Bergentheim in oude ansichten deel 2

Bergentheim in oude ansichten deel 2

Auteur
:   H.J. Hilberink
Gemeente
:   Hardenberg
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1420-2
Pagina's
:   96
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bergentheim in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Erven Mr. I. A. van Roljen.

Veenderij en Tarfstrooiselfabriek BEROENTHEIM (Honande) Telef. Interc. No. I.

Telegram-adres ; Vandersanden Bergentheim.

5 De turfstrooiselfabriek

Omstreeks 1825 had een zekere B.Venebrugge door zijn huwelijk met de dochter van Hannes Wiegmink en Iennechien M6llink grote veengebieden gekregen, die lagen in de richting van Kloosterhaar. Venebrugge wilde daar op grote schaal turf graven. Voor het vervoer van die turf had hij een waterweg nodig. Daarom liet hij de Bergentheimer turfvaart ofM6llinkvaart graven. Vanuit de Bergentheimer beek groef men een vaartje in de richting van Heres, spoorlijn, Wavinfabriek, garage Merjenburg richting Kloosterhaar. De turf werd toen afgevoerd naar de Vecht.

Erg lang heeft de M6llinkvaart geen dienst gedaan, want toen in 1856 het Overijsselskanaal werd gegraven en ook de Van Roijenswijk ontstond, kwam het vaartje te vervaHen en werd de vervening veel groter aangepakt.

In 1894 werd doorVan Roijen de turfstrooiselfabriek in gebruik genomen. De fabriek heeft gestaan op de plaats waar nu de Wavin staat. Het vaartje werd vanafhet kanaal, bij garage Merjenburg, tot aan de fabriek verbreed en werd d'Aole Vaort genoemd. Er konden nu grotere boten met turf doorvaren die vooral bonkveen naar de fabriek brachten en turfstrooiselbalen van de fabriek afvoerden.

Dat balenvervoer heeft niet zo heel lang geduurd. In 1906 kwam de spoorlijn Zwolle-Emrnen klaar en Van Roijen stelde grond beschikbaar voor de aanleg van een loswal en laadplaats met het oog op balenvervoer per spoor. Op het fabrieksterrein werden lijnen gelegd waarop de lege wagons konden staan en waarop kon worden gerangeerd.

Op de foto zien we spelende kwajongens van De Lange en Sni]ders op de havenwal, achter een schip dat wordt geladen met aardappelen. Deze aardappelen kwamen vaak van de boerderij Dubbeldam van de heer Stoop, waar onder anderen de heer Verkuil bedrijfsleider was.

6 Verharding Stationsstraat

In 1921 yond de verharding van de Stationsstraat plaats, In die tijd sprak men in plaats van Stationsstraat ook vaak van het Allee (Frans voor laan). Er moeten aan beide zijden van de weg hoge bomen gestaan hebben die de weg tot een laan maakten.

Op de foto zien we stoere wegwerkwerkers die met een stoomwals bezig zijn de verharding aan te brengen. De namen van de mannen konden we jammer genoeg nog niet achterhalen, op een na: bij het hoofd van het paard staat de heer Hendrik Bolks, de wegwerker.

De verharding van heel veel wegen in Bergentheim gebeurde als voIgt: de gemeente Hardenberg kocht vrachten sintels. Dat zijn geheel of gedeeltelijk uitgebrande stukken steenkool; een afvalproduct van gasfabrieken. De sintels werden meestal per spoor aangevoerd en achter het station - op het terrein voor goederenwagens - werden de wagons gelost. Met grote schoppen werden de sintels in boerenkarren geschept om vervolgens naar de te verharden weg gereden te worden.

Daarna werden de sintels over het van te voren klaargemaakte wegbed uitgestrooid. am een betere hechting te krijgen strooide men er daarna wat leem overheen. Dat leem is jarenlang weggegraven nit zogenaamde leemgaten, die men vlak aan de Vecht in Oud-Bergentheim, richting Brucht, yond.

Ten slotte kwam er nog wat water aan te pas. Met grate watertanks werd het water aangevoerd. Men gebruikte emmers of schepemmers om het water over het aangebrachte leem te verspreiden, zodat dit tussen de sintels spoelde. Daarna kwam de wals er aan te pas am het geheel goed in te walsen. Meestal werd een wat kleinere wals gebruikt, die door een paard kon worden getrokken.

7 De timmerschuur am de Van Roijenswijk

Enkele honderden meters vanafhet Overijsselskanaal in de richting van Kloosterhaar stond aan de linkerkant van de Van Roijenswijk de zogenaamde timmerschuur van Van Roijen. Hier werkten de timmerlui, onder anderen Lotterman en Muis, die later een eigen bedrijf in Bergentheim hadden. Dagelijks waren zij hier te vinden om de nodige reparaties te verrichten voor de firma. De kruiwagens die bij de veenwerkzaamheden werden gebruikt en de planken waarover men de turven wegkruide, de stekkers en opleggers - het gereedschap bij turf graven - werden hier gerepareerd.

Links ligt een vIet, ook wel bok genoemd, waarmee men turf uit de zijkanalen haalde en via de hoofdwijk 'naar voren' bracht, of naar de overlaadplaats bij het station. De losse turf werd met deze bokken ook wel naar de turfstrooiselfabriek gebracht die in 1894 geopend was. Aile vletten waren genummerd; we zien op de foto deV.R.-7 (Van Roijen).

Rechts, voor de woning van de heer Benjamins, zien we nog net het tolhek waar door de firma tol werd geheven.

In 1921 waren op de sintelweg langs de Van Roijenswijk tolbomen geplaatst. De firma wilde uit de heffmg van deze tolgelden de kosten voor het onderhoud van de weg bestrijden, die door het toenemende verkeer van zware vrachtauto's erg opliepen. Zo'n 200 meter verder had Frits Luisman zijn eerste winkeL Later verhuisde de heer Luisman naar het centrum van Bergentheim, waar hij de zaak voortzette in het pand naastAnton van de Sluis.

De hoofdwijk lag pal voor het administratiekantoor van Van Roijen. Met een verrekijker konden de bazen de scheepsjagers in de gaten houden.

8 Een turfschip in de Van Riggelenswijk

Toen in 1856 het Overijsselskanaal- officieel: kanaalAlmelo naar de Haandrik - gegraven werd, duurde het nog jaren voor de Van Riggelenswijk gereedkwam. Deze wijk 'liep' voorbij het boerderijtje van Rosink naar 'achtereri' naar het zogenaamde Java en werd genoemd naar grate verveners uitVroomshoop. Dit Java maakte vroeger deel uit van het Bergentheimer veen, dat behoorde tot de Marke Bergentheim en na de verdeling van de markegronden - in het midden van de negentiende eeuw aan de boeren uit de buurtschap, Omstreeks die tijd is ook het turfsteken op grate schaal begonnen. Door de Van Riggelenswijk kon de turf per schip afgevoerd worden.

Aan de oostkant van de wijk liep over de wijkswal een weg waarover de bewoners van Java, die aan de 'Wieke' woonden hun afweg hadden. In de monding van de wijk lag eerst een vlotbrug, de zogenaamde scholle, die later werd vervangen door een ijzeren draaibrug.

In 1933 is aan de oostkant van de brug de wijkswal doorgebroken en dat heeft een geweldige overstroming veroorzaakt. De houten vlotbrug was helemaal weggeslagen en toen heeft men er die ijzeren draaibrug geplaatst.

Op de foto zien we een turfschip in de wijksmonding liggen, met links sterke mannen van Hudepol uit Slagharen die het schip uit de wijk trekken. links zien we enkele buurtbewoners. Achter het boerderijtje van Rosink zien we een reeds heel lang verdwenen huisje staan waar de families Schonewille, Batter en Krikke hebben gewoond. links zien we nog net een schuur van de familie jans Batter, waar later een kalkoven gestaan heeft, die daar gebouwd is door Steven van Riggelen. 'S.v.R: stand op de witte kalkoven.

9 'Veenlust'

De meeste Bergentheimers kennen wel het cafe 'Veenlust' van de bovenste foto, maar dat ook het linkerpand op de onderste foto de naamVeenlust' droeg is voor velen onbekend.

Het dubbele linkerpand is aanmerkelijk ouder. Het linker gedeelte van dit oude pand is onder anderen bewoond geweest door 'Spek Hendrik', het rechter gedeelte door zijn dochter Biene, die gehuwd was met [ans Bolks. Hun zoon Jan Bolks, Jan van Biene dus, liet in 1923 het nieuwe pand, bovenste foto, bouwen. De heer Bolks had er een goed lopend cafe en exploiteerde bovendien een zaal waar allerlei uitvoeringen gegeven werden. Met name heeft de Bruchter zangvereniging hier haar jaaruitvoeringen gehouden.

Bekend is ook dat in de oorlogsjaren (1940-1945) hier filmvoorstellingen gegeven werden. Een keer in de week werden er 's middags voor de kinderen sprookjes vertoond terwijl er

's avonds (propagandistische) fihns werden gedraaid voor voornamelijk de soldaten van de NederlandseArbeidsdienst, die gelegerd waren in de kampen aan de Stationsstraat.

De heer Bolks verkocht ook eierkolen, die achter zijn huis waren opgeslagen en waar veel Bergentheimers 's winters een zak winterbrandstof haalden met kruiwagen of fiets.

Tevens stond achter de woning een 'waoge', waar veel boeren uit de omgeving hun koe of varken lieten wegen, waarvoor de heer Bolks dan zo'n 25 stuivers beurde.

Het pand links op de onderste foto behoorde later aan Piet de Jong, de groenteman. De familie De Jong woonde helemaal links terwijl rechts in dat pand nog onder anderen mevrouw Amsink heeft gewoond.

Voorin beyond zich het winkeltje waar het 's zomers altijd heerlijk rook naar vers fruit en's winters naar zuurkool. 'Nergens lekkerder zuurkool dan bij Piet uit het vat' was een bekend gezegde.

In de jaren zestig is het pand afgebroken en kocht Louis een nieuwe winkel aan de Van Roijenswijk. Het rechter (bovenste) pand is later gekocht door de heer Binnenmars, die er een modern horecabedrijf in vestigde.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek