Alblasserdam in grootmoeders tijd

Alblasserdam in grootmoeders tijd

Auteur
:   A. Korpel
Gemeente
:   Alblasserdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5206-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Alblasserdam in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

29. Voor de Oude Werfligt het directievaartuig "Hollander". De eigenaar van de Oude Werf, Jan Smit Czn., liet het schip in de jaren 1890-1891 voor eigen rekening bouwen. De lengte bedroeg 17,5 m, de breedte 3,6 m en de holte 2,1 m. Smit liet er een stoommachine van Lohnis & Co., uit Delfshaven, in plaatsen voor aandrijving van de schroef. Later wisselde het schip van eigenaar. Op de achtergrond zien we nog de Koepelkerk, die in 1898 werd gesloopt.

30. Van de Cornelis Vroegestichting legde de toen lO-jarige Ary Martinus LeIs de eerste steen op 20 juli 1936. Bij testamentaire beschikking van Come lis Vroege werd een legaat van f 100.000 aan de gemeente Alblasserdam vermaakt voor het stichten van een ziekenhuis. Het lOU, mede door de oorlogsornstandigheden, nog tot 1952 duren aleer er sprake kon zijn van een echt ziekenhuis. De Leidse arts dr. c.P. van Nes wilde de Come lis Vroegestichting wei huren en er een orthopedische kliniek in vestigen. In december 1952 kwamen de eerste patienten voor behandeling. Na het overlijden van dr. Van Nes, in februari 1972, moest de kliniek in opdracht van hogerhand sluiten.

31. De sfeer van de jaren dertig is op deze afbeelding duidelijk te proeven: een hond die op het Cortgene een kartrekt met daarop de eigenaar. Noggeen geraas van auto's of motoren; geen of nog maar weinig fietsen. Het was een tijd waarin kinderen nog onbekommerd op straat konden spelen; helaas niet meer voor lang, want in Amsterdam sneuvelde in 1931 de hond Fikkie als eerste slachtoffer van het drukker wordende verkeer.

32. Deze villa aan het Cortgene 115 heeft nog steeds dezelfde uitstraling als zo'n zestig jaar geleden. De villa behoorde toe aan J. U. Smit sr., die in september 1903 vergunning verkreeg voor het stich ten van een scheepswerf in de polder Ruigenhil. De werf was tot eind 1962 bekend onder de naam N. V. Werf , ,De Noord' en nadien als "Van der Giessen-De Noord". Voordat in 1928 J. U. Smit sr. kwam te overiijden had zijn won, Johann Christiaan Smit, de werf in 1922 al overgenomen en diens won, J.U. Smit jr., deed dat weer in 1940. J. U. Smit jr., die op 4 februari 1986 overleed, heeft veel voor de Alblasserdamse gemeenschap gedaan en was onder andere drager van de erepenning van de gemeente Alblasserdam. De villa op het Cortgene bleef tot in 1958 bewoond door de weduwe van J. U. Smit sr.. Adriana Gerardina Smit. In genoemd jaar overieed zij op 90-jarige leeftijd.

33. Voordat in 1917 villa ,,'t Zandeken", Cortgene 117, werd gebouwd, stond er op deze plek de boerderij van Zeger Tuijtel. De hofstee droeg de naam "Elke Morgen Nieuwe Zorgen". De naam .,': Zandeken" is afgeleid van een stuk griend, gelegen in de Blokweerpolder, dat eerst , ,Zandekensgriend" werd genoemd en later "Het Zandeke". De villa behoorde toe aan Johann Christiaan Smit, directeur van scheepswerf "De Noord". Hij was gehuwd met Petronella Maria Anna van der Giessen. In een van de kelders van de villa bevindt zich nog een oude waterput, die toentertijd bij boer Tuijtel in gebruik was.

34. In 1837 richtte Frans Harms von Lindern aan de Oost-Kinderdijk de lijnbaan "Straat Sunda" op voar de verwerking van hennep. Hier liepen in vroeger jaren de spinners of baanders, met een bos hennep om het middel, de lange touwbaan achteruit om alzo het begeerde touw te verkrijgen. Deze lijnbaan, waarvan de firmanaam later veranderde in "Nederlandse Touwfabrieken B.V." heeft zich in Alblasserdam het langst (tot in 1982) kunnen handhaven. Vroegerliep de touwbaan door tot aan de wetering bij het Boerenpad. Door gemeentelijke uitbreidingen (de laatste was die van 1988) verdween er regelmatig een deel van de touwbaan. Thans resteren slechts nog enkele meters. De machines verhuisden in 1982 naar het Rotterdamse Maritiem Buitenmuseum aan de Leuvehaven.

35. Huize Bockhorn, Oost-Kinderdijk 9, was vele jaren lang de woning van de familie Von Lindern. Het laatst woonde daar Jan Hendrik von Lindern. De naam "Bockhorn" werd gegeven vanwege de bakermat van de familie Von Lindern te Schaar bij Jever in Oldenburg, Duitsland. De vader van Jan Hendrik, Cornelis von Lindern, stichtte in 1913 de N.V. Nederlandse Kabelfabriek te Delft. Jan Hendrik werd in 1933 directeur van de N .V. Lijnbaan Straat Sunda Alblasserdam. In 1937 trad hij in dienst van N .K.F.-Delft en werd toen aangesteld bij de bouw en inrichting van een nieuwe kabelfabriek in Alblasserdam. Na ingebruikname daarvan in 1938 werd hij be last met de algemene leiding. Een ramp overkwam "Huize Bockhorn" toen het op 8 mei 1964 afbrandde. Jan Hendrik von Lindern overleed in het jaar 1977.

36. Waar thans de artsen l.H. Kooi en M.l.P. Kooi-Voskuyl hun artsenpraktijk uitoefenen aan de OostKinderdijk 19, woonde vroeger Adrianus Cornelis Pijl. Deze Pijl werd het "witte konijn" genoemd, vanwege zijn witte baard, borstelige wenkbrauwen en lange bakkebaarden. Hij was een grote, norse man. Men vertelde dat hij kon toveren. Op 20-jarige leeftijd legde Pijl de eerste steen van dit pand. Na zijn dood, in 1918, betrok arts Ary de Haan de woning en daarna arts l.R.T. van Weering. In de woning is in de schouw het familiewapen van Pijl aangebracht.

37. Vanaf de Oost-Kinderdijk kijken we hier uit over de Noord. Schepen die zich mechanisch voorbewegen en schepen die nog van de wind afhankelijk zijn, illustreren hier het beeld van de jaren dertig. Op de dijk een T-Ford, die richting Dam rijdt. Het pand rechts, dat inmiddels is afgebroken, werd bewoond door Klijnjan. De woning rechts op de foto wordt bewoond door oud-notaris M. Ruizeveld. Zijn vrouw Keetje zet zich heden ten dage, onder andere via radio, televisie en pers, in voor ouderenemancipatie. Enkele jaren geleden speelde zij een hoofdrol in de film "Het gat in de muur".

38. Het "Damse Veer" was de halteplaats voor de Dordtse boot. De aanlegplaats was ter hoogte van de Lammetjeswiel aan de Oost-Kinderdijk. De stoomboten die de verbinding Rotterdam-Gorinchem onderhielden, begonnen op 19 juni 1849 te varen. Door concurrentie van het weg- en railvervoer staakte de dienst op 1 november 1935. Bij de halteplaats was ook herberg "Het zesdaagse vlijtje" van Bastiaan de Bruyn. Het werd zo genoemd omdat het 's zondags gesloten was. Ook was er een gelegenheid voor het stallen van paarden in de "bovenschuur" en dan natuurlijk de wachtplaats zelf. De woning rechts op de foto was van de familie Pijl, die onder aan de Bokkesteegt - de latere Pijlstoep - een wasserij beheerde. Later kwam in dit pand kolenhandelaar Baas te wonen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek