De Koninklijke Landmacht in oude ansichten

De Koninklijke Landmacht in oude ansichten

Auteur
:   H. Ringoir en E.W. van Popta
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0033-5
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Koninklijke Landmacht in oude ansichten'

<<  |  <  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  14  |  >  |  >>

89. Een Arbenz 2-tonner, eveneens van Zwitsers fabricaat. Het verkrijgen van automateriaal was zolang de oorlog duurde de belangrijkste voorwaarde voor de motorisering van de gevechtstreinen. Aan motorisering van de artillerie kon nauwelijks iets gedaan worden.

90. Toch konden van de oorlogvoerenden nog wel eens wat voertuigen worden verkregen, vooral in het laatste jaar van de oorlog door ruiling tegen voedsel. Hier zes Presto 1?-tonners van Duits fabricaat.

91. Vijf Martini 3-tonners van Zwitsers fabricaat. Het aankopen van automateriaal, overal waar het maar verkrijgbaar was, heeft na de oorlog veel invloed gehad op de ontwikkeling van het gebruik van vrachtauto's voor vredesdoeleinden.

92. Ook uit Amerika waren op beperkte schaal nog wel vrachtauto's verkrijgbaar. Hier zes G.M.C. 1,35-tonners met open cabine en tentvormige kap op de laadbak.

93. De cavalerie bleef de paarden trouw. Op deze kaart huzaren met attilas, paarden en karren, zoals ze de hele eerste wereldoorlog door (en nog heel lang daarna) gingen fourageren.

94. De oorlogvoerende partijen gebruikten in de loopgravenoorlog steeds meer handgranaten. Hier soldaten van het 16de Regiment Infanterie met de eerste handgranaten van Nederlands fabricaat. De buisvormige granaten hadden een staart van touw, die ervoor moest zorgen dat de drukknop het eerst de grond raakte en de granaat liet ontploffen.

95. Een sergeant-majoor van 20 R.I. en een sergeant van 16 R.I. tijdens een oefening met handgranaten. De handgranaat is in 1672 uitgevonden maar tijdens de Napoleontische oorlogen in onbruik geraakt (hoewel de benaming "grenadiers" in veel legers gehandhaafd bleef). Pas een eeuw later kwam de handgranaat weer in gebruik.

96. Ook de mijnenwerper kwam in de eerste wereldoorlog in gebruik. Deze onderscheidde zich van een mortier doordat het projectiel, dat wel zoals bij een mortier van voren werd ingebracht, niet vanzelf de schietbuis weer verliet, maar met een bewegende slagpin afgevuurd moest worden. Hier Nederlandse infanteristen met een "bomwerper 2? cm" van Nederlands fabricaat.

97. Twee bomwerpers in stelling op het strand. De grondplaten zijn na één schot in de grond gedrongen, waardoor de schietbuis op de grondplaat gedraaid en met de stelschroefdraad de nodige elevatie gegeven kan worden. Achter op de schietbuis het pistool dat het schot liet afgaan. Links een sergeant van de vestingartillerie met in zijn hand een schokbuis die voor het afvuren in de bom geschroefd werd. Deze en ook de vorige kaart waren propaganda, daar van een organieke indeling van deze wapens nooit sprake is geweest.

98. Een munitiecolonne trekt over een pontonbrug. Om overbelasting te voorkomen moesten de voertuigen een ruime afstand bewaren. Voor het vervoer van de pontons, balken, planken, touwen en ankers, die voor zo'n brug nodig waren, kon zowel een rijdende als een varende pontontrein gevormd worden.

<<  |  <  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  14  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek