Borgen, Havezaten en Landhuizen in Groningen en Drenthe in oude ansichten

Borgen, Havezaten en Landhuizen in Groningen en Drenthe in oude ansichten

Auteur
:   A.I.J.M. Schellart
Gemeente
:  
Provincie
:   Groningen en Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0010-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Borgen, Havezaten en Landhuizen in Groningen en Drenthe in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Groningen met de Ommelanden en het "Olde Landschap" Drenthe hebben weinig gemeen. Groningen, grotendeels vruchtbaar gebied met een reeds vroeg invloedrijke, centraal gelegen stad, die steeds meer gezag kon uitoefenen op het platteland; Drenthe, het verst afgelegen gebiedsdeel van de bisschop van Utrecht, dun bevolkt en met veel schrale grond.

De ontwikkeling vanaf vroege tijden is dan ook zeer verscheiden geweest. In Groningen groeide het bestuur plaatselijk. De hoofdelingen - de meest invloedrijke personen in het dorp - verwierven geleidelijk aan meer macht en regelden de zaken van de vestiging volgens hun eigen inzichten. De Utrechtse bisschop bezat in de vroege middeleeuwen een landgoed op de Hondsrug, maar zijn invloed in het Groninger gebied minderde gestadig en verdween tenslotte geheel. De stad breidde daarentegen haar machtsgebied uit in Oldambt en Ommelanden, de daar gevestigde hovelingen moesten dit ontgelden. Ten slotte bezat de stad het Oldambt en sloopte daar de borgen. In Drenthe waren het de eigenerfden, die de rechtspraak, de "Loffelijke Etstoel" in handen hadden, echter onder het toezicht van drosten, die door de bisschop, sedert 1 024 met de grafelijke macht bekleed, werden aangesteld en zetelden op het kasteel van Coevorden. Deze Etstoei ging zich op den duur ook met het bestuur bemoeien. In de zestiende eeuw was dit de Landdag van Ridderschap en Eigenerfden geworden, vormende de Staten van de Landschap Drenthe. En dan treedt de situatie op, waarin de goederen en het huis van de ridders een belangrijke rol gaan spelen.

Om "riddermatig" te zijn moet men in het bezit zijn van een landgoed met een woning, passend bij zijn stand. Het recht, dat daaraan kan worden ontleend, heet "het recht van havezate". Langzamerhand is het gebruikelijk geworden aan het adellijke huis zelf de omschrijving "havezate" te geven. Zo zijn er achttien havezaten in Drenthe geweest, wier bezitters zitting konden nemen in het bestuur van het gewest. Verscheidene van deze havezaten bestaan nog, zij het dikwijls niet meer in hun oorspronkelijke vorm.

De oudste sterke huizen in de Groninger Ommelanden moeten wel op hoogten zijn gebouwd ter bescherming tegen de steeds dreigende overstromingen. Ze werden "steenhuis" genoemd ter onderscheiding van de boerenwoningen, die uit hout waren opgetrokken. Zij hebben de rijzige vorm gehad van een "woontoren", waarvan de karakteristiek is dat de vertrekken boven elkaar gelegen waren. Deze versterkte huizen van de hoofdelingen heten in het Groninger land "borgen". De latere borgen hebben een ander karakter. Ze zijn veelal opgetrokken met een hoofdvleugel en in aansluiting daarop is een dwarsvleugel gebouwd die dikwijls iets lager is en kennelijk voor minder belangrijke vertrekken bestemd. In de binnenhoek van deze L-vormige plattegrond staat dan de traptoren, bekroond met een peer- of uivormige spits, die aan het silhouet levendigheid verleent. De meer luxueus

uitgevoerde huizen hebben een U-vorm. Zij hebben dus aan weerszijden een zijvleugel, die een open binnenhof insluiten. Buiten de gracht, die zonder uitzondering steeds aanwezig is, wordt het voorterrein geflankeerd door bijgebouwen. Een ervan is ingericht voor koetsen en stalling van paarden en heet koetshuis, het andere is voor het vee, de koeien, het hooi, enzovoort en heet "schathuis"; "Scat" is in het Fries vee, en aangezien hier vroeger Fries gesproken werd, is het zeer verklaarbaar, dat sommige Friese woorden zijn blijven hangen.

Het belangrijkste kasteel in Drenthe is het sterke huis te Coevorden. Het is gelegen op een strategische plaats aan de rand van de stad, die temidden van moerassen en drassige grond was gelegen. Hier was de zetel van het bestuur van de bisschop van Utrecht, de landsheer. Zijn gezag werd gehandhaafd door de drost, die in het kasteel van Coevorden zijn ambtswoning had. Ook Meppel heeft zijn kasteel gekend, maar dit was wederrechtelijk gebouwd. Immers, slechts de landsheer kon toestemming verlenen tot het oprichten van een burcht. De overige adellijke woningen waren de havezaten, weinig of niet versterkt, echter vaak wèl omgracht. De omringende tuinaanleg stempelde ze tot aanzienlijke huizen.

Van beide provincies is het aantal ansichten, in het eerste kwart van deze eeuw vervaardigd, betrekkelijk gering. Het rijksarchief in Groningen en het Provinciaal Museum van Drenthe te Assen bezitten beide een verzameling, waarvan dankbaar gebruik is gemaakt. Wat Groningen betreft, de borgen zijn nagenoeg alle reeds gesloopt, zoals hierboven reeds is gezegd. Wat nog aanwezig was, verdween in de negentiende eeuwen werd vervangen door moderner en gerieflijker gebouwen. Een verklaring hiervoor is te vinden in de welstand van de grondbezitters, die woonden op vruchtbare kleigronden. De statige borgen uit de late middeleeuwen of de later opgetrokken - soms imposante - gebouwen werden kapitale boerderijen. Zoekt men nu in het Groninger land naar deze huizen, dan treft men op zijn best de grachten nog aan, die het erf omsluiten. Een gelukkige omstandigheid is, dat de uitgever W.C. Honing te Groningen omstreeks 1905 op de gedachte is gekomen de 24 gravures, die de bekende landkaart omlijsten van Theodorus Beckeringh uit 1782 en die Groninger borgen afbeelden, te gebruiken voor briefkaarten. Aangezien nagenoeg alle borgen reeds waren gesloopt was het hem toch mogelijk ze af te beelden en daardoor een ruim assortiment te maken. Hij heeft er verdienstelijk werk mee gedaan. Zijn ansichten zijn kleurig uitgevoerd en geven een overzicht van de belangrijkste borgen, zoals ze in het midden van de achttiende eeuw nog aanwezig waren. Deze gravures zijn uitgewerkt naar tekeningen, die eveneens in archieven bewaard gebleven zijn. Mede hierdoor was het mogelijk een overzicht van de versterkte huizen van de hoofdelingen te geven. De eerste vijftig kaarten zijn van Groningen, de overige zesentwintig van Drenthe.

GRONINGEN

1. Het HUIS TE ADUARD. Dit is een van de verdwenen Groninger borgen, afgebeeld op de kaart van Beckeringh van 1782 en voorbeeld van het eenvoudige edelmanshuis zonder verdieping, met de smalle vensters, die in de Groninger bouwstijl veelvuldig voorkomen. We zien hier de achterzijde.

2. Dit huis, ALBERDAHEERD te 't Zandt, is in de huidige vorm achttiende-eeuws. Het achtervoegsel "heerd" duidt er op dat het huis - waar het uitgebreide geslacht Alberda zijn basis vond - uit een boerderij is voortgekomen. Thans is het weer als boerderij in gebruik en gemoderniseerd.

3. De borg ALLERSMA te Ezinge ligt eenzaam in het land, omgeven door geboomte, restant van een landgoed met gracht en singels. Op het voorterrein staat een typische houten duiventoren, waarschijnlijk uit de vorige eeuw, die kort geleden geheel vernieuwd is. De lage zijvleugel van het huis bevatte het notariskantoor, aangezien de laatste twee borgheren notarissen waren.

4. Een tijdlang is deze poort van de ASINGABORG te Middelstum beschouwd als een deel van het woonhuis. De poortopening was gesloten en voorzien van vensters. In 1926 is de poort in de oorspronkelijke toestand teruggebracht en een nieuw woonhuis er tegen aan gebouwd.

5. Het aantrekkelijke huis, de ASINGABORG te Ulrum,is gebouwd in 1659 en in 1809 voor afbraak verkocht, waarmee een van de mooiste borgen verdween. Sedert 1426 wordt het geslacht Asinga in Ulrum vermeld. Maar het is niet bekend waar hun oorspronkelijke borg heeft gestaan.

6. Al deze gravures op de kaart van Beckeringh hebben hetzelfde karakter. Zo ook de borg te BELLINGEWEER, ook wel Tammingaborg genoemd. In 1820 is hij met de grond gelijk gemaakt. Men vond op de borgstee een boerderijtje met delen van de omgrachting, dit is echter nu verdwenen.

7. De BREEDENBORG bij Warffum is thans in gebruik als hotel-restaurant. Het huidige huis is niet meer hetzelfde dat Johan de Braamsche in 1613 bouwde. Het staat wel op dezelfde plaats, waarschijnlijk op oude fundamenten en het is nog grotendeels omgracht. Een boerderij neemt de plaats in van het oude schathuis. Tegenover de ingang staat een eenvoudige duiventoren.

8. Deze kaart toont de COENDERSBORCH te Nuis, zeventiende-eeuws van oorsprong, maar in de huidige vorm in 1813 gebouwd blijkens een jaartal in het fronton boven de ingang. Het is gelegen in een bosrijke omgeving.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek