Berg en Terblijt in oude ansichten

Berg en Terblijt in oude ansichten

Auteur
:   H.G. Duijzings
Gemeente
:   Valkenburg aan de Geul
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5664-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Berg en Terblijt in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

25. Hoefsmid Vilt, eind jaren twintig.

Sjo Grispen, geboren in 1897, kwam al als jonge knecht bij boer Huids met paarden in aanraking. Dit werd bepalend voor zijn verdere leven: als jonge man had hij liefde voor paarden opgevat en dat zou zo blijven. Toen hij in militaire dienst moest, werd hij ingedeeld bij de artillerie, zeg maar het legeronderdeel met de kanonnen. Maar omdat deze rond 1920 voortgetrokken werden door paarden, voelde Sjo zich daar op zijn plaats. Maar hij had pech, kreeg een ongelukje en moest daarna in de keuken werken.

Toen hij afzwaaide, wist hij weI wat hij wilde en ging hij werken als knecht bij hoefsmid Theophiel in Gronsveld. Hij leerde hier het vak en behaalde het diploma hoefsmid. Hij werkte daarna nog bij een smid in Heer en ging vervolgens ondergronds werken in de mijn, want daarwerkten ook paarden als trekkracht! Dat hield hij precies een dag vol; toen had hij begrepen dat dit niets voor hem was. Hij liet zijn spullen in de mijn achter en keerde de tweede dag niet meer terug.

Het toeval was hem toen weer gunstig gezind, want Pierre Huynen wilde zijn smederij in Vilt verkopen. Sjo Grispen zag zijn kans schoon en pachtte eerst van Huynen de smidse, die hij later kocht.

Op de foto staat links Sjo Grispen, die een paard aan het beslaan is. In het midden staat Ber Ramakers en helemaal rechts Ber Bovens uit Terblijt. Het paard staat in de zogenaamde noodstal met zijn achterpoten en achterwerk buiten de deuropening, zodat de produkten van dit laatste buiten op de grond vielen. En dat gebeurde nogal eens als het paard vastgebonden stond en achter zich iemand aan zijn poten "knutselde". Die werden dan op een kruiwagen geladen en naar de moestuin van Sjo gebracht, die dus altijd goed bemest werd.

Voor het beslaan deed de smid eerst een touw om de poot in een Ius en wikkelde deze om de horizon tale staaf. Ais hij dan een tik tegen de poot gaf, kwam die in een reflex omhoog. Hier maakte hij dan snel gebruik van door de poot tegen de ijzeren staaf gedrukt te houden en snel vast te binden. Daarna kon hij met zijn eigenlijk werk beginnen: het aanbrengen van het hoefijzer.

Sjo Grispen stond in de hele omtrek bekend als een prima hoefsmid. De boeren kwamen dan ook in groten getale om hun paarden te beslaan ... en om nieuwtjes uit te wisselen. Sjo Grispen kende aIle boeren uit de omgeving en wist wat er overal gaande was.

26. Auto met kaarslicht, 1924.

Deze auto is in 1924 waarschijnlijk in Vilt gefotografeerd in de buurt van een cafe: het merendeel van de person en die erop staan (of aIle?) is afkomstig van Vilt en ze proosten met een glas donker bier in de rechterhand! Van links naar rechts zien we: Ber Ubaghs (aannemer-timmerman), Sjo Grispen (smidcafehouder), Pierre Huynen (smid), Pieke Pasmans, N.N., Martientje Meyers, Pie Steyns, Ber Lahaye (de bestuurder) en Fons Steyns.

Het lijkt wel of de heren iets te vieren hebben, gezien de deftige kleding en de drank. Het was - zeker voor die tijd - een erg grote auto, waarin acht personen een plaats vonden, te vergelijken met de huidige busjes. De auto was echt nog een koets die gemotoriseerd was. Als verlichting dienden dan ook lantarens zoals op een rijtuig, waarin men een kaars zette.

Een auto was in de jaren twintig wel iets heel bijzonders. De eerste auto in Vilt was van Louis Kusters, de kruidenier, die hem gebruikte voor het bezorgen van waren. Het is ook mogelijk dat de heren zich chic hebben aangekleed, wetend dat ze in een uniek rijtuig gefotografeerd zouden worden.

Wat dit uiteenlopende gezelschap bij elkaar bracht in deze auto is overigens niet bekend. Ze hadden kennelijk iets gemeenschappelijks dat hen hier bijeenbracht.

Ber Ubaghs maakte de houten wielen van boerenkarren en Pierre Huynen smeedde de ijzeren banden eromheen en Sjo Grispen zou Pierre Huynen als smid opvolgen.

27. Geulhem omstreeks 1895.

De Geulhemerweg was eind vorige eeuw veel smaller dan nu en nog niet geasfalteerd. De foto dateert waarschijnlijk van kort na 1892, want in dat jaar werd hotel Berg en Dal (het eerste gebouw links) uitgebreid met een eerste verdieping. Die is te zien boven het struikgewas. Niet veellater zou er nog een uitbreiding aan de straatkant bijkomen, die tegen deze verdieping werd aangebouwd. Aan de zijkant van de gevel hiervan ziet men een gekartelde rand, die doet veronderstellen dat hier de bouw nog niet af is. lets verder ziet men het schuine dak van een stal die bij de Geulhemermolen hoorde, maar nu inmiddels gesloopt is. Aan de rechterkant van de weg ziet men voornamelijk rotsen en rotswoningen. Bijna beneden, achter de drie kinderen, steekt een rotsbult als het ware een eindje de weg op. Deze bult is in de Tweede Wereldoorlog ingestort. Erbovenop heeft nog een huisje gestaan. Erachter, op de hoek, zou "Het huis aan de rots" worden gebouwd. De rotswoning iets dichterbij werd bewoond door een familie Tonnen. Verder is bekend dat er een familie Molin in een rotswoning - mogelijk die rechts op de voorgrond - gewoond heeft. De rotswoningen waren tot 1912 bewoond.

Het maken van een foto moet in die tijd een hele gebeurtenis zijn geweest, want het lijkt wel of de hele buurt is uitgelopen, de grotbewoners voorop: een man met een hond, drie kinderen, drie vrouwen en tussen de eerste twee vrouwen nog twee zittende kinderen.

Het kan ook zijn, dat de fotograaf de grotbewoners naar buiten heeft gelokt om zijn foto wat levendiger te maken. Het jongetje op de voorgrond valt op doordat hij een hoed draagt! In die tijd werd een hoed gedragen door kinderen van gezinnen die maatschappelijk iets meer betekenden dan de gewone man. Hoogstwaarschijnlijk is het jongetje Jacques Lamerichs, die later, in de jaren dertig, hotel Lamerichs zou stichten. Zeker is dit echter niet.

Blijkens de geschreven tekst waren er in die tijd (1905) ook al toeristen in Geulhem, die het er "allerleukst" vonden en een dag langer bleven om de grotten te bezoeken.

28. Geulhem omstreeks 1925.

Deze foto is op dezelfde plaats genomen als de vorige, echter een dertigtal jaren later. Er zijn dan ook enkele verschillen met 1895. Aan de linkerkant van de weg ziet men huizen die op de vorige foto achter struiken verborgen waren. Het eerste huis links was van de familie Simons; verderafwoonde moeder Molin en haar familie; nog eerder waren hier koeiestallen. Dan volgt hotel Berg en Dal, dat groter is dan in 1895: aan de straatkant is er een verdieping op gebouwd. , ,Hotel-Restaurant" staat er in 1993 nog steeds in hetzelfde lettertype op de muur. Er is ook een vleugel bijgebouwd richting Meerssen (op de foto naar links), maar die is op de foto niet zichtbaar.

Helemaal bene den ziet men ook de stal behorend bij de Geulhemermolen. Hier gebeurde in de Tweede Wereldoorlog een ongeluk met goede afloop. Een vrachtwagen beladen met zes ton cement, waarvan de chauffeur de motor had afgezet, reed naar beneden. De remmen alleen waren niet bij machte de zware last te bedwingen en de auto schoot tussen Berg en Dal en de stal rechtdoor, terwijl de weg daar naar rechts afbuigt. De wagen stortte zich als het ware in de moestuin, waar de wielen zich twee meter diep de grond in boorden. Tussen het stuur en de rug van de chauffeur was nog circa 10 centimeter afstand. Sjo van Kan en andere kantonniers hebben hem eruit verlost, waarna deze buiten zichzelf van de opwinding en de blijdschap besefte: Ik heb het grootste geluk van de wereld gehad.

Aan de rechterkant ziet men dezelfde rotswand als op de vorige foto, maar de rotswoningen zijn niet meer bewoond; ze zijn dichtgemetseld. Later, begin jaren zeventig, zijn ze door de Stichting De Rotswoning gerestaureerd en nu zijn ze weer voor het publiek toegankelijk.

Overigens werd het wonen in een rotswoning in het begin van deze eeuw hoe langer hoe meer beschouwd als een noodoplossing. Als een rotswoning in gereedheid werd gebracht voor bewoning, vroeg men zich nieuwsgierig af, wie er nou weer moest trouwen!

Dat het verkeer in die tijd nog niet toe was aan vrachtauto's getuigt de hondekar in het midden van de weg, waarop verder nog duidelijk sporen van honde- en paardekarren zichtbaar zijn.

29. Harmonie Concordia Berg, 1921.

Harmonie Concordia is volgens de overlevering opgericht in 1884, de eerste voorzitter was Sjeng Stassen van de Muntweg in Terblijt. In 1982, toen men het eeuwfeest voorbereidde, kwam men tot de ontdekking dat Sjeng Stassen in 1883 was overleden! Bovendien bleek dat in 1907 het zilveren jubileum was gevierd. De conclusie was dat Concordia in 1882 opgericht was. Het honderdjarig bestaan werd toch in 1884 gevierd, omdat men te laat de juiste oprichtingsdatum ontdekt had.

Concordia is begonnen als zangkoor met als bakermat Terblijt. Het koor is ontstaan uit onenigheid, ruzie en kortzichtigheid. Toen het kerkelijk zangkoor steeds meer behoefte voelde om ook buiten de kerk op te treden, kreeg het op verzoeken dienaangaande aan de pastoor telkens nul op het rekest. Maar het gezag van de kerk was - ook toen al - niet het einde.

Sjeng Stassen hakte de knoop door en deelde de pastoor gewoon mee, dat ze van plan waren een nieuwe zangvereniging op te richten. De oprichting van het nieuwe koor, dat deftig "Zangsocieteit" werd genoemd, veroorzaakte vee I verdeeldheid in Berg. Veelleden kwamen uit Terblijt en sinds 1889 werd ook vaker gerepeteerd in Terblijt, in het cafe van de familie Raeven-Klaessens in de Dorpsstraat (nu: Lindenstraat).

In de jaren negentig van de vorige eeuw rijpte het plan om het koor te veranderen in een fanfare. Weer speelde de pastoor (Brouwers) een rol, want hij yond het maar niks, dat er altijd een harmonie van buiten de parochie gevraagd moest worden om de processie op te luisteren. Bovendien: wat had je nou aan twee koren? Een koor en een fanfare was ideaal. Sjang Claessens slaagde er ten slotte in 1894 in om een fanfare van het zangkoor te maken. In 1919 zou de fanfare harmonie worden.

Toen harmonie "Concordia" in 1921 voor het eerst op concours ging in Amsterdam, werd daar deze foto gemaakt. Onder leiding van directeur G. de Pauw behaalden ze een eerste prijs. Daarna zou Concordia nog vele malen op concours gaan en uiteindelijk promoveren naar de superieure afdeling.

Enkele bekende directeuren waren: G. Hertogs, J. Crillen, J. Claessens, J. Soudant en A. Schillings.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek