Brabants dorpsleven in oude ansichten

Brabants dorpsleven in oude ansichten

Auteur
:   J.C. Jegerings
Gemeente
:  
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1088-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Brabants dorpsleven in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De foto's in dit boekje beogen een beeld te geven van het leven op het dorp in de periode van 1900 tot ongeveer 1935. Dit leven is niet uitsluitend dat van het boerenvolk geweest, hoewel dit op de foto's wel zo schijnt te zijn. De moeilijkheid bij het vergaren van het fotomateriaal was, dat een kenmerkend beeld van de gehele Brabantse bevolking in ansichtkaarten niet was te vangen. Er is geen of onvoldoende materiaal aan ansichtkaarten voorhanden om het hele gebied te bestrijken. Wel was het mogelijk - hetgeen moge blijken uit de foto's - een beeld te geven van een deel van de Brabantse bevolking, namelijk het boerenvolk. Ik heb de navolgende facetten uit het dorpsleven belicht: boerderijen, klederdrachten, personen, veldarbeid, thuisarbeid, handel, vervoer, interieurs, vrijetijdsbesteding, nevenberoepen, religie, gewoonten en gebruiken. Alhoewel ik moet erkennen dat ik met de geplaatste foto's geenszins alle facetten van het dorpsleven heb kunnen belichten meen ik toch een goed en gevarieerd beeld van het dorpsleven te hebben kunnen geven. Verschillende zijden zijn of door plaatsgebrek of door het ontbreken van sprekende afbeeldingen onvoldoende aan bod gekomen. Mogelijk komt er op deze uitgave nog eens een vervolg.

Wat voor soort volk is dit Brabantse volk van rond de

eeuwwisseling tot ongeveer 1935 geweest? In 1897 schreef dr. H. Blink: "Het is een vroolijk, opgeruimd, goedhartig, eenvoudig menschenslag, dat kenmerkend van de bewoners der zandgronden in de overige provincies verschilt." Ik geloof niet dat de Brabander uit de in dit boekje behandelde periode sprekender kan worden getypeerd. De Brabander is gedienstig, hulpvaardig, gelovig en huiselijk. Kenmerkende eigenschappen van een volk dat vele jaren hard ploeterde, de bodem ontgon en vruchtbaar maakte en erop leefde, woonde en werkte.

Ook heden ten dage zijn de boeren een herkenbaar volk, ondanks de invloeden van de stad en het dorp en het gedrag van zijn oorspronkelijke bewoners. Gelukkig kan ik zeggen dat de boeren veel hebben bewaard uit vroegere tijden, hoewel er in de laatste jaren ook veel verloren is gegaan. De mechanisatie, de voortschrijdende invloed van moderne vervoersmiddelen en landbouwwerktuigen en de lokroep van het dorp naar de stadsbewoners heeft veel dorpen hun oorspronkelijke karakter doen verliezen. De wisselwerking tussen mens, dier en bodem, waarbij eeuwenlang de verhoudingen in evenwicht waren, dreigt te worden verstoord; zij is zelfs op veel plaatsen al onherstelbaar vernield. Een dergelijke verstoring

betekent eeningrijpende wijziging in levensvoorwaarden voor alle leven. De historie kan niet worden teruggedraaid, vandaar dat men veel ruimte moet geven om wat er nog is te conserveren. Een moeilijke, doch mijns inziens zeer dankbare opgave voor onze bestuurders.

Brabant heeft de naam een boerenprovincie te zijn, ondanks de verstedelijking die de laatste decennia is opgetreden. Toch kan niet worden beweerd dat de boerenbevolking geen oog heeft gehad voor de veranderingen op haar bedrijf en in haar leven. De in onze ogen mooie, kleine, lage boerderijen van de foto's zijn veelal verdwenen. Het karakter van de boerderijen en dat van de mensen veranderde. De moderne, efficiënt gebouwde boerenbedrijven vervingen de oude, bouwvallige boerderijtjes. De hondekar en de osse kar werden vervangen door tractoren en auto's, de poffers verdwenen en de kledij werd stads. De gas- en oliekachels en de centrale verwarmingsinstallaties vervingen de plattebuiskachel. Zelfs de religieuze prenten verdwenen grotendeels uit de woningen. De reep uit het kinderspel werd een bromfiets, de "rommelspot" werd een gitaar. De boer en de boerin zijn gebleven; de pet, de pijp en de klompen verdwenen niet. Het echte Brabantse boerenvolk, het

oorspronkelijke dorpsvolk, is niet door de tijd weggevaagd, hooguit in aantal verminderd.

Ik hoop dat de foto's in dit boekje u veel genoegen zullen geven, dat zij herinneringen aan die tijd bij u zullen oproepen, of dat Zij u, indien u deze tijd niet heeft meegemaakt, een voorstelling kunnen geven van hoe dit leven er enige tijd geleden uitzag.

Ten slotte kan ik u nog zeggen dat ik onder andere uit de navolgende literatuur informatie heb geput:

Brabantse mutsen uit grootmoeders tijd (A. van Bussel, 1975); Oud-Brabants Dorpsleven (B. van Dam, 1972); Het Brabantse Dorp (Vincent Cleerdin, 1944); De landbouwers van den Noordbrabantsehen Zandgrond (dr. L. Deckers, 1912); Het Oude Kempenland (P.A. Barentsen, 1935); Van Moerdijk tot Peelland (dr. H.H. Knippenberg, 1945); Uit het Rijke Roomsche Leven (M. van der Plas, 1964); Uit Grootmoeders Tijd (A. Stap-Loos, 1975); Het Boerenhuis in Nederland (Kees Post, 1975); Vouwbladen Rijksdienst voor Monumentenzorg (1978); Gerlacus van der EIsen, Emancipator van de Noordbrabantse Boerenbond (dr. P. Hollenberg, 1956).

Nuenen, april 1978

J.C. Jegerings

1. Vijf kiekjes in één uit Brabant. Boven "Moederweelde" waarbij de boerin, getooid met een zogenaamde gazenmuts (een door-deweekse muts), met de baby speelt. Het kind ligt in een handgesmede ijzeren wieg. Aan het plafond hangt de was te drogen. Op de linker foto van de middelste rij ziet u een hondekar met twee honden. Rechts onder wordt met de houten rolploeg gewerkt. De kaart werd rond de eeuwwisseling uitgegeven.

Op de Brabantsche heide.

2. Een rustiek en typisch Brabants gezicht van circa 1910, waarbij de langgevelboerderij in het landschap is verweven. In het vroegere Brabantse landschap trof men rond de eeuwwisseling veel volledig afgezonderde boerderijen aan die, zoals deze, midden in de hei stonden.

3. De schaapsherder keert terug naar de schaapskooi. Een echt Brabants beeld uit de tijd rond 1910. Door de aanwezigheid van vele heidevelden was er voldoende voedsel voor de schapen. De schapen leverden vlees, wol en mest. Schaapskooien werden gemaakt van teenhout, eiken planken of stro, al dan niet met leem samengevoegd.

4. Deze foto van omstreeks 1905 toont een boerenhofstede, gebouwd in de omgeving van Den Dungen. Deze boerderij wordt een hoekhuis genoemd. Gebruikelijk is de put aan de voorzijde van het huis. De aanbouw rechts is bestemd voor de ouders die, als het werk op de boerderij aan de kinderen werd overgedragen, in hetzelfde gebouw bleven wonen. Tot aan het begin van deze eeuw waren kleine ramen gebruikelijk, ook voor het bovenlicht boven de deur.

5. Op deze kaart, die dateert van omstreeks 1925, ziet u een klein Brabants boerenhuis, toebehorend aan een keuterboertje. Aan het huis is een van teenhout vervaardigd toilet gebouwd. Mooi verscholen tussen bomen en buiten de dorpskom leefden de keuterboeren van eigen opbrengsten (vee, kippen, geiten) en werkten als loonarbeider op andere boerderijen. Hier pakten ze allerlei werk aan dat op het land of rondom de boerderij voorhanden was.

Groeten uit Heeze

-.

6. Deze opname uit 1910 laat u enkele fraaie boerenwoningen zien die in de omgeving van Heeze stonden. De dakbedekking is kenmerkend voor dit soort boerderijen. Men was verplicht het aan de straatkant gelegen gedeelte van het dak in verband met brandgevaar voor de helft met pannen te beleggen. De achterzijde van het dak mocht wel geheel met stro worden bedekt. Zie ook hier de kleine ramen met de zware kozijnen. De tegen de boerderij geplante bomen beschermen de boerderij tegen blikseminslag.

7. Een idyllisch gelegen boerderijtje tussen Heesch en Nistelrode, vermoedelijk eigendom van een keuterboer. Op de zandweg langs de tramrails rijdt een hoge kar, beladen met melkkannen. Het vervallen gedeelte van het boerderijtje, rechts op de foto, werd provisorisch met teenhout en leem of kalk gedicht. Ook de hoge bomen ontbreken niet op dit plaatje uit 1910.

GroetelI uit 1 OORD-BRABANT.

8. Ook op deze afbeelding van een buiten de dorpskom gelegen kleine langgevelboerderij ziet u een dak dat voor de helft met pannen en voor de andere helft met stro is bedekt. Links ziet u een naar beneden doorlopend zogenaamd schild. In tegenstelling tot het bovenlicht boven de deur van de boerderij op afbeelding 4 zijn hier drie verticale kozijnen aangebracht. Er werd hier afgeweken van de normale ruitverdeling in verband met de beperkte hoogte van de woning. De marskramer met zijn huifkar heeft zijn waren afgeleverd. De boerin heeft haar aankopen in haar schort geborgen. De opname werd omstreeks 1905 gemaakt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek