De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0091-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

48. We verlaten de stad via de in 1827 gesloopte Schiedamse Poort en zo komen we op de huidige Westzeedijk. Tussen de Westzeedijk en de Zalmhaven stond de molen "De Valk", ongeveer ter hoogte van de huidige Eendrachtsstraat. De molen werd in het begin van de zeventiende eeuw als standerdmolen gebouwd en had de functie van korenmolen. Als alle Rotterdamse standerdmolens werd ook deze molen veranderd in een grote, stenen molen. In de achttiende eeuw veranderde de molen van functie: in plaats van koren werd er nu run en snuiftabak gemalen. De molen werd ook wel taanmolen genoemd. Dit was te danken aan het feit dat run ook in de taanderijen gebruikt werd. Rond 1855 verdween ook deze molen, al herinnerde de Valksteeg tot aan het bombardement van mei 1940 aan het bestaan van deze molen.

49. Op de grens van Rotterdam en Delfshaven, op het gebied van het huidige Park, stond de zaagmolen "De François", ongeveer in het verlengde van de noordkant van de Parklaan, ter plaatse van "Parkzicht". In 1724 liet Adriaan van Swijndregt deze molen bouwen. De molen werd waarschijnlijk genoemd naar zijn zoon, François van Swijndregt. Sinds 1801 heette de molen "De Phoenix". Later werd de molen door de familie Van Swijndregt verkocht aan J. Valkenier, meester-timmerman in Rotterdam. Deze liet de molen verplaatsen in de richting van de Maas. De molen heeft niet lang op zijn nieuwe plaats gestaan, want in januari 1846 brandde de molen af, een lot dat veel windmolens in de loop der tijden ondergingen.

50. We gaan even de Binnenweg op. Net buiten de in 1828 gesloopte Binnenwegse Poort stonden aan het begin van de zeventiende eeuw twee molens, één ten zuiden en één ertegenover, ten noorden van de "Oude" Binnenweg. Aan de noordkant stond "De Witte Leeuw", bij het begin van de Lijnbaan. (Later verviel dit gedeelte tot de Van Oldenbarneveltstraat.) Aan de zuidkant van de Binnenweg, juist voor de Keerweerlaan, stond "De Lelie", een der stadskorenmolens. "De Witte Leeuw" was een moutmolen, die in 1793 gebouwd (herbouwd) was voor Gebr. Joh. & P. de Kuyper. Later wordt de molen ook wel specerijmolen genoemd. In oktober 1846 brandde de molen af. "De Lelie" viel een aantal jaren later onder slopershanden. Op deze tekening ("Gezigt uit de Keerweer-If Sept. 1750") zien we links "De Lelie", met op de achtergrond onder meer de Binnenwegse Poort en het Schielandshuis.

51. We zijn eigenlijk in een grote kring of liever driehoek rond de Grote Kerk gegaan. Hoe zal de "molenstad" er vanaf de kerktoren uitzien? We gaan er maar naar toe. Langs het voormalige Schielandshuis, over de Korte Hoogstraat en de Hoogstraat naar de kerk. Vanaf de kerktoren genieten we van het uitzicht dat P. Wotke in 1861 fotografeerde. Hier kijken we in de richting van de Kipstraat en het Achterklooster. De demping van deze grachten is nog niet voltooid. Aan het einde van het Achterklooster zien we twee molens: de linker is "De Noord", de rechter "De Kostverlorenmolen". Meer naar rechts, achter de Engelse kerk, zien we "De Roode Leeuw". Daarachter de molens aan het Boerengat. Van voor naar achter: "De Reus", "De Naarstigheid", "De Fortuin", "De Eendracht"(? ) en "De Bok"(?). Of is de laatste molen soms "De Eendracht"? De Alexanderpolder is nog niet drooggemaakt: we zien een aantal plassen.

52. We kijken maar eens in noordelijke richting. We zien het Haagseveer met het oude gerechtsgebouw, later hoofdbureau van de politie. Daarachter zien we weer de Delftse Poort met de Schie tot aan de Heulbrug. Daar zullen we onze tocht langs de Rotterdamse molens beëindigen. Maar zover is het nog niet. Wel zien we ook nog drie malende molens. Links de gortpelmolen op het Slagveld, daarachter, meer naar de Schie toe, de korenmolen "De Haas" en recht achter "De Haas", iets verder van de Schie, de korenmolen "De Hollandsche Tuin" van Van Vliet. We zullen deze molens nog van dichtbij bekijken, maar eerst gaan we naar de met "De Noord" de meest bekende molen van Rotterdam: "De Hoop" aan de Coolsingel. We kunnen dezelfde weg teruggaan naar de Coolsingel, maar ook via Bagijnenstraat en Leeuwenstraat.

53. Met deze kaart wensten de bedienden van "Coiffeur" Sepmeijer hun klanten een plezierige kermis toe. Op de kaart dan de molen "De Hoop" en rechts is nog juist een klein stukje van het Gymnasium Erasmianum te zien. De molen werd gebouwd op de plaats van de Heer Jan Vettentoren. Op een waltoren, halverwege de Binnenweg en de Van Oldenbarneveltstraat, had ook nog een molen gestaan; dat was "Het Wipje". Eerder had deze molen bij de Blaak gestaan, maar was daar na 1578 verdwenen. Aan de Coolvest verdween hij tussen 1620 en 1626. Maar keren we terug naar de Heer Jan Vettentoren, waar nog heel wat gebeuren zou, eerdat "De Hoop" er in de zo bekende vorm zou komen te staan. In 1619 liet de stad op de toren een watermolen bouwen om de erg laag gelegen Bulgersteynse gronden te bemalen, maar mogelijk heeft de molen daarnaast nog koren of run gemalen.

54. In 1642 was het treurig gesteld met "De Roomolen", zoals "De Hoop" toen heette. Hij lag door "het overkomen ongeluk gansch reddeloos". De molen werd herbouwd, maar de nieuwe molen hield het niet zo lang uit, tot 1736. In dat jaar verrees de nieuwe molen, de molen van deze foto. Hij heette niet langer "De Roomolen", maar "De Hoop". Deze molen was de grootste van Rotterdam, zelfs nog enkele meters hoger dan "De Noord", die toch ook al geen onaanzienlijke hoogte had: 30,50 meter van de begane grond tot het hart van de as waar de wieken in zitten. Bovendien was "De Hoop" erg mooi van verhoudingen. "De Noord" was er door zijn verhoging niet mooier op geworden. Op de dag dat deze prachtige foto genomen werd, woei het hard. Toch was het erger geweest die dag: de molenaars zijn aan het zeil bijleggen, want op twee "enden" (wieken) zit meer zeil dan op de andere twee.

55. Deze foto is genomen in 1914, terwijl men bezig is met de demping van de Coolsingel aan de voet van de molen. Immers, de Coolsingel. die vroeger zo schilderachtig was, zal in de komende jaren er heel anders gaan uitzien. In 1915 werd de eerste steen gelegd voor het nieuwe stadhuis en later zal het postkantoor ernaast verrijzen. Het water zal gedempt worden en zo zal dan de Coolsingel herschapen worden in de "Coolsingel-boulevard". "De Hoop" was "versierd" met reclame en niet zo zuinig ook. Naast de molen zien we een uitbouw, waar het, denk ik, vroeger aan het water goed toeven was. Voor de molen twee molenaarswagens. De paard en wagen is een typische molenaarswagen met zijn uitholling in het zijbord. Het rechter bord is een "ladder", vroeger vaak verplicht om de lading voor de "belasting op het gemaal" te kunnen controleren.

56. We hebben nu al zoveel molens aan de buitenkant gezien, laten we deze molen maar eens van binnen bekijken. Dat doen we aan de hand van een serie tekeningen, gemaakt door Eug. Rensburg, die hiervoor de opdracht kreeg van W. Hudig, toen bekend werd dat de molen gesloopt zou worden. Deze tekeningen geven een prachtig beeld van het inwendige van deze grote stadsmolen. We staan hier voor de inrijdeuren, waardoor de wagens naar binnen reden. Ook was onderin deze molen een winkel gevestigd. Op het bord staat dan ook BLOEM, TARWEMEEL, GRUTTERSWAREN en ZADEN. De ingang van de winkel is op de vorige afbeelding, nog juist achter de wagens, te zien. De gevelsteen brengt de naam van de molen tot uiting: "De Hoop". Het is geen kleine steen: 92 x 71,5 centimeter en 31 centimeter diep.

57. We gaan dan de molen toch maar binnen door de grote, prachtig bewerkte deuren. "De Hoop" werd niet "uit een kleine portemonnaie" gebouwd. De man die de molen liet bouwen, Gerrit van Driel, heeft blijkbaar kosten noch moeiten gespaard om van zijn molen in alle opzichten een waar kunstwerk te maken. Wij willen de trap op naar boven, maar door de half openstaande zijdeur kunnen we nog een kijkje in de winkel krijgen. Volgens mededeling van A. Kluit, de in 1971 overleden molenaar van "De Noord", zou het interieur van deze winkel bij de sloop van de molen verkocht zijn aan een winkelier uit Delft, die het in zijn winkel gebruikte. Wat hiervan terechtgekomen is, is mij onbekend. Wij gaan evenwel de trap op naar boven. Ons wacht nog een hele klim.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek