Breda in oude ansichten deel 1

Breda in oude ansichten deel 1

Auteur
:   dr.F.A. Brekelmans
Gemeente
:   Breda
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3023-3
Pagina's
:   176
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Breda in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

waarin opgenomen gedeelten van de voormalige gemeenten Ginneken en Bavel, Princenhage en Teteringen

door

dr. EA. Brekelmans

Europese Bibliotheek - Zaltbommel

De foto naast de titelpagina stelt de westzijde van de Grote Markt voor met de oude lindeboom, rond 1890. De opname, gemaakt door de Bredanaar J.N. Berge (1857-1911), werd beschikbaar gesteld door zijn kleinzoon, de heer Jean Berge, uit diens .Histortsch-FotoArchief'.

Aan de heer F. Kimmel, directeur van het Stedelijk Museum te Breda, breng ik dank voor het afstaan van een groot aantal foto's en ansichtkaarten, aile berustend inzijn museum. Het betreft de afbeeldingen: 1,2,5,6,7,9,10,11,12,14-21,24,30-36,39,40,42,45,47,51, 53-57,60-62,65-67,69,71,72,74,75,77,79,82,85,87,88,90,92,93,96,97,98,100,102,104-107,109,111,113,115,118,120,125-128, 136,149,150,152,156-159,161,164 en 168.

De heer J. Berge stelde uit zijn historisch fotoarchiefter beschikking de afbeeldingen 29, 47,70,77,87,99 en die tegenover hettitelblad. De overige zijn aile afkomstig uit het gemeentearchief te Breda.

W~OEN

OEKJE

ISBNlO: 90 288 3023 5 ISBNI3: 978 90 288 3023 3

© 1967 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de oorspronkelijke uitgave van 1967

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

INLEIDING

In dit eerste deel wordt getracht een aanschouwelijk beeld te geven van de structuur en het aanzien van de stad Breda en de kern van de toenmalige randgemeenten in de periode 1866-1936. In die tijd heeft Breda op velerlei gebied een krachtige ontwikkeling doorgemaakt. Men neemt veranderingen waar op topografisch, religieus, sociaal-economisch, cultureel en militair gebied. Tot 1 mei 1927 strekte het grondgebied van de gemeente zich niet vee I verder uit dan het terrein van de vestingwerken, welke in de jaren 1870-1880 waren gesloopt. Sinds 1927 is het territoir viermaal uitgebreid ten koste van de aangrenzende gemeenten Ginneken en Bavel, Princenhage en Teteringen. In 1941 werden Ginneken en Princenhage opgeheven waarna de oude dorpskernen geheel bij de stad werden getrokken. Van de oude Bredase vestingwerken zien wij hierachter nog het bastion Nassau-Wallen.

Het aantal inwoners bedroeg in 1866 15.225 en in 1936 49.794, zodat de bevolking in die tijd is verdrievoudigd. Al is deze groei voor een groot deel aan de annexatie van 1927 toe te schrijven, toch had ook binnen de oude stadsgrenzen een bevolkingsaanwas plaats. Per 1 januari 1980 telde Breda ruim 120.000 inwoners.

Zoals uit foto's van Grote Markt, Havermarkt, Toren-

straat, Eindstraat en Ginnekenstraat blijkt, stonden daar destijds nog veel gesloten huizen. Lang niet aile panden waren als winkel ingericht. Riolering en trottoirs zijn er ongeveer een eeuw geleden aangelegd. De bruggen die wij zien zijn aile licht en slechts berekend op het verkeer met wagens en rijtuigen. De straten werden met gaslantaarns verlicht, maar deze waren gering in aantal. Hoewel de stad sedert 1855 respectievelijk 1863 door spoorlijnen met de buitenwereld was verbonden, vormde de haven toch nog lang een belangrijk element in het personen- en goederenvervoer.

Ruim honderd jaar geleden bezat Breda nog twee van de drie katholieke schuilkerken: die in de Waterstraat (OnzeLieve-Vrouw-Hernelvaart) en in de Tolbrugstraat (H. Barbara). Deze laatste werd in 1869 vervangen door de kathedraal aan de Prinsenkade; de Mariaparochie stichtte in 1890 een nieuw gebouw aan de Ginnekenstraat, dat door de ontvolking der binnenstad overbodig is geworden en in 1967 afgebroken. De kathedraal is gesloopt in 1970. Nieuwe kerken verrezen nabij de singels: de St.-Josephkerk in 1897, de H. Hartkerk in 1900 en de St.-Annakerk in 1904. In 1887 hadden de kapucijnen een kerk en klooster gebouwd aan de Schorsmolenstraat. De gereformeerden

namen in 1896 een kerkgebouw aan de Karnemelkstraat in gebruik.

Voor het lager onderwijs werd in deze periode een aantal open bare en bijzondere scholen gebouwd. Dank zij een legaat van dr. L.F.W. van Cooth kon in 1886 een ambachtsschool worden gesticht. De aloude Latijnse School was in 1867 opgeheven, maar in hetzelfde jaar opende de gemeentelijke h.b.s. haar poorten aan het Kasteelplein. Twintig jaar later werd in de Reigerstraat het Stedelijk Gymnasium gevestigd, dat in 1901 met de h.b.s. lOU verhuizen naar het complex Nassausingel-Nassaustraat. Pas in 1923 deed het bijzonder v.h.m.o. met het Onze-LieveVrouwe-Lyceum zijn intree.

Ook het culturele leven heeft zijn opgang gekend. In 1865 werd het Bredaas Mannenkoor gesticht, dat nog altijd bestaat. Ret theaterleven voltrok zich aanvankelijk in de Comediezaal aan de Vlaszak, maar in 1881 werd "Concordia" geopend. Muziek en zang beoefenden de Bredanaars in velerlei verband, onder andere in een Dubbelkwartetvereniging. Ret vijftig-, vijfenzeventig- en honderdjarig bestaan van de Koninklijke Militaire Academie was telkens aanleiding tot grote feesten. Ook als een ingezetene honderd jaar werd moest zoiets gevierd worden.

Zo werd in 1931 de Terheijdense baker Johanna Damen in een open rijtuig door de stad gereden. Openbare bibliotheken in onze stad bestonden to en nog niet, wei had de K.M.A. een rijkvoorziene boekerij die voor wetenschappelijke doeleinden toegankelijk was. Veel hotels, cafes en restaurants kende Breda en omgeving ook vroeger. Ret in 1967 afgebrande restaurant ,,'t Zuid" bestond al v66r 1830.

Andere oude zaken in de binnenstad waren het cafe "die Porte von Cleve" naast het stadhuis, hotel "De Kroon", Boschstraat, "De Gouden Leeuw", Korte Boschstraat en "Zum Franciscaner" aan de Vismarkt. Naast "Concordia" was een gezellig cafe en de ,.Grote Societeit" was gevestigd in de bovenzaal van cafe "Moderne" aan de Veemarktstraat. Ret mooie dorp Ginneken kende zijn hotels .Duivelsbrug", .Denneuoord", .Rustoord'' en "Groene Woud". Nabij het seminarie .Ypclaar" lag het cafe "De Heilige Tap". Onder Princenhage lagen de hotels "Mastbosch", .Boschhek", "Burck", "De Kroon" en "Ruis ten Bosch". Zij konden floreren dank zij het bloeiende vreemdelingenverkeer dat Breda sinds de jaren tachtig kent. Tussen Breda en Ginneken lag op Teterings grondgebied aan de Ginnekenweg nog hotel "Flora".

Na 1850 kwam ook de industrie in Breda op. De kachelfabriek van Klep was het oudste metaalbedrijf. Daarna volgde Backer en Rueb. Tevoren kende Breda reeds passementbedrijven, bierbrouwerijen en zoutziederijen. De drukkerijen van Oukoop en Broese zijn van hoge ouderdom. Van iets jongere datum zijn de chocolade- en suikerfabrieken De Faam en Kwatta, welke laatste in 1979 is opgeheven. Goederen voor directe consumptie werden verhandeld op de Grote Markt, de Havermarkt, het Kasteelplein en in de Boterhal. Tot 1865 werd op vele waren een stedelijk accijns geheven via kantoren bij de stadspoorten. Wij zien hierachter bijvoorbeeld het Bureau der Stedelijke Belastingen aan de Waterpoort. Het tramwezen in Breda bloeit sinds 1884 toen Kuitenbrouwer de Ginnekense Tramwegmaatschappij stichtte. Later kwamen hier de maatschappij .Breda-Mastbosch" (station via Baronielaan naar het bos) en de "Zuid-Nederlandsche Stoomtram Mij. ", die de verbinding onderhield tussen het station in Breda en de Markt te Princenhage. Op al deze lijnen bestond de tractie uit paarden. Het stadsbeeld kende nog verschillende molens: de oliemolen van Betz aan de Leuvenaarswal, de molen "Het Fortuin" aan het Van Coothplein en de molen "De Vier Winden" achter de Nieuwe Ginne-

kenstraat. Princenhage had zijn hoge molen aan de Liesboslaan.

Het ziekenhuiswezen is te Breda eerst op het einde van de negentiende eeuw opgekomen. Voor de katholieken was er het Gasthuis aan de Haagdijk. In 1901 kwam het Diaconessenhuis gereed en pas in 1923 het grote St.-Ignatiusziekenhuis aan de Wilhelminasingel. Ginneken bezat zijn Laurensgesticht vanaf 1913, Princenhage zijn Luciagesticht vanaf 1890. Te Ginneken kon men ook een wonderdokter aantreffen, de bekende Frans Colson. De volksgezondheid werd zeer bevorderd door de aanleg van een waterleiding, die te Breda in 1894 en te Ginneken in 1904 tot stand kwam. Over koud water gesproken: in Ginneken kon men een koudwaterkuur ondergaan in het bad Worishofen.

Van oudsher is Breda een garnizoensstad. Voor de huisvesting van de militairen zijn echter eerst laat goede kazernes gebouwd. Aanvankelijk waren er aIleen de Kloosterkazerne, de Hoge Barakken achter de Ginnekenstraat en het Arsenaal aan de Gasthuisvelden. De opening van de Chassekazerne in 1899 betekende een verheugende vooruitgang. N a de ontmanteling van de stad werden op de geslechte vestingwerken grote exercitieterreinen aangelegd langs Nassausingel en FeIlenoordstraat. Ook de stedelijke

nutsbedrijven beleefden in deze tijd hun opkomst. De gasIabriek was reeds in 1858 gebouwd op het Waterlunet. Een pompstation en prise d'eau zijn in 1894 te Dorst tot stand gekomen. Ginneken kreeg reeds elektriciteit in 1904, maar Breda pas in 1918. De gemeentereiniging was in 1878 ondergebracht op het vroegere lunet B. De dienst der beplantingen werd in het leven geroepen bij de aanleg van Valkenberg.

Het toerisme begon voor Breda pas goed op gang te komen na de aanleg van de beide stadsparken: Wilhelminapark en Valkenberg. De grote trek hierheen werd overigens veroorzaakt door het natuurschoon der Bredase omgeving. Ginneken gaf reeds in 1889 een V.V.V.-gids uit en Breda volgde in 1897. Een belangrijke toeristische verbinding vormde de Boulevard Breda-Mastbosch, die door een particulier was aangelegd op het grondgebied van drie verschillende gemeenten.

Het gemeentebestuur onderging in dit tijdvak ook een sterke uitbreiding. Waren er vijftien raadsleden in 1866, zeventig jaar later waren het er zevenentwintig. Bij het begin van dit tijdvak was mr. A. Kerstens burgerneester; van 1919 tot 1936 was dit mr. dr. W.G.A. van Sonsbeeck, met wiens grootse afscheidsfeest wij dit boek besluiten.

Voor de samenstelling van dit boek hebben wij een keuze moeten doen uit het overvloedige materiaal dat in het Stedelijk Museum en gemeentearchief ter beschikking was. Wij hebben onze voorkeur laten uitgaan naar zeer oude foto's en voorts naar afbeeldingen van die stadsgedeelten die grondig van aanzien zijn veranderd. Graag hadden wij onze selectie zodanig verricht dat aan de hand van de plaatjes een harmonisch resume van de stedelijke historie kon worden gegeven. Aangezien echter van tal van facetten van het stedelijk leven geen afbeeldingen voorhanden waren, bleek deze wens niet uitvoerbaar. De lezer beschouwe dit boekje daarom slechts als een bijdrage tot de kennis van de stad Breda en het leven van de bewoners in deze periode. Nieuw zijn de afbeeldingen genummerd 29, 70 en 87. Voor de tweede druk verschaften velen mij materiaal, van wie ik wil noemen: mejuffrouw J.H.H. Houwing, de heren J.L. Berge, ir. J. Badon Ghijben, Jac. Dolne, H.A. van der Pool en prof. mr. O.A.C. Verpaalen te Breda en de heren G.J.J. Boostte Roosendaal, H.F. ten Hoopen te Heemstede, J.L.M. Peerden te Nijmegen en drs. G. van de Vlasakker te Hengelo (0).

Breda,februari1989

dr. F.A. Brekelmans

I .f

r

. ,
1_- .~
.4 ' I Fen rondwandeling door Breda, Ginneken en Princenhage

1. Wij beginnen onze rondwande1ing op de Grote Markt, waarvan wij hier een gedeelte zien zoals het was rand 1868. Verschillende huizen waren nog geen zakenpand. Op nummer 7 (van de huidige nummering) had W.A. Oukoop een drukkerij. In nummer 17 (,,'t Zuid") was toen de societeit van Johannes Sprengers gevestigd. Het huidige Stedelijk Museum was sedert 1861 boter- en eierhal. Links het gebladerte van de oude (holle) lindeboom, die (honderdvijftig jaar oud) in 1897 omgehakt zou worden.

2. Even meer naar reehts op de Grote Markt was in die tijd op nummer 23 de koek- en banketbakkerij van Joh. van Bergen; nummer 25 herbergde de hoedenfabrikant J.F. Segers. Het gedeeltelijk ziehtbare huis reehts (nummer 27) was van de goud- en zilversmid J.J. van Antwerpen.

,'ROOT!': )!ARKT

3. Rond 1870 was de oostzijde van de Grote Markt tussen stadhuis en Catharinastraat nog vrijwel geheel door particuliere woningen ingenomen. WeI stond naast het stadhuis het cafe van H. Jonkers. De latere apotheek Mulder (nummer 52) had nog een trapgevel. Tegen de kooromgang van de Grote Kerk waren kerkehuisjes gebouwd.

Groote )ifarkt.

4. Hier zien we de oostzijde van de Grote Markt rechts naast het stadhuis rond 1900. Het pand waarin nu het hotel "De Klok" is gevestigd was toen nog een statig herenhuis. De woning .Het Liggend Hert" naast het stadhuis diende van 1898 tot 1909 als politiebureau.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek