De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0091-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

18. Niet alleen werd de sloop van de molen ongedaan gemaakt, maar Verheul kreeg zelfs de toezegging dat men de molen zou trachten te restaureren, hetgeen geschiedde. De molen werd nu verhuurd aan molenaar A. Kluit, wiens voorvaderen sinds 1818 de in 1718 gebouwde korenmolen van Goidschalksoord in de Hoeksche Waard bemaalden. Deze molen bestaat nog, zij het in zwaar vervallen toestand. Nu zien we op de zogenaamde "baard" van de molen het jaartal 1718 staan. Dat klopt niet. Oorspronkelijk had er altijd 1711 gestaan. Vanwaar dan 1718? Wel, dat hadden de molenaars laten doen om de herinnering aan hun voorvaderlijke molen vast te houden. Ook het wapen van Rotterdam op de baard (links van het jaartal) deugt niet. De vier leeuwen zijn met hun koppen niet "naar rechts gericht", maar naar elkaar toe. Commentaar van de schilder: "Dan hebben ze ook wat gezelligheid aan elkaar."

19. En zo was de molen na 1920 weer veel te zien: malend. De wind werd benut om tarwe te malen voor de bakkers. Omdat meel op de ouderwetse manier, tussen de stenen gemalen van betere kwaliteit is, althans voor de consument, vond het veel aftrek. Deze foto, waarop de molen met "vier volle zeilen" staat te malen bij een noordwestenwind, was eigenlijk een reclamefoto van een Haagse bakkerij. Mogelijk verklaart dat de verkeerde naam van de molen. Rotterdammers wisten wel hoe "hun" molen heette. Achterop de kaart wordt aangeraden een proefbroodje te bestellen van: "Volkorenbrood, gebakken van 100% Zeeuwse tarwe, op ouderwetse wijze op natuursteen gemalen, is het volksvoedsel bij uitnemendheid." Trouwens, weet u, de fotograaf van deze foto stond ongeveer op dezelfde plaats als de tekenaar van afbeelding 14. 't Verschil valt wel op.

20. Deze foto uit 1930 laat zien dat de omgeving van "De Noord", al voor het bombardement van 1940, sterk veranderd was. Op afbeelding 14 van 1897 zien we de molen min of meer ingebouwd tussen de huizen van het Oostplein. De huizen rechts staan vast aan de Oostpoort, zie ook afbeelding 17. In augustus 1912 begon men met de sloop van de Oostpoort of althans van het deel dat na de sloop van 1836 nog over was. Ook de aangrenzende bebouwing verdween en de molen kwam frank en vrij op het Oostplein te staan. Wel nam het verkeer aan de voet van de molen hand over hand toe. Links op deze afbeelding zien we nog een hoekje van de marinierskazerne. De volgende zijstraat, bij de boekbinderij, is de Hoogstraat. Tussen de Hoogstraat en de marinierskazerne stond ook nog een molen, die al in de zeventiende eeuw van het toneel verdween.

21. Na het bombardement van 14 mei 1940 ontstond de geweldige brand. In deze vuurzee stond "De Noord", die bij het bombardement zelf de dans ontsprongen was. Nu was er voor een molen die door brand in zijn omgeving bedreigd werd, één redmiddel: het zogenaamde vonkenmalen. Vanouds bekend: men liet de molen zo hard lopen als maar mogelijk was. De wieken sloegen dan als het ware de vonken weg en zo kon het vuur niet overslaan op de molen. Dit middel werd ook toegepast op "De Noord". Molenaar A. Kluit (1900-1971) kruide met nog enkele anderen de molen op de wind. Daarna werd de vang gelicht en ging de molen er vandoor. Rond vier uur brandde het in de directe omgeving van de molen en het begon te spannen. Toch bleef Kluit op de molen, alleen, soms bijna overmand door de rook. Maar zijn moed werd beloond. Toen het gevaar geweken was, was de molen licht beschadigd. Kluit zette de molen stil, zoals deze foto laat zien "in de rouw". Een stad was gestorven.

22. Een van de laatste foto's van "De Noord", genomen vlak voor de fatale brand van 28 juli 1954. Men is bezig aan de reconstructie van het Oostplein. Juist deze chaos rond de molen bemoeilijkte het blussingswerk. De molen was juist toen slecht te bereiken. De molen zou nu ongeveer daar hebben gestaan waar de Goudsesingel op de Boezemweg uitkomt, bij het nieuwe gemaal van Schieland. Ook op deze foto is de molen in bedrijf. Na de oorlog was de molen als een der eerste korenmolens in ons land uitgerust met "fokwieken". Een nieuw wieksysteem, uitgevonden door ir. Fauel, waardoor de molen nog meer profijt van de wind kon trekken. Bovendien hielden remkleppen aan het eind van de wieken de gang van de molen onder controle. Deze remkleppen zien we op de foto een klein beetje open staan.

23. Op 28 juli 1954, in alle vroegte, het was 3.43 uur, belde nachtwaker Van Zijl van de Darco lijstenfabriek aan het Haringvliet de brandweer op: er is brand in de molen. Direct werd groot alarm gegeven, alom 3.48 uur waren er mannen en materieel aan de molen. De brandweer ging de molen binnen, maar molenaar A. Kluit, die inmiddels ook gearriveerd was, adviseerde hen de molen te verlaten met het oog op neerstortende machines en dergelijke. Juist het openen van de deuren van de molen was fataal. De molen veranderde erdoor in een enorm goed trekkende schoorsteen en bovendien werd het vuur nog aangewakkerd door de harde wind. Tegen half vijf begon de molen te draaien, dat duurde bijna een kwartier. Tegen vijven kwam het wiekenkruis tegen de romp tot stilstand en twintig minuten later kwam het met donderend geraas naar beneden. Een uitgebrande romp bleef over.

24. Reeds direct na de brand werd de mogelijkheid van herbouw bekeken. De molen was verzekerd voor f 175.000,-. Wel bleek de romp van de molen onherstelbaar te zijn: deze moest gesloopt worden. Op 25 september begonnen de slopers hun arbeid en op 22 oktober was de romp geheel verdwenen en had men de fundamenten van de oude standerdmolen gevonden. Inmiddels was er ook een herstelactie op gang gekomen. Zo was de vorige foto oorspronkelijk een kaart die uitgegeven werd ten bate van het herstel van de molen. De foto was gemaakt door D.I.H. v.d, Ven voor "Het Rotterdamsch Parool". De herstelactie bracht f 20.000,- op. Architect F. Posthuma had van burgemeester en wethouders opdracht gekregen een nieuwe molen te ontwerpen. Maar op 24 november verwierp de gemeenteraad het voorstel tot herbouw met tweeëntwintig tegen achttien stemmen ...

25. Direct buiten de Oostpoort staan we weer voor zo'n grote, stenen molen, op de hoek van de Slaak en de Oostzeedijk. "De Kostverlorenmolen", een watermolen en wel de grootste die Nederland ooit gehad heeft. De molen werd in 1742 gebouwd als onderdeel van een plan om de afwatering van de Rotte op de rivier te verbeteren. Tot voordien werd het overtollige water van de Rotte gespuid door vijf sluizen in de Hoogstraat, hetgeen nogal eens problemen gaf. Door het water ook hoger op te malen zou de lozing verbeterd worden. Het plan bleek geen succes - "Kost(en)verloren". Dertig jaar later werden er acht molens aan de Boezem gebouwd. De overbodig geworden "Kostverlorenmolen" sloeg voortaan met zijn twee schepraderen het water van de polder Kralingen uit de Slaak op de rivier. Maar in 1870 moest de molen wijken voor een stoomgemaal, dat eigenlijk weer de oorspronkelijke functie van de molen kreeg.

26. Als we verder de Oostzeedijk opgaan, dan komen we op het Rotterdamse "industriegebied", ter weerszijden van het Boerengat en het Buizengat. Een industriegebied waarvan het gezicht vooral bepaald werd door een groot aantal molens. Deze foto, eigenlijk een stereoscoopplaat je, dateert van circa 1860/1870. Door de vertekening is het moeilijk te achterhalen welke molens op de foto staan. De linker molens stonden aan de kant van de Oostzeedijk, de rechter op het Bosland, tussen het Buizengat en de rivier. Op het Bosland stonden, van links naar rechts: "De Bartholomeus Everardus", "De Cornelis" en "De Bosland" met rechts erachter "De Francina", alle zaagmolens. Aan de Oostzeedijkkant, vooraan, "De Reus", erachter "De Naarstigheid", beide oliemolens. Dan volgen er weer drie zaagmolens: "De Fortuin", "De Bok" en "De Gravenlust". Er hebben daar nog meer molens gestaan, want zo stond tussen "De Fortuin" en "De Bok" nog "De Oranjeboom".

27. Op de hoek van de Admiraliteitskade en de Infirmeriestraat stond de oliemolen "De Reus". Aan deze oliemolen dankte de Infirmeriestraat haar oude naam Olieslop. "De Reus" was een oude molen, die al voorkomt op zeventiende-eeuwse kaarten. In de oliemolen werd olie geslagen uit oliehoudende zaden, zoals lijnzaad (zaad van vlas) of raapzaad (koolzaad). De olie werd voor allerlei doeleinden gebruikt: consumptie, verlichting, maar ook in de industrie (verf). De overblijvende koeken werden als veevoer verkocht. Op deze foto staat "De Reus" in de vreugd, versierd met tal van vlaggen. Alleen al boven de balie telde ik er vierenvijftig. Overwegend rood-wit-blauw, maar ook de (oude) Rotterdamse vlag is vertegenwoordigd. Een dergelijke manier van "mooizetten" van een molen was typisch Rotterdams, maar dit is wel de meest uitbundige vorm die ik ervan gezien heb.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek