 1911. Werkmeester Van der Stadt is in 1909 opgevolgd door werkmeester Dirk de Bruijn uit Heusden, We herkennen, van links naar rechts: Izaak Lucieer, Ko Meertens, Pieter de Groote, Johan Dhont, Dirk Zuijderduijn, werkmeester Dirk de Bruijn, Louis de Rooze, Pieter van de Sande, Louw Pleijte en Jan Vermeulen Sf. Het trampersoneel woonde voor het grootste deel in Draaibrug, dichtbij de remise, waaruit de trams vertrokken en waarin ze weer terugkwamen, Bij die remise waren door de maatschappij ook woningen voor hen gebouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek