Almere in beeld /stad zonder verleden

Almere in beeld /stad zonder verleden

Auteur
:   R. Steenhorst en H. Belder
Gemeente
:   Almere
Provincie
:   Flevoland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1372-4
Pagina's
:   152
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Almere in beeld /stad zonder verleden'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

-"

-~- .

=-

9. De inktzwam is een van de meest voorkomende paddestoelen in de polders. Op grote open plaatsen treft men van deze zwam grote "heksenkringen" aan.

DE NATUUR KLEURT DE NIEUWE POLDER

Zoals gezegd: Zuidelijk Flevoland is op de dag van zijn lang verwachte "droge staat" een troosteloze, grauwbruine, slijkerige en hier en daar stinkende vlakte. Voor het gezicht valt het allemaal een beetje tegen wat door de weggetrokken zee is achtergelaten: 43.000 hectare drab land. Maar, het is een grillige moddertoendra met legio mogelijkheden voor stedenbouw, landbouw en bosbouw en tal van perspectieven voor de recreatie. Toekomstperspectieven, die op dat moment nog in het geheel niet van die modderpoel zijn af te lezen, maar die vandaag de dag in velerlei opzicht al gestalte krijgen.

Toch blijft het niet lang bij modder en zand alleen. Want, nog in hetzelfde jaar van het droogvallen (1968) neemt de natuur zijn intrek in Flevoland. De natuurlijke inrichting, niet ontworpen op een tekentafel, wordt in gang gezet door ... de wind. Op het stuk zeebodem dat nu is omgedoopt tot Zuidelijk Flevoland, blijkt meer te kunnen groeien dan uitsluitend zeewier. De wind voert allerhande zaadpluis uit alle windrichtingen met zich mee. En, tegen de tijd dat de eerste rupsvoertuigen hun verkennende tochten maken en hun typische ribbelsporen in de drassige grond drukken, groeit er al heel wat in dat moeras van Zuidelijk Flevoland. Want, meer dan dat is het zuidelijk deel van die vierde polder nog niet. Eén groot moeras van ruim 43.000 hectare, begroeid met de voor dit type landschap zo kenmerkende vegetatie, die zich heel spontaan heeft genesteld. De moerasandijvie, een polderpionier bij uitstek, met z'n fraaie, citroengele bloemen, die, na eenmaal uitgebloeid, een wolk van zaadpluis veroorzaken. Het is een van de eerste moerasplanten die uit de voormalige zeebodem schieten. Maar, de voorzichtige onderzoeker treft er ook de lisdodde, de blaartrekkende boterbloem, riet en zeebies aan. Veel later zullen er zelfs, zonder dat iemand ze daar ooit gepoot heeft, wilgen groeien.

In de voetsporen van het plantenrijk, komen ook de dieren. Eerst de insekten, die in het moerassige, nieuwe land een prima voedingsbodem en voortplantingsgebied vinden. Daarna de vogels, die worden "gelokt" door de miljarden insekten. De vogels, met name roofvogels als valken, buizerds en kiekendieven, die Flevoland internationale faam zullen geven.

10. Jaarlijks worden in Almere - in het kader van de landelijk Nationale Boomfeestdag - door vele honderden schoolkinderen jonge boompjes, struiken en heesters geplant. Almere-Haven heeft aan dit feestelijk gebeuren inmiddels veel groen overgehouden, zoals het .Boomfeestbos''.

Zuidelijk Flevoland wemelt weldra, net als in Oostelijk Flevoland indertijd het geval was, van het dierenleven. De verscheidenheid van dieren is zeer groot. Nergens in Nederland komen zoveel fazanten voor als in Flevoland. Nergens in heel Europa overwinteren zoveel ganzen (grauwe ganzen, kolganzen) als in dit gebied. Blijkbaar ervaren ook de dieren Flevoland als een prima overloopgebied. Wanneer de autowegen eenmaal een feit zijn, ondervindt menige automobilist wat het is om dwars door een gebied dat rijk aan dierenleven is, te rijden. Menigmaal moet hij of gas terugnemen of op zijn rem gaan staan voor een koppeltje fazanten, dat ineens - na lang in de berm geaarzeld te hebben - de weg oploopt. Met name die fazanten zijn zeer talrijk. De bont gevederde hanen, met hun trotse staartveren, die veelal vergezeld gaan van een of meer, bleker getinte vrouwtjes. De fazant is, bij wijze van spreken, net zo "gewoon" als de mus in de grote steden. Maar, aan die toch wel even unieke als ongewone situatie zal, na enkele jaren al - eigenlijk bij het op gang komen van de bewoning -, vrij snel een eind komen.

Het dierenleven trekt, naarmate de bouwactiviteiten in de polder oprukken, steeds dieper de polder in. De verstoring door de mens is te groot. Het autoverkeer, dat vrijwel zonder oponthoud slachtoffers maakt onder de dieren, maar ook de wild in het rond zwaaiende verstedelijking ... het territorium van het dierenleven wordt steeds meer en meer ingedamd. De tijd dat reëen en fazanten zich tot op enkele tientallen meters, soms zelfs enkele meters, van de eerste woningen begeven, behoort al snel tot het verleden. Alleen die eerste bewoners, de Almeerse bivakkers, kunnen zich nog dit soort bijzondere "ontmoetingen" uit de eerste dagen van hun aanwezigheid herinneren.

Waar de mens komt, moet de natuur in velerlei opzichten een grote stap terug doen.

Van het totale grondoppervlak van bijna 100.000 hectare van geheel Flevoland, zal ruim eenderde worden

11. Waar nog niet wordt gebouwd, krijgt de natuur nog een laatste kans zich van haar mooiste zijde te laten zien. Het is overigens niet geheel van gevaar ontbloot zich in dergelijke moerassige gebieden te begeven, ook al zijn ze zeer "uitnodigend" voor de natuurliefhebber. Op de foto de schitterende, fel geel bloeiende "moerasandijvie", een polderpionier bij uitstek.

bestemd tot stedelijk gebied. Alleen Almere al ontneemt ruim 140 vierkante kilometer aan die totale poldergrond - tenminste, als de plannen zo worden uitgewerkt als ze heden ten dage zijn vastgelegd.

Verstedelijking. Almere en de kleine woonkern Zeewolde binnen Zuidelijk Flevoland, Lelystad, Swifterbant, Biddinghuizen en Dronten op Oostelijk Flevoland. Het overgrote deel van het totale grondgebied, laten we zeggen iets minder dan tweederde, komt ten goede aan de recreatie, de landbouw en heuse natuurgebieden. Zo juist hadden we het over de internationale faam die Flevoland heeft op het gebied van de roofvogels. Wel, die bekendheid in de wereld is aan één gebied in het bijzonder te danken: de Oostvaardersplassen. Een gebied van ongeveer 6000 hectare, precies tussen Almere en Lelystad in liggend. Een gebied dat in de wereld van flora- en faunaliefhebbers wordt geroemd. Maar, een gebied dat volgens diezelfde natuurliefhebbers ook wordt bedreigd door de bestaande plannen op industrieel gebied, die voor Almere worden ontwikkeld.

Zo zou men het totale Oostvaardersplassengebied willen verkleinen tot 3600 hectare. Het resterende deel (2400 hectare) zou ten goede komen aan landbouwkundige en industriële ontwikkelingen. "Ja" zeggen de boeren, "nee" zegt onder meer Staatsbosbeheer in een begin 1980 verschenen rapport. Het rapport stelt dat de Oostvaardersplassen een gebied van een ongekend grote waarde is. Een gebied waar een stukje oer-natuur uit lang vervlogen tijden is gereconstrueerd. Staatsbosbeheer verwacht, wanneer de plannen tot bijna halvering van de Oostvaardersplassen worden uitgevoerd, "een groot, onherstelbaar verlies aan natuurwaarden" . Als het gebied wordt verkleind of als de veel besproken Flevospoorlijn deels door het gebied zal trekken, dan zal het planten- en dierenleven verarmen tot een flauw aftreksel van de huidige toestand. Aldus Staatsbosbeheer.

Toen Flevoland in 1968 droog kwam, kon niemand bevroeden dat het gebied van de Oostvaardersplassen - tot op de dag van vandaag een onaangetast overblijfsel van die drooglegging - een dusdanige natuur-wetenschappelijke

12. De fazant, hier in winterse omstandigheden gefotografeerd, is een van de meest voorkomende vogels in Flevoland. Naarmate de verstedelijking in de polders oprukt en het autoverkeer in intensie toeneemt, ziet men de fazant steeds minder. De vogel trekt zich op stille plaatsen in de polder terug. Overigens zijn veel van deze fraaie vogels het slachtoffer van het verkeer geworden.

waarde zou krijgen. Niemand kon voorzien dat zoveel vogelsoorten zich zouden "thuis voelen" in dit gebied. Gewoon, door er niets aan te doen, creëerde de natuur een eigen wereld, die geschikt werd voor tientallen vogelsoorten van zeer uiteenlopende aard. Het ingrijpen van de mens bij het vorm geven van het gebied is zeer miniem te noemen. Voor het daadwerkelijk onderhoud en de naar eigen inzicht gedane inrichting, heeft de natuur zelf gezorgd. Daarbij valt nog eens, als extra opvallend punt, aan te tekenen dat de Oostvaardersplassen, qua reilen en zeilen van het dieren- en plantenleven, nauwelijks hinder ondervinden van de Oostvaardersdijk - de zeer druk bereden en uiterst gevaarlijke verbindingsweg tussen Lelystad en Muiderberg, die op enkele honderden meters afstand "langs komt".

De Oostvaardersplassen zijn in alle opzichten uniek. Uniek voor ons land, uniek voor de wereld. Je treft er de bruine kiekendief, de baardmees, de kluut, de aalscholver, diverse soorten reigers en een complete lepelaarskolonie in een aangrenzend kleinschaliger plassengebied. Maar ook de grauwe gans, de porseleinhoen en talloze soorten eenden, waaronder opvallend grote aantallen kluif- en tafeleenden.

Het is dan ook te hopen dat ontwerpers van verstedelijking en industrialisatie terdege rekening houden met de geweldige importantie die dit gebied heeft. Immers, ook Flevoland zelf heeft zo'n gebied hard nodig - ook al is er rekening gehouden met het inplanten van grote bosgebieden rondom de woonkernen.

Volkomen terecht is in dit verband te vermelden dat de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels in 1980 er "ten stelligste" op aan heeft gedrongen dat de rijksoverheid de Oostvaardersplassen aanwijst tot staatsnatuurmonument - voordat andere handen grip krijgen op de ontwikkeling van dit natuurgebied op het nieuwe land.

13. Uitsluitend hierom wordt Almere gebouwd ...

HET OUDE LAND RAAKT OVERVOL

Natuurlijk, de tijd tussen het droogvallen van een polder en de eerste bewoning is relatief kort te noemen. In het geval van Zuidelijk Flevoland zo'n acht jaar. Maar de zeer ernstige woningnood in ons land, waarvan tienduizenden het directe slachtoffer zijn, heeft liever vandaag dan morgen nieuw, bouwrijp land. Land dat zo snel mogelijk zoveel mogelijk nieuwe huizen moet bergen ...

Het is overigens niet alleen het westen van het land dat letterlijk en figuurlijk in de knel zit; de woningnood is een landelijk hoofdbreken. Vrijwel alle grote steden, naast Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Breda, Eindhoven, Groningen en Utrecht, zitten met exact dezelfde problemen. Overal is het beeld identiek: een aanzienlijk verouderd woningbestand, dat veelal rijp is voor de sloop, en lange, lange wachtlijsten bij de verschillende gemeentelijke huisvestingsdiensten. Nieuwbouw in die steden zelf is vaak door ruimtegebrek vrijwel niet te verwezenlijken; renovatie is een oplossing, maar heeft het nadeel van het verlies van woningen. Simpel gezegd: van elke drie woningen blijven er na de grote opknapbeurt één of in zeer uitzonderlijke gevallen twee over. Woningnood is geen, zoals wel eens is geopperd, landelijk "verschijnsel". Het is wel landelijk, maar verschijnselen hebben de eigenschap na korte tijd verdwenen te zijn. En de woningschaarste is een al tientallen jaren achtereen, diep gewortelde landsziekte, die zich steeds grondiger uitzaait. Een ziekte die - ondanks alle middelen die worden toegediend - nauwelijks bestrijdbaar lijkt.

De Nederlandse bevolking neemt in aantal niet of nauwelijks toe. Zo er sprake is van een toeneming, dan wordt deze teweeg gebracht door de enorme stroom buitenlanders die naar ons land komt. De alsmaar groeiende vraag om nog meer huizen is veel meer het directe gevolg van de welvaart. Jonge mensen willen steeds sneller zelfstandig worden en eigen huisvesting hebben. De gemiddelde gezinsgrootte is duidelijk dalende. Ging men aan het begin van de jaren zeventig bijvoorbeeld nog uit van 3,5 personen per woning, in het midden van de jaren zeventig

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek