Bunnik in oude ansichten

Bunnik in oude ansichten

Auteur
:   J.Th.M. Oostendorp
Gemeente
:   Bunnik
Provincie
:   Utrecht
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1801-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Bunnik in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

De naam Bunnik, al heel oud, zou men kunnen zien in een splitsing als: Bunn-inc-hem,

Onze verre voorouders leefden in woningen of hutten die vanwege de wateroverlast op hoogten gebouwd werden, In Friesland spreekt men van terpen, in onze streken worden deze hoogten woerden genoernd: denk maar aan Woerden en Schoonrewoerd.

De woningen hadden de naam van heemsteden of zaten. "Stede" betekent plaats, en .Jieem" (ook "hem" of "ham") betekent woning.

Heel vaak werd in het verleden aan waning of heem de naam gegeven van de eigenaar. Men kreeg dan bijvoorbeeld "Hilberts-heem" (Hilversum). Misschien zit zo in Bentheim wei de ons zo bekende naarn ., Van Benturn", Men denke ook eens aan Beusichem en Kedichem bij Gorinchem (Gorcum),

Zo denkt men ook aan Bunnichsheim, verkort tot Bunninchem of Bunnik. Dat was heem of woning van Bunno, een man uit een oud Germaans geslacht, Het geslacht wordt dikwijls aangeduid door de uitgang -Inc of -Ink: (Annink, Wissink, Wesselink, Abbing, Banning, Hunink, Ameling, Temming). Deze uitgang komt vee! voor in Saksische namen. Zo zou dus Bunnik kunnen

betekenen: de woonstede van het Germaanse geslacht, waaruit Bunno stamde,

Bunno zal het niet hebben kunnen dromen: waar hij vroeger een woonstede had, met misschien enige hutten van lijfeigenen, daar wonen nu zesduizend mensen onder de naam, die hij aan zijn woonplaats gar. Dat is Bunnik.

Ik ben geen neerlandicus en geen historicus van prof essie en in dit opzicht pretendeert dit boekje ook niets niemendal. Ik wilde u alleen wat "plaatjes" laten kijken over oud Bunnik,

Misschien bladert u wei eens in een oud familiefotoboek. Dan zegt u: "He, was dat toen zo?" Kinderen doen dat graag. Waarom? Omdat die verwonderd kunnen staanl Durven wij, volwassenen, als kinderen nog verwonderd staan?

Wij zijn gewend aan film en tv, vliegende beelden, maar als je ervoor in de stemming bent, is een stilstaand beeld tach een stuk bezinning en herinnering.

De vergelijking gaat niet op (dat geef ik onmiddellijk toe), maar de mooiste tv-voetbalmomenten geeft men terug in slow-motion. Dat betekent, dat men gevoel heeft voor de jongste herinneringen.

Waarom zouden wij dan niet stilstaan bij oude herinne-

ringen, die niet bewegen, maar die voor altijd zijn vastgelegd? Eeuwen veranderen daar niets aan. Eeuwen veranderen aan ons.

Niemand moet mij het kwalijk nemen, maar ik kreeg (en had) zoveel moois uit het verleden, dat ik wel een keuze moest maken. Ik mocht niet verder gaan dan achtendertig foto's, terwijl er misschien weI tweehonderdvijftig waren. Ik doe dus families en mensen te kart. Ik buig mijn hoofd bij een verkeerde keuze. Maar men vergete niet, dat ik vaker in de put zat over het "te veel" dan over het "te weinig".

De historie van Bunnik is zo rijk en oude Bunnikse families kwamen met zoveel ansichtkaarten en foto's

aandragen, dat ik er werkelijk geen raad meer mee wist. Goethe zegt: "In der Beschrankung zeigt sich der Meister". Ben ik het helemaal mee eens. Maar het vervelende is, dat ik geen "Meister" ben.

Ik heb mij in dit boekje eenmaal bezondigd aan een puur persoonlijk genoegen. Mag dat? Dat is op de laatste pagina. Daar speelt de zon met een hekwerk van boerderij De Kamp.

Dat is een historisch plekje, maar de zon was daar in 1871 evenals in 1971.

Hoe je het ook beziet: men moet onherroepelijk afstand nemen van het verleden, Ik wil iedereen graag oude plaatjes laten kijken, maar de kern van de zaak is, dat je in de vandaagse zon komt tot "scone leven",

l'I{OVI~Cl": l;TRf:CIfT.

JI.y ' _

,..t-I';J-

Il'(j;' =

1. Hier is een kaartje van de gemeente Bunnik in 1867. Men lette eens op de namen van Nieuw- en Oud-Amelisweerd, Rijnauwen, Vechten, Bouwlust, ter Hul, B1oemerwaard, R.K. kerk (thans vrieseel), Stuis de Rumst, Beesden, Niewenhof, Marschdijk, Rijsbrugsche Wetering, de Tuurluur (thans nog veldnaam) langs de Achterdijk. In 1857 werd Rhijnauwen ingelijfd bij de gemeente Bunnik. De oude zelfstandige gemeente Rhijnauwen bracht als batig saldo een bedrag mee van viereneenhalve cent. Niet iets omje over op te winden. Maar het is een daverende opwinding geweest, tientallen jaren lang. Wat vandaag een reden is tot oorlog, is morgen een reden tot samenwerking. Dat leert de historie ons weI!

2. Bunninchem bestaat al lang. Misschien al meer dan duizend jaar, Vechten was er in de tijd van de Romeinen al. Het kaartje op de vorige pagina ziet er al anders uit dan dit plaatje, Dit is een plaatje van Bunnik in het begin van de achttiende eeuw. Het hangt in vele huiskamers. Hier krijgt Bunnik een eigen gezicht. Toen moesten paarden, varkens, koeien over de Kromme Rijn. Hoe ging dat? Apart verhaal. U ontmoet in dit boekje nog wel iets over tolbomen. Hebt u ooit gehoord van 13/. cent? Daar koop je tegenwoordig niet veel meer voor. Maar als je met een hoornbeest de tol moest passeren ... och, blader maar verder.

BUNNIKSE BRUG

3. Op de vorige foto ziet men rechts de hervormde kerk en links De Roskam, een oude boerderij van 1674. Deze boerderij werd in 1807 al bewoond door Cornelis Broekhuyzen, genoemd als "castelein", bouwman, bakker, hospes. Hij tekent in 1832 al stukken als loco-secretaris en was tot aan zijn overIijden op 31 maart 1844 ook nag wethouder. De oude boerderij is momenteel nog in volle glorie te zien, bewoond door de familie Antoon de Wit-v, d. Horst.

SUNNIK,

Tolhuis.

4. De Roskam lag vlakbij het tolhuis. Hier een foto van het oude tolhuis v66r de verbouwing. Naar dit tolhuis is de Tolhuislaan genoemd. In 1832 waren er vier tolbomen rond Bunnik: een tol op de zandweg naar Wijk bij Duurstede, een bij de Bunnikse brug, een op de weg Bunnik-Zeist en een tol bij Vechten. Tolgelden waren in 1836: voor elk paard van niet-inwoners zeveneneenhalve cent, voor elk paard los of voor een rijtuig van inwoners vijf cent, voor een mallejan oflangwagen tien cent, voor ieder hoornbeest 13/4 cent, voor ieder varken of schaap een halve cent, voor kudden boven de vierentwintig stuks tien cent. Zogveulens, zogkalveren, lammeren en biggen waren vrij van tolgelden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek