De Koninklijke Marine in oude ansichten

De Koninklijke Marine in oude ansichten

Auteur
:   F.C. van Oosten
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2069-2
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Koninklijke Marine in oude ansichten'

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

LDER ~

Hr. MI .?? P,et ...? ern" 'I

67. In 1894 werden drie pantserschepen te water gelaten. De eerste was de Piet Hein, die hier in wit tenue de haven van Den Helder verlaat. In de voorste mast ziet men ongeveer halverwege de mast de semafore. Rechts ligt een stoomkanonneerboot gemeerd, vermoedelijk de Gier, die dienst deed als oefenschip voor de adelborsten. De foto zal genomen zijn rond 1905.

68. Het pantserschip Hertog Hendrik gemeerd aan de kolensteiger te Ambon op 27 oktober 1905. Het schip werd in 1902 door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik te water gelaten en kreeg in 1904 als eerste schip van de Koninklijke Marine draadloze telegrafie aan boord. Men lette op het bijzonder fraaie lofwerk op de boeg waarin het wapen van de naamgever staat. In de boeg ziet men het deksel van de torpedobuis. In 1918 is het schip met een hulpkruiser en twee koopvaardijschepen om Schotland en via Kaap de Goede Hoop van Nederland naar Indie gevaren.

69. Na de expeditie tegen Bali, in oktober 1906, werden de paarden van de cavalerie met behulp van vlotten weer naar de transportschepen teruggebracht. Middels een loopplank kwamen de dieren op de vlotten. Uiteraard was ook de marine nauw betrokken bij deze operatie.

70. Een fraaie afbeelding van de Urania met aIle zeilen bij. Ret instructieschip voor adelborsten vaart hier in de Zuiderzee, aangezien men links de vuurtoren van Marken kan onderscheiden. De Urania werd in 1867 op de rijkswerf te Amsterdam te water gelaten en maakte in de zomer van 1908 zijn laatste tocht op de Zuiderzee. Daarna werd het schip omgebouwd tot logementschip, doch in 1911 ging hij verloren bij de grote brand op de rijkswerf te Hellevoetsluis. In de fokkemast - voormast - hangen presennings of kooien te drogen.

71. Het marinehospitaal in Den Helder. Met de bouw van dit hospitaal werd in 1840 begonnen en op de eerste dag van 1842 werd het in gebruik genomen. Behalve marinemensen konden ook militairen van de landmacht en zieke schepelingen van particuliere schepen worden opgenomen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw door een born vernietigd en daarna afgebroken. Tegenwoordig staat er het zogenaamde klooster van het Koninklijk instituut voor de marine te Den Helder.

72. Ret riviervaartuig Merva op de Waal. Men krijgt van deze afbeelding wei een bijzonder goed idee van het lage vrijboord van deze sehepen. De bewapening bestond uit twee aehterlaadkanons van 12 em, die in een toren voor de brug stonden opgesteld, doeh aan het oog zijn onttrokken door de plunje die te drogen hangt. Op het voorsehip ziet men aan bak- en aan stuurboord een hok, dat een toilet voor de bemanning bevatte. De Merva is in 1908 voor de sloop verkoeht. Aan bakboord hangt een matroos buiten boord met een slaggaard in zijn hand om de waterdiepte te meten.

73. Deze foto werd in 1907 genomen voor de bakkerij aan boord van de Friesland. Rechts onderscheidt men de ovens, links liggen enkele gebakken broden gereed om gedistribueerd te worden. Op de afbeelding krijgt men een zeer goede indruk van het frokje, dat vermoedelijk rond 1865 bij de Koninklijke Marine werd ingevoerd.

74. In 1908 waren er weer moeilijkheden uitgebroken tussen Venezuela en Nederland, nadat getracht was de Curacaose zeilvaart op de Zuidamerikaanse republiek stop te zetten. Het pantserschip Jacob van Heemskerck werd naar de West gestuurd om de scheepsmacht in de Caribische Zee te versterken, waarna patrouilles werden gevaren op de Venezolaanse kust. Tijdens een van deze patrouilletochten werd in december 1908 de zeilkustwachter 23 de Mayo door de Jacob van Heemskerck aangehouden en opgebracht. De afbeelding toont het moment van binnenvaren van de Sint-Annabaai in Willemstad.

75. Een zeer belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van een marineman was de verzorging van zijn plunje. Niet aIleen moest hij in het bezit zijn van de voorgeschreven aantallen kledingstukken, doch deze moesten ook genummerd zijn met zijn stamboeknummer - thans marinenummer genoemd -, en schoon zijn, waartoe hij minstens eenmaal per week in staat werd gesteld. Verder moest hij zijn kleding zelf verstellen of repareren lappen en naaien. Op de atbeelding ziet men de bemanningsleden van een schip bezig met plunjewassen. Na kolenladen kreeg men meestentijds een extra rantsoen zeep en zoet water.

'. . '.

HELLEVOETSLUIS

Hr. Ms. Retnler Claessen

Uh£. S. Goudswurd.

76. Het ramschip Reinier Claeszen liggend in Hellevoetsluis. Het schip, ook weI monitor genoemd, werd in 1891 op de rijkswerf te Amsterdam te water gelaten. De taak van de Reinier Claeszen was de verdediging van de zeegaten en speciaal van het zuiderfrontier. In 1914 werd de monitor van de sterkte afgevoerd en een jaar later op de rijkswerf te Hellevoetsluis voor de sloop verkocht.

<<  |  <  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek