Biggekerke in oude ansichten

Biggekerke in oude ansichten

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0239-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Biggekerke in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

5. Op onze rondwandeling door het oude Biggekerke uit grootvaders tijd gaan we nu eens een kijkje nemen in de hervormde kerk van dit Walcherse dorp. We maken hierbij nog gebuik van de aan de zuidelijke zijmuur gelegen ingang. Waneer we door het portaal de kerk binnentreden en we kijken naar links, dan zien we daar de fraaie, eikehouten kansel (ook wel preekstoel genoemd), die hier nog op zijn vorige, oude plaats staat. Op de achtergrond staat in een nis de preekstoel, die dateert van de eerste helft van de zeventiende eeuw, evenals enig koperwerk, dat op de kansel en op de bank van de voorlezer te zien is. Aan weerszijden van deze kansel ontwaren we de twee psalmborden, waarop de kerkgangers destijds de voorzang konden zien staan. Voor de kansel zien we duidelijk de zogenaamde voorlezersbocht die, evenals het houten hek voor het middenschip, bij de laatste restauratie in 1957 verdwenen is. De laatste voorlezer was Cornelis Meeuwse. De functie van voorlezer werd destijds door de predikant overgenomen. De aan weerszijden van het middenschip bestaande bochten, waar de mannen een plaats hadden, kwamen na de laatste restauratie niet meer terug, terwijl ook de boven deze bochten aanwezig zijnde luifels verdwenen. In het midden zien we de prachtige, koperen kroon, die gehandhaafd bleef en de huidige kerk thans nog siert. Duidelijk zien we op de stoelen, waar de vrouwen een plaats hadden, de nummers van de zitplaatsen. Links van de kansel zien we de deur die toegang gaf tot de voormalige consistoriekamer. Evenals dat ook in het naburige Oostkapelle het geval was, kreeg de preekstoel na de restauratie van 1957 een plaats aan de oostzijde van het interieur. De groene franjes aan de rand van de kansel keerden niet meer terug. Ongetwijfeld zullen de ouderen uit Biggekerke zich deze toestand van het oude interieur van hun kerkje nog wel kunnen herinneren. Tussen de kansel en de in het middenschip staande stoelen bevindt zich thans het liturgisch centrum.

6. Evenals van het exterieur, laten we ook van het interieur van de hervormde kerk van Biggekerke een tweede opname volgen, maar nu gezien vanaf de kansel. In het midden zien we een gedeelte van het middenschip, waar de vrouwen zaten. Achter deze stoelen stonden onder de orgelgalerij de zogenaamde "hoge bochten", die schuin naar achteren opliepen. Duidelijk zien we aan weerszijden van het middenschip een gedeelte van de zijbochten, waarin de mannen zaten. De op dit plaatje aanwezige koperen kroon is ook na de restauratie weer aangebracht, maar de tegen de zijmuren aanwezige bochten met de luifels zijn verdwenen. Het hier aanwezige orgel kreeg een plaats aan de westzijde van het interieur, waar voorheen de kansel stond. De stoelen kregen eveneens een andere opstelling. Aan weerszijden van de koperen lichtkroon zien we op de voorzijde van de orgelgalerij twee bijbelteksten. Links lezen we: Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zoo groote zaligheid geen acht nemen? (Hebreeën 2:3a). Rechts staat de tekst: Ontvangt met zachtmoedigheid het Woord dat in u geplant wordt, hetwelk uwe zielen kan zalig maken (Jacobus 1 : 21b). Beide teksten staan hier nog in de Statenvertaling. Bij de restauratie in 1957 keerden deze teksten helaas op de orgelgalerij niet meer terug.

Tijdens de gewone kerkdiensten waren de op dit plaatje staande hoge banken vrijwel altijd onbezet. Bij bijzondere kerkdiensten, zoals bijvoorbeeld bij de bevestiging en intrede van een nieuwe predikant of bij een afscheid, waren dit vrije zitplaatsen, waarvan de in deze diensten aanwezige gasten een dankbaar gebruik maakten.

7. Naamlijst der predikanten die de Hervormde Gemeente Biggekerke gediend hebben. Achter de naam volgt de plaats van afkomst, de datum van intrede, de datum van afscheid, de plaats waarheen men vertrokken is en verdere bijzonderheden.

1. Joannes van Aecken, (Hae(r)ke) Assenede, 26 november 1583-18 januari 1589. Overleden te Biggekerke, 1589.
2. Joannes de Vijt, Sandwich, 12 maart 1589-9 april 1595. Oost-Souburg, overleden 1604.
3. Raphael Canisius (de Hond), Domburg, 7 mei 1595-3 mei 1596. Op eigen verzoek ontslagen.
4. Anthonius Montanus (van Bergen), Hazerswoude, 12 mei 1596-26 januari 1597. Middelburg, overleden 1633.
5. Joannes Regius (de Coning), Londen, 9 november 1597-7 november 1601. Londen. Na zijn vaders dood beroepen bij de Nederlandse gemeente.
6. Passchier de Meester, kandidaat te Middelburg, 26 december 1601-21 februari 1639. Overleden te Biggekerke.
7. Mathéus van de Voorde, Aardenburg, 31 juli 1639-9 maart 1649. Overleden te Biggekerke.
8. Franciscus van Roosbeke, "de Polder" van Namen, 5 september 1649-maart 1652. Oost-Souburg, overleden 1681.
9. Daniël de Swaef, kandidaat der classis Walcheren, 20 mei 1652-9 februari 1670. Overleden te Biggekerke.
10. Albertus van der Wiele, Zuidzande, 24 augustus 1670-september 1677. Sas van Gent, overleden 1679.
11. Abraham Hudenbrouk, Zaamslag, 10 oktober 1677-4 december 1684. Overleden te Biggekerke.
12. Anthonius Hardewijn. Zoutelande, 9 februari 1687-24 april 1718. Middelburg (emeritus).
13. Johan(nes) Hulsius, 's-Heer-Hendrikskinderen, Wissekerke, 8 mei 1718-31 mei 1722. Tholen.
14. Johannes Horthemels, kandidaat der classis Walcheren, 20 mei 1724-23 oktober 1730. Westzaan.
15. Johannes Regius, Retranchement, 28 december 1732-28 februari 1743. Overleden te Biggekerke. Achterkleinkind van een broer van nummer 5.
16. Cornelius Craeveld, kandidaat der classis Utrecht, 23 februari 1744-30 maart 1755. Hoornaar.
17. Samuël Everhardus Clinge, kandidaat der classis Groningen, 4 mei 1755-21 september 1806. Overleden te Biggekerke.
18. Johannes Thomas Wemdly Clinge, kandidaat der classis Walcheren, 11 november 1810-4 november 1831.
Zoon van nummer 17. Overleden te Biggekerke. Zie grafkelder noordzijde kerk.
19. Johannes van Rhee, Cadzand, 15 juli 1832-20 juni 1834. Veen.
20. Huibert Jacobus Buddingh. Kandidaat provinciaal kerkbestuur Utrecht, 14 december 1834-30 maart 1836.
Van de Nederlandse Hervormde Kerk afgescheiden.
8. Vervolg van de predikantenlijst van de Hervormde Gemeente.
21. Jan Petrus Hendrikus van Hulsteyn, kandidaat provinciaal kerkbestuur Noord-Holland, 14 augustus 1836-19 oktober 1842. Oosterhout.
22. Nicolaas Osti, kandidaat provinciaal kerkbestuur Overijssel, 30 april 1843-23 november 1845. Putten.
23. Jacobus Rijsdijk Takens Lambrechts, hulpprediker te Amsterdam, 26 april 1846-4 juli 1851. Westkapelle.
24. Petrus Anneus Marinus Faassen de Heer, hulpprediker te Laren c.s., 7 december 1851-16 november 1873, Drunen. Van 1873 tot 1882 werden vierentwintig beroepen uitgebracht.
25. Cornelis Jans Stelma, godsdienstonderwijzer te Heinenoord, 1882-1884. Lemmer. Van 1883 tot 1901 werden drieëntwintig beroepen uitgebracht.
26. Willem Pieter Calliber, godsdienstonderwijzer te Aardenburg, 8 juni 1890-1 januari 1903. Middelburg, overleden 18 mei 1937 op 88-jarige leeftijd.
27. Suerus Hermanus Johannes James, kandidaat te Vlaardingen, 7 maart 1903-2 juli 1905. Lage Zwaluwe, begin december 1960 te Harderwijk overleden en begraven te Ermelo.
28. Martinus van Empel, kandidaat te Dordrecht, 14 januari 1906-16 januari 1910. Middelburg, emeritus 30 januari 1946, overleden 11 oktober 1960 op 79-jarige leeftijd.
29. Jacobus Hermanus Schuurmans Stekhoven, kandidaat te Spannum, 5 juni 1910-18 april 1920. Spijkenisse.
30. Cornelis Koenekoop, Kamperland, 4 juli 1920-25 november 1923. Meppel.
31. George Corne1is Postma, Grootegast-Doezum, 20 januari 1924-6 januari 1929. Bloemendaal. Werd secretaris NJV.
32. Cornelis van der Waa, Waarde, 17 maart 1929-2 juli 1933. 's-Heer-Arendskerke, emeritus 31 december 1948, overleden te Goes 11 maart 1975 op 91-jarige leeftijd.
33. Gerard Wouter Korevaar, hulpprediker te Overschie, 24 september 1933-16 juli 1937. Zaamslag, emeritus 1 mei 1974.
34. Cornelis de Ru, hulpprediker te De Koog, 10 oktober 1937-30 juni 1940. Rozenburg, emeritus 1 mei 1972.
35. Martinus Herman Frederik Witteveen, kandidaat te 's-Gravenhage, 8 december 1946-9 november 1952. Werd algemeen secretaris NCSV.
36. DI. Arnout Diederik Herman Roscam Abbing, hulpprediker te Soesterberg, 30 november 1952-29 november 1959. Manokwari. Predikant Evangelische Christelijke Kerk Nieuw-Guinea.
37. Gerard Adolf Odé, kandidaat te Zeist, 13 maart 1960-28 februari 1965. Wilp.
38. Carel Frederik Hendrik baron van Tuyl van Serooskerken, kandidaat te Maarssen, 5 september 1965-25 april 1976. Oostkapelle. Eervol ontheven met bevoegdheid van emeritus op 1 mei 1976. Werd onder andere predikant van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Middelburg en Vlissingen.
39. Mr. Roelof Geert ten Kate, Gemert en Boekel, 6 februari 1977-heden.
Zoals uit deze lijst blijkt, is de functie van predikant aan de Hervormde Gemeente van Biggekerke nagenoeg nooit lang vacant geweest.

9. Een van de weinige korenmolens op Walcheren die nog regelmatig in gebruik is, is de korenmolen uit Biggekerke, gelegen aan de Oostweg. Het is een korenmolen van het type grondzeiler, eigendom van molenaar Z. Brasser, die werd gebouwd in 1712. Deze molen, die nooit bewoond is geweest, ligt op een molenberg van twee meter hoog in het vrije veld. Het is een ronde, stenen bovenkruier zonder stelling en ongetailleerd. Het materiaal is gele baksteen, geheel gepleisterd en gewit. De kap is van hout met geteerd zeildoek en de windpeluw is ook van hout. De roeden en de as zijn van ijzer. De molen heeft een vlucht van 21,50 meter. De wiekvorm is oorspronkelijk en ongewijzigd. De molen verkeert in een uitstekende conditie.
Rechts, naast de zuidelijke deur, is een gevelsteen, op 1,55 meter boven het maaiveld. Hierop staat het volgende opschrift: ,,1896/ 2 mei / 1936 / NICOLAAS REMIJN / GOES 5-IV-1878/molenaarsknecht bij ADRIAAN BRASSER. Ik werk reeds VEERTIG jaar/als maalknecht bij den molenaar/een goede BAAS was steeds mijn deel /geen ARBEID was mij ooit te veel." Deze steen werd destijds aangebracht door jonkheer F.L.I. van Rijckevorsel, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van knecht Klaas Remijn. De letters zijn ingehakt en met rood ingevuld. De baard is lichtgroen, wit afgebiesd, aan de onderrand gegolfd met in het midden een witte, uitgezaagde fles. In wit het bouwjaar: ANNO 1712. In 1968 is de baard gekraakt. Het toepassen van de uitgezaagde fles op de baard, die gelijkenis vertoont met het wapen van Vlissingen, vindt vermoedelijk zijn oorzaak in het feit dat deze gemeente de heerlijkheid Biggekerke in eigendom had.
De molen werd telkens voor zeven jaar verpacht. De houten binnenroede was in 1951 gekraakt. In 1952 is de binnenroede, afkomstig van de korenmolen van Ooltgensplaat, hiervoor in de plaats gekomen. De nog draaiende binnenroede van ijzer dateert van 1871. In de as zitten een ijzeren ketting en stukken ballast tegen het opwippen. In deze molen was vroeger een pelsteen. In 1968 is de kuip gesprongen. Molenmaker A. Doornbosch repareerde deze, bracht Engels kruiwerk aan, een ijzeren band om de kuip en een nieuwe baard.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek