De Koninklijke Landmacht in oude ansichten

De Koninklijke Landmacht in oude ansichten

Auteur
:   H. Ringoir en E.W. van Popta
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0033-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Koninklijke Landmacht in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

In alle legers is altijd veel gefotografeerd. Van oudsher hebben er tekeningen bestaan van wapens, uitrustingsstukken en uniformen. De fotografie heeft de vervaardiging van dit soort afbeeldingen enorm vereenvoudigd en bevorderd.

Bovendien hebben soldaten er steeds behoefte aan gehad korte berichten naar huis te sturen. En hiervoor was niets zo geschikt als de ansichtkaart, waarop met een kruisje kon worden aangegeven waar de afzender was ingekwartierd. Ook worden nergens zoveel groepfoto's gemaakt als in een leger en steeds zijn er ondernemende fotografen geweest, die van deze groepfoto's flinke aantallen afdrukken in postkaartformaat leverden. De best geslaagde foto's werden gedrukt om aan de belangstelling voor het leger te voldoen of om deze belangstelling op te wekken. Vooral tijdens de mobilisatie van 1914 tot 1918 zijn zo talrijke familieverzamelingen ontstaan en collecties aangelegd van kaarten die op de Koninklijke Landmacht betrekking hebben.

Door schenking heeft de Sectie Krijgsgeschiedenis hiervan een groot aantal verkregen, waaruit de hier opgenomen kaarten slechts een bloemlezing zijn. Samen geven ze een beeld van een uitwendig sterk veranderd leger en een lang vervlogen tijd.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden achterlaadgeschut en repeteergeweren hun intrede gedaan. Maar het zou nog tientallen jaren duren eer de kleurige uniformen vervangen werden door het monotone veldgrijs. De steeds slechter wordende internationale verhoudingen brachten ook in ons land een legeruitbreiding, hoewel eigenlijk niemand onderkende hoe groot de dreiging van een Europese oorlog reeds was. De mobilisatie veroorzaakte een toenemende belangstelling voor het leger, dat schoorvoetend auto's ging gebruiken, zonder te beseffen dat het paard dat altijd de mens in de oorlog vergezeld had, door de explosiemotor verdrongen zou worden.

Het einde van de eerste wereldoorlog en de ineenstorting van drie keizerrijken deed een geheel nieuwe machtsverhouding in Europa ontstaan, maar bracht de Koninklijke Landmacht terug in een toestand van inkrimping, bezuiniging en verwaarlozing, zoals voor de "Grote Oorlog" onbekend was geweest. Daardoor werden maar heel traag de ontwikkelingen gevolgd, die zich tijdens de eerste wereldoorlog in alle Europese legers voltrokken hadden.

Zo werd de grondslag gelegd voor het debakel van 1940. Maar dat is een hoofdstuk apart en dit boekje eindigt met het beeld van een goedmoedig leger, dat zich het verleden niet bewust was en zich niet had voorbereid op een onzekere toekomst en daarom in wezen heel weinig verschilde van het leger zoals het zich in de eerste ansichten van dit boekje vertoont.

1. De Nederlandse soldaat droeg sedert 1865 een donkerblauwe jas met gele uitmonsteringen, een lichtblauwe broek, een sjako met koperen plaat en kinkettingen en een oranje kokarde. Zijn geweer was het in 1871 ingevoerde Beaumontgeweer (M 1871), dat in 1888 volgens het systeem Vitali werd omgebouwd tot een repeteergeweer (M 1888). Om te laden moest het magazijn (zichtbaar bij de linkerhand) worden afgenomen en met patronen gevuld. Die patronen werden meegevoerd in tassen, die bij het vuren geopend en terstond na het vuren gesloten moesten worden.

2. Behalve met een geweer was de soldaat bewapend met een sabel en een bajonet. Sinds 1876 voerde de infanterie ook schoppen en bijlen mee in marstenue. De ransel had een klep van ruige koeienhuid, waaronder een deken werd meegevoerd. Boven op de ransel was de eetketel bevestigd. Bij warm weer werd de overjas opgerold en hoefijzervormig op de ransel bevestigd. Op de rechterheup werd de broodzak gedragen met een blikken veldfles op de deksel.

3. Er zijn proeven genomen met een lichtere ransel waarin geen deken maar een tentzeil kon worden meegevoerd. Opvallend is dat de bajonet zonder schede werd gedragen. Deze kaart en de twee vorige werden gedrukt om de soldaat duidelijk te maken hoe hij zijn uitrusting moest dragen. Daar in 1895 een nieuw model geweer werd ingevoerd, moeten ze voor dat jaar gedrukt zijn.

4. Het Instructiebataljon te Kampen werd 21 november 1850 opgericht voor de opleiding van onderofficieren. In 1880 werd het uitgebreid met de Hoofdcursus waarop onderofficieren tot officier werden opgeleid. In 1924 opgeheven, herleefde het Instructiebataljon in 1938 als Kaderbataljon en is het de voorganger van de Koninklijke Militaire School te Weert. In 1876 kampeerde de 3de compagnie van het bataljon op de Zandberg bij Kampen en lieten de officieren een "postcardphotographie" maken. Van links naar rechts: de eerste luitenants J.M. Buffart en A.J.F. van Overstraten, de kapitein J. van Dam van Isselt en achter hem de tweedeluitenant J.H.A. Nierstrasz.

5. Een transportwagen uit 1863. Hoewel sedert de Amerikaanse burgeroorlog (de eerste moderne oorlog) spoorwegen op grote schaal voor militaire transporten werden gebruikt, bleef het vervoer met paarden tractie tot in de tweede wereldoorlog een rol spelen.

6. Een ziekenwagen uit 1865. Hoewel volgens de Conventie van Genève van 22 augustus 1864 op dergelijke wagens het Rode Kruis mocht worden aangebracht, was dit in 1869, toen deze opname werd gemaakt, nog niet geschied. Waarschijnlijk hield dit verband met de oprichting van de Compagnieën Hospitaalsoldaten in 1869, waardoor militair personeel dat geen arts was, maar wel bestemd voor de verzorging van zieken en gewonden, ook voorzien kon worden van Rode Kruis-banden.

7. In 1881 werden grote kanonnen aangeschaft voor de kustverdediging. Deze opname uit 1890 vertoont een stalen kanon van 24 cm lang 35. Dit betekent dat de schietbuis 35 kalibers, dus 8,4 meter lang was. In 1893 werden de pantserforten Harssens, IJmuiden, Maasmond, Pampus en Pannerden met hun bedieningen samengebracht in het Korps Pantserfortartillerie, dat in 1922 het Regiment Kustartillerie werd. In 1940 telde dit regiment dertig batterijen met negenentachtig stukken, waaronder zeven stukken van 24 cm. Bij het Koninklijk Legermuseum te Leiden staat thans nog een dergelijk stuk.

8. Een transportwagen uit 1890, die de wagen van 1863 (zie afbeelding 5) moest vervangen. Ook hierbij werden schoppen, bijlen en houwelen aan de buitenzijde meegevoerd, maar een nieuwigheid was dat de wielen van deze en andere wagens zoveel mogelijk dezelfde maat hadden (hier nummer 20 en nummer 18) en dus verwisselbaar waren.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek