De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.S. Bakker
Gemeente
:   Rotterdam
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1209-3
Pagina's
:   128
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'De Molens van Rotterdam in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

7. "De Bergpoldermolen" had roeden van 24,20 meter. (Een wiek is een halve roede.) Het scheprad moest het water circa 1,75 meter opvoeren, de molen bemaalde ruim 197 hectare land. De molen was tot zijn laatste snik in bedrijf. Op 16 februari 1918 stond de molen te malen bij een felle oostenwind. 's Middags om drie uur passeerde iemand de molen. Hij zag rook uit de molen komen. Prompt waarschuwde hij molenaar Abel, die de molen stilzette. Het was al te laat, de brand bleek niet meer te blussen en na verloop van tijd zakte de fel brandende molen ineen. De polder had eerder al besloten een elektrisch gemaal te stichten; de brand verhaastte alleen het einde van "De Galgmolen", zoals de molen ook wel heette. Tegenover de molen, aan de andere zijde van de Schie, stond namelijk de galg. Namen als Scherpendrechtsekade en het Paadje van duizend treê herinnerden daar ook aan dit lugubere strafwerktuig.

8. Even ten noorden van de "Bergpoldermolen" stond "De Abraham", een in 1763 gebouwde paltrok, die op 31 augustus 1876 afbrandde. We verlaten nu Hillegersberg en komen in Overschie. De eerste molen, een pelmolen, was in 1862 al "geamoveerd". Dan kwam "De Leeuw in 't Woud", een voor 1864 verdwenen zaagmolen, en daarna "De Mol", een in 1864 of 1865 verbrandde zaagmolen. Aan de andere kant van de Schie, halverwege de molens "De Mol" en "De Steur", stond de molen die polder Blijdorp bemaalde, de molen op de voorgrond van deze afbeelding. In 1883 werd deze molen, die stond ter hoogte van de Statenweg-Bijlwerffstraat, vervangen door een stoomgemaal. In 1787 was reeds een stoomgemaal gebouwd, een der eerste van ons land, maar het polderbestuur weigerde op politieke gronden en uit conservatisme het "Keezen-ding", dat zijn nut al bewezen had, over te nemen.

9. Abraham van Stolk vroeg in 1803 om een nieuwe molen te mogen bouwen, daar zijn houtkoperij steeds meer uitgebreid werd. Deze nieuwe molen, die de naam "De Steur" kreeg, kwam te staan aan de noordzijde van de Schie, op de plaats waar nu de jachtwerf "Hudson" aan de Vroesenkade is, ten westen van de spoorbrug. Toch was "De Steur" niet helemaal nieuw, want Van Stolk kocht een molen in de Zaanstreek, liet deze slopen en weer opbouwen aan de Schie. Hij bleef dan ook een aantal Zaanse kenmerken houden, zoals de teerdeur, het grote raam in de romp, juist onder de kap. In 1910 werd "De Steur" gesloopt. De foto geeft een mooi beeld van een zaagmolen met zijn omgeving: links de Schie, met de balkengaten, waarin het te zagen hout gewaterd werd. De stammen werden over de sleephelling uit het water in de molen getrokken; na het zagen gingen planken en balken er aan de andere zijde uit.

10. Waneer we onze weg vanaf "De Steur" vervolgen naar het dorp Overschie, dan passeren we de plaats waar vroeger de zaagmolen "De Jonge Herman" stond. Deze paltrok werd ook wel "De Zusjes" genoemd. De bijnaam had hij te danken aan zijn oude, officiële naam "De Twee Gezusters". Deze molen, die in de achttiende eeuw gebouwd werd, kwam in 1821 in handen van de familie Van Stolk. Zij hadden maar kort plezier van deze "Zusjes", die al voor 1870 afbrandde, mogelijk zelfs al voor 1850. Nu, in 1980, raast het snelverkeer op rijksweg 20 over zijn erf. We komen nu aan de Schans, genoemd naar een in 1574 aangelegde versterking. De molens aan de Schans waren in Overschie een begrip. We zien, van rechts naar links: "De Nieuwe Werklust", "De Jacobus", "De Bruinvisch" en "De Oranje-Nassau". Deze laatste molen is hier in aanbouw.

..

11. De vorige foto was vanaf de Schansweg genomen, dus over de Schie. Deze foto, gemaakt rond 1910, is genomen vanaf de Kleinpolderkade. Van rechts naar links zien we "De Nieuwe Werklust", "De Jacobus", "De Bruinvisch", en "De Adelaar". "De Oranje-Nassau" ontbreekt, deze molen was toen al afgebrand. "De Nieuwe Werklust" werd in of rond 1848 gebouwd voor J. Neugenbauer. Neugenbauer bezat voordien een lakmoes- en snuifmolen aan de Honingerdijk in Kralingen, die tijdens een rukwind op 29 januari 1847 zwaar beschadigd werd. Daarna liet hij de nieuwe molen aan de Schans bouwen, die dan wel een toepasselijke naam kreeg. Later werd de molen, waar ook nog een tijd rijst gepeld werd, verkocht aan G. Kamp. Na hem volgde H.H. Metzuy als eigenaar; deze verhuurde de molen aan de Gebr. G.J. & A. Hegge. In 1926 werd de molen gesloopt, de molenschuur echter volgde pas in mei 1971.

12. "De Nieuwe Werklust" stond pal naast de voormalige borstelfabriek en iets meer naar het noordwesten stond "De Jacobus", die ook wel "De Grote Molen" genoemd werd. Op de vorige foto zagen we hem met één roe (twee wieken) staan. Was dat het begin of de oorzaak van het naderend einde? Want het kwam vaak voor dat een molen gesloopt werd, wanneer de eigenaar voor grote onkosten kwam te staan. In diezelfde tijd, ongeveer tussen 1905 en 1910, werd "De Jacobus" tot even boven de balie (omloop) gesloopt. Naast de molen, links op de foto, werd een ketelhuis/machinekamer gebouwd: van windzaagmolen was de molen stoomzaagmolen geworden. Lang duurde dat niet, want in november 1923 werd ook de rest van de molen gesloopt om plaats te maken voor een geheel nieuwe zagerij, die tot voor een aantal jaren in bedrijf was.

13. De volgende molen, naast "De Jacobus", was een paltrok, "De Bruinvisch", die evenals de twee vorige molens het eigendom was van H.H. Metzuy. Destijds had Metzuy "De Nieuwe Werklust" niet gekocht van G. Kamp om de molen zelf, maar om het water eromheen, dat hij nodig had om zijn te zagen hout te wateren. Vandaar dat "De Nieuwe Werklust" verhuurd was aan de Gebr. Hegge. Metzuy oefende het zagersbedrijf dus uit met "De Jacobus" en "De Bruinvisch", de molens links op de foto. Jammer genoeg is op deze foto niet te zien dat deze molen een mooie, grote windwijzer achter op de kap heeft gehad in de vorm van een (bruin)vis. De molen dankte zijn naam waarschijnlijk aan een vroegere eigenaar, Nic. de Bruyn, "De Bruinvisch" werd rond 1907 gesloopt. Hij was overbodig geworden, nadat Metzuy van "De Jacobus" een stoom zagerij gemaakt had.

: .

?. ~~ . ..I-.

~ -

&~~::-

~:-

=--::';Joo.

14. De molens aan de Schans, malend bij een zuidoostenwind. Van links naar rechts: "De Jonge Hendrik", "De Bruinvisch", "De Jacobus" en als laatste "De Nieuwe Werklust". De foto werd rond 1895 genomen vanaf de Kleinpolderkade, voor de Dorpsstraat moet men elders in Overschie zijn. Over de drie laatstgenoemde molens hebben we het al gehad: nu is "De Jonge Hendrik" aan de beurt. De lotgevallen van deze molen, zoals Verheul ze beschreven heeft, roepen vraagtekens op. Volgens Verheul was de molen het eigendom van J. Helmer en voor hem van ene Brand. In 1896 zou deze zaagmolen gesloopt zijn en op de plaats ervan zou een watermolen van de Boezem als zaagmolen herbouwd zijn, die in 1899 afbrandde. Dit is echter onmogelijk, omdat de molens aan de Boezem bij Crooswijk tot 1 november 1899 in bedrijf waren en pas in het najaar van 1900 voor sloop te koop waren.

15. Weer de molens aan de Schans, maar nu vanaf de Oudendijkse Schiekade. Tussen de paltrokken "De Bruinvisch" en "De Adelaar" zien we een molen in opbouw: het is "De Jonge Hendrik" van Helmer. Deze achtkante molen is groter dan zijn zeskante voorganger van de vorige afbeelding, maar het is beslist geen oude Boezemmolen. Toch kocht J.P. Helmer in 1900 of 1901 Boezemmolen "No. 6". Op afbeelding 10 zagen we ook een molen in opbouw. Deze molen was nog groter en is beslist wel een voormalige Boezemmolen. Wat heeft er dan vermoedelijk plaatsgevonden? Wel, dat in 1896 de molen van afbeelding 14 vervangen werd door die van afbeelding 15. Deze molen brandde in 1899 af, waarna in 1901 die van afbeelding 10 gebouwd werd. De nieuwe molen, die de naam "Oranje-Nassau" kreeg, brandde op vrijdag 19 juli af: de zaterdag ervoor had de molen proefgedraaid en hij zou binnenkort opgeleverd worden!

16. De laatste molen aan de Schans was ook weer een paltrok. "ANNO DE-ADELAAR 1815" stond achter op zijn kap geschilderd. Om zijn gele kleur werd hij ook wel "De Gele Molen" genoemd. Hij stond in een bocht van de Schie, waar de Kleiweg op de Zestienhovensekade uitkomt, aan het begin van de Oudendijkse Schiekade. In 1917 kocht de firma Van Stolk deze molen van de Erven W.E. van Mierop. Het was de laatste windmolen die deze firma in eigendom zou verwerven. Maar reeds in 1927 maakte de sloper een einde aan het bestaan van deze molen, die tot de laatste tien paltrokken van ons land behoorde. Op de achtergrond zien we de kerktoren van Overschie en in de bocht van de Schie het beroemde "Delftsche bootje". Het Delftsche bootje is vèrgaan] Midden op de ocèaan/ En een kikker, die 'i zag/Stikte bijna van dè lach, zo luidde een bekend Rotterdams springtouwversje.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek