Aardenburg in oude ansichten deel 2

Aardenburg in oude ansichten deel 2

Auteur
:   G.A.C. van Vooren
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4017-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Aardenburg in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

49. Hierboven zien we, op een foto uit 1934, de fabrieksgebouwen van de steenfabriek met het smalspoor langs de Oliepotsedijk en daarlangs de droogrekken. De "N.V. Aardenburgsche Steenfabriek" werd opgericht in 1905 door Johannes Hugo Trapman. Hij bled de leiding behouden tot ongeveer 1918. Het was de eerste industrie in de gemeente. Trapmans zoon Willem Cornelis volgde zijn vader op tot ongeveer 1938 en hij werd op zijn beurt opgevolgd door zijn zoon Johannes Willem Anthony. Sinds enkele jaren is een van diens zonen, Willem Izaak Johannes, in de directie van het bedrijf opgenomen. Gedurende al die jaren is het dus een familiebedrijf gebleven. In 1936 werd de fabriek verbouwd en ook na de oorlog yond regelmatig verbouwing, modernisering en uitbreiding plaats om te kunnen bijblijven.

50. Kipkarretjes voeren, in 1934, langs een smalspoor de klei aan voor de steenfabrick. De grondstof voor de fabrieage van de stenen van de "N.V. Aardenburgsche Stcenfabrick" vond men in de omgeving: men gebruikte namelijk de klei waarmee vroeger de talrijke in de omgeving liggende dijken waren opgeworpen. Van de af te graven dijk werd een smalspoor naar de fabriek gelegd waarlangs met kipkarretjes - eerst getrokken door een paard, later door een loeomotiefje - de klei naar de fabriek werd gevoerd. Daar werden van de nog natte klei stenen gevormd die te drogen werden gezet in lange, overdekte droogrekken. Na het drogen werden de stenen in de oven gebakken.

51. In 1928 werd de "Cooperatieve Aardenburgsche Roomboterfabriek" opgericht. In datjaar kwam ook het rechter gedeelte van het fabricksgebouw aan de Herendreef met de zeventien meter hoge schoorsteen klaar, in 1929 en 1930 gevoIgd door het tweede deel (links). In 1935-1936 werd erachter nog een bergplaats gebouwd. De schoorsteen werd na de oorlog tot drieentwintig meter verhoogd. De fabriek is blijven bestaan tot 1962, toen ze werd overgenomen door de meIkfabriek van IJzendijke; daarna is ze gesloten. Vanaf de oprichting tot 1959 is Josephus van Merode directeur van de fabriek geweest. Naast het bestuur had de fabriek nog een commissie van toezicht. Beide bestonden uitsluitend uit landbouwers.

)

r~-

I

?..

. :r,:::;;:;::::-

, ?...

52. Hier zijn we bij herberg "De Arend" in 1934. Links staat Pierre Lippens en reehts zijn vader Julien Lippens. Boven de voorgevel was een zinken arend aangebraeht. Deze was afkomstig van een erepoort, die daar was opgesteld ter gelegenheid van de negende tentoonstelling van ooft en tuinbouw in 1903. "De Arend" stond in de Weststraat, tegenover de Bussehietersstraat. Herbergier was Alfons de Groote, in de volksmond Fonsje de Groote genoemd. Vroeger waren er in Aardenburg tientallen herbergen, de meeste slechts van beseheiden omvang. Door het in werking treden van de nieuwe drankwet (in 1931) en door de veranderende eeonomisehe omstandigheden verdween de ene herberg na de andere. Zo ook "De Arend", ongeveer veertig jaar geleden.

53. Een vrouwelijke barbier was iets bijzonders. In Aardenburg was er een: Wantje Ros ofte wel, volgens de burgerlijke stand, Johanna Francina Ros (1858-1913). Zij verstond de barbierskunst opperbest en zij vierde in 1910 haar zilveren jubileum. Tal van klan ten to on den op de dag van de jubileumviering in "In den Rooden Leeuw" hun belangstelling en een van hen, Jan Nieskens (1876-1959), poseerde met haar tijdens het scheren voor de jubileumfoto. Toen mr. p.e.J. Hennequin burgemeester was (1878-1907), begaf Wantje Ros zich gedurende vele jaren iedere dag te voet naar het landgoed "De Elderschans", op een kilometer afstand, om de burgemeester te scheren. Zij kreeg daarvoor vijftien cent per keer. Zij had haar scheersalon in de Sint-Bavostraat, dicht bij de Burchtstraat.

54. Een geregclde verschijning in het Aardenburg van rond de eeuwwisseling was het ezelskarretje van Lux Lampo uit Heille, een buurtschap ten westen van Aardenburg. V66r de eeuwwisseling was het enige gerno torisecrdc vervoer de tram. Daarna kon men ook wel eens een auto tegenkomen. Het meeste vervoer geschicdde met paard en wagen. De minder gegoeden gebruikten een kruiwagen, een hondekar, een steekkar of ccn czelskarretje. De boeren uit de orngeving kwamen per sjees of phaeton ter kerke of naar de markt.

55. De auto van jachtopziener Amandus Mahieu moest in december 1913 voor het jachthuis in het Groenewoud worden vereeuwigd. Aan het stuur zit Constant van den Broecke en achterin Georgine Mahicu. Een auto was in die dagen nog een grote zeldzaamheid en een bezienswaardigheid. Die van Amandus Mahieu was een moderne automobiel, die het pronkstuk vormde in de optocht bij de viering van de honderdjarige onafhankelijkheid, op 26 oktober 1913. Daarom ook Hadden burgemeester en wethouders erin plaats genornen, De heer Mahieu was jachtopziener voor een aantal Franse landeigenaren dat in deze streek landerijen in eigendom en jachtgebied had. Op gcregelde tijden kwamen die landjonkers hicr jagen en voor hun verblijf Hadden ze een jachthuis laten bouwen aan de weg van Aardenburg naar Sint Kruis, in de buurtschap Groenewoud.

56. Adriaan van den Broecke, grondeigenaar en gemeenteraadslid, was in de tweede helft van de vorige eeuw een van de vermogendste notabelen van Aardenburg. Hij was getrouwd met Maria Hennequin en woonde aan de noordzijde van de Weststraat in het pand waarin van 1921 tot 1975 het kantoor en het pakhuis van grossiersbedrijf Catsman waren gevestigd. Aan de overzijde van de straat, tegenover de woning van Van den Broecke, stond zijn koetshuis met een typische gevel, met boven de grote deur (voor het rijtuig) in het midden een hertekop en links en rechts daarvan, boven de twee zijdeuren, een paardekop. In 1902 werd dit pand door Abraham Deuninck gekocht en verbouwd tot winkel. Achter dit koetshuis lag een grote plantentuin met een hertenkamp, die bekend stond als een der mooiste van Zeeuws-Vlaanderen. Deze typische gevel is bij de oorlogshandelingen van 1944 verloren gegaan.

57. Zoals in die tijd gebruikelijk hadden de notabelen huispersoneel. Adriaan van den Broecke had niet minder dan zeven mensen in dienst. Hier staan ze op een foto, die dateert van 1875. De rij vrouwen bestaat uit, van links naar rechts: Catharina Klaaysen (geboren op 24 september 1842), Jozina Orlebeke (echtgenote van Jan Moggre, geboren op 19 januari 1823), Cornelia Rispailje (echtgenote van Abraham Orlebeke, geboren op 13 september 1840) en Leentje Klaassen (echtgenote van Johannes Trapman, geboren op 3 juni 1841). De mannen zijn: Abraham Cruson de oude (tuinman en huisknecht, geboren op 6 augustus 1816), Abraham Crusan de jonge (werkman, geboren op 20 april 1856) en Abraham Orlebeke (koetsier, geboren op 6 november 1830, echtgenoot van Cornelia Rispailje op wier schouders zijn hand rust).

58. De vijver van het landgoed "De Elderschans" zag er omstreeks 1900 zo uit. Toen burgemeester en Tweede-Kamerlid mr. P.C.J. Hennequin rond 1885 een vroegere schans, die was aangelegd ter verdediging van het vestingstadje Aardenburg, aankocht en daarop een landhuis liet bouwen, liet hij op dit terre in een park aanleggen met een vijver, wandelpaden, zitbanken en zo meer. Hij had hiervoor een aparte tuinman in dienst. Rond 1900 was dit Jan Pleijs.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek