De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0091-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

38. "De Bartholomeus Everardus" als stoommolen. In 1722, toen de molen gebouwd werd, was daar nog geen sprake van. Het werd een gewone, achtkante zaagmolen, zoals er honderden in Holland waren. De molen werd gebouwd voor Arnoldus van de Wan en Leendert van der Graaff. In 1756 verkocht de weduwe van Arnoldus van de Wall de molen aan Abraham en Jan van Stolk: het werd de tweede molen van de firma. In 1874 werd de molen, die niet alleen "Bartholomeus Everardus" heette, maar ook wel "De Jonge Bartholomeus" of "De Jonge Bart" genoemd werd en de bijnaam "De Mees" (afkorting van "Bartholomeus") droeg, veranderd in een stoomzaagmolen. De windmolen werd van de (volgens het recept van "De Naarstigheid" en "De Gravenlust") verhoogde onderbouw afgehaald en de zaagramen werden voortaan door een stoommachine bewogen. Dit tot 1910, toen de hele molen vervangen werd door een nieuwe zagerij.

39. We verlaten nu het Bosland over de Boslandbrug, die in 1965 voorgoed verdween en komen zo weer op de Oostzeedijk, tussen de molens "De Bok" en "d'Eendracht". We gaan weer door de Oostpoort de stad binnen en komen op het Oostplein. Vanaf de rand van dit plein, aan het Boerengat, hebben we dit uitzicht. Links zien we de molens aan het Boeren- en Buizengat. De brug uiterst rechts is de Oude Oostbrug over de nu gedempte Nieuwe Haven, waar thans het bodecentrum is. Op de achtergrond van deze van circa 1790 daterende kopergravure het Admiraliteitsmagazijn met de scheepswerf. We zouden nu zeggen de marinewerf. Op deze werf werd onder meer het vlaggenschip van Miehiel de Ruyter, "De Zeven Provinciën", gebouwd. Rechts dan de molen "De Roode Leeuw" op het voormalige bolwerk tussen het Haringvliet en de Nieuwe Haven.

40. "De Roode Leeuw" zou in 1581 als standerdmolen gebouwd zijn. Er werd evenwel geen koren gemalen, maar eikenschors. "De Roode Leeuw" was dus een runmolen. In 1633 veranderde de molen van functie: in plaats van run werd er voortaan graan gemalen. De molen was een van de oudste stenen molens van Rotterdam. De meeste standerdmolens werden pas na 1700 in steen herbouwd, maar "De Roode Leeuw" was voor 1700 al een stenen molen. Volgens sommige bronnen zou de molen in september 1858 gesloopt zijn. Dat is evenwel onmogelijk, omdat op een foto uit 1861 de molen nog in bedrijf te zien is. Na 1861 dus werd de molen gesloopt, zij het dat men een deel van de romp met de omringende bebouwing liet staan. In de onderbouw van de molen werd een "café-billard" gevestigd. Het bombardement van 14 mei 1940 maakte een eind aan het restant van de molen. Ter plaatse is thans een benzinestation.

41. Vanaf "De Roode Leeuw" vervolgen we onze reis langs het Haringvliet. De bebouwing aan de zuidzijde grensde vroeger met de achterzijde pal aan de rivier, waar nu de Maasboulevard is. Halverwege de Oudehaven en het Boerengat lag de brouwerij "Het Zeeuwse Wapen". Op het dak van deze brouwerij stond een wipmolen. Het waren vooral de kleinere brouwers die hun mout lieten malen bij de moutmolens. Aan de meeste grotere brouwerijen was een mouterij verbonden. In de meeste gevallen werd daar de mout gemalen in een molen, waarvoor paarden de drijfkracht leverden, rosmolens dus. Maar in enkele gevallen was er ook sprake van een windmolen op de brouwerij, die de voor het malen van het mout benodigde energie leverde. De molen op "Het Zeeuwse Wapen" was echter rond 1700 al verdwenen. Mogelijk met de brouwerij, als gevolg van de achteruitgang in deze bedrijfstak na 16501

42. Via het Haringvliet komen we aan de Oude Haven. Vroeger stond deze in open verbinding met de rivier, maar nu is deze haven afgedamd door de Maasboulevard. Aan beide kanten van de Oude Haven stond een stadspoort. Aan de oostzijde de in 1856 gesloopte Oude Hoofdspoort, aan de westzijde de in 1827 gesloopte Oostmaaspoort. Op het bolwerk bij deze Oostmaaspoort stond de hier afgebeelde standerdmolen. De molen zal kort na 1600 gebouwd zijn, toen de stad zich in die richting uitbreidde. De molen heeft het niet lang gemaakt, want reeds voor 1700 was hij verdwenen. De molen stond wel mooi te wind voor zuidwestelijke winden, maar arme molenaar, wanneer de wind van over de stad kwam. Mogelijk verklaart dat het verdwijnen van de molen. Over het erf van de molen raast nu het verkeer over de Maasboulevard, aan de voet van het Witte Huis.

43. Via de Boompjes komen we nu bij de Leuvehaven. Aan de westzijde van de Leuvehaven lag de brouwerij "De Posthoorn", tussen de Leuvehaven en de Schiedamsedijk dus, bij de Kleine Posthoornsteeg (die aan de brouwerij haar naam ontleende). Dat zou nu ongeveer ter hoogte van het oogziekenhuis zijn. Op het dak van deze brouwerij stond ook weer een wipmolen, net als bij "Het Zeeuwse Wapen". Ook hier dreef de molen de maalstenen voor de mouterij aan. Bovendien, en dat zal in "Het Zeeuwse Wapen" ook zo geweest zijn, dreef de molen de pompen in de brouwerij aan. Op de zijwand van het bovenhuis van de molen is het "fabrieksmerk" aangegeven: de posthoorn. Deze tekening werd in 1661 gemaakt naar aanleiding van een geschil van de brouwer van "De Posthoorn" met de brouwer van het naburige "Witte Paert". Later werd "De Posthoorn" een suikerraffinaderij en toen zal de molen wel verdwenen zijn.

44. Langs de Leuvehaven zakken we af naar het Nieuwe Werk, het huidige Willemsplein. Dat Nieuwe Werk is vaak ingrijpend gewijzigd en ook op molengebied is daar heel wat gebeurd. Rond 1600 werd de stad vergroot met het gebied tussen de Leuve(haven), de Blaak en de Oude Haven. De zuidwestpunt van de "nieuwe stad" was een ideaal punt om molens te bouwen, omdat zij daar wel zeer vrij te wind zouden staan. Op een kaart uit 1611 staat er reeds één molen, op een kaart uit 1626 staan er al vier. Deze afbeelding is een fragment, ontleend aan de Maaskaart van Jacob Quack uit 1665. Daarop zien we onder meer de volgende molens: uiterst rechts korenmolen "De Oranjeboom", de wipmolen erachter is mogelijk de in 1619 gebouwde volmolen, de molen voor beide molens is "De Pelicaan", verder nog een zaagmolen, een potloodmolen en een standerdmolen.

45. Van de vele molens op het Bolwerk bij de Leuvehaven schoten in de achttiende eeuw deze twee over: links "De Pelicaan", ten zuiden van de toegang tot de Zalm haven, en rechts "De Oranjeboom", ten noorden van de toegang tot deze haven. De dubbele ophaalbrug is de brug over de mond van deze in 1690 gegraven haven. De beide stadspoorten rechts "bewaken" de mond van de Leuvehaven. De linker is de in 1854 gesloopte "Witte Poort", de rechter de in 1832 gesloopte Oosterse Nieuwehoofdpoort. Zowel "De Oranjeboom" als "De Pelicaan" waren korenmolens. Beide molens hadden standerdmolens als voorgangers en deze waren beide rond 1620 gebouwd. "De Oranjeboom" was voor 1700 al in steen herbouwd, "De Pelicaan" volgde pas in de achttiende eeuw. In 1863 kocht de stad "De Pelicaan" en liet hem slopen. Korte tijd later "viel" ook "De Oranjeboom".

46. Een "romantisch" plaatje van het begin van de Zalmhaven, deze staalgravure uit 1860. Het beeld wordt beheerst door de hoge korenmolen "De Oranjeboom", de molen ten noorden van de Zalmhaven dus. De tekenaar moet aan de voet van "De Pelicaan" hebben gestaan. Het gebouw rechts is de branderij van Blankenheym. Deze branders waren voor een deel ook eigenaar van de navolgende molen, "De Arend". Rechts van de branderij, op deze tekening niet te zien, bevindt zich de brug over de mond van de Zalmhaven. Er stonden op of bij de stadswal heel wat van deze grote, stenen molens zoals "De Oranjeboom". Over een afstand van vijf à zes kilometer waren dat er dertien, op één na alle koren-, mout- en pelmolens. Maar er waren steden in Holland die nog meer molens op hun stadswal hadden staan, bijvoorbeeld Schiedam.

47. Vlak voordat we door de Schiedamse Poort de stad verlaten, zien we bij de afhol naar de Baan aan de Schiedamse Vest de moutmolen "De Arend". De eerste steen voor deze molen werd gelegd op 6 maart 1798. De molen werd gebouwd als moutmolen en aan de vergunning om ter plaatse een molen te bouwen, was uitdrukkelijk de voorwaarde verbonden dat hij nimmer tot korenmolen of loonmolen mocht worden geëmployeerd. Dit werd geëist om concurrentie voor de korenmolenaars tegen te gaan. De molen bleef tot het einde toe mout malen. De laatste eigenaar was de bekende brandercombinatie Blankenheym, Criellaert en Duys. In 1890 werd de molen verkocht en in 1891/1892 gesloopt, nog geen eeuw oud. Bij nieuwbouw ter plaatse, enkele jaren geleden, werden de fundamenten van de molen gevonden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek