Bergen in een ommezien

Bergen in een ommezien

Auteur
:   Meta Bison
Gemeente
:   Bergen
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5566-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bergen in een ommezien'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Oom Bert en tante Loes Schuil tijdens een vakantie. Dit is geen stereotype houding van hen. Meestal waren ze voor anderen in de weer.

Een man een man, een paard een paard ...

"Waarom neemje juist mij," vraagt G.O. Blanken ergens in de buitenwijken van Bergen. "Er zijn boeken over Bergen, over paarden, over de ruitersport. Wat ik doe en deed is niet interessant."

De daaropvolgende drie kwartier heeft de nuchtere .filosoof'' Blanken me uitgelegd dat de bereden politie een onderdeel is van het ministerie van Justitie en dat het zaak was en is je te houden aan de geldende regels. Dertig jaar lang verzorgde en be reed hij de paarden, waarmee langs het strand gepatrouilleerd werd. "Niets bijzonders, niet interessant," zegt de politiernan en paardeman in hart en nieren (reeds twaalf jaar met pensioen). "Je deed wat je moest doen."

Blanken houdt van orde en regelmaat. Eigenlijk wil hij zo sne! mogelijk naar de paarden die hem zijn toevertrouwd, want het belooft vroeg donker te worden op deze herfstige dag. Hij voelde zich geen rots in de branding als hij op het strand reed, geen steun en toeverlaat voor betraande kleutertjes die hij voorop het paard zette om samen de moeder te gaan zoeken. "Maar zo iemand is toch een onmisbaar schakeltje in een groot proces dat maatschappij wordt genoemd?"

.Dat is niet uniek." Maar elk mens is uniek, elke Bergenaar ook, en uit de 13.902 Bergenaren werd hij gekozen omdat ik zo'n vaag vermoeden had dat hij meer van paarden hield dan van mensen. Hier zal hij zich nooit over uit laten, maar zijn gezicht sprak boekdelen toen hij vertelde dat de oudste paarden op non-actief gaan. Dit houdt in dat het dier na gedane arbeid, na trouwe dienst, als beloning in het slachthuis de kogel krijgt.

Een vertrouwd beeld langs de kust. de gezichten van deze politiemensen te paard zijn niet herkenbaar, daarom past de foto zo goed bij het verhaal van Blanken. Want de identiteit van de politieman is niet van belang.

Bergens agrarier loop de Koning

Toen ik aan burgemeester Ritsema vroeg welke groep Bergenaren niet altijd de aandacht krijgt die zij verdient, zei hij meteen: "De agrarische sector."

Het laatste interview voor dit boek is voor J .M. de Koning. Medemens, politicus, agrarier, milieudeskundige en nog veel meer, en dat allemaal in hart en nieren.

Een prachtige oranje, lage herfstzon, een droog slootje voor het huis, uitzicht op weilanden en op de keukentafel een pluche tafelkleed. .Vraag maar wat je weten wilt." "Begin maar," zeg ik, want tijdens de telefonische afspraak was al duidelijk geworden dat ik met een raswaamemer te maken had.

De Koning komt uit een rooms-katholiek gezin, uit een tijd dat je Rooms nog met sch schreef. Hij vestigde in 1968 de aandacht op zich in de strijd voor het behoud van de boerenbedrijven, gevestigd op en nabij Bergens vliegveld. De twaalf bedreigde boeren wilden liever geen advocaat. Tijdens de diverse zittingen bleek De Koning zo goed "gebekt" dat de VVD hem wilde voordragen als raadslid in Bergen en voor het eigen bestuur. Joop de Koning, de voorzichtige boer, wilde eerst zijn vrouw raadplegen. Toen het probleem thuis "een hamerstuk" bleek, zat hij gedurende elf jaar in de gemeenteraad. De sociaal bewogen Joop werd VVD'er met een "rooie rand" en later kreeg hij vanwege zijn inzet voor het milieu ook nog een "groene rand". Joop de Koning is aan de Voert geboren, is "gek" van Bergen, kent er elk slootje en dijkje en omdat hij een vechter is en niet bang, kreeg hij nogal eens met problemen te maken. Hij is een bewogen mens, die de rust neemt in zich op te nemen wat anderen vertellen. Hij beleeft de situatie mee en dan maak je vrienden. Hij is gewoon een koning in zijn soort.

Ais Joop vertelt, dan vergeet je alles om je heen, dan hoor je de deurbel niet. Beseffend hoe zorgvuldig hij zijn woorden afweegt lees ik de tekst op de wandtegel: Aan hard/open heeft men niets/ Men moet op tijd vertrekken. Het is hem op het lijf geschreven. Zijn bestaan is weloverwogen en goed doordacht.

Drie dagen na het verstrijken van de herfst in 1992 belt Joop de Koning me op. Van aIle sympathieke Bergenaren die Joop kent, zou hij graag speciale aandacht willen voor Arie Vrasdonk. Ais vuilnisman en doodgraverwas Arie steun en toeverlaat voor iedereen. Hij woonde aan de Kerkedijk en heeft onder andere ervoor gezorgd dat in de Tweede Wereldoorlog soldaten en gefusilleerden, overledenen van andere nationaliteiten, op waardige wijze werden begraYen. Arie was een mens met een groot hart. En daarom heeft Joop tijdens zijn raadsperiode hartstochtelijk geprobeerd een straat naar Arie Vrasdonk vemoemd te krijgen. Nog steeds is er geen straat, geen laan, geen hofje, geen steeg, geen plantsoen of perkje met zijn naam. De vuilnisman en doodgraver Arie Vrasdonk, was "slechts" levenskunstenaar, in een kunstenaarsdorp dat ook weI "de warande van de duinstreek in Kennemerland" wordt genoemd.

De derde klas van de Ursulaschool aan de Loudelsweg omstreeks 1931. Achterste rij, van links naar rechts: Nic. Molenaar, ?, Toon de Grunt, Ben Paping, ? Krijgsman, Kees Wokke, Nic Groteman, ?, Joop de Koning, Jan Dekker en zuster Mansueta. Tweede rij van achter: Nic Schreier, Piet Schaper, Rein Dekker, ? Burgering, ?Tromp, ? Min, Jaap Ranzijn, ? Belleman, ?Tromp, ? Houtenbos, ? Dekker, ? Kaandorp, Jaap Henneman, ? Voorste rij: ?, Piet van der Lans, liggend Siem Hollenberg, Cor Schouten, liggend rechts Nic van der Kamer, achter hem? en geheel rechts Jaap Druiven.

Joop de Koning was zeventien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Hij dook onder en het verzet profileerde zijn bestaan. Hij vertelt hierover zo boeiend, dat je kippevel krijgt. De hele groep werd vijf dagen na de bevrijding in mei 1945 gefotografeerd. Voorste rij, van links naar rechts: 1. ?, 2. Henk Beukers, 3. Joop de Koning, 4. Theo Kaandorp, 5. Jaap Nieuwland, 6. Fer Pesie, 7. Cor Briefjes, 8. Klein B10k (zoon van dokter Blok), 9. ?, 10. ? Vis (bierhandel), 11. 't , 12. 'l, en 13. Arie Henneman. Middelste rij: 1. Joop van Giesen, 2. Piet Bakker, 3. Max Kok. Achterste rij: Arie van Veen, 2. ?, 3. J. Diesfeldt, 4. Henk Bos (zoon van de commies), 5. Dirk Dekker, 6. Henk Dekker, 7. Klaas Min, 8. Arie Dekker, 9. Sierne Min, 10. t, 11. Joop Martin, 12. Henk Weijers, 13. Jan van Wonderen, 14. Piet Tiebie, 15. Jaap Ranzijn, 16. Jan Lening en 17. Karel Postma. Rein Dekker hoorde vast en zeker bij deze groep, maar de personen die ik raadpleegde konden hem op deze foto helaas niet thuisbrengen.

Adrianus Vrasdonk, "lange Arie" (1903-1966), die zo goed de internationale taal van begrip verstond, staat hier met een rouwende bij de oorlogsgraven. Zijn werk dwong respect af en eerbied voor de overledenen, ook wier naam niet bekend is: "Known unto God", "Bekend bij God", staat er dan op het kruis.

C. Blom, .medeplichtige" bij vee! huwelijken

C. Blom is dertig jaar lang geweest wat ik altijd had willen worden: ambtenaar van de burgerlijke stand.

Als zeventienjarige mocht hij in een klein Westfries dorp de burgemeester assisteren, wanneer deze als notabele een huwelijk voltrok. Blom, leer- en nieuwsgierig als geen ander, vroeg de burgervader hoe hij zijn toespraak opbouwde en hoe hij wist of alles goed was gegaan. De nuchtere Westfriese leermeester zei: "J e gaat gewoon door tot er iemand in tranen uitbarst. Dan is de toespraak geslaagd." Blom beschikt over juweeltjes van moppen en anecdotes. Maar net als bij sieraden (juwelen) is humor erg persoonsgebonden. U moet zich tevreden stellen met mijn keuze, zoals het verhaal van de jonge boer die blij was dat het hem lukte een vrouw te vinden, die ook op het land "de moeite waard was". Vijf maanden na de huwelijksvoltrekking kwam hij "de rente laten bijschrijven" of weI zijn eerste kind aangeven.

Blom is een redderig type en hij geneert zich er niet voor am voor huwelijksmakelaar te spelen. Je hoeft niet getrouwd te zijn om als ambtenaar van de burgerlijke stand te werken, maar ik vind dat je in ongehuwde staat "een krentenbrood zonder krenten bent".

.Heeft u weI eens gedacht: waar beginnen ze aan?" "Ja zeker, maar als ambtenaar mag je niet oordelen. In vroeger tijden," zo begint Blom een van zijn sterke verhalen

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek