Acquoy vanouds

Acquoy vanouds

Auteur
:   Paul van Mook
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3748-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Acquoy vanouds'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Voorwoord

In 1968 besloten de ministers van Cultuur en van Volkshuisvesting het oude gestrekte rivierkleidorp Acquoy als beschermd dorpsgezicht aan te wijzen. Acquoy hgt op de noordelijke oeverwal van het riviertje de Linge en is een van de rivierdorpen, waar de vorm van de stroomruggronden tot een langgerekte dorpsaanleg heeft geleid. Deze vorm is karakteristiek voor Acquoy. Het dorp is onmiddellijk langs de oever van de Linge gelegen en bestaat uit een hoofdstraat, Lingedijk geheten, die hoofdzakelijk binnendijks is bebouwd. Parallel daaraan loopt de Achterweg, die nu Prinses Beatrixstraat heet. De bebouwde erven aan de Lingedijk reiken tot aan de Achterweg, die vorksgewijs aansluit op de dijk. De gebouwde woningen, die aan elkaar grenzen en op vrije erven zijn gebouwd, dateren merendeels van de 18de en 19de eeuw. Ze vormen samen een schilderachtig beeld van het dorp. De Huigesteeg is tot ongeveer 1920 vrijwel onbebouwd gebleven, vanwege de lage hgging en drassige ondergrond. Ook de Achterweg, evenwijdig gelegen aan de Lingedijk, bleef lang onbebouwd. Acquoy heeft zijn oorspronkelijke karakter goed bewaard. In vergehjking met andere, gelijksoortige dorpen is er weinig verloren gegaan. Vanuit de wijde omgeving valt de monumentale torenromp bij de hervormde kerk op, gelegen aan een bocht van de dijk en omgeven door een ommuurd kerkhof.

Op 1 januari 2002 teldeAcquoy 620 inwoners, iets minder dan Rhenoy (676) en bijna het dubbele van Gellicum (315). Bij de samenstelling van dit boekje was het aanvankelijk de vraag of er wel voldoende fotomateriaal voorhanden zou zijn, maar al spoedig bleek er verrassend veel boven water te komen. Overweidigend was de hulp van de mensen bij het beschikbaar stellen van foro's, prentbriefkaarten en bijbehorende, mondelinge inforrnatie. UitAcquoy werden er bijdragen geleverd door mevr. A. Bullee, A.F. Verstegen enA.E.L.P.Th. Verstegen- Need, Herber van

Weenen, Bianca van Ochten, fam. Floor van Ochten-van Gameren, fam. K.J, Hanegraaf, mevr. Th.M. Koolen-Pieck, fam. G.J, van Leeuwen-Schaper, Arie C. den Hartog, fam. Blom-van Hees, Corrie Burggraaf-Bovenschen, mevr. A.E.C. van den Boezem, mevr. A.M. Tkalecz- Verhoeven, fam. Lucas Mouthaan-Kleppe en Marius Bullee sr. en jr. Ook uit andere plaatsen werd er bijgedragen aan de samenstelling van het boekje door mensen, die binding hebben met Acquoy: Wim en Willie de JonghTemminck uit Spijk; Wim Temminck, Mark Temminck Czn., Andries Broekhof, mevr. Lena Piek-van Leeuwen en Mels Hekman, Beesd; mevr. Dicky Kosters- Temminck, Geldermalsen; Leny van Wolferen-van Balveren, Thijs de Bruin, mevr. Maaike Bullee-van Ooijen en mevr. Th. Vermeer-Bullee, Leerdam; mevr. Willie de Jong-Bullee, Daan van den Broek en Alfons Marechal, Rhenoy.

De 42 plaatjes van Acquoy, waarvan sommige vrij uniek, geven een verhelderende kijk op een deel van het ver1eden van het dorp tussen 1900 en 1973 en vormen een bijdrage aan het behoud van een stukje geschiedenis van dorp en bewoners. Veel Kooisen zullen er hun familieleden in terugvinden, want bijna aUe namen bij de groepsfoto's zijn achterhaald. Ook is er in ruime mate geput uit berichten in het streekblad De Geldermalser IDe Leerdammer, wat betreft de jaargangen 1891-1966, en het Bevolkingsregister van Acquoy (1890-1939). Hopelijk kan iedereen die dit boekje onder ogen krijgt, er met plezier en soms met weemoed, in lezen en kijken.

Stichting Rechthuis Gellicum Paul van Mook, Kerkweg 2 4155 BD Gellicum tel.lfax.0345.68.16.23

1 'HetVeerhuis'anno 1910

Tijdens onze voettocht over de Lingedijk passeren we de hervormde kerk en lopen in de richting van 'Hetveerhuis', het tweede pand van links op de foto, waar boven de voordeur het uithangbord prijkt met ongetwijfeld de naam van de herberg. In 1853 kwamen dit huis, het erf en de dijk met voetveer over de Linge uit de nalatenschap van Aalbert de Zwart en Johanna van Soelen in handen van hun dochter Cornelia de Zwart (1816-1900), Cornelia was getrouwd met Dirk de Iong, Na diens dood in 1859 bleef Cornelia mer wonen en in 1892 ging het bezit van de weduwe over op haar zoon Albertus de Jong (1857 -1936) en haar dochters Johanna Maria (*1851) en Theodora Maria (* 1854); hun roepnamen waren Ollebert, Jantje en Ditje, Op het bidprentje van hun moeder Cornelia staat vermeld dat zij de laatste 26 jaren van haar leven volslagen blind was; een dergelijke opmerking over een handicap was vrij ongebruikelijk, zeker voor die tijd, toen zij op 85-jarige leefiijd op 16 november 1900 zacht en kalm overleed. 'De Geldermalser' verschaft ons met een aantal krantenberichten bijzondere informatie over de herberg.

Op zondagmorgen 2 maart 1913, ongeveer half us, brak door onhekende oorzaok brand uit ten huize van AVersteegh, De brand deelde zich ook mee aan het veerhuis vanA de Jong, Beide gebouwen brandden tot den grond toe of. Twee koeien, een geil en een vijftigtal kippen kwamen in de vlammen am. Een koe werd zwaar gewond nag uit de brand gehaald .Een grote partij aardappelen werd totaal waordeloos.

Op 19 maart 1913 lezen we opnieuw een interessant bericht:

Bij het opruimen van steenen en puin van het afgebrande huis van den heer A. de Jong heeft men een ondergrondschen kelder ontdekt, van welks bestaan tot nu geen vermoeden was, Deze kelder heefr ongeveer 7 Meter lengte, terwijl de muren een dikte hebben van een halven Meter, Men is druk bezig, uit dezen kelder zond en dergelijke te verwijderen.termoed wordt, dot deze dcteert van jaren voorheen, van oorlog of oorlogsgevaar, en dot ze diende am hen.dte het oorlogsgevaar duchtten, een veiligewijkplaats te verschaffen.

Op 5 april I 913 yond de aanbesteding van de wederopbouw van de afgebrande woning van De [ong plaats. Het bestek met bouwtekening werd gemaakt door L.G, Struijken te Gellicurn. Er kwamen vijfinschrijvingsbiljetten binnen, waarna het werk werd gegund aan de laagste inschrijvers: M.M. Brouwer uit Acquoy en].P. van Leeuwen uit Rhenoy, die de klus samen uitvoerden voor 2810 gulden,

Het eerste pand links op de foto was dus eveneens in de as gelegd en werd tegelijkertijd herbouwd door aannemer en metselaar Brouwer, in opdracht van de eigenaar, familie Cornelis Bron-Kli]n, die bier woonde van mei 1911 tot januari 1913, Op het moment van de brand woonde dit gezin in Zaandam, waarheen het verhuisd was. Geheellinks zien we de kerkhofinuur en door het deurtje kunnen we op het kerkhof komen. Ervoor ligt een schuin trapje, dar naar de consistoriekamer leidt. 'Het Veerhuis' kreeg zijn naam, omdat hier aan de Linge het voetveer lag tussen Gellicmn en Acquoy Via een stenen trap daalden de voetgangers de dijk af. Aan de overkant van de Linge stond wat verderop op een hoogte in de uiterwaarden, die 'De Ooy' werden genoemd, het huis van de veerman dat de naam 'De Locht' droeg Over een verhoogd voetpad - zodat de wandelaars geen natte voeten kregen bij hoog water - passeerden ze boerderij 'De Breeknap' en bereikten zo de dijk in Gellicurn.Tot 1888 was Eliza Schaap de veerman; daarna was het de beurt aan zijn vrouwGeertje en hunzonenRemmert (*1882) enWouter (*1888),Yooreen luttel bedrag werd men hier met een roeiboot overgezet en voor de rest verdiende het gezin Schaap de kost met landarbeid. Omstreeks 1910 zou het voetveer opgeheven zijn, wellicht door gebrek aan klandizie, Sommigen van het groepje mensen op de foto zijn op hun paasbest uitgedost en de anderen dragen hun dagelijkse, donkere kleding.

2 Cafe 'HetVeerhuis', 1924 / nachtwaker Huibert van Ochten

Een vijftal cafebczockers staat ons in 1924 op te wachten bij 'Het Veerhuis', waarvan Albert de long (1857-1936) de waard is. Gelukkig is bij de brand in 1913 het uithangbord gered, want we zien het weer hangen boven de ingang van het pand. Deze nieuwe woning, die er inmiddels al weer elf [aar staat, heeft een dak met mulderpannen en een woonvertrek rechts van de gang. links ligt de gelagkamer oftewel het verlofslokaal, waar drank wordt geschonken en gedronken. Het washok met privaat ligt hierachter en in het midden loopt een gang naar het achterhuis. ln drinkwater wordt voorzien door een pomp, die de brand heeft overleefd. In juni 1931 wordt het pand publiek verkocht. A. de long verhuist naar Rumpt en de nieuwe kastelein wordt Floris de Keijzer (1880-1954, afkomstig van de Polderdijk in Rumpt), die sinds 1907 in Acquoy woont. Hij is getrouwd met de Kooise [antje van den Heuvel (1876-1958). Inmiddels is het pand omstreeks 1927 voorzien van elektrisch licht. Na het overlijden van de ouders wordt zoon Thomas (1915-1973) de opvolger in de kroeg, waar vaak gezellig wordt gekaart en ook de mogelijkheid is geschapen om te biljarten. Een tapkast ontbreekt; het bier wordt uit flesjes geschonken. De drankflessen staan op schappen in een hoge kast. Thomas blijft vrijgezel en vervoert, om in zijn levensonderhoud te voorzien, enkele malen per week met paard en wagen fruit mar de veiling in Geldermalsen. Onderweg drinkt hij dan een glaasje in cafe 'De Zwaan' te Enspijk, waar het paard gewoontegetrouw uit zichzelf stilstaat. In oktober 1970 verkoopt Thomas als laatste kroeg-exploitant het huis aan de familie Geerlings uit Gorinchem. Thomas belandt in een caravan. De zijgevel links krijgt een nieuwe muur en het geheel wordt wit gemaakt. Zoon Henk Geerlings, getrouwd met onderwijzeres Cobi van der Giessen, komt er later definitiefwonen en woont hier anna 2003 aan de lingedijk 90 nog steeds.

In 1917 kende Acquoy een nachtwachter in de persoon van Huibert van

Ochten. Hij werd geboren te Asperen op 30 augustus 1869 en verhuisde in januari 1905 naar Acquoy, alwaar hij op huisnummer 68 woonde. Uit zijn huwelijk met Theeuwe lijntje van de Water werden elf kinderen geboren, van wie de eerste vier in Asperen en de rest in Acquoy.

De gemeente Beesd had drie nachtwachten in dienst, in Beesd, Rhenoy en Acquoy. Hun jaarloon bedroeg f 12 5; in 1919 kreeg elke nachtwacht bovendien een duurtetoeslag van f 10 voor de maanden november tot april vanwege de hoge huishoud- en stookkosten in de winter.

De nachtwacht rekende het tot zijn taak om's avonds en's nachts alles in het dorp in de gaten te houden, zodat er onmiddellijk alarm kon worden geslagen als er bijvoorbeeld brand was uitgebroken. Zag hij ergens op een ongebruikelijke tijd nog licht branden, dan controleerde hij wat er aan de hand was. Bij boeren betekende dat meestal dar er een koe aan her kalven was en bij de biller dar hij brood aan het bakken was. Ook inbraak werd zo mogelijk voorkomen. Een hoogst enkele keer liep her wel eens uit de hand. Begin oktober 1917 werd de zondagsrust ernstig verstoord door enige jongelui uit Rhenoy. Toen Van Ochten optrad, sneed een van de jongens met een mes over het gezicht van de nachtwaker, waardoor een gapende wond ontstond. Ondanks bloedverlies wist Van Ochten de rust terug te brengen en de orde te handhaven. Uiteraard kon de nachrwacht niet rondkomen van zijn [aarloon en daarom deed hij er van alles bij. Zo werkte Van Ochten als stoker op de glasfabriek in Leerdam en was ook wegwerker voor de Polder Acquoy. Voorts hield hij als onbezoldigd veldwachter de stropers in de peiling en werkte later nog als bietenweger aan de weegbrug. Na 1919 werd hij voor een bepaalde tijd aangesteld als jachtopziener in Nieuwland. Op 25 maart 1949 overleed Huibert van Ochten op bijna 80-jarige leefujd.

3 Klepperman Pieter van der Meijden / de toren - juni 1959

We ontmoeten hier in de Huigensteeg IS bij de voordeur van zijn woning Pieter van der Meijden, geboren te Herwijnen op 3 maart 1864. Hij is klepperman van beroep en staat op het punt om, gewapend met de klepper of ratel en begeleid door zijn trouwe herder, de ronde door het dorp te maken. Doorgaans dwaalde hij 's nachts rond en ging eropaf als hij iets verdachts waarnam of ergens licht zag branden. 's Winters werd hem onderweg wel eens een borrel aangeboden; van dat aanbod maakte hij meteen dankbaar gebruik. De ratel diende ervoor om de mensen wakker te maken als er brand was uitgebroken of bij ander onraad, Door het draaien van de klepper sloeg het dunne, platte plankje tegen een ander stukje hout, waardoor een klepperend geluid was te horen. Diefstal kwam zelden voor, want er viel immers niet veel te halen in her dorp. Overdag sliep deze klepperman, die ook wel nachtwaker werd genoemd. Hij werd in oktober 1905 aangesteld door de burgerneester van de gemeente Beesd, waarvan Acquoy deel uitmaakte. Zijn voorganger heette Gijsbert van Steijn, die het na een periode van zes [aar voor gezien hield. In oktober 1898 werd tot nachtwaker aangesteld A.J. Welp, gepensioneerd Oost-Indisch militair, maar die vroeg na een jaar al ontslag, omdat het nachtlopen hem niet erg beviel. In 1919 werd de jaarwedde van de nachtwakers verhoogd tot f 235, met 2 tweejarige verhogingen van f 37,50, tot eenmaximum van f 300. Geen vetpot dus, maar om rond te komen werden er andere bronnetjes van inkomsten aangeboord. De vrouw van Piet, Alida Bullee, ging dagelijks melken met de hondenkar om wat bij te verdienen en ze bezaten zelf ook een koe, die de nodige melk ga£Verder teelden ze groente in een stukje tuin en hielden een paar kippen voor de eieren. Zo kwamen ze een heel eind om de monden te vullen van hun vijfkinderen Cornelis, Hendrik, Hendrika, Johan en Jan Willem. Hoe lang Pieter van der Meijden klepperman is geweest is niet precies bekend, maar hij werd ook in 1923 als zodanig aangesteld, zodat hij waar-

schijnlijk ruim 20 jaar dit beroep heeft uitgeoefend. Omstreeks 1930 is hij overleden. Door de prachtige foto die er van hem is bewaard gebleven, is hij de bekendste klepperman van Acquoy geworden. Zijn kleinzoon Piet, zoon van Hendrik, woont anno 2003 in het huis aan de Huigenstraat.

In de loop der jaren werden er honderden opnames gemaakt van de bekendste scheve toren van Nederland, die hier in 1959 te Acquoy staat afgebeeld. De toren - door sommigen de Betuwse toren van Pisa genoemd en door anderen de Dom van Acquoy - is eigendom van de burgerlijke gemeente en staat sinds de bouw van de kerk in 1844 los van dit gebouw. Het toeval wil dat vlak naast de toren Cornelia Pisa begraven ligt op het kerkhof. Zij was de echtgenote van dominee Nicolaas Hendrik Kuiperi en stierf in januari 1941. De predikant werd hier in 1946 eveneens begraven. Eeuwen geleden diende de toren tot gevangenis, compleet met folterwerktuigen. Omstreeks 1800 werd aan de toren een lijkenhuisje gebouwd, dat ongeveer 100 jaar later weer werd gesloopt. Op deze plaats zijn nog overblijfselen gevonden van soldaten uit de tijd van Napoleon. Hoewel de fundering van de toren tot 7,50 meter diep gaat, heeft het water van de tinge in de loop der eeuwen toch kans gezien de ondergrond zodanig aan te tasten dat de kolos aan een zijde is gaan verzakken. Een meting in januari 1985 wees uit dat de toren de afgelopen 500 jaar 115 centimeter uit het lood is komen te staan. Hiertoe werd een koperen haak in het hoogste punt van de toren gemonteerd, zodat een loodlijn door het gat in het gewelf van de benedemuimte neergelaten kon worden. Op dit punt werd in de begane grondvloer een tegel met 'roos' geplaatst. Aan de hand van deze roos kon worden vastgesteld hoe snel de toren verder verzakt. Anno 2003 vergapen zich drommen toeristen, wandelend en per Bets, aan de schilderachtige toren, gebouwd van baksrenen en versierd met tufsteen. De toren is te beklimmen via een ronde spiltrap, die de verdiepingen met elkaar verbindt.

4 De Lingedijk vanaf de toren, juni 1959

Vanaf de scheve toren van Acquoy genieten we van een schitterend uitzicht over de Unge en een gedeelte van de Lingedijk. Het is juni 1959 en de natuur heeft alles wat groeit in diverse tinten groen getoverd. In de verte aan de horizon ligt ter linkerzijdeAsperen en rechts Leerdam, terwijl achter het dorp de polder van Acquoy is gelegen. Rechts onder kunnen we nog net een stukje dak zien van 'Het Veerhuis'. Onderaan in het midden staat nog steeds het zwarte schuurtje, dat dient als berging van tuingereedschap en dergelijke. In het hoge huis links, met een zwart-wit geschilderde zonnewijzer op de zijgeve!, woonde omstreeks 1940 familie Herman Bovenschen-Kruijs en broer Gerrit Bovenschen, die was getrouwd met Berta van Zanten. Vervolgens woonde in het aangrenzende deel, gedekt met pannen, familie Piet Bullee, die het kolossale achterhuis met rieten dak liet vervangen door de huidige 'kijkschuur', waarin het rundvee stond. Rond 1970 stond het pand enige tijd leeg, toen Bullee naar een ruilverkavelingsboerderij in de polder vertrok. Het werd daarna aangekocht en bewoond door de heren Cleveringa en Teychine Stakenburg. Eerder huisde in het rechterdeel de familie Schaap. Verder zien we nog het gedeelte met het witte, rieten dak, waaronder Zus van Leerdam en haar broer Hannes vertoefden. Later werd dit onderkomen door Cleveringa erbij gekocht. Geheellinks kijken we naar de later genoemde tapperij 'Lingezicht' van Nol van der Gun, die als kleine boer wat vee hield en een kolenhandel had, terwijl hij ook nog kastelein was van het cafe. Zijn zus Betje zette na zijn overlijden de herberg voort. We maken dan een sprongetje en zien de panden links op de achtergrond. Ze worden bewoond door de families Marinus Need en Jan Dirk Bullee-Kruijs. Ook ontdekken we, met de witte zijgevel en twee schoorstenen op het dak, het schoolhuis en het schoolgebouw, die beide verbouwd zijn tot dorpshuis 'De SchakeI'. Daarnaast staat de boerderij van Gerard de Bruijn, later bewoond door zijn zoon Wim en vervolgens door Wims zoon Gerard, die

er een fruitbedrijf in uitoefent. lets verder naar rechts zien we boven de bomen het grote dak van het voormalige posthuis, bewoond door familie Jan Bullee-Hoeke en later hun zoon Piet; vanaf 1946 woonde er timmerman Willem Need, opgevolgd door zijn dochter Annie en haar man Fons Verstegen. lets voorbij de inham van de Linge staat aan de dijk het woonhuis annex de kruidenierswinkel van Antoon van Balveren; we kunnen daar vanaf de dijk het veld inlopen via de Nieuwe Steeg. Wat het rechtergedeelte van de Iingedijk betreft, zijn de dijkhuizen steeds moeilijker te onderscheiden, maar met enige moeite komen we er weI uit. Boven de knotwilgen staat het huis van Kees van Leeuwen en achter de bomen woont familie HermanusTemminck. In het kleine pandje huist lan Middag; in 2002 zal het worden gesloopt en herbouwd. Voorts wonen er familie Antonie Wouter Broekhof-Asselman en later hun zoonAndries, getrouwd met Kielenstijn.

Achter het gebladerte gaat Huis te Acquoy schuil, het huis van Janus van Leeuwen en het arbeidershuisje waarin vroeger Gerrit van Kuilenburg woonde. In deze buurt woonde ook Willemke van Leeuwen en staat het binnendijkse pandje van Van Zanten, later eigendom van Boud Smit, die er een vakantiehuisje van maakte. In die hoek werd omstreeks 1954 een deel van de Iinge gedempt en de resterende bocht werd daarna de 'dode arm' genoemd. Rechts, aan de overkant van de Linge, liggen de uiterwaarden, die als wei- en hooiland worden gebruikt en in feite aan Gellicum grenzen. In het midden vaart een bootje op de Unge; het is er aangenaam verpozen op het vlakke, strakke water in dit unieke stukje natuur van Acquoy.

5 Zondagsschool 'Thimotheus' in 1937

Voor het nageslacht poseren mer de kmderen en leiders van zondagsschool 'Thimotheus' voor de ingang van de hervormde kerk aan de Iingedijk in Acquoy.

Vooraan op de grond zitten, van links naar rechts: 1 met lichte bloes Cornelis den Hartog; 2 Marins Bullee; 3 Aart de Leeuw; 4- Floor Brouwer; 5 Leentje Bullee; 6 Bram de Jong; 7 Piet de Leeuw (blond haar): 8 met lichte trui Bram Schaaij? 9 Huib van Weenen; 10 Wim Schaaij? en 11 Cor Temminck.

Op de stoelen, op de tweede rij van onderen: 1 Drikus van den Heuvel, leider van de zondagsschool; 2 Mien van Leerdam, leidster; 3 met lichte mantel Hennie Bullee; 4- Johanna Bovenschen; 5 Ardje van Dirk de Leeuw (bewogen); 6 Corrie de Bruin, Dorusdr.; 7 Berta van Zanten; 8 met witte strik Bep Temminck; 9 Greet van Weenen; 10 met lichte kleding Johanna Schaaij; 11 Betsie den Besten; 12 met wit kraagje Maaike van Stein; 13 met baretje Greetje Middag; 14- Maaike Bovenschen? 15 met sikje dominee Kuiperie: 16 Wim Kuiperie, zoon van de predikant.

Op de derde rij van onderen staan: 1. de leidster Huibertje de Jongh; 2 Nico Kuiperie, leider en zoon; 3 Willie Bullee; 4- Marietje de Jongh; 5 Maaike Middag, het kleintje; 6 met strik Hermie Bullee; 7 Sientje van Stein; 8 Zus (Cornelia) de Leeuw; 9 in lichte jurk met kraagje Willy Temminck; 10 Cor-

rie Mouthaan; 11 Huibertje Middag; 12 Grietje Hanegraaf; 13 Marietje Hanegraaf; 14- Marietje de Bruin.

Op de banken bovenaan herkennen we: 1 Mina Bullee, van Piet; 2 Corrie Middag; 3 het jongetjeTheo Bullee; 4- Gert-Ian Brouwer; 5 met witte bloes Jan Temminck; 6 Henk Bullee, van Piet; 7 Caspar Bullee, van Piet; 8 Henk Schaaij; 9 Leen van Weenen, van Herber; 10 met witte bloes Floor van Zanten; 11 Gilles Bullee, van Jan; 12 Rietje Bullee, van Luuk; 13 met witte strik Jennie van Leerdam, van Willem; 14- Nel Kuiperie, leidster; 15 Willy de Iongh, leidster; 16 Jan Bullee, koster.

Elke zondagmiddag om twee uur kwamen de kinderen bijeen in de consistorie, of, als de groep te groot was, in de kerk. Ze zaten daar op stoelen met biezen zittingen. Ze keken naar een bord op de preekstoel met de tekst 'God alleen de eere'. Onder leiding leerden ze psalmen uit het hoofd, die ze thuis ook oefenden. Ze kregen een beurt om ze op te zeggen; als dar goed lukte, kregen ze als beloning een stichtelijk plaat]e. Voorts werden er teksten uit de bijbel voorgelezen, waarna er uitleg volgde door de leidsters en leiders, Ook werden er liederen gezongen. De groep bestond uit jongens en meisjes.Aan het einde van de lagere-schooltijd kregen de kinderen een bijbeltje cadeau met een wens er in geschreven. Later konden ze lid worden van de christelijke meisjes- of jongelingsvereniging, tot ze verkering kregen of gingen trouwen, of te oud werden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek