Blokzijl in grootmoeders tijd

Blokzijl in grootmoeders tijd

Auteur
:   J. Lok
Gemeente
:   Brederwiede
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5764-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Blokzijl in grootmoeders tijd'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

Reeds eerder verscheen in deze serie het boekje "Blokzijl in oude ansichten", samengesteld en geschreven door mevrouw Posthumus-Menger. Deze uitgave verscheen in 1972, toen onze stad herdacht dat 300 jaar geleden door prins Willem III aan Blokzijl stadsrechten werden verleend, als dank voor de dapperheid van de bevolking tijdens het rampjaar 1672 waarin legers van Frankrijk, Munster en Keulen ons land overstroomden en Engeland vanuit zee de strijd aanbond. Toen was het Blokzijl dat zich met behulp van een Fries legertje als eerste heeft bevrijd van het juk dat hen was opgelegd door Bernard van Galen, die de bijnaam Bommen Berend droeg. Blokzijlligt als jongste stad aan de oude Zuiderzee, tussen het veel oudere Kuinre en de nog oudere stad Vollenhove. Zelfs het naburige gehucht Baarlo schijnt ouder te zijn dan Blokzijl.

Blokzijl: een stad van kooplieden en handelaren tussen de vissershavens van Vollenhove en Kuinre. Blokzijl: een stad van geuzen en vrijbuiters, met een warmkloppend hart voor de Oranjes aan wie het veel diensten verleende en van wie het veel gunsten ontving, tussen de adel van Vollenhove met kastelen en havezathen en de heren van Kuinre. Blokzijl: een stad met een Hollandse inslag, misschien weI een Hollandse voorpost op Overijsselse grond, ook kenbaar aan de bouw van de huizen met hun hals-, trap-, klok- en lijstgevels zoals die ook aan de grachten van Amsterdam voorkomen. Blokzijl: gevestigd temidden van het vroegere Arnbt-Vollenhove dat zich ook ten noorden van Blokzijl uitstrekte en waaraan pas een einde kwam door een grenswijziging tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen Ambt- Vollenhove werd opgeheven. Blokzijl: ook met een eigen toal en eigen woater tegenover het weter van Giethoorn, Steenwijk en Wetering en het langgerekte waater van Vollenhove. Overigens, het Blokzijls wordt vrijwel niet meer gesproken of gehoord. Velen van elders hebben zich in Blokzijl gevestigd, waardoor een gemengde bevolking is ontstaan. Toch zijn sommige verschillen gebleven. Spreekt men bijvoorbeeld in Vollenhove van straten en stegen, in Blokzijl is het straten en gangen en soms van een Glop, zoals het Glop bij de dokter en het Glop bij de dominee.

Blokzijl kende ook gilden, zoals het rijke schippersgilde, reeds in 1490 bekend; een bierbrouwersgilde, een kleermakersgilde en een bakkersgilde, om er enkele te noemen.

Van dat oude Blokzijl willen we u in dit boekje iets laten beleven aan de hand van een aantal oude foro's, waarbij we willen proberen een soort wandeling door dat oude Blokzijl te maken en daarbij dan hier, dan daar, eens even stil te staan en te luisteren naar het verhaal van een grootvader zoals hij het zich heeft kunnen herinneren vanuit zijn jongste jaren en die herinnering is aangevuld door diverse inwoners van Blokzijl die ook op deze wijze hebben bijgedragen tot de verhalen die in dit boekje worden verteld, waarvoor hartelijk dank.

BLOCK-ZYL

1. Ja, u leest het goed, Block-zyl, Zo staat het hierboven en zo leest u het hiernaast. De onbekende schrijver heeft omstreeks de tijd van prins Maurits (1600) eens rondgekeken naar de vele forten en versterkingen die door de Staten van de Verenigde Provincien waren aangelegd in de vrijheidsstrijd tegen Spanje. Daarbij viel zijn oog ook op Blokzijl en op de ontwikkeling van onze stad. Een forteresse van formaat, belangrijk in de strijd tegen de Koning van Spanje.

Van overzee konden versterkingen voor de strijd in het noorden worden aangevoerd. Bekend was de veldheer Diedrich van Sonoy, die onze stad versterkte en van hieruit optrok om Steenwijk te bevrijden van de Spaanse belegering. Even in het Nederlands vertalen wat u hiernaast in oude taal kunt lezen: "Blokzijl is geen van de minste forten, die in de laatste Nederlandse oorlogen, door de Verenigde Staten om het groot vermogen van de Koning van Spanje te wederstaan gemaakt zijn. Het is aan de groten arm der Noordzee, die wij de Zuiderzee noernen, zeer gunstig gelegen. 't Was tevoren maar een slechte en geringe plaats waar weinig huizen en inwoners waren, maar sedert zo veranderd dat het naar zijn vorige gestalte niet meer gelijkt, want het is nu volkrijker en bloeit meer in koophandel dan sommige steden, hetwelk aan de menigte der schepen blijkt, die, behalve enkele kleine schuiten, hier meer dan twee honderd thuis horen, waardoor ze dagelijks toenemen en haar staat verbeteren.

L 0 C K - Z Y L is flcchte en geringe plaets ? daer weygeen van de min- nigh huyfen en inwoonders . waren: .Ite Forten , die in maer Iedert foo verandert , dar her na de laetfte 1 edcr- fijn vorige geftalte niet meer g lijckt ;

~ landtfche oorlo- want her is nu volckrijckcr, en blocyt gen, door de vcr- rncer in koophandel dan fommige eenighdc Staten, Ibedcn , hct welck aen de mcnighte

4 am 'c groot ver- der Ichcpcn blijckt , die, behalve mogen des Konings van Spanje tc we- vclc klcync fchuyten , hier meer dan d rflaen , gemaeckt Iijn. Her is acn de rwce hondert t' huys hooren , waer groorcn arm der oort-zee , die wy d doorfe d;1g lijcks roencmcn ) en haren Zuydcr-zce nocrnen , feer bequame-' ftaet erb teren.

lijck gelegen. 'r Was te voren maer ccn

OtVer-1JeI.

vj K

2. De Sas. Ais schepen vanuit de havenkolk naar zee willen moeten ze door de Sas. Ook als ze via "de heaven", zoals de vaart naar zee genoemd werd, de kolk wilden bereiken moesten ze door de Sas. Havenkolk en Sas waren en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Behalve wanneer zware storm en woedden. Dan werden de zware sasdeuren gesloten om Blokzijl te behoeden voor overstroming.

Oudere inwoners kunnen u vertellen hoe vaak het gebeurde dat de deuren gesloten moesten worden. Zij kunnen vertellen hoe het water hoog tegen de wallen en de dijken opjoeg. Het verhaal is bekend, en ooggetuigen hebben het vaak bevestigd, hoe een schip met hooi, op de Zuiderzee door een zware storm overvallen, op de uiterwaarden ter hoogte van de buurtschap Duin strandde, juist daar waar nu aan de Zuiderzeeweg boerderij Dragt gebouwd is. Aile pogingen om het schip weer los te trekken mislukten, zodat na het wegvallen van het water en het weer bewerkbaar worden van de uiterwaarden, het schip ter plaatse leeggehaald en naderhand gesloopt werd. Aangezien het een houten bark was, werd al het hout verkocht aan boeren in de omtrek. De stormen konden veel heviger zijn dan tegenwoordig, omdat de Zuiderzee nog in een open verbinding stond met de Noordzee. Ook ging de hooioogst vaak verloren door het hoge water.

Op deze foto is alles rustig en de enige vissersschuit die Blokzijl rijk is, naast een tweetal zeepunters van de familie Geurs, vaart hier de Sas uit. Voordat de zee bereikt is moet er ongeveer 21/2 km worden gevaren. Lag Blokzijl van oorsprong ongeveer aan zee, door het aanslibben is een grote oppervlakte uiterwaard ontstaan en de havendijken moesten telkens weer verlengd worden. Het laatst gebeurde dat nog in het begin van de twintigste eeuw. Wei was er vaak strijd wie dat nou moest betalen! Het rijk, de provincie, Steenwijk, Blokzijl, moest het schippersgilde bijdragen?

Op deze foto gaat het niet aileen om de schuit van Geurs, maar let u ook op het bordje "strijk". Al zeilende kan de Sas niet ingevaren worden, daarom dit aanwijzingsbord voor de schippers om hun zeilen te strijken. Let verder op de lantaarnpaal waartegen een ladder geplaatst staat ten behoeve van de lantaarnopsteker. Elke avond en elke morgen was hij in functie. Ook het vuurtorenlicht moest ontstoken en gedoofd worden. Lantarenopstekers kwamen vaak uit de familie Klinkert.

Op deze foto is ook nog duidelijk de Zuiderwal, ook wei Keetwal genaamd, te zien alsmede de brug die via rails over de Sas geschoven werd als de deuren gesloten waren; dit ten behoeve van het bedienend personeel. Bij storm waren er velen in touw. Ten slotte nog vermeldenswaard, maar op de foto niet zichtbaar, is de rolpaal die op een paar honderd meter afstand stond, juist daar waar de vaart een scherpe bocht maakte. De lijn waarmee het schip getrokken werd ging om de rolpaal en dan kon de .Jxxht" genomen worden.

Groet uit BLOKZiJ L. - De Sas.

3. Een gedeelte van de Noorderkade met een gezicht op de kolk. Waar men ook was, ofthans nog is, in Blokzijl, Noorderkade, Bierkade, Wortelmarkt of Zuiderkade, steeds gaat de blik over de kolk. De kolk is het meest kenmerkende van Blokzijl. Zonder de kolk was Blokzijl nooit een bloeiende handelsstad geworden, speciaal in de gouden eeuw.

Op deze foto opnieuw de schuit van Geurs, maar nu afgemeerd aan de kade. Daarachter een zogenaamde zeepunter, die ook wei gebruikt werd om de fuiken uit te zetten, onmiddellijk bij de kust.

Het gebeurde heel vaak dat als Geurs binnen kwam varen, de stadsomroeper op verzoek van de visser met zijn bekken door Blokzijl ging en bekend maakte dat er vis "an de Koaj" was. De burgers die belangstelling hadden konden rechtstreeks vanaf boord de meest verse vis kopen, meestal niet te duur.

Let u nog even op het droogrek om de was te drogen. Dit is niet al te ouderwets. Ze worden een heel enkele keer nog wel gebruikt. Wat wei verleden tijd is, dat is dat de was gespoeld werd in de kolk. Er was aIleen maar regenwater en daar moest zeer zuinig mee worden omgegaan. Dit rek staat dicht bij de kolk. Dus nog voordat er leidingwater was. De trapjes in de kademuren zijn bestemd om de was te doen! Na de aanleg van de waterleiding begin 1930 ontstond er een heel andere toestand. Yoor de was waren de trapjes niet meer nodig, maar ze zijn wei gebleven: erg gemakkelijk in de winter wanneer het vriest en de kolk een prachtige schaatsgelegenheid is.

uit BLOKZtJ L.

4. Nog een schip aan de oude Noorderkade: het mestschip van Zijlstra. Dat klinkt nu misschien erg vreemd, "mestschip" , maar in de jaren twintig en dertig was het de gewoonste zaak van de wereld. Het mestschip van Zijlstra lag aan de Noorderkade of in een van de grachten of daar waar het schip zo dicht mogelijk bij een stadsboerderij kon komen om het "produkt" in te laden. Zijlstra kocht namelijk de mest van die bedrijven die binnen de stad stonden en de mest van hun koeien niet voor hun eigen bedrijf wilden of konden gebruiken. Er waren namelijk veel kleine stadsboeren die, voordat er een pachtwet tot stand gekomen was, elkjaar "los" land moesten huren op de jaarlijkse openbare losland-verpachtingen. Daar werd soms fel tegen elkaar opgeboden en er werden prijzen betaald die eigenlijk niet beta aid konden worden. En men wist het ene jaar niet welk land het volgend jaar gebruikt kon gaan worden. Bovendien waren de te verpachten percelen vaak uiterwaarden, waarvan de veronderstelling leefde dat die bij de talrijke overstromingen gratis door de zee bemest werden. Vandaar die verkoop van mest aan Zijlstra. De prijs werd per koe vastgesteld en bedroeg tussen de 8 en 10 gulden per dier. Het schip ligt hier aan de Noorderkade en de mest kwam van een paar bedrijven in de Groenestraat. Meestal nam een vaste ploeg mensen het werk aan om per kruiwagen, langs de straat, de mest in het schip te brengen. Later werd met emmers water uit de kolk de hele kruiweg weer netjes schoongemaakt.

Zijlstra verkocht de mest aan de bloembollentelers in de streken van Zuid-Holland. Was het een heel werk om de mest in het schip te krijgen, om het er weer uit te krijgen was ook geen gemakkelijke taak. Maar in Blokzijl zei men: daar moeten zij zich ginds maar mee redden.

U ziet op deze foto ook nog het bekende kanon, eens een veldkanon. Stond het vroeger op een van de wallen of bij een van de poorten ter verdediging van Blokzijl? Een hoogwaterkanon zag er heel anders uit.

5. Een zeer oude foto van een gedeelte van de oude Noorderkade. Daar waar de was tussen de bomen hangt te drogen (de was alweer met gebruik van kolkwater "gedaan") ziet u een opening. Het is een klein grasveldje waarop een kippenhok staat en daarachter een hoog huis met een spitse kap en verder maar een geringe diepte. Dat valt af te leiden uit de afstand tussen Noorderkade en Groenestraat. Eerst komt het grasveld, dan het huis, vervolgens een schuur en dan nog een vrij brede woning waarin timmerman G. Smit woonde.

Wei een hoge, maar geen grote woning, is het huis waar Auke v.d. Molen woonde. Oudere inwoners hebben hem wei gekend, anders wei zijn dochter Bertha v.d. Molen, die een bekende Blokzijliger was. Het huis van Auke van der Molen, het grasveldje ervoor en de schuur erachter hebben plaats gemaakt voor een nieuwe bakkerij annex winkel van bakker A. Nieuwenhout, die een bakkerij had in de kelder van het huis naast v.d. Molen. Het werken in een kelder was erg ongezond, vandaar de behoefte aan een nieuwe bakkerij. lnmiddels is ook deze bakkerij al weer opgeheven.

Naast de gang ofhet "Glop" naast de dokter zoals deze verbinding met de Groenestraat genoemd werd, woonde in het kleine huisje links Klaas Engelsman, die de bijnaam "Kloas van Peet" droeg. Hij leefde van het vlechten en verkopen van biezen matten. Vaak zag men hem voor de deur van zijn huisje bezig met het maken van ronde biezen matten. Verder is van hem bekend dat hij, zodra het ijs voldoende sterk was en er geschaatst kon worden op het Noorderdiep, daar met zijn koek-en-zoopietent stond en zijn roep klonk: "Hallo minsen, koem in de leite bij Kloas van Peet (Hallo mensen, kom in de luwte bij Klaas van Peet).

Of hij daarnaast ook nog baanveger was is niet bekend. Wei stonden er in die arme tijd veel baanvegers onderweg, die elk een stukje van de baan schoonhielden en de schaatsers toeriepen hen niet te vergeten. Ging je hen zonder een kleine gift van een paar centen voorbij, dan liep men de kans de bezem nagegooid te krijgen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek