De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0091-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

28. "De Reus" in de laatste dagen van zijn bestaan. Nadat de molen jarenlang olie had geslagen voor de firma A.Q. Kolff, werd hij verkocht aan gebroeders De Boer uit Oostzaan. Zij waren destijds de bekendste molenslopers van Nederland. Her en der in het hele land kochten zij molens, sloopten ze en verkochten de onderdelen, wanneer dat mogelijk was. Soms probeerden zij de molen in zijn geheel te verkopen voor herbouw elders, wat ook regelmatig voorkwam. Hier is al een begin gemaakt met de sloop: het rietdek is verwijderd, de aanbouwen van de molen zijn verdwenen en men is bezig het hekwerk van de roeden te slopen. De constructie van de molenromp komt nu goed naar voren. Nu valt ook goed op dat de molen later verhoogd is. De oude romp eindigde bij de horizontale balklaag, net boven het hoofd van de sloper in de wiek. Het deel erboven is er later opgezet.

29. "De Reus" die een "Prins" werd. Ja, en dan maken we ineens een rare sprong van het Boerengat in Rotterdam naar het Betuwse Buren. Waarom? Wel, in of rond januari 1910 brandde de korenmolen "De Prins van Oranje" in Buren af en de molenaar wilde de molen snel herbouwen. Juist in die tijd adverteerden de gebroeders De Boer in het molenaarsvakblad "De Molenaar" met de afbraak van "De Reus". De oplossing ligt voor de hand: molenaar Van den Bosch kocht de afbraak van "De Reus" en liet zijn molen ermee herbouwen. De foto laat wel zien dat "De Reus" er heel anders uit kwam te zien. Dat "De Prins van Oranje" een Rotterdamse molen was, is bekend. Maar de lezers van dit boekje zijn wel de eersten die weten dat die Rotterdamse molen "De Reus" was. Trouwens, "De Prins van Oranje" staat nog in Buren en is enkele jaren geleden gerestaureerd en draait regelmatig. Voor de laatste molen van de stad Rotterdam zult u dus naar Buren moeten gaan!

30. Naast "De Reus" stond, eveneens aan de Oostzeedijk, de oliemolen "De Naarstigheid" van F. van Vollenhoven. Ook deze molen bestond al voor 1700. Het lijkt erop alsof ook deze molen, evenals "De Reus", met zo'n zes meter verhoogd is. Alleen ging men bij "De Naarstigheid" anders te werk: de oude onderbouw werd verhoogd en daar kwam de molen op te staan. Het is wel opvallend dat vrijwel de meeste molens rond het Boeren- en Buizengat in later tijd verhoogd zijn. Dat kan gedaan zijn wegens windbelemmering van omringende panden. Maar mogelijk zagen de moleneigenaars zich ook benadeeld door de sinds 1855 bestaande Rhijnspoorweg en het station, dat gebouwd werd. Hebben de moleneigenaren soms een uitkering gekregen van de Rhijnspoorwegmaatschappij om hun molens te verhogen? Hoe of het ook zij, rond 1900 werd "De Naarstigheid" gesloopt en zou, naar verluidt, elders weer opgebouwd zijn.

31. We vervolgen onze reis langs de Oostzeedijk. We passeren achtereenvolgens de azijnplaats (azijnfabriek) "De Druiventros", een brouwerij met de daarbij liggende azijnplaats "De Druif', en de scheepstimmerwerf "Rotterdams Welvaren". Ongeveer op de plaats waar nu de Willem Ruyslaan op de Oostzeedijk uitkomt, stond de zaagmolen "De Fortuin" van W. Oosterhout Gzn. Daarna volgde de molen van deze afbeelding, de run-, tras- en verfmolen "d'Eendracht". De molen was in de zeventiende eeuw gebouwd als volmolen, waar het laken gevold werd, zodat het een meer gesloten structuur kreeg. Later werd de molen ook verfmolen. Nog weer later verdween het volwerk en ging de molen run (gemalen eikeschors, grondstof voor de leerlooierijen) en tras (gemalen tufsteen, een soort cement) malen. Deze prachtige baard van deze molen van de firma J. Hoeneveld & Zn. is nu nog te bewonderen in het museum "De dubbelde Palmboom" in Delfshaven. De molen zelf werd gesloopt.

32. Op de plaats waar we nu onder meer de gebouwen van de Roteb en de brandweer aan de Oostzeedijk vinden, stond deze molen, de zaagmolen "De Bok" van F.J. Kleyn, Deze molen komt ook voor in het oude rijmpje met de namen van de molens ter weerszijde van het Buizengat.

33. In 1907 brak ook het einde voor "De Bok" aan: de molen werd gesloopt. Ook "De Bok" was een verhoogde molen, waarbij men op dezelfde manier was te werk gegaan als bij "De Reus": op de romp werd een stuk gezet. Juist onder de balieschoren zien we een groot raam. Dit raam was oorspronkelijk de deur om op de balie, de omloop van de molen, te komen. Zo'n zelfde raam, een ex-deur dus, is ook te zien op afbeelding 28 van de oliemolen "De Reus", maar ook op de vorige afbeelding van "De Bok". Door deze verhogingen werden de molens er uiterlijk vaak niet mooier op: te dun voor hun hoogte. Dat gold zeker voor de molens met de verhoogde romp, zoals "De Reus" en "De Bok". Het blijkt ook uit het voorgaande gedichtje: "De Eendracht" wordt "mooi nedrig" genoemd. Het was namelijk de enige niet-verhoogde baliemolen en hij had dus zijn oorspronkelijke model behouden.

34. Ja, en dan zijn we dan bij de laatste molen aan de Oostzeedijk, op het gebied van de oude stad Rotterdam, aangekomen en wel bij de zaagmolen "De Gravenlust". Verderop is de Oostzeedijk gemeente Kralingen en heet dan ook geen Oostzeedijk meer, maar Honingerdijk. Aan de Honingerdijk stonden ook wel weer molens, zoals "De Struisvogel", "De Jonge Jan" en "De Zonnebloem", maar daar komen we bij de Kralinger molens wel op terug. Het huis met de uitbouw op de foto is de voormalige buitenplaats "Struisenburg". Op of bij dit buiten stond dan de bovengenoemde molen "De Struisvogel", een verfmolen. De grenspaal van Rotterdam stond bij de rechterhoek van het bovengenoemde herenhuis. De foto toont het punt waar de Hoflaan op de Oostzeedijk uitkomt.

35. "De Gravenlust" stond eigenlijk tussen twee buitenplaatsen in. Tussen "Dijkzigt" en het reeds eerder genoemde "Struisenburg". In 1851 koeht de firma Abraham van Stolk & Zoonen de molen van Joannes Stephanus Tomputte, van wie men later ook "De Zwaan" zou kopen. Ter gelegenheid van de gouden bruiloft van een der firmanten van de firma Abr, van Stolk staat de molen in de vlaggen. In de wieken zien we de jaartallen 1841 en 1891. Verder staan ook rond de molen tal van vlaggen. Bij dergelijke feesten waren alle molens van de firma versierd. In het jaar dat deze foto gemaakt is, 1891, had de firma niet minder dan zeven wind- en stoomzaagmolens. "De Steur", "De Koe", "De Haan" en "De VIaggeman" aan de Schie; "De Zwaan" aan de Rotte en "De Gravenlust" en "De Bartholomeus Everardus" aan het Buizengat. Er zal dus menige vlag gewapperd hebben.

36. Nogmaals "De Gravenlust" en, evenals bij de vorige afbeelding, gezien vanaf de kant van "De Bartholomeus Everardus", Ook nu staat de molen "in de vreugd". De molenaars hebben de molen stilgezet, "gevangen", juist voordat het kruis "recht" kwam te staan en dat is ook een stand voor vreugde. Voor de molen liggen stapels gezaagd hout. Trouwens, bij een zaagmolen hoorde vaak een groot terrein met loodsen voor de opslag en het drogen van het gezaagde hout. Ook vond men bij vrijwel alle zaagmolens rond het Buizengat grote "balkengaten", een soort "havenkommen", slikken, waar het nog te zagen hout in het water lag en "gewaterd werd" totdat het gezaagd werd. Op "De Gravenlust" en "De Bartholomeus Everardus" werd vrijwel uitsluitend eikenhout gezaagd. In 1897 kwam het einde voor "De Gravenlust"; hij werd verkocht en gesloopt en op zijn erf werden huizen gebouwd.

37. We steken het Buizengat over en komen op het Bosland bij de molen "aan de zij" van "De Gravenlust", "De Bartholomeus Everardus". Op deze tekening van K.F. Bendorp uit 1784 zien we achtereenvolgens "De Bartholomeus Everardus", voordat de molen verhoogd werd, met daarachter "De Francina", een rond 1722 voor Gerrit van Brakel gebouwde zaagmolen, die in of rond 1889 gesloopt werd. Deze molen droeg de bijnaam "Ezel". Dan volgt een paltrokmolen, ook een zaagmolen dus, "De Cornelis", ook rond 1722 gebouwd voor Cornelis Bos, die dan zijn naam wel aan de molen gegeven zal hebben. Ook is de molen onder andere namen bekend: "Sara Camelia", "Johanna Camelia" of kortweg "Comelia". De laatste molen in het rijtje is "De Bosland", ook rond 1722 gebouwd voor Cornelis Bos. In 1746 brandde de molen af, maar werd als trasmolen herbouwd, die de naam "Duc of Cumberland" kreeg. Later werd hij weer zaagmolen onder zijn oude naam.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek