Biggekerke in oude ansichten

Biggekerke in oude ansichten

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:   Veere
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0239-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Biggekerke in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

10. De tijd dat de arbeiders in Biggekerke nog een varken hielden is voorbij. Men sprak in die tijd over "het mesten van een varken". Slager Koets had het, vooral in de slachtmaand november, erg druk met de huisslachtingen, waarbij er natuurlijk "een vlekje werd weggewerkt".
Op dit plaatje zien we de boerderij annex (zoals we op het raam van de winkel kunnen lezen) rund- en varkensslagerij.
Van links naar rechts poseren: op het paard Bart Koets, met revolver Marien Koets, Jacomina de Witte, Simon Koets, die landbouwer was en als enige van het gezelschap nog de boerenkleding draagt, en slager Simon Koets jr. met de fiets en de mand, waarin de vleeswaren bij de klanten werden bezorgd.
Op de voorgrond zien we een groot varken met een respectabel gewicht van niet minder dan zeshonderd pond. Rijp voor de slacht!

11. Links: ongetwijfeld zullen vooral de ouderen uit Biggekerke met enige weemoed terugdenken aan de tijd dat deze foto genomen werd. Het komt tegenwoordig niet zo erg veel meer voor dat er in een dorp een oud, knus winkeltje staat, waar men bij het openen van de deur het belletje kan horen rinkelen. Deze kleine winkeltjes, die in de dorpen stonden, behoren in vele gevallen helaas tot het verleden.
In Biggekerke kon men destijds ook zo'n winkeltje aantreffen, waarvan de eigenares hier in de deuropening poseert. Het is het winkeltje van mejuffrouw Francien Bimmel. Men kon daar de benodigde kruidenierswaren bekomen, alsmede Erdal, Brasso, Zebra kachelglans en dergelijke, waarvoor op de muur reclameborden werden aangebracht. Tevens kon de jeugd er snoep kopen voor zegge één cent, terwijl de andere cent door vader en/of moeder werd meegegeven voor de zending.
Mejuffrouw Bimmel maakt in de deuropening van haar kruidenierswinkeltje een praatje met een inwoner van Biggekerke, van wie men de naam helaas aan de samensteller niet kon meedelen. Mogelijk weten de ouderen uit Biggekerke nog wel wie het is.
Dit leuke plaatje is wel een aangename herinnering aan de oude tijd, toen men in dergelijke winkeltjes, onder een gezellig babbeltje, inkopen kon doen. Helaas behoren deze knusse winkeltjes ook in Biggekerke tot het verleden.
Rechts: in de jaren veertig waren er twee christelijke scholen in Biggekerke: de hervormde school en de eerste christelijke school. Van laatstgenoemde school zien we van links naar rechts: A. v.d. Heijde, hoofd der school, mevrouw S.A. Stuy-de Regt (overleden in 1974), vakonderwijzeres handwerken, W. Gideonse, penningmeester, en C. Stuy, onderwijzer (overleden in 1971).
De heer C. Stuy was regionaal en landelijk bekend als didacticus. Hij ontwierp eigen methoden voor de vakken rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis. De foto dateert van 1950.

12. De tijd dat er in Biggekerke nog twee smeden waren behoort tot het verleden. In de Dorpsstraat van Biggekerke kon men vroeger de smederij van de familie Mol aantreffen, waarvan we op dit leuke plaatje een afbeelding zien. Omstreeks 1919 werd van de smederij annex woning en van deze familie deze opname gemaakt. Links zien we het woonhuis en de winkel en aan de rechterzijde de smederij met de twee openstaande deuren. In de winkel staat voor de etalageruit een nieuwe fiets te koop. Men moest daarvoor toen de prijs van vijfentwintig gulden betalen. Voor die tijd wel erg duur, want alleen de goed gesitueerden konden zich de luxe van een nieuwe fiets permitteren.
Voor de smederij poseren, staande van links naar rechts: mevrouw Martien Mol-Rooze, een Hongaars vluchtelingetje, van wie men de samensteller de naam helaas niet kon meedelen, en de smeden Johan Mol en Adrie Mol. Boven de ingang van de smederij het traditionele opschrift: A. Mol. Gedipl. Hoefsmid. Voor de naam van de smid prijken drie hoefijzers, ten teken dat in deze smederij de paarden konden worden beslagen. Aan de buitenmuur van de smederij ontwaren we vervolgens nog twee blikken reclameborden. Achter het gezelschap zien we nog een ouderwetse kruiwagen. Voor de rechter openstaande deur ligt een rol prikkeldraad, dat men daar kon kopen om bijvoorbeeld een weiland af te sluiten.
Helaas werd dit gehele gebouwencomplex bij het bombardement op 17 september 1944 geheel verwoest. Na de familie Mol heeft de smid M.H. van Hee dit pand nog bewoond. Een totaal verouderd en verdwenen dorpsbeeld.

13. Een van de predikanten die de Hervormde Gemeente van Biggekerke gediend heeft, was dominee Huibert Jacobus Budding, die de twintigste predikant was, maar die slechts kort in Biggekerke stond, namelijk van 14 december 1834 tot 30 maart 1836. Na zijn theologische studie werd hij door het provinciaal kerkbestuur van Utrecht toegelaten tot de evangeliebediening in de Nederlands Hervormde Kerk. Hij was predikant tijdens de afscheiding in 1834 en ook hij was van mening dat 's Heeren tijd gekomen was om zich af te scheiden. Er werden door hem bidstonden gehouden om te protesteren tegen de vervolging en onderdrukking van de afgescheidenen. Verder begon ook het zingen van de evangelische gezangen hem zwaar te vallen en hij liet deze al vrij spoedig in de kerkdienst achterwege. Dominee Budding werd door het classicaal bestuur ter verantwoording geroepen wegens "zijn verkeerd gedrag". Hierop antwoordde dominee Budding met een afscheidswoord op 1 april 1836 aan de Hervormde Kerk dat hij zich als wettig leraar van Biggekerke verbonden bleef rekenen aan al diegenen, die met hem wensten vast te houden aan de Belijdenis en ordeningen der Gereformeerde Kerk. Na een rondreis van meer dan drie maanden tijdens welke hij op vele plaatsen preekte, kwam hij tegen eind juli 1836 in Middelburg terug en bezocht al spoedig Biggekerke, waar na zijn vertrek een afgescheiden gemeente was gevormd. Op zondag 31 juli 1836 preekte hij in Biggekerke driemaal in de landbouwschuur van Job Wisse. In de week daarna werd een kerke raad gekozen en werd besloten om de psalmberijming van Petrus Datheen in te voeren.
De beschikbare ruimte laat het helaas niet toe nog meer bijzonderheden over deze merkwaardige predikant op te nemen. Ten slotte week dominee Budding na 1860 langzamerhand op verschillende punten af van de Dordtse gereformeerde leer. Zo verwierp hij onder andere de drie-eenheidleer. Zijn gemeente is na zijn overlijden, op 10 november 1870, blijven voortbestaan en is thans de Vrije Evangelische Gemeente in Goes.

14. Naast de smederij van Mol, later van Van Hee, stond op het Kerkplein een tweede smederij en wel die van J.C. Hollestelle. Voor deze smederij stond vroeger een houten travalje. Een hoefstal, waarin de toen nog veel voorkomende paarden werden beslagen, Wanneer het gloeiende hoefijzer aan de paardenvoet werd aangepast, kon het erg roken en dan kwamen vooral de kinderen uit Biggekerke daar wel eens een kijkje nemen, Op de rand van de hoefstal stond aan de bovenzijde het traditionele opschrift: J.C. Hollestelle. gediplomeerd hoefsmid, gemarkeerd door twee paarden.
Op dit leuke plaatje zien we smid J.C. Hollestelle. die voor het paard poseert. Een militair is juist bezig met het beslaan van dit in de hoefstal staande paard. Toen de fotograaf dit plaatje maakte, keek deze even van zijn werk op, terwijl de andere militairen toezien. Hun namen wist men de samensteller helaas niet mee te delen. Het witte huisje met de witte muur was de rustkamer van de foerier, die onder de in Biggekerke gelegen soldaten de lakens uitdeelde.
In 1950 verdween deze houten travalje om plaats te maken voor de huidige, ijzeren hoefstal, die tijdens het samenstellen van de kopij voor dit platenboekje (1979) nog steeds op het Kerkplein van Biggekerke te vinden is. Wanneer er daar een paard beslagen wordt, dan heeft smid J.C. Hollestelle nog steeds veel bekijks. Het komt tegenwoordig niet zoveel meer voor dat er nog paarden van hoefijzers worden voorzien, omdat deze trouwe viervoeters in de landbouw in de loop der jaren door de trekker zijn vervangen. Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat deze ijzeren hoefstal onder monumentenzorg valt,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek