De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0091-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

8. Met deze molen hebben we de eigenlijke stad bereikt. Het is "De Blauwe Molen", op de hoek van de Binnenrotte en het Pompenburg. Op deze plaats stond een van de oudste molens van Rotterdam, want op zestiende-eeuwse kaarten staat daar namelijk al een molen getekend. Dat was een standerdmolen van het type als "De Noord" op afbeelding 14. Misschien ontleent de molen zijn naam aan de (mogelijk) blauw geverfde, houten molen. Oorspronkelijk waren alle Rotterdamse korenmolens dergelijke standerdmolens. Later, na 1700, werden deze houten (en kleinere) molens vervangen door de kolossaal grote, stenen molens. Mogelijk is men aan de kap aan het werk, zo te zien aan de planken op de balken naast de kap. Voelt u er iets voor, op zo'n dertig meter hoogte?

9. Nogmaals "De Blauwe Molen". Zoals zoveel van deze grote, stenen molens was ook deze molen bewoond. Het is te zien aan de grote ramen op de eerste en de tweede zolder. Evenals op de vorige foto staat de molen "in het kruis". De roeden (wieken) vormen een hoek van vijfenveertig graden met de horizon. Dit werd gedaan om de kans op blikseminslag te verkleinen. Molens liepen door hun grote hoogte nogal gevaar om door de bliksem getroffen te worden en dat is ook ontzettend veel gebeurd. De brand die erop volgde maakte dan vaak een eind aan het bestaan van de molen. De brug rechts is de brug over de Binnenrotte. In 1874 werd de Binnenrotte gedempt voor de bouw van het nog bestaande spoorwegviaduct.

10. Werd het gezicht op de Binnenrotte door de demping en de bouw van het viaduct er niet beter op, ook de molen ging er een paar jaar la ter niet op vooruit. De molen werd veranderd in een "stoommolen". Al is de wind ,,'s mulders knecht", het is wel een nukkige knecht. "De ene dag is er geen asie wind en de andere dag waait het vel van je lijf', dan te weinig en dan teveel wind. De stoommachine bood een veel regelmatiger drijfkracht, daar kon je op aan. Zo schaften de eigenaars van "De Blauwe Molen" in 1880 ook een stoommachine aan. De kap met de wieken en de balie waren overbodig geworden en werden gesloopt. Een kale romp bleef over. Toch liep zo'n molen(romp) wel in de gaten: groot en hoog, ideaal voor reclame. Zo werd de romp van "De Blauwe Molen" beschilderd met reclame voor sigaretten. Het bracht nog geld op ook.

11. Bij of in vrijwel iedere Rotterdamse stadsmolen was een winkel gevestigd. In "De Hoop", in "De Noord", maar ook bij "De Blauwe Molen". In deze winkels kon men niet alleen het product van de molen, meel of bloem, maar ook diervoeders en allerhande grutterswaren, zoals peulvruchten, kopen. Dit is dan de winkel van de "De Blauwe Molen". Let ook op de Jugendstilgevel van de winkel. Als er zes personen in de winkel werkten, dan moet er heel wat omgegaan zijn. Vroeger kookten de mensen zelf veel pap in allerlei soorten. Het flesje yoghurt van de melkman was er nog niet bij. Wilt u een recept voor pap, zoals dat door de allerarmsten gegeten werd? Dat is dan van "blauwe bliksem". U kookt dan bloempap (ook wel lammetjespap geheten). Alleen vervangt u de melk door water en de bloem eventueel door tarwemeel. Eet smakelijk!

12. Alleen de winkel van "De Blauwe Molen" om uw bloem of tarwemeel te halen is er niet meer. 14 Mei 1940, 's middags rond half twee. Het Duitse bombardement op Rotterdam begon... Het resultaat: tussen de zeshonderd en negenhonderd doden. Het hart van de stad werd vernield, achtenzeventigduizend mensen werden dakloos, vijfentwintigduizend woningen werden vernield, evenals vierentwintighonderd winkels. De winkel van "De Blauwe Molen" behoorde er ook toe. Wel stond de (blijkbaar) sterke romp nog recht overeind, al was hij dan volledig uitgebrand. Maar de slopers maakten in juli 1940 korte metten met het restant. De wellicht vijfhonderdjarige geschiedenis van "De Blauwe Molen" was definitief afgesloten.

13. We gaan verder in de richting van de Goudsesingel. Op de hoek van het Pompenburg en de Goudsesingel stond de molen "De Pomp" of "De Pompenburg". In 1740 was de molen al verdwenen, want in dat jaar werd het erf van de molen verkocht, met het verbod er ooit weer een molen te bouwen. Het molenaarsgilde zal de eigenaar van "De Pomp" wel hebben uitgekocht om concurrentie te weren. "De Pomp" was van hetzelfde type als de molen van deze afbeelding, een voorganger van de onder oudere Rotterdammers zo bekende molen "De Noord". De eerste molen op deze plaats, aan het eind van de Goudsesingel, even ten noorden van de Oostpoort, werd rond 1575 als moutmolen gebouwd. Als zoveel stadsmolens stond ook deze molen op de stadswal (zie de kanonnen op deze tekening). We spreken dan wel van een walmolen. De molens op de achtergrond zijn de molens aan de Rotte, die we reeds eerder tegengekomen zijn.

14. Waarschijnlijk in 1711 moest de standerdmolen (zo genoemd omdat bij dit type molen de gehele eigenlijke molen gedragen wordt door en kan draaien rond een zware, verticale balk, de standerd) het veld ruimen voor een grote, gemetselde molen. Ook in deze molen werd aanvankelijk weer gekiemde gerst (mout) gemalen, de onmisbare grondstof voor de brouwerij en de branderij. Twee takken van nijverheid die in Rotterdam tot grote bloei kwamen. Maar in de tijd dat deze foto genomen werd, was dat malen van mout afgelopen. Dat blijkt ook uit de tekst boven de grote inrijdeuren: "Meelbloem en mestingmolen "De Noord" W. van Vliet". Mogelijk veranderde Van Vliet in 1873, toen hij de molen kocht, "De Noord" in een korenmolen, waar gemalen werd voor mens en dier. (Mesting is een oud woord voor veevoer.)

15. Toen "De Noord" in 1711 gebouwd werd, was hij kleiner dan de molen op deze en de vorige afbeelding. Doordat de molen lager was, had hij veel last van windbelemmering. De wind had geen vrij spel rond de molen. En een molen "die men de wind ontneemt, ontneemt men ook het leven." Vandaar dat men vroeger veel molens, die last kregen van windbelemmering door beplanting of bebouwing, verhoogde. Zo werd ook de stenen romp van "De Noord" een stuk hoger opgemetseld. Hoeveel dat was is op deze foto duidelijk te zien. Onder de "balieschoren", de steunders van de balie, zien we een raam, dat veel groter is dan de andere ramen. Oorspronkelijk was dat dan ook geen raam, maar een deur, die toegang gaf tot de balie, de houten omloop rond de molen, die op deze foto ruim zes meter hoger zit.

16. Het onderhoud van windmolens was (en is) een kostbare zaak. Regelmatig moesten er allerlei onderdelen vervangen worden, al kon zo'n onderdeel toch wel een eeuwen langer meegaan. Weer en wind lieten hun invloed gelden op de buitenkant van de molen en binnen deed slijtage haar werk. Toch kostte het onderhoud van een in bedrijf zijnde molen minder dan dat van een stilstaande, hoe vreemd dat ook lijkt. "Een malende molen onderhoudt zichzelf", zo zeiden de molenaars vroeger. Op de vorige afbeelding, een foto uit augustus 1929, zagen we hoe de molenmakers van Dirkse uit Mijnsheerenland twee wieken van "De Noord" vernieuwden of, zoals dat in de vaktaal heet, "een roe staken". Op deze foto zien we de molenmakers de balie repareren (september 1928). En dat was dan 16,20 meter boven het Oostplein.

17. Hoog torende "De Noord" boven het Oostplein uit. Het was de laatste molen op het gebied van de oude stad. Wel had in 1918 het bestaan van de molen aan een zijden draadje gehangen. De redding van de molen was te danken aan de bekende Rotterdamse architect J. Verheul Dzn. In augustus 1919 las Verheul een artikel in het toen bekende weekblad "Buiten" van de hand van dr. E. Wiersum, die gemeentearchivaris van Rotterdam was. Deze schreef dat er geruchten liepen dat de molen, die in 1918 door de gemeente van de firma Van Vliet gekocht was, onttakeld zou worden. Naar aanleiding van dit artikel hield Verheul op 2 september 1919 een interpellatie in de gemeenteraad. Het bleek nog veel erger: de molen was al in zijn geheel voor sloop verkocht aan de firma Burg en Romein. Maar Verheul wist met zijn interpellatie te bewerkstelligen dat de koop ongedaan gemaakt werd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek