Bunnik in grootmoeders tijd deel 1

Bunnik in grootmoeders tijd deel 1

Auteur
:   S.A. van de Gaag
Gemeente
:   Bunnik
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4605-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bunnik in grootmoeders tijd deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Aan de rechterzijde van de bakkerij werden in de oude hooimijt takkebossen opgeslagen voor het opstoken van de oven. Nog steeds wordt er beweerd dat brood op deze wijze gebakken lekkerder smaakt dan uit de heden ten dage gebruikte, gasgestookte ovens. Vergelijk is heden niet meer mogelijk, dus moeten we het maar aannemen. Het gebakken brood werd met de mandfiets naar de klan ten gebracht. Hier rijdt Carel van Ettekoven net weg en staat Willem van Ettekoven met zijn knecht klaar om in de bakkerij weer brood op te maken.

40. Wanneer het 's winters gaat vriezen komt het bestuur van de ijsvereniging "De Nienhof" in actie en wordt er water uit de Krommerijn op het weiland bij de Bunnikse brug gepompt. De volgende dag kan er dan naar hartelust worden geschaatst. Dat verliep anders toen destijds een achttal enthousiaste Bunnikers onder de bezielende leiding van Driekus van Zijl een ijsbaan aanlegde. De eerste keer bleef er geen water op het weiland staan en het tweede jaar was ook geen succes te noemen. Na het oprichten van een vereniging verliep daarna alles naar wens.

41. Na openstelling van de ijsbaan is het er altijd een grote drukte van belang. Niet alleen inwoners van Bunnik weten de baan te vinden; uit diverse randgemeenten komen de liefhebbers van de schaatssport hierheen. Wanneer de schaatsen waren ondergebonden en men baantjes ging trekken moest men niet vreemd opkijken als Brinkhof, de rijwielhersteller van de Molenweg, hoog boven alle schaatsers uittorende. Hij trok altijd veel bekijks omdat hij als enige in Bunnik op stelten schaatste.

42. Kasteel De Nienhof werd in 1893 in opdracht van baron Van Hardenbroek, burgemeester van de gemeenten Bunnik, Odijk en Werkhoven, gebouwd. Het indrukwekkende kasteel bevatte 85 kamers. Voor de aanleg van de tuin werden bomen en planten van buiten Europa aangevoerd. In de tuin voor het huis legde men een grate visvijver aan. In 1924 werden het landgoed en het kasteel verkocht aan de heer Wetstein Pfister. Na zijn overlijden in 19261ieten de erven, gedwongen door de hoge onderhoudskosten, het kasteel in 1929 afbreken.

43. De bij het landgoed behorende grote visvijver werd jaarlijks geleegd, waarvoor men gebruik maakte van de zegen. De opgehaalde vis, die op maat was, werd op een grote hoop gelegd en daarna uitgedeeld aan de armste inwoners van Bunnik. Zij konden de vis gratis komen afhalen aan De Nienhof. Gewapend met emmer of mand toog men er naar toe om de vis in ontvangst te nemen. Thuis gekomen werd de vis gebakken en genoot men van een koninklijk maal. In de laatste person en rechts op de foto herkennen we tuinbaas Hubee, Gerrit Peek en Teunis Lokhorst.

GROETE UIT BUNNIK

44. Van dit nostalgische plekje aan de Brink is helaas niets meer terug te vinden. Ret Catechisatielokaal (rechts), gebouwd in 1900, moest wijken voor de uitbreiding van het gemeentehuis. De oude bouwvallige huisjes werden in 1935 afgebroken en in een andere stijl herbouwd. De schuur, links in de opname, was de kolenschuur van Van Dam. De torenspits mist nog steeds het koepeltje. Tijdens de algehele restauratie van de kerk in 1955 werd het koepeltje weer op de torenspits geplaatst.

45. Dit is de achterkant van de oude huisjes van de opname hiernaast. Duidelijk is hier de houten pomp te zien waarmee de meeste huizen in Bunnik waren uitgerust. Voor water was men aangewezen op een geslagen pomp. Pas in 1933 werden de inwoners van Bunnik aangesloten op het drinkwaternet. Na aansluiting daarop bleven veel inwoners toch de houten pomp gebruiken, omdat men het water daaruit lekkerder vond smaken. Ondanks het kleine terrasje geniet J ans van de Kant van het zonnetje, evenals tante Dora voor het huis.

46. De St. Jozefstichting, voorheen villa Agatha, was gelegen aan de Smalleweg, naast smederij Van Echtelt. In 1930 werd het pand eigendom van de zusters van de Sint Jozefcongregatie te Amersfoort. Het pand werd ingericht als klooster en verzorgingshuis voor bejaarden. In de tuin werd een Mariagrot gebouwd met daarin een Mariakapel. De inrichting van de kapel werd bekostigd uit bijdragen van de parochianen en de aannemer. Eenmaal per jaar trok men in processie naar de Mariagrot.

47. Schoenmaker Flip Sterkenburg, de laatste telg uit een eeuwenoud schoenmakersgeslacht, vestigde zich in 1928 aan de Smalleweg. Hij was een gemoedelijke dorpsfiguur die voor iedereen een praatje had. Zijn schoenmakerij was een begrip voor Bunnik en wijde omgeving. Overigens was het bij vele inwoners bekend dat hij, als hij niet in zijn schoenmakerij te vinden was, hij naar de Achterdijk of naar de Robinson schoenfabrieken was. Op de foto Flip Sterkenburg met zijn vrouw voor de ingang van de schoenmakerij aan de Smalleweg.

48. Johan de Kruijf, de bekende Bunnikse tekenaar, in zijn geliefde houding zoals we hem dagelijks konden zien tekenen langs de Krommerijn. Alle mooie plekjes en bouwwerken in Bunnik en omgeving werden door hem vereeuwigd. Geboren en getogen in Bunnik voltooide hij in 1908, aan de Koninklijke Acadernie voor Beeldende Kust in Den Haag, zijn opleiding en werd tekenleraar aan het Nederlands Lyceum in Den Haag. Tijdens de vakanties vertoefde hij vaak in Bunnik, hoofdzakelijk om te tekenen. Na zijn pensionering kwam hij weer in Bunnik wonen. Dagelijks trok hij met zijn tekenkist door het dorp, had voor iedereen een vriendelijk woord en probeerde altijd de mensen aan te zetten tot tekenen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek