Amsterdam-Noord in oude ansichten

Amsterdam-Noord in oude ansichten

Auteur
:   Wim Timp
Gemeente
:   Amsterdam
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3430-9
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Amsterdam-Noord in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Het lijkt paradoxaal om dit boekje over AmsterdamNoord te beginnen met een foto van het profiel van de stad Amsterdam. Toch is het niet zo vreemd. Waar deed Amsterdam zich "heerlijker open" dan vanuit het land benoorden het IJ? Nog in 1823 schreef Maaskamp "de overzijde van het IJ, en wel bij het Tolhuis levert ons een schoon gezigt op de stad op ... ", Maar ook omgekeerd genoot men van de weidsheid, het blinkende water en de groene landen en ook aan de stadszijde stond een herberg van waaruit men dit alles kon genieten. Witkamp beschreef het in 1861 aldus: "De schoone en gunstige ligging van dit gebouw met zijne prachtige vergezigten zoo op onze stad, als op de Zuiderzee, het IJ en de Waterlandsche Kust maakten het ten allen tijde met zijnen omtrek tot een veelbezocht punt, ja welligst tot het woeligste onzer zoo woelige stad. Het afvaren en aankomen van veer- en andere schepen 't gewemel van reizigers uit alle volken, van ingezetenen die er komen om hunne zaken te verrigten of een luchtje te scheppen van varens gasten die jollen aanroepen om aan boord hunner schepen gebragt te worden, dat al brengt hier eene onophoudelijke afwisseling voort, die aantrekt, behaagt en boeit."

De bouw van het Centraal Station betekende een breuk, De stad verloor haar open water en het zicht op het groene land. Noord verloor het zicht op het schitterende stadsprofiel. Vrijwel terzelfder tijd werd de weg naar zee westwaarts verlegd, waardoor Buiksloot buiten de zeevaartroute geraakte. Waterland werd een uithoek.

Op het economische vlak bleef vooral ons deel van Waterland voortgaan met de dienende rol ten opzichte van Amsterdam. Niet altijd is dat zo geweest. Toen de eerste mensen zich in Waterland vestigden

gebeurde dat uit behoefte aan landbouwgrond. Het land werd ontsloten door een aantal gouwen (landwegen) waarbij de verkaveling werd aangepast. De dorpen Ransdorp, Holysloot en Zunderdorp kregen daardoor een meer concentrisch karakter; de diikdorpen Buiksloot, Nieuwendam, Schellingwoude en Durgerdam vertonen - zoals de luchtfoto's u laten zien - een andere structuur. Dit "zeer veeniche" Waterland met zijn "quade grondt", veelal te laag om te beweiden, en een moeilijk reguleerbaar waterpeil, kon niet aan allen een bestaan verschaffen.

Het rijkelijk voorhanden zijnde water maakte het mogelijk dat er meer mensen in de streek konden wonen dan het land aan bestaansmogelijkheid bood. Reeds in de vijftiende eeuw voeren de Waterlanders op de Oostzee. Het hoogtepunt ligt in de tweede helft van de zestiende eeuw. Maar het naijverige Amsterdam liet niets na om de concurrentie in de scheepvaart uit te schakelen. De omstandigheid dat Amsterdam aanvankelijk aan Spaanse zijde bleef en als uitvalsbasis van de Spanjaarden diende, die tot Purmerend toe strooptochten hielden, betekende dat de dorpen het aan de andere Il-oever zwaar te verduren kregen. De scheepvaart herstelt zich weliswaar enigszins, maar in het begin van de zeventiende eeuw is het pleit in het voordeel van Amsterdam beslecht. De Waterlanders varen niet meer voor eigen rekening maar voor de Amsterdamse kooplieden.

Met het verval van de Amsterdamse stapelmarkt in de achttiende eeuw verdween ook allengs de scheepvaart als bestaansmogelijkheid, terwijl ook de - zij het minieme - nijverheid afnam. Deze bescheiden nijverheid immers was zeer sterk op de scheepvaart gericht. Andere vormen van nijverheid waren er door de vroe-

ge opkomst van scheepvaart en handel niet tot ontwikkeling gekomen. De tweede bestaansmogelijkheid in Waterland, die op het water, schrompelde ineen tot wat het eens was en waar het mee begon: visserij. De afsluiting van de Zuiderzee betekende ook het einde van deze vorm van brood winning en opnieuw moesten velen omzien naar een ander beroep.

Dit waterland, als het ware opgedeeld in veeteeltdorpen en vissersdorpen, zult u zien op de ansichten in dit boekje, Ik hoop dat het een bijdrage is aan het besef dat we zuinig moeten zijn op dit zo verwonderlijk gave en nag mooie land.

VERANTWOORDING

In de eerste plaats wil ik graag hen danken die mij in de afgelopen jaren hun kostbaarheden toevertrouwden en mij de vele bijzonderheden vert elden waaruit ik bij de samenstelling van dit boekje kon putten. In het bijzonder wil ik noemen de heer A. van Wijngaarde te Buiksloot, de heer Th. A. Dijkman en mevrouw Boerstra-v.d, Kruk te Nieuwendam, de heer S. Helmich te Schellingwou, de heer Gerrit (van Ka) Porsius en de heer Jurr, Bakker te Durgerdam, de heer en mevrouw Beers te Ransdorp, de heer en mevrouw Tromp en de heer en mevrouw Engel-Vis te Holysloot, mevrouw Swier-Koomen in Arnsterdam-Noord en de heer P. van Zalinge te Zunderdorp.

De verantwoordelijkheid voor de bij de foto's .vermelde tekst ligt geheel bij mij. Het merendeel van de hier afgedrukte foto's is afkomstig uit particulier bezit,een kleiner aantal uit de topografische atlas van de gemeentelijke archiefdienst van Amsterdam en van de dienst publieke werken.

Het geringe aantal kaarten van bijvoorbeeld Zunderdorp en Holysloot is geenszins te wijten aan een ver-

meend minder belang van deze dorpen, maar eerder aan het feit dat er zo bitter weinig oude foto's van deze dorpen bestaan en, als ze er zijn, vaak kwalitatief beneden de maat blijven.

De bij de foto's vermelde jaartallen zijn ontleend aan het poststempel achter op de kaart. De kaart kan dus ouder zijn. Waar de kaarten niet gedateerd waren, heb ik geen poging gedaan tot een aanvech tbare datering te komen. Volledigheid binnen het kader van dit boekje is onmogelijk, Ik heb er daarom naar gestreefd in de eerste plaats kerngegevens te vermelden en een zo verantwoord mogelijke keuze te maken uit foto's die een beeld geven van de dorpen in hun geheel. Het sarnenlevingspatroon is sedert de eeuwwisseling ingrijpend veranderd; mede am die reden heb ik, waar mogelijk, geprabeerd de namen van de bewoners te noemen met het huisnummer. Voor de oudere Waterlanders wellicht een: och ja! en voor de geschiedvorser een bijdrage. Het gaat dan veelal om bewoners van rand de eeuwwisseling, al mag dat niet al te strikt worden opgevat. Wanneer de huisnummers ontbreken zijn de huizen veelal in een vroeg stadium gesloopt. Het ontbreken van bijvoorbeeld oudere dorpskaarten maakt het dan onmogelijk het oudere huisnummer te vermelden.

De vermelding "het huis van" mag men niet zo lezen dat de genoemde persoon er eigenaar van zou ziin. Het gaat steeds om bewoners. am voor de hand liggende redenen heb ik ervan afgezien bij elk huis te vermelden of het nog bestaat. Een volledige vermelding van bezienswaardigheden in de kerken was in het kader van dit boekje evenmin mogelijk,

Ik hoop van harte dat dit boekje tevens dienst zal doen als kijk- en leesgids voor wandelaars en fietsers, die willen gaan ontdekken hoe het er nu uitziet.

WATER.k~NL) IN!

w,. ... oeo(WAT!1ll

;-:.N.-Y _"':':"'~::;-'''-...::.

~ .? , I .?.. ·cu.,

DE VOLEWIJK

2. Aan de overzijde van het IJ, links, het Galgenveld met het bouwsel "overhoeks" in aanbouw. Daarnaast de Buiksloterveerhaven, dan het geboomte van het Tolhuis en vervolgens de in gang van het Noordhollandskanaal met de Willem J-sluis, de jachthaven, de Willem III-sluis, de nieuwe aanlegsteiger van de Valkenwegpont en tenslotte de dokken. V66r de bouw van het Centraal Station (1876) vertrok de veerboot naar het Tolhuis vanaf de nieuwe stadsherberg, welke in het IJ lag ongeveer in het verlengde van de Martelaarsgracht, om af te meren in de Buiksloterveerhaven. Daarna vertrokken de beide stoomraderboten van de De Ruijterkade bij de westelijke onderdoorgang (niet zichtbaar) van het C.S. In 1880 verscheen naast de stoomboot de kettingveerpont die ging meren aan de kop van de Volewijk en in 1899 kwam de vrijvarende pont die nog steeds rechts oversteekt.

---.-'- .---~---...--:--

. ..,.:... - :r _...- .. ~ .

. :. -', -: " - ~_:~ -: ':'~:~ -.~.-

? --:;-. : .. ::-....e .. ;.

--~.... .... - ....

-

3. Gezicht op Amsterdam v66r de bouw van het Centraal Station.Van links af: de Prins Hendrikkade tot aan de hoek van de Kramme Waal (links naast het zeil); vervolgens, tot aan het brugwaehtershuisje, de Kramme Waal; dan de ingang van de Geldersekade met Sehreierstoren en tenslotte het gedeelte tot de Nieuwe Brug over het Damrak. Te zien zijn verder, links, de Montelbaanstoren, boven de Kramme Waal flauwtjes de Zuiderkerkstoren en reehts de Oudekerkstoren. Op de voorgrond zien we de Willem Ill-sluis in het Noordhollandskanaal (19 september 1865).

4. Gezieht over de open Nieuwendammerham. Aan de horizon ligt Nieuwendam en uiterst reehts - flauwtjes - het silhouet van de Ransdorper toren. De twee houtzaagmolens links staan in de driehoek land tussen Buiksloot en Nieuwendam, het latere "blauwe zand". Op de voorgrond de Willem Ill-sluts (19 september 1865).

5. De Volewijkslanden gezien vanaf de De Ruijterkade rond 1900. Op de voorgrond de steiger van de kettingpont bij de westelijke doorgang van het Centraal Station. Aan de overzijde, links, het Koningsdok. De grote gebouwen op het voormalige Galgenveld herbergden van 1867 tot 1890 het Amsterdams petroleum entrepot. Het driemastschip ligt gemeerd in de Buiksloterveerhaven langs het Galgenpad.

6. Het aansluitende deel van de Volewijkslanden. Links de Buiksloterveerhaven en omsloten door het geboomte, het Tolhuiscomplex. Op deze foto steekt de pont recht over en niet schuin zoals op de voorgaande. De sluis op de achtergrond is de Willem l-sluis met rechts daarnaast dienstwoningen ten behoeve van het sluispersoneel.

7. Gezicht op de Volewijkslanden. Temidden van de bomen staat het Tolhuis. Het huidige Tolhuis (zie foto 9) staat vrijwel op de plek waar tot voor de aanleg van het Noordhollandskanaal het IJwater tegen de Volewijk klotste. Het gedeelte van het Tolhuis tot de pont ~ waarop later de Tolhuistuin werd aangelegd ~ is narnelijk bij de aanleg van het kanaal aangeplernpt. Dit verklaart waarorn het Tolhuis nu zo vreernd halfweg tussen pont en sluis Jigt. Waar de bomen eindigen buigt de weg linksaf naar het binnenhaven tie en de Laanweg. Rechts - aan de overzijde van het water -- het station van de Noordhollandse tram.

fimsferdam

r

8. Gezicht op het oude Buiksloter tolhuis. Achter de bomen, wat verder van de weg af, ligt het in 1859 gebouwde - nu nog bestaande - uitspannings1okaal. Links ziet u de kettingpont die aan de kop van de Volewijk meerde. In de slechts door een zomerdijk omgeven Volewijkslanden werd in 1622 een rijweg aangelegd en een trekvaart gegraven naar Buiksloot, dat in 1660 octrooi gekregen had tot de door- en overvaart van Amsterdam op de steden Purmerend, Hoorn, Monnikendam en Edam en omliggende dorpen. Ter bestrijding van de onderhoudskosten werd een to1 ingesteld, waarvoor de stad een tolhuis bouwde. Lang b1eef dit het enige huis in de Volewijk. Tot in onze tijd was de Buiks1oterweg de enige weg Waterland in.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek