Alblasserdam in grootmoeders tijd

Alblasserdam in grootmoeders tijd

Auteur
:   A. Korpel
Gemeente
:   Alblasserdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5206-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Alblasserdam in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

59. Gerrit de long was in 1853 de grondlegger van de hoefsmederij, die thans nog is gevestigd in de Kerkstraat op nummer 65. Het geheim van de hoefsmid is daar al enige malen van geslacht op geslacht overgegaan. Minstens vijf keer is het doorverteld van mond tot mond. Ondanks dat groenteboer, melkboer, begrafenis- en trouwstoeten hoegenaamd geen gebruik meer maken van de edele viervoeter, is het ambacht in de Kerkstraat nog steeds niet verdwenen. Door toename van vooral het recreatieve paardrijden is er nog wei degelijk werk voor de hoefmid. Ongeveer negentig procent van zijn werk doet hij nu voor deze paarden.

60. In de Kerkstraat 105 woonde rond 1910 Adam Schareman. Hij had twee knappe dochters, van wie er een nogal hooghartig was. Adam pakte vaak de voetbal- die van papier was gemaakt - van de jeugd af als ze bij hem in de buurt aan het voetballen waren. Dit zette kwaad bloed bij de jeugd. Zij maakten dan ook een rijmpje op hem: In de Kerkstraat staat een gebouw,! daar woont Adam met z'n vrouw./ Een mooie deur en kleine ruiten.t veel branie en weinig duiten.

61. Hoe oud de St. Jacobuspaardenmarkt is vall zelfs bij benadering niet te zeggen. In het jaar 1434 werd er al over een markt gesproken. Geruime tijd werd de markt in de Kerkstraat , naast de Waalsmondelaan, gehouden. Daar was een open ruirnte , die het .miartvcld" werd genoemd. Het was tevens het speelveld voor de jeugd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de belangstelling voor paarden steeds minder. Ze zijn dan reeds verhuisd naar het achterste deel van de Kerkstraat. In 1951 stonden er slechts drie paarden van Wouter Spruijt. Daarna begon het aantal paarden, waaronder vooral de pony's, te stijgcn, dankzij de invoering van een premiestelsel. Zo weten ieder jaar weer Oud-Alblasserdarnrners, die soms van heinde en ver komen, de paardenmarkt te vinden. Vanaf 1959 is aan de paardenmarkt ook een wielerronde verbonden.

62. Sfeerbepalend voor de Kerkstraat is nog steeds de eeuwenoude boerderij van Yerspuy op numer 175, met een weinig gebruikte, hoog gelegen voordeur (vloeddeur). Ook de ramen werden met de bouw hoger in de gevel geplaatst. Dat alles werd gedaan om bij overstroming toch nog met droge voeten in de (water)kamer te kunnen verblijven. Het woongedeelte heeft een puntgevel met in de top een kruiskozijn. De overige vensters hebben een kleine roedeverdeling en luiken. Achter het woongedeelte bevindt zich de schuur met zij-inrijdeuren. De boerderij valt onder Monumentenzorg. Yoor Yerspuy boerde er Hannes Baan.

63. In de Kerkstraat weet iedere rechtgeaarde Alblasserdammer ongetwijfeld de Oude Toren te vinden. Deze toren is het restant van een 52 m lange kruiskerk die in 1475 gereed kwam. Honderd jaar later staken de Spanjaarden er de brand in. Rond 1600 begon men met een gedeeltelijke herbouw. In november 1854 werd er de laatste eredienst gehouden. Een jaar later was het gebouw gesloopt, met uitzondering van de toren, want die was volgens de Staatsregeling van 4 mei 1798 eigendom van de gemeente Alblasserdam geworden. De totale hoogte van de toren, inclusief de spits en torenhaan, is thans 35 meter. Vermoedelijk is hij voor de brand van 1575 hoger geweest. De toren valt onder Monumentenzorg. Het boerderijtje was van Kees Pijl.

64. Een zonderling in het Damdorp was ongetwijfeld Emmo Meursing. Of schoon hij reeds in 1891 is overleden doen nog steeds zonderlinge verhalen over hem de ronde. Hij liep meestentijds met waterlaarzen aan en een hoge hoed op. Er is heel wat om zijn malle fratsen gelachen, vooral als hij in een ton op twee wielen uit rijden ging, om dan steevast met het geval op de Dam te kantelen. Ook ging hij wei midden in de zomer de arreslee voor de dag halen, om er op een natgemaakte gladde kleibaan in een weiland mee te gaan sleden. Zo was hij dikwijls erg dwars en hij bleef dat tot aan zijn overlijden, want krachtens zijn laatste wilsbeschikking wenste hij dat de zerk dwars opzijn grafzou komen te liggen. En ... dat gebeurde. Oud-schoolmeester G. Vos wijst hier de zerk op de oude begraafplaats aan.

65. Aan de Kortlandsche Kade stond tot november 1987 dit pandje. In vroeger jaren werd het bewoond door Meindert van Herk. Hij was van beroep voorslager bij de smid. In die tijd was het een "knijpie", een stiekem cafeetje. Achter de woning lag het voetbalveld van de Lekkerlandse voetbalclub "Excelsior" (wijk Middelweg). In de woning konden de spelers zich omkleden en een pilsje drinken. Van Herk had in de crisisjaren nog getracht om in Rotterdam een waterstokerij te beginnen, maar dat mislukte. Toen eind 1953 de Kortlandse molen werd stilgezet en er een elektrisch gemaal voor in de plaats verscheen, kreeg Meindert opdracht dit te bedienen, omdat hij er vlakbij woonde. Later kreeg het huisje ook nog eens de naam "Jagthuys", toen het bewoond werd door de familie C. v.d. Jagt.

66. Tot ongeveer het einde van de negentiende eeuw werd er in de Alblasserwaard hennep verbouwd, voor de vervaardiging van touw en zeildoek. De import van onder andere Manilla-hennep en een beduidend kleinere vraag naar touw, betekenden het einde voor de eens zo bloeiende hennepcultuur. Tot ver in de twintigste eeuw kon men echter daarvan de restanten nog ontwaren in het landschap van onder andere de polder Kortland. In de sloten werd de hennep geroot. Het drogen gebeurde rechtopstaand tegen de rijen knotwilgen. Het bouwsel met het rieten dak is de braakhut. Hierin werd de hennep gebraakt, waarna de touwvezels overbleYen.

67. De Kortlandse molen werd in 1890 gebouwd ter vervanging van een ter plaatse staande wipmolen uit 1720. Hij bemaalde tot december 1953 de polder Kortland. Het scheprad bevindt zich buiten de molen, waardoor er voldoende woonruimte overbleef voor het gezin van Johannes Noorlander. De wieken maken een vlucht van 24 m. Na het in de buurt plaatsen van een afzonderlijk elektrisch gemaaitje werd de molen door de gemeente overgenomen. Op 28 augustus 1986 verkocht de gemeente Alblasserdam de molen voor een symbolisch bedrag van een gulden aan de Stichting tot instandhouding van molens in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

68. Van de Kortlandsche Kade naar de "voetstapbrug" loopt de Kerkweg. De naam is ongetwijfeld ontleend aan het feit dat kerkgangers vanuit de wijk Middelweg (gemeente Nieuw-Lekkerland) zich naar de kerk van Alblasserdam, die in de Kerkstraat was gelegen, begaven. De Kerkweg is thans omzoomd door elzen en wordt daarom ook wei het Elzenlaantje genoemd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek