Almere in beeld /stad zonder verleden

Almere in beeld /stad zonder verleden

Auteur
:   R. Steenhorst en H. Belder
Gemeente
:   Almere
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1372-4
Pagina's
:   152
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Almere in beeld /stad zonder verleden'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

1

D~ 0-

. ...-.

_dijk"

WENMAEKERS 1883

r--; ?..? _ L---.J __

0-

-"'I<

....?.........?

.?.....

MUSSERT 1921 ~

4. Links: "Het Algemeen Plan voor den zuidwestelijken polder". Het plan van de StaatscommissieLely, gepresenteerd in 1892.

Rechts: een van de varianten van een mogelijk inrichtingsplan voor de Markerwaard. ontwikkeld door de Dienst der Zuiderzeewerken in 1972. Zoals duidelijk te zien is, is het eilandkarakter van Marken grotendeels intact gelaten. Weliswaar heeft men het eiland verbonden met dijken.

De "hartoperatie" van Nederland

De hele "hartoperatie" zal ons land in totaal 221.000 hectare nieuw land moeten opleveren. Land voor de agrarische sector. Land voor de bouw van enkele nieuwe steden. Maar ook nieuwe gronden voor de naar uitbreiding snakkende industrie en recreatie. Ruim tweehonderdduizend hectare - vervat in vijf te creëren polders: de Wieringermeer (20.000 hectare), de Noordoostpolder (48.000 hectare), Oostelijk Flevoland (54.000 hectare), Zuidelijk Flevoland (43.000 hectare) en de grootste van "het vijftal" de Markerwaard, met een oppervlakte van 56.000 hectare.

Het IJsselmeer, ná het droogmalen van deze vijf polders nog "slechts" 120.000 hectare groot, zal niet worden omgetoverd tot land. Het meer is té belangrijk als zoetwaterreservoir voor onze nationale waterhuishouding. Het IJsselmeer is nu - in 1981 - nog altijd ruim 170.000 hectare groot... De Markerwaard is nog immer nat. Politieke meningsverschillen over de noodzaak van deze vijfde Lelypolder en het sterke verzet uit kringen van talloze milieuorganisaties hebben tot dusverre drooglegging geblokkeerd. Maar het kabinet Van Agt heeft inmiddels te kennen gegeven die droge Markerwaard wenselijk te achten.

Een jaar na het aannemen van de .Lely-wet" begint het werk aan een van de meest essentiële onderdelen van het droogmakingsplan: de bouw van de Afsluitdijk. Het zijn evenwel voorbereidende werkzaamheden, waaraan de Dienst der Zuiderzeewerken - een speciaal voor dit doel in het leven geroepen (en nog altijd bestaande) instantie - de handen vol heeft. In 1922 komt fase I van de daadwerkelijke uitvoering van het Afsluitdijk-project op gang: de afdamming van het Amsteldiep, een watergeul tussen de provincie Noord-Holland en het eiland Wieringen. Het werk duurt drie jaar. Dán is Wieringen niet langer meer eiland, maar onderdeel van het vasteland. Het leeuwedeel van deze gigantische klus ligt echter nog voor de boeg. Aan de oostkant van Wieringen moet een zeer zware, dertig kilometer lange dijk worden aangelegd, die rechtstreeks "contact" maakt met de provincie Friesland. Maar het is niet alleen een dijk die in de nog altijd "vrije zee" moet worden gerealiseerd ... er dienen ook drie grote zee scheepvaartsluizen te worden gebouwd en vijfentwintig uitwateringssluizen. Bijna bovenmenselijke inspanning is nodig om het karwei te klaren. De bouwers hebben vele kritieke momenten achter de rug, voornamelijk te danken aan vaak gierende stormen.

Maar. .. op zaterdagmiddag 28 mei klinkt - om twee minuten over één - een uit scheepstoeters gevormde overwinningskreet. De "oorlog" tegen de Noordzee is gewonnen. Het water is in bedwang. Eb en vloed zijn niet langer oppermachtig. De beheersing van het water is een feit. Een historisch moment. De kust is letterlijk en figuurlijk veilig.

Het werkelijke droogleggen kan beginnen.

-=<>, "- ??? . .

0"'·""'" .-.

0-

- ..?.

---

--

)

OMMISSIE

LELY - STAATSC

1892

D~ 0-

-~ .

>

IJ S S E L ME E R

..? -

....? .?..

10 ????

ZUIDERZEEWERKE~

DIENST DER 1972

5. De eerste, voorzichtig gezette voetstappen op nieuw gewonnen land ...

NEDERLAND HAALT NIEUW LAND BINNEN

Eigenlijk veroorzaakt de opmerking "het werk kan beginnen ... " een enigszins vertekend beeld. Want, het werk IS al begonnen. Al in 1926/1927, dus ruimschoots voor de voltooiing van de Afsluitdijk, heeft men in NoordHolland een mini-inpoldering verricht. In de "proefpolder-Andijk", een gebiedje van ongeveer veertig hectare bij het Noordhollandse dorpje Andijk, wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar zaken als de ontwatering, de ontzilting, het rijpen van de bodem, de microbiologie, de keuze van gewassen, de bemesting en wat dies meer zij. De ervaringen die hier worden opgedaan zullen "later" uitermate belangrijk worden bij het in cultuur brengen van andere polders.

Maar afgezien van het aanleggen van zo'n polder-proefgebied, is men ook al met andere zaken bezig, die vér vooruit lopen op het eigenlijke inpolderingswerk. Zo is al enkele jaren voor de daadwerkelijke afwerking van de Afsluitdijk een begin gemaakt met de aanleg van een allereerste polderdijk in de Zuiderzee - de dijk rond Wieringen. En in 1928 worden eveneens werkzaamheden opgestart voor de bouw van een gemaal bij Medemblik, dat is vernoemd naar de grondlegger van de polderplannen, Cornelis Lely. Het gemaal heeft een capaciteit van anderhalf miljoen liter water per minuut. Samen met "De Leemans" (genoemd naar een van de ontwerpers van Zuiderzee-inpolderingsschetsen) krijgt De Lely tot taak Wieringen van zijn water te ontdoen. Beide gemalen klaren het karwei in acht maanden. Ze hebben onafgebroken gewerkt. In de laatste maanden van 1930 valt de Wieringermeerpolder definitief droog. De eerste 20.000 hectare - een tiende van het uiteindelijk beoogde nieuwe land - zijn binnen. Exact tien jaar later - Wieringen is dan op dat moment in volle, agrarische opbouw - komt het eerste belangrijke bolwerk van de ruim twee maal zo grote Noordoostpolder klaar: een vierenvijftig kilometer lange ringdijk met drie gemalen, die in twee jaar tijd 48.000 hectare modderig en slikkerig land zullen vrijgeven. Het is dan 1942.

Nederland gaat zwaar gebukt onder het juk van de Duitse overheerser. En tóch, ondanks de oorlogsellende, wordt

6. Op 28 mei 1968 valt Zuidelijk Flevoland, de vierde IJsselmeerpolder volgens het plan van Cornelis Lely, droog. Van deze woeste, nauwelijks meetbare vlakte is in geen enkel opzicht afte lezen dat hier acht jaar later al mensen zullen wonen.

kans gezien het droogmakingswerk enigszins te laten doorgaan. Begrijpelijkerwijs is er sprake van een terug geschroefde capaciteit.

Bij de eerste ontginnings- en inrichtingswerkzaamheden worden zelfs onderduikers "ingezet". Dat inrichten en ontginnen is puur handwerk. Er zijn geen moderne machines, zoals tegenwoordig. Alles wordt verricht met de inspanning van man en paard. Het is nû moeilijk voor te stellen dat men tóen - met daarbij nog eens de "handicap" van een wereldoorlog - in staat was een dergelijk gigantisch werk te verrichten zónder de hulp van machines.

Nederland groeit iedere tien jaar vele tienduizenden hectaren. Zeer schematisch wordt, in de loop van 1950, een derde facet uit het plan van ir. Cornelis Lely in gang gezet. Men heeft ongeveer zeven jaar nodig om een bijna negentig kilometer lange ringdijk voor Oostelijk Flevoland te maken. De werkjaren, uitgetrokken voor dit project, zijn er in aantal meer dan waar men aanvankelijk op gerekend had. Maar de reden van dit al is zeer duidelijk: de watersnoodramp in Zeeland in 1953. Niet alleen waterbouwkundige assistentie en kennis is nodig om Zeeland enigszins uit de nood te helpen, ook gaat veel van het voor Oostelijk Flevoland aanvankelijk bestemde inpolderingsmateriaal naar het watersnoodgebied. Daar is het immers veel harder nodig ...

Eenmaal het werk in Oostelijk Flevoland weer opgepakt, verstrijken er negen maanden voor de eerste gronden droogvallen. Drie gemalen zijn uiteindelijk nodig om 54.000 hectare zeebodem een "landelijke" bestemming te geven. Na het droogvallen van de gronden begint men met het inplannen van stedelijke woonkernen. Men denkt aan twee grotere steden: dat worden uiteindelijk Dronten en Lelystad. De aanvankelijk gedachte cirkel van kleine dorpen rond deze twee belangrijkste woongebieden op Oostelijk Flevoland komt te vervallen. Gezien de niet al te positieve "dorpse ervaringen" in de Noordoostpolder, ziet men van die veelheid van dorpjes af. Gebleken is dat ze in de Noordoostpolder té klein waren om - zeg maar - "voor zichzelf te zorgen". Naast de genoemde grotere kernen ontstaan op Oost-Flevoland de kleine plaatsen Swifterbant en Biddinghuizen.

. .:;....:

--':...

7. Een verkenningstocht over de nauwelijks drooggevallen voormalige zeebodem, die nu een "landsnaam" heeft: Zuidelijk Flevoland. Die verkenners dragen, omdat de bodem nog verzadigd is van water, en dus onbetrouwbaar, een vreemd soort sneeuwschoen. Zoals de foto voorts toont, schiet, merkwaardig genoeg, de natuur al de bodem uit ...

De inpolderingsargumenten "grotere veiligheid tegen overstromingen", "een betere waterhuishouding" en "vergroting van het landbouwareaal" worden in de loop van de jaren vijftig aangevuld met een vierde, belangrijke reden om nieuwe gronden te werven: de woningnood van vele tienduizenden landgenoten. Het is een argument dat op dit moment - en nog altijd in toenemende mate - geldig is. Zijn de drooggelegde polders in de eerste plaats altijd bestemd geweest voor landarbeiders en boeren; in hun door de overheid opgedragen nieuwe functie, krijgen zij de taak de nijpende huisvestingsnood in het westen van ons land - met name in de randstad - te lenigen. Oostelijk Flevoland en in veel sterkere mate nog Zuidelijk Flevoland zullen tot de oplossing van de schrijnende huisvestingsnood in west-Nederland moeten bijdragen. Later komen we nog uitvoerig terug op de groeitaak van de Flevolanden.

Zuidelijk Flevoland gaat voor

Aanvankelijk zou eerst de Markerwaard de befaamde droogleggingstechniek, die voor vele "open monden" in de rest van de wereld zorgt, ondergaan. Maar de Nederlandse regering brengt een eerste, zij het summiere, wijziging aan in de plannen van Cornelis Lely. Zuidelijk Flevoland gaat voor de Markerwaard ...

Bij het besluit om een volgordeverandering aan te brengen, spelen verschillende argumenten een rol. Een belangrijke overweging vormt "de eenheid", die in velerlei opzichten zal ontstaan met Oostelijk Flevoland. Daarbij ligt Zuidelijk Flevoland erg centraal in Nederland en een stuk gunstiger (dan de Markerwaard) ten opzichte van de randstad. En gezien de hiervoor geschetste ontwikkelingen met betrekking tot de huisvestingsproblematiek in het westen van ons land, is het dus een vrij logische stap van de overheid om Zuidelijk Flevoland eerder droog te laten vallen dan die allergrootste polder uit het plan Lely.

Doch, de misschien wel belangrijkste reden die het besluit inleidt is van financiële aard. De Markerwaard is namelijk 13.000 hectare groter dan Zuidelijk Flevoland. Met andere woorden: de inpoldering is dus vanzelfsprekend een stuk duurder. Bovendien kan de ringdijk van de zuidelijke polder aanmerkelijk korter worden gehouden

8. Een complete zee viel droog ... Wat er overbleef? Een drassige, slikkerige vlakte, waar thans op grote schaal wordt gebouwd aan nieuwe steden als Almere en Lelystad.

dan de Markerwaarddijk. De ringdijk bestaat namelijk al als zuidwestelijke begrenzing van Oostelijk Flevoland. Kortom, weer een kostenaspect.

Het gemaal "De Blocq van Kuffeler" - genoemd naar ingenieur V.P. de Blocq van Kuffeler, de tweede directeurgeneraal van de Dienst der Zuiderzeewerken - helpt Zuidelijk Flevoland uiteindelijk naar het stadium van droogvallen. Een mijlpaal die op 28 mei 1968, na negen maanden, wordt bereikt. Zuid-Flevoland is "bevrijd" van het zeewater. Het IJsselmeer is opnieuw 43.000 hectare geslonken.

Zuidelijk Flevoland is kort na zijn geboorte een grauw-bruine, slijkerige vlakte. Het is alsof de zee hier ter plekke is verdronken. Een zee die bij haar vlucht talloze eigendommen heeft achtergelaten: honderden vissen, die niet met het verdwijnende water konden meetrekken, proberen zich in kleine waterpoeltjes nog in leven te houden. Het is een vergeefse strijd ... want straks zijn ook die poeltjes droog. Maar ook liggen her en der wrakhout, dodden zeewier en lange rijen schelpenbanken.

Het droogvallen van een complete zee. Het is een regelrecht wonder. Maar toch zijn er geen tientallen binnen- en buitenlandse radio- en televisiestations om de eerste menselijke stap op deze slikkige, verraderlijke moddervlakte vast te leggen. Eigenlijk verdient die eerste polderstap even uniek te zijn als de eerste menselijke voetstap op de maan, die letterlijk (maan)stof deed opwaaien.

Verraderlijk, ja zelfs levensgevaarlijk. Dat is die moddervlakte wel. De grond is namelijk verzadigd met water. Alleen op de zanderige gedeelten is enigszins te lopen. En dan alleen nog met laarzen waaronder plankjes zijn bevestigd. De eerste voertuigen die zich over de immense vlakte begeven zijn voorzien van extra brede rupsbanden. Kort na het droogvallen van de gronden vliegen kleine, eenmotorige vliegtuigjes laag over. Ze zaaien grote hoeveelheden riet. Riet, een onontbeerlijk gewas bij het in cultuur brengen van de slappe grond, die er stevig door wordt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek